Spiegelboom – mirrortree

De arme Narcissos ontdekt wat later op zijn leven zijn eigen gezicht in een plas water. Sneu voor hem was vooral dat hij zijn oren niet gebruikte, want dan had de zielige Echo gehoor gevonden en waren ze misschien gelukkig getrouwd. Helaas het heeft niet zo mogen zijn en sindsdien zwerft Echo als een verweesde ziel tussen de rotsen en valleien. Narcissos echter had nog nooit zijn gezicht zien want spiegels had men nog niet uitgevonden en de wind deed het water meestal rimpelen – trouwens hij was waarschijnlijk ook niet op het idee gekomen om eens goed naar zichzelf te gaan zitten staren. De dag dat het wel lukte was meteen een tragische dag. Hij kon zich niet meer losmaken. Het vrat al zijn aandacht en het resultaat was dat hij verkommerde en stierf. Hij had misschien beter zijn ogen kunnen uitsteken, handelend naar het bijbelse gezegde, ‘het is beter een oog te verliezen dan je leven te verspelen’.

Narcissos ging dus langzaam ter ziele en op die plaats groeit sindsdien de narcis. Een mens werd plant. Een beter lot dan de arme Echo die slechts wind kon worden, ruis….Deze regressie leert ons het volgende: Narcissos kon slechts narcis worden omdat op de een of andere wijze de plant al in hem zat. De plant misschien wel als boom zit dus ook in ons want waar komt anders het gezegde vandaan ‘mensen als bomen’.

Als bomen dus hoogstwaarschijnlijk deel van ons uitmaken, alleen het is er nog niet uitgekomen kunnen we vragen hoe dat dan aan het licht komt. Welk deel van ons is plantaardig of om het moeilijker te zeggen vegetatief? Nou zijn er veel geleerden geweest die ook de menselijke soort een vegetatief stadium toekennen en dat wisselt van de plek in de baarmoeder tot aan de voedselopname en verwerking, het ademen en de bloedsomloop bij de volwassene. De plant is dus volop in ons aanwezig in onze organen. Maar kan de plant, kan de boom ook denken in ons, zijn er sporen van te vinden? Nou hebben wij mensen een klein voordeel ten aanzien van bomen en struiken: we kunnen praten met woorden en met beelden. Misschien fluisteren bomen ook wel eens en hebben ze onzichtbare en onkenbare behoeders zoals een ‘Treebeard’, een ‘ent’ in het bos van Tolkien, maar bij ons in de buurt staat niet zo’n woud en in het Reichswald ben ik ze nog niet tegengekomen. Dat kan misschien nog gebeuren maar ik heb eerlijk gezegd niet veel hoop.

Met onze beelden en onze woorden brengen wij de bomen buiten ons aan de man en vrouw: als product, als een van de hoofdfiguren in een verhaal (denk maar aan het paradijs) of als lieveling om te knuffelen (denk maar aan prinses Irene). Maar de boom in ons krijgt nauwelijks stem, die willen wij eigenlijk niet horen. Want die boom herinnert ons eraan hoe het ook kan zijn: standvastigheid, robuustheid, boom uit een stuk, niet van zijn plaats te krijgen, aanpassen in elke omstandigheid, soepel en variabel, inspelen op wat er komt, weten hoe de zaken ervoor staan, kortom op het eerste gezicht voor ons mensen tegenstrijdige kenmerken maar voor een boom mooi in balans de voorwaarde om te bestaan. En daar kunnen we wat van leren. Bomen spiegelen ons een wijsheid voor waar me ons voordeel mee kunnen doen.

Daarom hangen we aan elke boom een spiegeltje, een kleine aanmoediging aan passanten om eens in de spiegel te kijken en zich af te vragen of de boom in ons niet wat meer aandacht nodig heeft en of de boom buiten ons niet wat meer zorg. Zo kunnen we, wat meer wakker geworden, de handen ineen slaan om de bijl, de zaag en de grijpmachine om te wisselen voor de gieter (of om het weer weer eens bijbels te zeggen ploegscharen in plaats van zwaarden). Dan kan het een goed en duurzaam jaar worden – ook voor de bomen.