De dood mag je niet doodzwijgen’

 

De dood mag je niet doodzwijgen’

 

‘Een mens gaat dood, de wereld draait verder.’

Rouw en verdriet

 

John Hacking

Een van de studenten die onlangs meedeed aan een onderzoek om zichzelf beter te leren kennen vroeg zich af hoe het zou zijn als hij een van zijn dierbare familieleden of vrienden zou verliezen. Hij zei: ‘Ik heb in mijn leven nog nooit een naaste verloren of iemand uit mijn directe omgeving gekend die ongeneeslijk ziek was. Hoe kijk ik straks tegen de wereld aan als een familielid of goede bekende sterft?’

Deze vraag hield hem bezig omdat hij een vermoeden had dat zijn kijk op de wereld wel eens zou kunnen veranderen. Maar wat verandert er dan als je geconfronteerd wordt met het verlies van een dierbare?

Als je plotseling oog in oog komt te staan met de dood van je opa, je oma, een van je ouders, een broer, zus, oom, tante, neef, nicht, vriend, vriendin? Is de wereld en jouw gevoel over de wereld nog hetzelfde? En als dat níet zo is, waarin zit dan het verschil? Verlies je misschien een stuk argeloosheid en naïviteit, een stuk vertrouwen dat je niets kan gebeuren? Volwassenen noemen dat vaak de consequentie van het ‘volwassen’ worden, ervaren en beseffen dat je anderen moet achterlaten, dat je leven ook getekend wordt door verliezen. Dit gevoel van verlies kan heel ingrijpend zijn. Studenten die meededen aan een gespreksgroep rond rouw en verdriet naar aanleiding van de dood van een dierbare, getuigen hiervan. De gespreksgroep vond plaats afgelopen najaar in de Studentenkerk op de campus van de KUN, de Katholieke Universiteit Nijmegen.

In dit artikel schets ik enkele dimensies die met dit rouwproces en de ervaring van verlies samenhangen. Ook geef ik enkele perspectieven om naar het proces van rouw en verdriet te kijken. Vanuit die perspectieven valt ook iets te zeggen over hoe je met rouw en verdriet zou kunnen omgaan als het jou overkomt. Ik put daarbij ook uit mijn eigen ervaring.

Ongelijktijdigheid

‘Een mens gaat dood en buiten viert de aarde lente’ schreef Ernest Claes. Een moeder die haar zoon verloor vertelde dat ze de nieuwe bloemen zo de grond in kon trappen toen de lente aanbrak. Voor haar kon dat niet samen gaan: het lentegevoel en het verdriet om haar kind dat nooit meer een lente zou meemaken.

‘Een mens gaat dood, de wereld draait verder.’ Dat doet misschien naast het gemis nog het meest pijn: jij hebt verdriet en alles gaat door. Aan de buitenkant is niets te merken, het verkeer is even druk als altijd en ieder gaat zijn gang alsof er niets gebeurd is. Mensen gaan naar hun werk, naar school, naar de winkel en ook jij moet boodschappen doen, koken, eten, telefoontjes beantwoorden. Je loopt rond met een leeg gevoel van binnen, verdoofd, misschien vol onbegrip, met pijn in je hart en met vragen waarom de dood zo wreed in je leven in kon breken.

‘Waarom’, deze onvermijdelijke vraag, spookt door je hoofd. Maar antwoorden krijg je niet. Misschien heb je het gevoel dat een leven goed is afgesloten als het een lang ziekbed was voor je opa of oma en als je goed en waardig afscheid hebt kunnen nemen. Misschien kwam de dood wel als een verlossing omdat een einde werd gemaakt aan vreselijke pijnen.

Maar wat als de dood onverwacht komt, niet gewenst, niet gewild, bij de dood van je vader of moeder, of mensen van jouw leeftijd, een broer of zus, een vriend of vriendin, door een vreselijk ongeluk of door zelfdoding?

