Mensenwoord versus Godswoord

Religieuze boeken als bijbel en koran beschouwen als mensenwoord, wat ze natuurlijk ook zijn, want mensen schreven de teksten (God heeft geen hand om te schrijven en kent geen inkt noch papier), herbergt toch een zeker gevaar met betrekking tot de duiding van de boeken. Worden ze als mensenwoord beschouwt dan loopt de predikant of schriftuitlegger het gevaar zich op het standpunt van de schrijver te stellen en vanuit deze meta-positie zijn rol in te vullen en duiding te geven aan de tekst. Er is alleen een klein probleem: hij is niet de verteller en schrijver, hij leeft niet in dezelfde tijd en hij deelt waarschijnlijk niet de dezelfde vooronderstellingen. Kortom hij is en blijft een vreemde. Zich aanmatigen om te begrijpen wat de verteller en schrijver heeft willen zeggen vanuit die positie riekt naar hybris, overmoed en doet de tekst meestal tekort omdat niet de zeggingskracht van de tekst van binnenuit wordt ondersteund maar van buitenaf in een kader wordt gezet. Weg inhoud, weg betekenis, weg mogelijke nieuwe inzichten die uit de tekst kunnen opdoemen als de tekst van binnenuit wordt gelezen en geduid. Natuurlijk ligt het niet zo zwart wit maar het gevaar is groot dat de lezer vanuit deze meta-positie en ook de toehoorder eerder verstaat wat hij zelf wil en kan lezen en horen dan de mogelijkheden die ook nog in de tekst verborgen zitten en die via zorgvuldige ondervraging boven kunnen komen.

Daarom stel ik voor de tekst te beschouwen als Godswoord. God is de onbekende partner in deze constructie en omdat hij onbekend is is er ruimte voor nieuwe inzichten, onverwachte wendingen en betekenissen. God maakt de weg vrij voor duidingen die de schrijver er niet in heeft gelegd maar die gezien context en omstandigheden opeens kunnen opduiken. Als de tekst Godswoord is kan vanuit het respect voor dit woord ruimte ontstaan: om de tekst een zeker voordeel te geven boven de twijfel, om de tekst eerbiedig te behandelen want ze zegt misschien meer dan ik met mijn simpel mensenverstand kan waarnemen, om de tekst de ruimte te geven de meerduidige en veelzijdige werkelijkheid te laten raken, te laten aanraken. Want dat is wat een tekst kan doen: ze aait langs de werkelijkheid. Ze zegt niet, zo en zo is het en niet anders. Dat zou overmoed, hoogmoed en domheid betekenen want wie ben jij om de werkelijkheid in woorden vast te leggen alsof de taal een gevangenis is waaraan de realiteit zich moet aanpassen. Een tekst heeft feeling met de werkelijkheid en koestert deze maar dan op een fluwelen manier, met een zachte hand, met een poëtische benadering. Het is niet zonder reden dat veel verhalen en profetische getuigenissen uit bijbel en koran en uit andere religieuze boeken gebruik maken van poëzie om een duiding, een aai, een korte maar veelzeggende interpretatie te geven van de werkelijkheid die niet binnen de woorden kan worden opgesloten. God is een dichter en de vertolker van deze goddelijke woorden kan niet anders dan een dichter zijn. Elke pretentie die verder gaat is in mijn ogen verdacht omdat ze niet God op het oog heeft (dat beweert ze natuurlijk wel) maar eerder het welbegrepen eigenbelang dat God voor zijn karretje wil spannen. Religieuze leiders die denken te weten hoe het zit met de uiteindelijke beloning van mensen: hemel of hel, naargelang hun daden en de goddelijke waardering daarvan, Osama bin Laden in de hemel omdat hij bijvoorbeeld een martelaar is omdat hij als moslim is gestorven, of Obama in de hel omdat hij zich niet tot de Islam bekeert, (zoals een prominente religieuze grootheid in Indonesië verkondigt die veroordeeld is voor een terroristische aanslag op Bali met talloze doden) of zoals de leden van de katholieke Inquisitie dachten te weten bij het veroordelen van ketters, Joden, heksen en andere hen onwelgevallige groepen in de toenmalige samenleving, vind ik persoonlijk walgelijk. Welk recht matig je je aan om in Gods plaats te treden en zijn oordeel te vellen op basis van interpretatie van citaten en fragmenten? Godswoord is er niet om te verkrachten of om te verhaspelen voor je eigen politieke gelijk. Geen enkel bijbels citaat valt samen met de werkelijkheid die het aanduidt. Geen enkel menselijk woord valt samen met de werkelijkheid die wordt geduid. Er is en blijft een kloof, een wereld van verschil: een “rupture” op zijn Frans. Als je vanuit een zekere hoogmoed deze kloof wilt dichten met jouw woorden en jouw interpretatie maak je je eigen wereld maar dan moet je niet ervan uitgaan dat dit ook de “echte” wereld is. Je zou nog een vies op je neus kunnen kijken als het allemaal heel anders zal blijken te zijn. Als je lekker zit te smoren in de voor bestemde plek in de hel of het vagevuur en terugdenkt aan alle domheid en kortzichtigheid die je leven heeft gekleurd en die je tot hiertoe heeft gebracht. Hemel, hel, vagevuur? Een mooie manier van duiden, van poëzie om de eindigheid van de mens om te duiden in eeuwigheid, ten goede of ten kwade. Niets is de mens vreemd. Wij geloven wat we hopen. Hoe dan ook willen wij zoals Goethe al zei “eeuwigheid”, is het niet in dit leven dan maar daarna. We zullen wel zien. Als het niet zo is, ook geen mens overboord.

John Hacking