Beheersingsdenken

geen dood svp

BEHEERSINGSDENKEN

ORILLAS

¡CON QUÉ DELEITE sombra, cada noche,
entramos en tu cueva
– igual que en una muerte
gustosa -,
hartos de pensar, tristes,
en lo que no podemos cada día!
– Los ojos esos que nos miran nuestros ojos
más que otros ojos,
que nuestros ojos miran más que a otros ojos
– estas nostaljias encendidas,
como carbones, del carino -,
también se cierran en nosotros,
casi como en su sombra-.

Silencio. Y quedan
los cuerpos muertos, fardos negros,
a lo largo del muelle abandonado,
unidos sólo, bajo las estrellas,
por su espantoso vencimiento.

OEVERS

Met welk genot, donker, glijden wij
in jouw grot, nacht voor nacht
– als in een welkome
dood -,
genoeg hebbend van droevige gedachten
over datgene, wat wij niet kunnen, dag voor dag!

– De ogen, die ons in de ogen kijken,
meer als in andere ogen,
ogen, in welke de onze meer kijken dan in andere
(deze verlangens, vlammend
als kolen, naar tederheid),
ook zij sluiten zich nu in ons,
bijna als in het eigen donker.-

Stilte. Alleen

de dode lichamen, zwarte balen,

blijven op de verlaten
kade liggen, verenigd, onder de sterren,
enkel door het gruwen van hun nederlaag.

