collage

De werkelijkheid – hoe nemen wij haar waar? En wat is werkelijkheid, wat is werkelijk, wat is waar, wat is waarheid? Misschien is het altijd een collage – onze manier van waarnemen. Omdat we al selecteren, samenvoegen, opnieuw interpreteren. En we nemen niet alleen met onze ogen waar, maar met al onze zintuigen, ons hele lichaam. Het amalgaam wat hieruit ontstaat noemen we maar voor het gemak onze waarneming van … vul maar in.

“Mankind cannot have much reality” schreef T.S. Eliot al veel eerder. Hoe zo niet veel werkelijkheid(szin)? Is het zo moeilijk om de realiteit binnen te laten? Gooit ze onze schema’s, onze verwachtingen overhoop? Zet ze een breekijzer onder onze zekerheden?

Hoe is de relatie tussen mijn lichaam, de waarneming van mijn lichaam, hoe ik tegen mezelf aankijk, mijn zelfbeeld en hoe ik tegen de wereld aankijk, mijn wereldbeeld?

Wat zeggen deze relaties over mijn werkelijkheidsbesef, hoe ik in de wereld sta en hoe ik mijzelf in deze context ervaar? Vragen alom…dus op naar de studie.

John Hacking

 

Waiting for Godot

tragicomedy in 2 acts

 

http://samuel-beckett.net/

http://samuel-beckett.net/Waiting_for_Godot_Part1.html

http://samuel-beckett.net/Waiting_for_Godot_Part2.html

 

 

By Samuel Beckett

 

Estragon

Vladimir

Lucky

Pozzo

a boy

ACT I

 

A country road. A tree.

Evening.

Estragon, sitting on a low mound, is trying to take off his boot. He pulls at it with both hands, panting. #


He gives up, exhausted, rests, tries again.

As before.

Enter Vladimir.

ESTRAGON:

(giving up again). Nothing to be done.

VLADIMIR:

(advancing with short, stiff strides, legs wide apart). I’m beginning to come round to that opinion. All my life I’ve tried to put it from me, saying Vladimir, be reasonable, you haven’t yet tried everything. And I resumed the struggle. (He broods, musing on the struggle. Turning to Estragon.) So there you are again.

ESTRAGON:

Am I?

VLADIMIR:

I’m glad to see you back. I thought you were gone forever.

ESTRAGON:

Me too.

VLADIMIR:

Together again at last! We’ll have to celebrate this. But how? (He reflects.) Get up till I embrace you.

ESTRAGON:

(irritably). Not now, not now.

VLADIMIR:

(hurt, coldly). May one inquire where His Highness spent the night?

ESTRAGON:

In a ditch.

VLADIMIR:

(admiringly). A ditch! Where?

ESTRAGON:

(without gesture). Over there.

VLADIMIR:

And they didn’t beat you?

ESTRAGON:

Beat me? Certainly they beat me.

VLADIMIR:

The same lot as usual?

ESTRAGON:

The same? I don’t know.

VLADIMIR:

When I think of it . . . all these years . . . but for me . . . where would you be . . . (Decisively.) You’d be nothing more than a little heap of bones at the present minute, no doubt about it.