Geloof als ontdekkingsreis in de Studentenkerk – stamelen over God

 

Geloof als ontdekkingsreis in de Studentenkerk – stamelen over God

Remco: “Wat mij vanaf het begin aan trof in de groep ‘Geloven als Ontdekkingsreis’ was de openheid. Er waren onderling grote verschillen in religieuze beleving en overtuiging. Er heerste echter geen moment een sfeer van veroordeling. We waren nieuwsgierig naar elkaar. Naar elkaars gedachten en ideeën. We vonden elkaar in het zoeken. We hadden geen van allen de antwoorden, maar waren allen zoekers. God, religie, geloven waren onderwerpen waar we omzichtig, stamelend en respectvol mee omgingen. “

De Studentenkerk organiseert al jaren bijeenkomsten ter verdieping van het zelfverstaan van studenten op het terrein van religie en spiritualiteit. Soms monden deze uit in het doen van belijdenis of het ontvangen van het vormsel. Elk jaar vormt een gezamenlijke viering het sluitstuk van een proces. Studenten laten dan zien waar ze voor staan.  Zij vormen een nieuwe generatie van gelovigen.

In deze bijdrage bespreek ik globaal het proces dat tijdens deze bijeenkomsten plaatsvindt . Ik doe dat binnen het raamwerk  van de programmaopzet van de Studentenkerk. De bijeenkomsten van de groep “Geloven als ontdekkingsreis” illustreren niet alleen de kracht van onze werkwijze, maar maken ook duidelijk dat wij hiermee op de goede weg zitten om studenten de mogelijkheid te bieden tot verdieping en reflectie op het gelovige zelfverstaan. Dit zelfverstaan op het gebied van religie in deze tijd vraagt om een concrete aanpak, om actualisering van een eeuwenoude boodschap en om een moderne hedendaagse vorm. In deze tekst laat ik studenten zelf aan het woord. Ik maak hierbij gebruik van de tekst van een interview en een persoonlijk verslag van een van hen naar aanleiding van de bijeenkomsten.

Uitgangspunten

Het programma van de Studentenkerk kent drie invalshoeken. Elke invalshoek biedt voor studenten een mogelijkheid om deel te nemen aan ons programma. De invalshoeken zijn:

 1. Ervaren – beleven; centraal staat het idee dat geloven en religie een zaak zijn van de hele mens, waarbij lichaam, gevoel én verstand worden aangesproken.

2. Reflecteren – bezinnen;  centraal staat het idee dat de christelijke traditie een zinperspectief aanbiedt om na te denken over de eigen existentie en de grote vragen van deze tijd.

3. Delen – vieren;  ervaringen kunnen worden uitgewisseld en gedeeld, dat kan via ontmoeting maar ook ritueel binnen een viering, zo maak je zichtbaar wat ons bindt en ontstaan er nieuwe verbanden.

Deze invalshoeken geven ons de mogelijkheid om ons programma op een concrete en bij de leefwereld van de studenten aansluitende wijze te ontwerpen. De drie invalshoeken staan niet los van elkaar, zij beïnvloeden versterken elkaar binnen ons programma. Studenten die binnenkomen omdat zij zich voelen aangesproken door bijvoorbeeld een thema op het terrein van reflectie en bezinning ontdekken ook de andere dimensies. Dat maakt ons programma tot een sterk geheel.

De ontwikkeling van de groep “geloven als ontdekkingsreis” kan in dit licht worden beschreven als een proces dat alle drie de invalshoeken verkent en verdiept.

De start van de groep

 

Het begon heel aarzelend naar aanleiding van en gesprek tussen studenten waarvan er een paar een week naar Taizé waren geweest, de kloostergemeenschap in het zuiden van de Bourgondië, Frankrijk. Drie citaten over dit begin:

Boy: “ De titel sprak me heel erg aan, een neutrale titel, een persoonlijke zoektocht beluisterde ik erin, iets verkennends. Ik had de behoefte om met andere mensen in gesprek te gaan over wie je bent, hoe je op weg bent. De groep had een voorloper, de groep van Taizé geloof ik. “

Annemarie: “Ik heb de Taizédienst in de kerk bezocht en na afloop zijn we gaan lunchen, en daar hebben een paar mensen waaronder ik kenbaar gemaakt dat we iets meer de diepte in willen. Geloven is wel leuk, bidden, bij de kerk horen, in de viering op zondag een liedje neuriën, maar ik wil ook iets uit de bijbel gaan doen, regelmatig verdiepend bezig zijn. Ik heb er behoefte aan om meer het persoonlijke erin te leggen.”