Je wordt plotseling in een andere wereld gegooid, opeens, zonder voorbereiding, de wereld van rouw en verdriet. Een wereld getekend door pijn, onbegrip, onzekerheid, een lange donkere tunnel. Zo wordt die wereld beschreven door mensen in mijn vorige baan als basispastor en door studenten op de campus die dit nog dagelijks meemaken. Een van de studentes die mee deed aan een aantal gesprekken rond rouw en verdriet vertelde dat ze zeker een half jaar niks heeft kunnen doen aan haar studie, toen haar broer zich plotseling van het leven had beroofd. De eerste weken had ze alleen maar in bed doorgebracht, ze was tot niets in staat.

Is er licht, is er hoop, is er een uitgang uit deze donkere kamer, zodat je stapje voor stapje verder kunt, licht aan het einde van de weg, weer een beetje kunnen genieten, leven, blij zijn met de lente? Zijn er mensen om je heen die je helpen lopen op deze moeilijke weg, die je af en toe ondersteunen als je het gevoel hebt dat je het alleen niet meer aankunt? Kun je bij vrienden, vriendinnen terecht om je verdriet te delen, bij je ouders, bij andere dierbaren? En hoe lang zal het allemaal duren? Wanneer ben je er echt overheen en kan dat wel?

Een ander meisje vertelde in een persoonlijk gesprek dat ze nu het gevoel had dat het maar eens afgelopen moest zijn met haar verdriet. Ook háár broer had zich van het leven beroofd en iedereen had kunnen lezen wat hij als afscheid had geschreven. Ze vertelde dat ze hier eigenlijk vrede mee moest hebben, en dat had ze ook wel, maar waarom ging het verdriet dan toch gewoon verder, zelfs na één jaar? Ze had toch ook recht op het weer mogen genieten van de dingen om haar heen?

In een notendop heb ik hiermee samengevat wat er kan gebeuren als je geconfronteerd wordt met de dood van een dierbare. Je komt voor je gevoel terecht in een andere proces van tijd – jouw beleving van de tijd wordt opeens gekleurd door een ingrijpende ervaring die je leven op zijn kop zet. En het lijkt alsof de mensen om je heen, die niet geraakt zijn door jouw verdriet, verder leven in een andere wereld, in een andere tijd.

Dat geeft veel moeilijkheden in het dagelijks leven. Studenten uit de gespreksgroep maken er allemaal melding van dat na drie maanden de aandacht van medestudenten verslapt is of zelfs helemaal afwezig. Ook docenten die toch op de hoogte zijn van het gebeuren presteren het soms om je haarfijn te laten voelen dat je aanwezigheid bij een college en een tentamen belangrijker is dan dat je toegeeft aan je verdriet en er niet bent. Soms is er zelfs helemaal geen begrip en wordt met de regels geschermd. Er wordt dan gezegd dat je als student maar veel eerder bij de decaan of studieadviseur om uitstel had moeten vragen. Maar weet je in welke situatie je komt als de dood van een dierbare je treft? Heb je er een idee van dat je in je studie wel eens een paar maanden achter zou kunnen raken of zelfs nog langer? De regels op de universiteit schrijven voor dat je vóóraf uitstel moet vragen, maar soms kom je daar pas na een half jaar van verdriet achter. En dan heb je toch een probleem want je bent soms hopeloos achterop geraakt. Deze zorgen komen dan nog bij je verdriet.

Zijn er manieren om met de dood en het verdriet, de rouw en de pijn om te gaan in je studie, in je dagelijks leven, zodat wel recht aan jou wordt gedaan? Wat is belangrijk, waar kun je aan denken, wat is kostbaar, wat is je dierbaar, wat heb je nodig op dergelijke momenten als het je overkomt dat de dood in je leven inbreekt en nog meer op die hele lange tijd daarna?

