Theologie en meta-posities

aken

De meta-positie van de theologie

De filosofie was vroeger de dienstmaagd van de theologie. Alvorens men aan de studie theologie begon studeerde men eerst een paar jaar filosofie. Dan pas was men rijp om aan de slag te gaan met theologische begrippen en constructen. Men had kennis gemaakt met logica en metafysica en nu was men klaar voor de gedachten omtrent God. Theologie is een studie die meta-posities inneemt net als de filosofie. Om dat te kunnen doen is het nodig om een goed begrippenapparaat tot je beschikking te hebben want zonder lukt dat niet. De filosofie levert een bijdrage en de theologie gaat op dit pad verder. Het begrippenapparaat van de theologie heeft een bijzondere status omdat het de pretentie heeft iets te zeggen over God en de transcendentie, thema’s die strikt genomen buiten de waarneembare werkelijkheid vallen. Filosofie kan strikt genomen niet verder komen dan de aanname dat er een God kan zijn en concreet constateren dat er mensen zijn die in God geloven en aan zijn bestaan of aan zijn aanwezigheid geloven. Dat laatste is een existentiële beslissing en géén filosofische stap. Een consequent doorgedachte filosofie komt uit bij een a-theos, niet-god. Maar nu heeft de filosofie nog wel meer problemen om begrippen en thema’s te doordenken zodat ze voor iedereen te onderschrijven zijn. Bijvoorbeeld begrippen als bewustzijn, werkelijkheid, subjectiviteit, objectiviteit, kosmos, wereld, etcetera zijn op de keper beschouwd problematisch. We gebruiken de begrippen wel in ons dagelijks spraakgebruik maar als we ze problematiseren komen we in een veld van onhelderheid terecht. Een grote mist bedekt de toppen van de filosofische bergtoppen hoe vaak deze ook zijn verkend en beklommen door tal van filosofen in de loop der geschiedenis.

Maar in de theologie is het eigenlijk niet veel anders. Als de theoloog ook al voortbouwt op de uitgangspunten van de filosofie, ze wordt noodzakelijkerwijs besmet met de filosofische onduidelijkheden en aporieën. Thomas van Aquino heeft zo heel veel gehad aan de ideeën van de Griekse filosoof Aristoteles. Als de theologie zich daar niets van aantrekt kan dat natuurlijk maar het hele bouwwerk wordt alleen maar meer onzeker. De theoloog problematiseert meestal niet de begrippen waarmee hij bouwt en al helemaal niet het filosofisch bouwwerk dat eraan ten grondslag ligt. Dat betekent strikt genomen dat de theologische constructen op drijfzand zijn gebouwd vanuit filosofisch perspectief. Nu de theologie haar vooraanstaande plaats in de wetenschappen die vanouds het academisch milieu bepaalden, heeft verloren is er nog minder kans om haar het voordeel van de twijfel te geven en de nodige ruimte en het respect dat ze verdient. Is dat erg? Dat hangt van je perspectief af. En ook van het feit of je met theologie nog iets wilt bereiken.

Is de theologie dan helemaal zinloos geworden in de moderne tijd? De opkomst van de aandacht voor hermeneutiek in de filosofie heeft de theologie een dienst bewezen want nu kan ze op dit fundament verder bouwen zonder de noodzaak van een metafysica die op aannames berust en die uitgaat van begrippen als oorzakelijkheid, oorsprong, beweging, veelheid, eenheid, verandering, niets en andere begrippen zoals die ook in natuurwetten ter sprake komen. De hermeneutiek heeft de ogen geopend voor betekenissen en verhaalstructuren. Als de woorden die over God worden gesproken, ontleend zijn aan verhalen en als de verhaalstructuren van de bijbel en van andere religieuze geschriften centraal staat, dan betekent dat, dat we in een ander soort discours zijn terecht gekomen. En als dan de relatie wordt gelegd met de existentiële dimensie achter of onder die verhalen (ook al berust dat veelal op vooronderstellingen die weer gebaseerd zijn op persoonlijke getuigenissen), dan voelen de theologen op hun klompen aan dat ze nu weer verder kunnen. Maar nu op een nieuw spoor en minder afhankelijke van de metafysische constructen die de theologie eeuwen daarvoor heeft getekend. Geloven is in eerste instantie een existentieel gebeuren. Aandacht voor de existentie is in de geschiedenis van de filosofie niet zo oud en binnen de theologie die grotendeels op filosofie voortbouwde evenmin. Het existentialisme is duidelijk een keerpunt in de geschiedenis van de filosofie. Heeft daarmee het rationalisme dat eeuwen lang het discours bepaalde afgedaan? Ik denk van niet, maar het is niet meer de overheersende stroming binnen het denken. Met de opkomst van fenomenologie en de aandacht voor de ervaring en het betekenis geven aan deze ervaringen heeft de theologie haar voordeel kunnen doen. Theologiseren is nu niet meer alleen een kwestie van deductie maar inductie staat nu centraal: de bronnen voor theologie liggen nu ook in het leven van concrete mensen en niet alleen maar in schrift en traditie. De vertaling van het heden en de hedendaagse ervaringen vormen nu mede uitgangspunt voor het theologiseren.