Remco: “Voor mij persoonlijk was Taizé een zoektocht naar antwoord op de vragen of en in hoeverre de christelijke traditie mij nog zou raken. Mijn studie religiewetenschappen stimuleerde mij niet alleen academisch, maar wakkerde ook een –sluimerend- verlangen aan naar persoonlijk religieus engagement. Het raakte mij dat veel docenten op de faculteit der theologie wetenschap wisten te combineren met een authentiek geloofsleven. Blijkbaar kon je zowel kritisch, rationeel en wetenschappelijk bezig zijn als christen zijn. Taizé heeft mijn religieus verlangen verder opgestookt. Ik ervoer daar een liefdevolle, open sfeer waar nagenoeg iedereen bereid was naar de ander te luisteren. De ander de ruimte te geven in zijn religieuze overtuiging. Het spoorde mij aan de christelijke traditie verder te ontdekken en ‘Geloven als Ontdekkingsreis’ leek mij hiervoor prima geschikt. Het leek me inspirerend en fascinerend om met jonge mensen te spreken over religie in de breedste zin van het woord. Ik verheugde me op boeiende en spannende discussies.”

Het begin – stamelend zoeken en verwoorden

Zo begon de groep van 8 studenten onder leiding van mijn collega Froukien Smit. Het verlangen naar verdieping, naar uitwisseling van vragen en eigen ervaringen leefde ook bij andere leden van de groep. Reflectie en gesprek hierover stonden in de eerste bijeenkomsten centraal. De deelnemers waren van verschillend pluimage. Sommigen waren van huis uit christelijk, anderen niet. Sommigen geloofden heel sterk, anderen nauwelijks. Twee studenten motiveerden  hun deelname aan de groep zo:

Boy: “ Ik ben aan het verkennen omdat ik eigenlijk niet met de bijbel ben opgegroeid. Ik heb geen duidelijk religieuze achtergrond. Meer impliciet humanistisch. Ik ben nieuwsgierig naar het christendom geworden. Het humanisme lijkt heel sterk op het christendom maar dan ontdaan van verhalen. Ik voel me niet geworteld soms, ik ben op zoek naar mijn wortels, waar kom ik vandaan. “

Annemarie: “ Voor mij geldt dit ook maar op een andere manier. Ik heb wel gedefinieerde wortels, ben katholiek opgevoed en na de middelbare school ging ik niet meer naar de kerk. Ik had er geen hekel aan, maar ik ging gewoon niet meer. Ik heb veel nagedacht over de verschillende religies, vooral veel denken, boeiend, vanuit de vraag of het ook iets voor mij zou zijn. Vooral op het niveau van het hoofd, op afstand. De bijeenkomst met de groep was zo heerlijk: de eerste bijeenkomst had ik zoiets van we zullen wel zien. Ik heb niet alles heel duidelijk voor ogen. Iedereen zat er zo bij. Het waren allemaal leuke mensen. En soort thuiskomen daarin. Het was een plek bij mensen bij wie je je thuis voelt. Het waren actieve mensen, geen types die bang zijn omdat ze de wereld zo eng vinden en zich daarom volledig gooien op Jezus en de Here. De mensen van de groep waren mensen die de wereld in willen gaan, die zoekende zijn. Toen ik in Nijmegen kwam wilde ik iets met geloof. Ik ben gaan kerkhoppen en heb hier in de Studentenkerk mensen gevonden waar ik me thuis voel. Na de eerste avond had ik een heel goed gevoel, je kent mekaar nog niet maar het waren wel mensen waar ik wat mee kan.”

De inhoud van de bijeenkomsten werd voorbereid door de studenten zelf. Daarnaast werden vanuit de begeleiding  thema’s voorgesteld om over te praten en ervaringen uit te wisselen. Toch bleek het delen van persoonlijke ervaringen in de groep in het begin moeilijker dan gedacht. Als je met een groep vreemde mensen bij elkaar zit en je wordt uitgenodigd om over zaken te praten die aan de kern van je wezen raken, is dat niet altijd even makkelijk. Hoeverre heb je voor jezelf al een idee gevormd wat je gelooft? Hoe sta je in het leven en wat verwacht je ervan? Wat ben je bereid te investeren, in jezelf en in de relaties met je medemens? Waar heb jij je zinnen opgezet in je leven, je carrière, je toekomst? Hoe ga je om met twijfels, met verwachtingen van anderen en van jezelf op het terrein van zingeving en geloof? Kortom méér vragen dan antwoorden.