De ervaring van de dood van een dierbare kan overweldigend zijn. Ze kan je als het ware de adem benemen. Er blijft weinig ruimte over voor andere dingen: het verdriet snoert je keel dicht, je verliest je interesses in de gebeurtenissen om je heen, opeens is het niet meer belangrijk. Dood neemt ruimte in, véél ruimte, soms alle ruimte. Het enige dat je kunt doen, de dood die ruimte laten. Je zou misschien wel anders willen, maar er is geen andere weg. De ervaring van de dood kan zo ingrijpend zijn dat je als het ware lam geslagen wordt.

Maar misschien is dat wel een natuurlijke reactie van je geest. Stel dat je niet versuft zou zijn, niet verward en verslagen, stel dat je in alle helderheid in één keer zou beseffen welke breuk de dood in je leven veroorzaakt, wat je opeens moet missen, wat je nooit meer zult meemaken, delen met elkaar, je zou het waarschijnlijk niet aankunnen, die pijn, dat verschrikkelijke gevoel van gebrokenheid. Later, vele maanden later, als de eerste verslagenheid voorbij is, wordt de pijn ook heviger, dieper, besef je veel meer dat de mens waar je zoveel van hield voorgoed uit je leven is verdwenen. Dát schrijnende, dát diep van binnen weten en voelen, dát diep van binnen ervaren van het ‘nooit meer’, dat is dan veel manifester dan aan het begin van het verlies. Maar dan kun je er misschien beter tegen, dan heb je al heel wat tranen vergoten en heb je al heel wat moeilijke uren meegemaakt en gedeeld met anderen. Vaak blijkt dan ook dat je dan veel beter kunt praten over wat je hebt meegemaakt. De eerste weken ben je daar helemaal niet goed toe in staat. Dat bleek ook in onze gespreksgroep. Studenten die langer in het rouwproces zaten konden hier veel beter mee uit de voeten. Ze konden ook beter naar medestudenten aangeven waar ze mee zaten en wat hun pijn deed. Vooral het feit dat sommigen die toch wisten wat er was gebeurd, deden alsof hun neus bloedde. Dat deed pijn en gaf een groot gevoel van eenzaamheid. Een meisje, dat haar moeder acht weken geleden had begraven vroeg dan ook aan de andere leden van de groep wat haar nog te wachten stond. Zelf had ze een beetje het idee dat het misschien wel mee zou kunnen vallen, maar de verhalen van de anderen deden haar terugkeren naar de realiteit van het dagelijkse bestaan. Als je geluk hebt tref je mensen aan die begrip voor je hebben, die zich proberen in te leven in datgene wat je meemaakt. Daarom ervoeren de studenten de gespreksgroep ook als weldadig, omdat hier ruimte werd gemaakt voor hun persoonlijke ervaringen en hun verdriet.

Ruimte

Dood neemt onherroepelijk ruimte in. Je enige antwoord kan zijn: geef de ervaring van die confrontatie de ruimte. Stop het niet weg, verdring niet je verdriet, vlucht niet in afleiding, waardoor je niet toekomt aan je verdriet. Het is een natuurlijke reactie: weglopen, niet onder ogen willen zien, vluchten, je heil zoeken in werk, in sport en in actie. Natuurlijk, je bent maar een mens, je hebt maar een beperkt incasseringsvermogen. Maar verdriet laat zich niet wegstoppen, het komt onherroepelijk in een later stadium weer boven.

Een goede vriendin, of vriend die naar je luistert, die er voor je is, die ruimte en tijd voor jou maakt, doet wonderen. Dat is ook de ervaring van de studenten uit de gespreksgroep. Sommige leden hebben na de gesprekken in de groep dan ook een nieuwe band opgebouwd met elkaar. Het delen van ervaringen in georganiseerd verband vormde de basis voor een nieuwe vriendschap. Dat is héél bijzonder en ook weer heel goed begrijpbaar: het delen van wat je ten diepste bezighoudt en raakt, van pijn en verdriet, geeft een nieuwe bodem om op te staan. Maar het blijft moeilijk. Soms wil je liever niet geconfronteerd worden met deze pijnlijke ervaringen. Sommigen in de gespreksgroep hebben een drempel moeten overwinnen om toch mee te doen en toen bleek pas hoe goed hen dit deed.