J.R. Jiménez

In een denken dat wil beheersen is ziekte vaak het begin van, maar zeker de dood een absoluut mislukken. De dood is als een oceaan die aanspoelt tegen het strand. Staande op het zand is het water donker en eindeloos. Maar onder je voeten is houvast want je leeft. Degene die je hebt verloren is voorgoed meegesleurd door de golven. Weg de diepte in.
De dood van anderen, van geliefden, is niet je eigen dood. Die ken je (nog) niet en het is de vraag of je hem ooit zult leren kennen want je kennen, je kenvermogen stopt waarschijnlijk met het afsterven van je lichaam.
Met ons denken is de dood niet te bevatten. De kademuur weet niets van de oceaan, behalve dat het water er tegen slaat, dat de stenen groen worden van de algen, dat de voegen als ze niet worden onderhouden langzaam uitslijten.
De dood is een oceaan, een zee, die vanaf het land nauwelijks is te bevatten. Als je landdenker bent, filosoof, denker op het land, van het land, denk je meestal niet in oceanische termen, is het oceanisch gevoel een vreemde gewaarwording. In de literatuur die hierover geschreven is spreekt men ook wel over het begin van een mystieke ervaring omdat alle grenzen worden overschreden of opgeheven. De oceaan is onbegrensd. Alleen het land kent grenzen. De zee, de oceaan omgeeft het land en daardoor lijkt het alsof het water eindeloos is. De enige beperking is de aarde zelf: de aardschotsen drijven op een zee van water, vormen zo de continenten. Het water is de dragende kracht en bezit een zekere oneindigheid omdat de aarde rond is.
Als landdenker denk je in compartimenten, in afdelingen, in begrenzingen. Hokjesgeest. Afgebakende territoriums, bewaakte grensovergangen, duidelijke onderscheidingen. Dat geeft houvast, een vorm van zekerheid dat het leven beheersbaar en stuurbaar is. Maar de dood onttrekt zich hieraan. Alle levende vormen kunnen wel in categorieën worden gevat, alle dingen kunnen ergens in worden ondergebracht, zelfs de tijd kan in blokjes worden weergegeven. Maar de dood is een niets, een onmogelijk iets.
Beheersing, de illusie van sturing geeft een gevoel van trots, van bevrediging, zelfbevestiging, een je goed in je lijf en in je geest voelen. Ook dat is relationeel bepaald, want als je op een onbewoond eiland je leven slijt zullen veel vaardigheden nauwelijks interessant zijn want er is niemand om ze mee te delen of ze aan te laten zien. Als er geen relaties zijn wordt veel zinloos, overbodig, flauwekul, de moeite niet waard om je druk over te maken.
Zelfbevestiging door het beheersen van vaardigheden, het lukken van acties en het in de hand houden van mechanismen geeft slechts een tijdelijk gevoel van bevrediging. Voortdurend jagen hierop maakt rusteloos als je niet ergens je basis, je rust, je diepgang vandaan haalt.
Maar waarop kan je ik-gevoel, je zelfbewustzijn, je gevoel van zelfbevestiging dan rusten? Wat is de bodem onder je bestaan? Waar liggen je wortels waarmee je verankerd bent in de aarde zodat je bij hevige wind niet omwaait?
Als je het enkel zoekt in beheersen, in macht willen hebben over omdat je anders onzeker bent, kom je er niet. Een zekere mate van overgave en van vertrouwen heb je nodig anders is het leven onleefbaar. Mensen om je heen op wie je kunt bouwen, een gevoel van eigenwaarde, waardevol zijn voor jezelf wat er ook gebeurt, is onontbeerlijk om het vol te houden.
Zelfacceptatie is de koningsweg naar houvast en naar een gevoel van vrede. Dat is nog wat anders dan tevreden, hoewel het er wel op begint te lijken. Vrede hebben met jezelf, je mogelijkheden en onmogelijkheden, je kwaliteiten en je onhebbelijkheden. Zo ben je nu eenmaal, meer is er niet van te maken. Dat lijkt makkelijker dan het is, zeker in een maatschappij met hoog gespannen verwachtingen waarin je het idee hebt te moeten uitblinken, om op te vallen, om gekozen te worden, om mee te kunnen doen. Jij moet het verschil maken, dat idee, of illusie, kan je klem zetten in die verwachtingen, zeker als je pech hebt, als dingen tegen zitten, als het leven niet uitpakt wat je ervan verwacht.
Maar dan nog, de landdenker is een beperkte denker omdat hij/zij in hokjes denkt. Het leven laat zich nu eenmaal niet in hokjes vangen en beschrijven is wat anders dan levend existeren. Beschrijvingen hobbelen achteraan en geven schijnzekerheid van houvast. Dat is ook de grote valkuil in elke wetenschap: de beschrijving is niet de werkelijkheid ondanks de illusies die worden gewekt door het idee van inzicht en kennis veroorzaakt door de beschrijvingen.
We leven gevangen in betekenissen, in interpretaties. Heinrich Rombach schrijft in Strukturontologie: “Jede Struktur is eine Interpretation. Jede Interpretation enthält eine Fülle möglicher Interpretationen. Der Zusammenhang dieser ist selber wieder eine Interpretation. Prinzipiell ist jede Interpretation möglich. Es gibt nicht “Realität” in der Form, dass die Interpretation auf sie nur bezogen wäre.” (München 1988, p. 339-340).
De dood is een oceaan. Ook dat is interpretatie. Bron voor dichters en kunstenaars. Aanleiding voor stoere geesten om schepen te bouwen en de zeeën te bevaren, vreemde kusten te verkennen. Zo is onze beschaving pas echt begonnen. Door het land te verlaten, door de sprong in het diepe te wagen. Wat hebben we ontdekt? Nieuwe waterwegen, zeeën en vooral nieuw land. We hebben onszelf weer teruggevonden op een andere plek op aarde in een andere context. Maar uiteindelijk kwamen we weer aan land. Zonder land is het op zee niet uit te houden, zonder land geen overlevingskans op zee.
Zo laat de oceaan, zo laat de zee ons zien dat ons leven gekluisterd is geraakt aan het land. Dat het land onze mogelijkheden vergroot en beperkt, verstrekt en inperkt. Van het land hebben we het beheersingsdenken geërfd, de drang tot manipulatie. In zee is er veel minder mogelijk want daarin ben je deel van het grote geheel, veel meer dan op het land. Op het land ben je als mens beweeglijk, niet zoals de plant aan een plaats gebonden. In zee ben je veel meer overgeleverd aan de elementen, de stroming, de temperatuur, de hoogte en de diepte. Op land maak je je eigen bouwels die de weergoden kunnen doorstaan. Op het land ontwikkel je eigen denksysteem, bedenk je de tijd waaraan je onderworpen bent en zet je de dood het liefst ver op afstand. In zee geldt geen tijd, de dood is er altijd al deel van, is deel van je existeren ook al zwem je vrolijk rond. In zee hoort de dood er net zo bij als het voedsel dat je verslindt. Op het land hebben wij een kunstmatige grens geschapen om de dood op afstand te houden. Het liefst willen we er niets van weten. Daarom hebben we de religies uitgevonden omdat die troost kunnen bieden tegen het onvermijdelijke.
In zee zwemmen geen gelovigen, staan geen religieuze gebouwen, is er geen rite om de dood te bezweren. Macht en kracht zijn hier natuurgegevens, met je afkomst meegegeven of niet. Als haai ben je haai, als haring haring, schooldier. Meer is er niet, niet meer betekenis. Je bent je natuur, je leeft je natuur. Alles wat wij hierover nog meer kunnen zeggen is enkel interpretatie, gedachten vanuit het land gedacht.
Op het land koesteren we dromen. Omdat we weet hebben van de realiteit van de dood zetten we ons des te meer in om de aarde niet te verabsoluteren. Daarom willen we naar de sterren, in raketten de kosmos verkennen, de aarde verlaten. Zetten we alles op alles om de dood te bestrijden, uit te stellen, naar de verste horizon te verbannen.
Maar helaas, al ons trachten, al ons pogen, al ons streven, alle macht en kracht ten spijt, we staan nog steeds op het strand en aan onze voeten de oceaan, de zee, de dood. Onontwijkbaar. Laten we proberen ervan te leren zodat wij op het land menswaardig omgaan met elkaar en de dood niet onnodig dichterbij brengen waar hij eigenlijk niet thuishoort: in de relatie tussen mensen – als de oorlogen woeden.

John Hacking
1 april 2015