Boy:” De wederzijdse openheid, nieuwsgierigheid speelde een rol. Je hebt snel in de gaten of iemand oprecht geïnteresseerd is of al een visie heeft en enkel wacht op bevestiging om die dan tot uitdrukking te brengen. Het was een mooi contrast met mensen die het weten, die meer weten dan ze willen zoeken of vertrouwen. Het begon heel klein, er was niemand die zei, o ja bidden is… of God is… vanuit een duidelijke mening. De een praat wat makkelijker dan de ander, de een is extravert de ander introvert. Het begon heel klein, we lieten ruimte voor elkaar. Het was een proces om samen in te gaan i.p.v. mensen met een duidelijke overtuiging… Het stamelen, het ging ook een eigen leven leiden, een soort rode draad in de bijeenkomsten. “

Een ander die gewend is om veel over religie te praten omdat het onderdeel is van zijn studie ontdekt tijdens de bijeenkomsten dat het nogal wat uitmaakt of je op afstand over iets praat of als je zelf onderwerp wordt van het gesprek.  De inhoud van je eigen geloof bijvoorbeeld en de neerslag daarvan in je leven.

Remco: “Praten over religie was mij, ook voordat ‘Geloven als Ontdekkingsreis’ begon, niet vreemd. Ik deed het graag en veel. Vooral met medestudenten theologie en religiestudies. De discussies waren boeiend, enerverend en soms heftig. Maar hoe interessant ook, het bleef een rationele exercitie. Wanneer iemand me vroeg: “wat betekent religie nu ten diepste voor je?”, stond ik met de mond vol tanden. Ik kon uren discussiëren over Jezus, God, drie-eenheid etc., maar wat dit allemaal voor mij persoonlijk betekende, wist ik niet goed.”

Een ommezwaai: van reflecteren naar beleven

Annemarie: ” De eerste keren had iedereen veel te vertellen, vooral in het hoofd, visies, praten over, het raakte soms weinig aan de eigen persoon. Dat mistte ik, ik wilde ook iets doen, gewoon bidden, iets meer doen, als persoon erbij betrokken zijn. Confrontatie moet groeien, het moet blijken dat het kan. Maar we zijn toch ook wel best de diepte ingegaan, we hebben persoonlijke dingen verteld, dingen die op de huid kwamen. Froukien was heel centraal, zij speelde een heel belangrijke rol door vormen aan te reiken, bv. bibliodrama, teksten schrijven, tekenen. Dat kwam wel op de huid, het verhaal van de verloren zoon dat we hebben nagespeeld.”

Een keerpunt kwam toen Froukien voorstelde om Bijbelverhalen na te spelen. Opeens werden het geen verhalen meer over een gebeurtenis lang geleden, maar ontstond er een beweging waarin deze verhalen deel werden van het eigen leven. De methode, bibliodrama, bracht studenten dichterbij bij hun eigen ervaringen. Zij gingen door het naspelen van het verhaal de dimensies ervan beleven. Dat gaf ook een nieuwe kijk op het eigen functioneren in het verhaal en de betekenis daarvan voor het gelovig zelfverstaan. Het was een goede greep om op die wijze een verdiepingsslag te maken in de bijeenkomsten van de groep. Geloof wordt letterlijk ontdekt in wat zich afspeelt in het naspelen van het verhaal.

Remco: “Ergens halverwege veranderde, naar mijn idee, het karakter van onze bijeenkomsten. De eerste keren hadden we vooral veel gepráát over religie. Over Godsbeelden. Over de rol van Maria. Over verschillen tussen katholieken en protestanten. Heel boeiend allemaal, maar wat volgde – met name enkele sessies bibliodrama – hebben mij het meest geraakt. Deze sessies hebben voor mijn persoonlijk geloofsleven in elk geval het meeste betekent. Ik weet nog dat Froukien ons vroeg uit te beelden hoe we Jezus zagen. We moesten dat in duo’s doen. Ik liet de deelneemster die aan mij was gekoppeld op een stoel staan, mij een hand geven en mij liefdevol aankijken. Voor mijn gevoel moest mijn Jezusbeeld zowel nabijheid (als van een vriend) als verhevenheid uitdrukken. De oefening was voor mij een uitdaging om diep in mezelf te kijken naar wie Jezus voor mij eigenlijk was. Ik herinner me ook een sessie, waarbij we met z’n allen het verhaal van de verloren zoon uitbeeldden. Ik koos voor de rol van de jongste zoon en kreeg van Froukien een opdracht. Ik moest de oudste zoon zien over te halen deel te nemen aan het welkomstfeest. Ik ervoer ter plekke hoe onvergefelijk mijn vertrek wel niet was geweest. En hoe groot de liefde van de vader in het verhaal was.”

Het effect van dit proces kan langdurig zijn. Niet alleen leveren deze bijeenkomsten stof tot nadenken, zij vormen ook een aanzet om datgene wat zij samen hebben ontdekt te delen met anderen.  In de opzet van de cursus wordt hier ook uitdrukkelijk rekening mee gehouden. Er is geen verplichting maar het gebeurt vaak spontaan. De groep heeft samen een viering in de Studentenkerk voorbereid en uitgevoerd en zij zijn ter afsluiting een weekend met elkaar weggeweest naar een klooster in de buurt. Daar hebben zij geëvalueerd en hebben zij stil gestaan bij wat zich het afgelopen jaar heeft afgespeeld.