Ruimte maken voor de confrontatie met de dood begint al in het eerste stadium van afscheid nemen. Je kunt nadenken over en meewerken aan het afscheid, je kunt een (bescheiden) rol op je nemen bij dit afscheid, een tekst schrijven, muziek uitkiezen, een afscheidssymbool meegeven, nadenken over een persoonlijke invulling van het afscheid dat jou recht doet en allen om je heen en degene van wie je afscheid moet nemen.

In ons eerste gesprek in de rouwgroep hebben wij hier uitgebreid bij stil gestaan: hoe heeft iedereen dat laatste afscheid beleefd en wat was je rol. Een meisje heeft een gedicht voorgelezen en is veel gaan schrijven over haar relatie met haar vader die ze verloor. Een ander meisje heeft dingen gefotografeerd die typisch voor haar vader waren. Een ander meisje las een tekst voor die haar moeder dierbaar was. De afscheidsbrief van een verloren broer of zus kan een rol spelen, er zijn voorbeelden genoeg.

De kans om het afscheid zo plaats te laten vinden krijg je maar één keer. Die kans moet je niet laten liggen. En wat je ook kiest en doet, als het maar dicht bij jezelf is, bij degenen met wie je rond het afscheid verzameld bent. Dat geeft een band, dat schept een basis voor de tijd die nog komt en die nog zwaar genoeg zal zijn. Vul die ruimte van het afscheid daarom zo in, dat je met een goed gevoel kunt terugkijken, zodat je troost kunt putten uit die moeilijke momenten.

Voor alles wat hierna komt, geldt eigenlijk hetzelfde.

De ervaring van rouw en verdriet legt een claim op je leven, doe die claim van jouw kant recht. Kijk de dood recht in de ogen. Met het afscheid begint het pas, de ervaringen van verlies en gemis worden daarna steeds iets concreter, steeds pijnlijker ook.

Troost

Het geheim van de troost is het geheim van het delen. Het is goed om te weten dat mensen klaar voor je staan, al is het midden in de nacht. Daarom werd ook op de universiteit het idee geboren voor een gespreksgroep. De leden van de gespreksgroep zijn na vijf bijeenkomsten zelf verder gegaan. Eens in de drie weken komen ze nu bij elkaar bij iemand thuis, eten samen en bespreken een aspect van het proces waar ze in zitten. Soms gaat dat heel goed, als ze bijvoorbeeld muziek uitwisselen of gedichten, en soms gaat dat iets minder als niet iedereen evenveel affiniteit heeft met het thema en als er geen duidelijke leiding is.

Op de campus was er meer sturing. Namens de dienst Studentenzaken deed een psychologe mee aan de groep en samen hebben wij een programma uitgestippeld dat als een hulpmiddel kon dienen om de gesprekken en de andere activiteiten gestalte te geven. Het ging vooral om uitwisseling van ervaringen maar ook om het delen van gevoelens en emoties. Dat laatste hebben we ook geprobeerd via het tonen van een film en dia’s rond het thema van afscheid nemen en dood, via een meditatieoefening en via het luisteren naar muziek.

Al heel snel bleek ook de behoefte in de groep om foto’s uit te wisselen en andere dingen die symbool stonden voor de overledene. In de gesprekken werd ook heel bewust aandacht besteed aan de ervaringen die je goed deden en goed doen. Thuis een kaarsje aansteken, een bloem bij de foto van je vader of moeder, opa of oma zetten, luisteren naar mooie muziek, een gedicht schrijven, gaan wandelen met je vriend of vriendin en genieten van de natuur en nadenken over je verlies. Mogelijkheden om troost te ervaren zijn er genoeg, als je er in de indeling van je dagen maar tijd voor maakt. Als je maar dicht bij jezelf blijft en doet wat je hart je ingeeft en luistert naar datgene wat je op dat moment het meest nodig hebt.