Vanuit de eeuwenlange tradities in de theologie is dit eigenlijk een soort van unicum. Niet dat dit niet eerder gebeurde, want elke periode heeft haar neerslag achter gelaten op het theologiseren, (zie Augustinus die de problemen van zijn tijd meenam in zijn denken) maar het unieke zit in het feit dat we nu in een totaal nieuwe fase van de menselijke geschiedenis terecht zijn gekomen. Nieuw is namelijk dat we op het punt staan het lichaam achter te laten. Nog niet helemaal letterlijk, hoewel transhumanisten hier wel van dromen, maar meer virtueel. We hebben het lichaam niet meer compleet nodig om bepaalde acties te ondernemen, de computer heeft veel overgenomen. Maar hoe verhoudt de computer zich tot de bijbel en de verhalen uit die tijd? De mogelijkheden van nu tegenover de bijbelse wonderverhalen? De nomadische stammen en het rondtrekkende volk tegenover de wereldsteden nu? Is met de verandering van context ook niet de onmogelijkheid gegeven überhaupt verhalen uit die tijd te plaatsen in het heden omdat er zoveel verschrikkelijk veranderd is?

Ik vermoed dat we nog nauwelijks in de gaten hebben wat de nieuwe wereld die we aan het betreden zijn inhoudt voor ons denken en theologiseren. Als we erin slagen alles via de digitale weg te laten verlopen, al onze communicatie, ongeacht onze verschillen, dan heeft dat gevolgen voor onze theologische begrippen. Want wat wordt de praktijk? Wie en wat bepaalt de inhoud van de begrippen en beelden? Neem bijvoorbeeld Wikipedia en de mate waarin de daar vastgelegde betekenissen worden geraadpleegd, dan ontdek je hoe betekenissen conform gebruik en opvattingen van de samenstellers komen vast te liggen. Het ontdekken van alternatieven wordt extra moeilijk als de gebruiker daar te lui voor is of het inzicht mist dat er varianten zijn en dat geen betekenis absoluut is. Als in de nieuwe communicatiesystemen regels en betekenissen komen vast te liggen omwille van het gemak in de communicatie zal dat misschien ten koste gaan van de diversiteit en pluraliteit van de begrippen en hun inhoud. Hoe zou het begrip God worden omschreven? Als een vorm van relikwie? Een vergeten of ouderwetse mogelijkheid van mensen uit het verleden die zich nog vasthielden aan betekenissen uit inmiddels achterhaalde religieuze systemen? Of het begrip incarnatie, hypostase, het begrip openbaring, verlossing en schepping? Woorden als zonde en genade, bevrijding, hemel en hel, liefde, ze hebben allemaal een zwaar theologische lading en veld waarin ze zijn ontstaan. Kunnen we ze nog vruchtbaar inzetten in onze tijd?

Toch is de theologie nog niet helemaal uitgespeeld. Haar betrokkenheid op het transcendente karakter van de werkelijkheid kan haar een kritische lading geven om het hier en nu van de materiële waan van de dag en de kortstondigheid van de belevenissen te confronteren. Er is meer dan hier en nu, en meer dan het zichtbare en tastbare. Dat méér heeft een eigen waarde die niet in reclameslogans en leefregels valt te vangen. Het oude model van de pelgrimstocht kan dit illustreren. Velen gaan tegenwoordig te voet op weg naar een bekende plaats. Waarom ondernemen ze deze tocht? Om te ontdekken wat er nog meer te koop is in hun leven buiten werk, carrière en relaties: namelijk een basis waaruit ze kunnen putten en leven, inspiratie die hen op de been houdt en die misschien de mogelijkheid biedt voor een groter concept om hun leven te verstaan. Hoe gaat dat dan? Door te lopen, door je over te geven aan de natuur, door de moeilijkheden op je weg niet uit de weg te gaan en door te overdenken waar je tot nu toe mee bezig bent geweest. Teksten uit de Schriften en de religieuze tradities kunnen je handreikingen aanreiken waaraan je jezelf kunt optrekken in je overwegingen. Anderen konden het volhouden, ontdekten nieuwe kaders, waarom jij dan niet? En als wij de theologie zo inzetten, vanuit deze meta-positie, dan is er nog veel winst te halen en zal ze vruchtbaar zijn als nooit tevoren. Maar zoals voor alles geldt, het is niet zonder prijskaartje. Je moet er wel wat voor doen in de vorm van studie en tijdsinvestering. Het zal zeker de moeite waard zijn.

John Hacking
26 juni 2013

lludwig forum aken
lludwig forum aken