Inkeer

Lucas 18,1-9:

1 Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:

2 ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen.

3 Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.”

4 Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen,

5 toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’

6 Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht.

7 Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten?

8 Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’

De parabel over de onrechtvaardige rechter, die Jezus hier in Lucas 18  aanhaalt, om te illustreren, dat als zo’n man al gehoor geeft aan een oproep, God toch zeker gehoor zal geven aan het smeken van zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, heeft op meneer Gaddafi nog niet veel indruk gemaakt.

Hij verzet zich met hand en tand tegen het aanhoudende roepen van zijn volk om op te stappen – om nu maar eens keer een einde te maken aan 42 jaar dictatuur. Moebarak in Egypte heeft uiteindelijk geluisterd, en Ben Ali in Tunesië ging hem vooraf – niet van harte – maar ze gingen. Ze gaven uiteindelijk toe aan de druk van het volk om te vertrekken.Ook onze rechter heeft genoeg van de klachten van de weduwe. Maar meneer Gaddafi weet van geen ophouden en geen opgeven. Hij is dus geen goed rolmodel voor deze parabel.

Maar er zit nog een addertje onder het gras: God zal recht verschaffen, maar aan wie zal Hij dat doen, en zijn de mensen het wel waard?Deze twijfel drukt Jezus uit met zijn laatste zin in het verhaal:Zal de Mensenzoon bij zijn komst, geloof vinden op aarde? Een beetje vaag allemaal op het eerste gezicht – want wanneer komt de Mensenzoon dan, en hoe lang moeten we daar nog op wachten? En wat moeten we geloven, of waar moeten we op vertrouwen? En nog belangrijker: God verhoort de gebeden van zijn uitverkorenen, maar hoe zit het met hen die niet uitverkoren zijn – de twijfelaars, de wankelmoedigen, de niet-weters, de cynici, de sceptici, de ongelovigen,  de heidenen, de ketters, de atheïsten en agnosten, de godsdiensthaters? Zo nu heb ik wel genoeg tegenpartijen opgenoemd. Zijn zij allemaal verdoemd? Hebben ze pech gehad, jammer dan, niets aan te doen – hadden ze maar beter moeten weten? U merkt het, door het op deze boeg te gooien is het probleem opeens veel groter geworden: op eens gaat het over redding en verdoemenis,over heil en onheil voor allen.

Toch is dat geen te vergezochte conclusie want de tekst staat in het teken van de komst van de Mensenzoon – een eschatalogische tijd – een eindtijd. Ook de leerlingen vragen zich af wie dan bij de uitverkorenen horen. In de volgende parabel over de farizeeër en de tollenaar in de tempel krijgen ze daarop een antwoord. Die parabel is vast bekend, neem ik aan. De hoogmoedige farizeeër is het in ieder geval niet. Die loopt naast zijn  schoenen van kwezelachtige vroomheid. Hoe het ook zij, hoe zit het met ons? Hebben wij genoeg geloof/vertrouwen? Ik vermoed dat we de boel niet op de spits moeten drijven.  Als het over farizeeërs en tollenaars gaat, gaat het over gewone mensen. Geen superhelden dus, en daar vallen wij, zo vermoed ik, ook onder. Het christendom is geen godsdienst van helden – van supermensen.

Al dat heldengedoe heeft meestal niks opgeleverd: kijk maar naar de  Geschiedenis. Het resultaat was meestal veel lijken, veel doden. Ook meneer Gaddafi en zijn zonen mogen zichzelf misschien dan een zekere mate van heldendom en onverzettelijkheid toedichten – het blijven ordinaire moordenaars, uitbuiters, profiteurs en dictators. En dat al heel lang. Meer niet! Als nu de vluchtelingen uit Noord Afrika massaal Europa binnenstromen krijgen  de Europese leiders wat ze verdienen. Dan hadden ze maar niet dit soort van  figuren decennia lang de hand boven het hoofd moeten houden  omwille van  olie en andere rijkdommen, ten koste van het volk in die landen.

De tijden zijn veranderd: de mensen pikken het niet meer. Ze hebben jarenlang geroepen als de weduwe om recht en rechtvaardigheid: nu is de maat vol. Een nieuwe generatie is opgestaan. En heb ik ook nog een politiek advies aan onze regeringsleiders? Jazeker: steun en ondersteun het protest op een constructieve wijze. Constructief is recht doen aan gerechtvaardigde eisen: een recht op wonen,  werken, onderwijs, toegang tot de welvaart, toegang tot kennis en informatie, gezondheidszorg, bestrijden van de corruptie, een eerlijk rechtssysteem.

Het zal een lange weg worden waarin ook het spook van de politieke islam geregeld van zich zal doen spreken. Maar dat mag geen excuus zijn om de gerechtvaardige eisen van miljoenen onder de tafel te vegen. Als de onrechtvaardige rechter eieren voor zijn geld kiest, Als God – volgens Jezus – hetzelfde doet, waarom wij dan niet? Er is een wereld te winnen: een nieuwe wereld met eerlijker verhoudingen. Zonder het werk hieraan is van duurzaamheid geen sprake. Dan is duurzaamheid een holle klank, een ijdel streven. Amen.

7-3-2011 John Hacking