Tijd

Moeders die een kind hebben verloren, hebben mij verteld hoe lang het kan duren voordat je leven weer een beetje in de pas loopt met het leven van anderen. In mijn eigen leven heb ik óók ervaren wat het betekent om een dierbare te verliezen, vier jaar geleden alweer. De plotselinge dood van mijn eigen moeder heb ik toen ervaren als een inslag van een ‘komeet’ in mijn leven. In mijn werk heb ik er toen aandacht aan besteed door er over te schrijven en dat heeft mij goed gedaan bij de verwerking van dit verlies. Het riep ook allerlei reacties op bij andere mensen die zich met ons verbonden voelden en die zo herinnerd werden aan hun eigen verdriet dat zij hadden meegemaakt. ‘De dood mag je niet doodzwijgen’ heb ik toen geleerd.

Een gezegde dat vaak te pas en te onpas wordt gebruikt als een vorm van troost luidt: ‘de tijd heelt alle wonden’. Maar dit is een uitspraak die moet worden genuanceerd omdat het géén medicijn is voor iemand die verdriet heeft. Het voortgaan van de tijd doet ervaringen vervagen. Beelden, herinneringen, gedachten, langzaam lijkt het alsof er een soort waas komt tussen je beleving hier en nu en je verleden. Als je dan opeens oog in oog staat met iets wat van je dierbare overledene is geweest, kan het gebeuren dat herinneringen als een donderslag boven komen, dat verdriet je overmant. Alles kan zo een teken zijn: een tekst, een gebed, een lied, een foto, een sieraad, een kostbaar ander kleinood dat met de persoon verbonden is die je mist.

De wonden die je met je meedraagt door de dood van een dierbare worden heel langzaam littekens, ze zijn een vorm van bagage die je met je meedraagt, soms weegt die last zwaar, soms iets minder. De tijd leert dat je die last nooit meer echt kwijt raakt. En je leert hoe je die last met je mee kunt dragen zonder dat je het gevoel hebt dat je bezwijkt.

In het begin van je verdriet kunnen anderen je helpen bij deze zware last, maar hoe verder je af komt te staan van de gebeurtenis hoe beter je leert om te dragen en te verwerken. Wat eerst misschien een onmogelijke opgave leek, wordt gaandeweg vanzelfsprekend. Niet omdat je dit proces in de hand hebt, of naar je hand kunt zetten, maar omdat het eenmaal zo loopt in het leven. Dat is het geheim van de tijd, dat wat ongelijktijdig was, wat je als ongelijktijdigheid beleefde, jouw gevoelsleven in contrast met het leven van anderen, langzaam weer in het spoor komt van de tijd van het leven van alledag.

De bagage die je met je meedraagt, hoef je niet neer te leggen. De bagage vormt tenslotte de enige band die je hebt met je dierbare, naast de concrete dingen die zijn overgebleven van de overledene. Deze bagage is dus kostbaar. Het is de schat aan herinneringen en gevoelens, ervaringen en momenten van genieten. Het is kortom datgene wat je met je dierbare telkens weer verbindt. Zonder die verbinding zou degene waar je zo van hield voorgoed gestorven zijn. Uitgevaagd door de tijd zoals stof op de weg verwaaien kan.

Omgaan met rouw en verdriet, het helen van de breuk in je leven, is dus niets anders dan het leren dragen van de bagage die het leven je oplegt, wandelen op de weg van het leven, samen met anderen om je heen die je kunnen helpen en waarvoor jij een hulp kunt zijn, en af en toe rusten, ruimte maken, een pas op de plaats om stil te staan bij wat je overkwam, waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat.

Het geheim zit niet in de bezinning, het nadenken over, maar in het doen, het leven van die ervaring. Daarom veel sterkte voor hen die wandelen op de weg van het verdriet.

John Hacking

Gepubliceerd in: J – tijdschrift over jongeren jrg 2, nummer 2, 2001