Vieren en delen

De voorbereiding en uitvoering van de viering in de Studentenkerk was een groot succes. De reacties van de bezoekers waren enthousiast. Zij mochten een klein uur getuige zijn van de resultaten van een groep die een jaar lang geïnvesteerd had in elkaar. Een student verwoordt het dan ook zo:

Annemarie:” Ik vond het fijn om de dienst samen voor te bereiden, het thema, en om heel veel volk voor je te hebben, te laten zien, naar de gemeenschap toe, dat zijn wij.”

De viering was het sluitstuk van een aantal bijeenkomsten die eens in de veertien dagen een jaar lang plaatsvonden. Het delen met elkaar wat tijdens die bijeenkomsten in de groep plaatsvond kreeg in de viering een breder karakter. Delen werd een vorm van vieren. Delen kon ook in de vorm van een ritueel worden verbeeld. Zodanig dat anderen die dit proces niet hadden meegemaakt toch deelgenoot konden worden. Een begin van gemeenschapsvorming tekent zich zo af. Voor de individuele student hebben de bijeenkomsten nog een extra dimensie gekregen die ook op beroepsniveau gevolgen kan hebben zoals bij de keuze voor geestelijk verzorger:

Remco: “‘Geloven als Ontdekkingsreis’ heeft me in contact gebracht met enkele boeiende personen die ik nog steeds af en toe zie. Het inspireert me om te zien hoe zij ook zoekende zijn. De bijeenkomsten me meer in contact gebracht met mijn religieus gevoelsleven. Voorheen was ik vooral rationeel bezig met religie. Nu lukt het me meer en meer af te dalen tot het emotionele niveau. Ik vind dit belangrijk. In de toekomst hoop ik aan de slag te kunnen als geestelijk verzorger. Het lijkt me van groot belang dat ik me bewust ben van wat religie ten diepste voor mij betekent. Rationeel, maar zeker ook emotioneel.”

Ervaren – beleven, reflecteren – bezinnen, delen – v ieren

De resultaten van de werkwijze in de groep “Geloven als ontdekkingsreis” zijn voor ons van groot belang. Zij laten zien dat geloven ook in een eigentijdse jas zeer actueel is, dat er veel behoefte is aan onderling gesprek en aan beleving van religieuze ervaringen en het delen ervan. Zij maken ook duidelijk dat geloven geen kwestie is van het aannemen van een pakket van waarheden, van aanpassen aan de gegeven omstandigheden zonder vragen te stellen, en zonder twijfels te uiten. Geloven als zoektocht sluit aan bij de geestesgesteldheid van hedendaagse jongeren en kan hen daarom ook iets bieden. Natuurlijk is ons aanbod niet voor elke student geschikt. Veel studenten zitten niet te wachten op deze bijeenkomsten omdat zij andere interesses hebben. Maar de studenten die vragen hebben op geloofsgebied en die aan het ontdekken zijn waar ze zelf staan kunnen heel veel steun beleven aan deze bijeenkomsten.

Belangrijk is de open en tolerante sfeer binnen de groep, een houding van aandacht en respect, ieder in zijn waarde laten. Maar ook de begeleiding die samen met de studenten op weg gaat, niet de route bepaalt, maar wel af en toe er voor zorgt dat het de diepte in gaat en dat de groep niet teveel aan de oppervlakte blijft hangen. Daarvoor zijn er hulpmiddelen maar vooral ook een fijn aanvoelen van wat er zich in de groep afspeelt. Het vertrouwen in de eigen kracht van de groep om de nodige ontdekkingen te doen gaande het proces is hierbij van belang. Wij kunnen en wij hoeven het niet te weten voor anderen. De studenten die meedoen dragen hun vragen aan, maar hebben ook al een vermoeden van het antwoord. De bijeenkomsten werken hierbij verhelderend en stimulerend. Reflectie leidt tot bezinning, ervaring tot beleving en delen tot vieren. Dat hebben we kunnen constateren in de bijeenkomsten van de groep. Elke nieuwe groep begint met eigen vragen. Maar als er genoeg “commitment” is van de leden kan er telkens iets moois opbloeien in dit proces. Dat is dan mede een van de vruchten van ons werk waarin wij zaaien, maar waarin de groei inherent is aan de kracht van de deelnemers zelf. De cursus vormt het kader, de begeleiding de stimulans en inspiratie, maar de deelnemers zelf doen het meeste werk. Zij ontdekken meer en meer zichzelf. En dat is goed zo.

John Hacking

vrijdag 1 februari 2008