Toegang tot de ziel – zielzorg voor je eigen ziel

Schwarzwald

Was bringt die Seele im Schwung?

Or: how do you care about your Soul?

Was de ziel en de zorg om het ‘heil’ van de ziel niet weg te denken uit het leven van een middeleeuwer, in onze tijd is er veel veranderd. Omdat er geen wetenschappelijk bewijs is voor het bestaan van de ziel hoeven we er dus géén rekening mee te houden. Dat is de opvatting van veel psychologen. Eugen Rosenstock-Huessy schrijft in een brief uit 1924 hier behartenswaardige dingen over. Een tekst waarmee wij ook vandaag de dag nog uit de voeten kunnen als we tenminste bereid zijn om de ziel krediet te geven.

Een toegang tot je eigen ziel kun je ontdekken als je de moed hebt om op onverwachte vragen in te gaan: als je een antwoord geeft door je handelen op een vraag die aan je wordt gesteld door een ander en die meer vraagt dan alleen maar een ja of een nee. Concreet, als je wordt uitgenodigd om een ander te helpen bij een of ander probleem, als een ander mens een beroep op je doet. Als je hierin meegaat en tracht te helpen vanuit je mogelijkheden gebeurt er iets. Iets dat je niet van te voren kunt voorzien, iets wat je niet van tevoren ziet aankomen omdat in je antwoord een dynamiek zit opgesloten die je zal doen veranderen. Na je antwoord ben je niet meer dezelfde. Je hebt een verandering ondergaan. Dat is heel kort samengevat wat Rosenstock-Huessy beweert in zijn brief. Als je wordt aangesproken als een ‘jij’ en als jij als een ‘jij’, een ander, een aangesprokene, hierop antwoordt. Deze tweede naamval benadrukt dat het niet allereerst gaat om hoe je in het leven staat als een ‘ik’. Het ‘ik’ of de eerste naamval, is vooral een houding van autonomie, van reflectie, van het abstracte en het abstracte denken. Het ‘ik’ kan zichzelf goed verschansen achter die abstracties. Dat is veilig, dan gebeurt er niets, dan hoeft het ‘ik’ niet op een appèl in te gaan en dan vinden er geen onverwachte veranderingen plaats. “Alles im griff”. Of: “mij kan niets gebeuren”, ik ben meester over de situatie. Maar die laatste houding zegt meer over jou als autonoom subject dan over jou als bezield wezen. Het zegt meer iets over je persoonlijkheid als een burcht, een kasteel, een ommuurd terrein dan over jou als warm empathisch mens. Filosofen zijn volgens Rosenstock-Huessy mensen die vanuit hun ‘ik’ redeneren. Op afstand dus. Dat heet objectief, reflectie die zich niet laat meeslepen. Maar wat ziet een filosoof en wat hoort hij? Hoort en ziet hij enkel zijn eigen hersenspinsels, associaties, beelden die opdoemen, zijn eigen creatieve geest die begrippen aan elkaar smeedt en tot constructen omvormt? Luistert hij wel echt? Ziet hij wel echt? Of is zijn denken uiteindelijk ook deel van een proces waarin hij zijn eigen (voor)oordelen bevestigt en vervolmaakt?

Als je Rosenstock-Huessy mag geloven raakt het moderne filosofisch denken niet zo snel aan de ziel en de moderne filosofen uit onze tijd hebben dan ook niet zo heel veel zinnigs over de ziel gezegd wat hout snijdt. Maar dat laatste is een slag in de lucht want zo goed ben ik er niet in thuis. In ieder geval ken ik geen baanbrekend werk dat het opneemt voor de ziel. Toch bestaan er in onze taal tal van spreekwoorden die het bestaan van de ziel als vanzelfsprekend beschouwen. Zijn die dan allemaal achterhaald, relicten uit een verleden dat niet meer geldt? Ik denk van niet, maar wie ben ik? “Ogen als spiegels van de ziel; iets dat door je ziel gaat; hoe hoger het hart, hoe lager de ziel; een goed geloof en een kurken ziel; hoe meer zielen, hoe meer vreugd; met hart en ziel; met zijn ziel onder de arm lopen; moederziel alleen; ter ziele gaan; twee zielen, een gedachte; ziel en zaligheid verkopen; zijn ziel in lijdzaamheid bezitten; je ziel uit je lijf lopen; iemand op zijn ziel trappen; eelt op de ziel hebben; tegenspraak is gymnastiek voor de ziel; grote doelen en kleine zielen gaan niet samen; beknoptheid is de ziel van wijsheid; de schoonheid van de dingen leeft in de ziel van hen die haar aanschouwen; tranen zijn het smeltende ijs van de ziel; verbeelding is het oog van de ziel.” Dat is een kleine selectie slechts, en is dat nu alleen maar metaforisch te verstaan? De ziel als een metafoor voor vasthoudendheid, duurzaamheid, kwaliteit, levenskracht, psychisch evenwicht?

Rosenstock-Huessy had een mooi credo voor zichzelf: respondes etsi mutabor: ik antwoord ook al onderga ik daardoor een verandering. Een verandering treedt op als een nieuwe liefde, een gebod dat wij opvolgen zoals het bevel om uit Egypte weg te trekken, het land van de slaven, in het bijbelse verhaal onder leiding van Mozes. Het volk zet die stap en zij komen in de woestijn terecht. Hun weg naar het beloofde land zal een erg lange weg worden en zeker een generatie duren. Los van het waarheidsgehalte van dit verhaal illustreert het perfect welke veranderingen kunnen optreden als het bevel wordt opgevolgd. De durf om te volgen, om het bevel op te volgen en te ondergaan wat komt veronderstelt moed en openheid. Een angsthaas houdt het bij het oude en komt de deur niet uit ook al is het een huis waarin hij de rol van slaaf moet vervullen. Durf je je ziel bloot te geven, durf je te antwoorden op de vraag, het bevel dat aan je gericht wordt? Dat is de kernvraag.

Maar maak je dat mee? Wordt jij gevraagd? Doe je ertoe, is er iemand die je nodig heeft? En stel je jezelf wel eens die vraag: wie heeft je nodig en omgekeerd wat zou je kunnen betekenen voor een ander? Als je enkel en alleen maar voor jezelf leeft en je eigen ‘zieleheil’ zal er waarschijnlijk niet zoveel aan zijn in je leven. Als alles om jou draait alsof je het middelpunt van het heelal bent ben je snel uitgepraat want je zult maar weinig mensen aantreffen die je hierin willen en kunnen bevestigen. Een machtig heerser (zoals we die kennen uit de geschiedenisboeken) zal alles in het werk stellen om zelf in het middelpunt te staan, wat er ook gebeurt. Maar wat schiet je daarmee op? Wordt je ziel daar warm van? Ik vermoed van niet. Want dan kom je terecht in de spiraal van steeds maar meer bevestiging eisen, vragen, afdwingen. Kijk naar Noord-Korea waar de leider zo belangrijk is dat elke zucht, elke snik die hij laat op schrift wordt vastgelegd alsof het woorden zijn die voor de eeuwigheid bestemd zijn. Een gotspe. Dus als je jezelf afvraagt wat jij kunt betekenen en er zijn significante anderen die jou uitdagen, dan ben je hard op weg om je eigen ziel te leren kennen. Dan ga je pas echt op reis. Word je wie je bent.

John Hacking  10 augustus 2015

Een gedachte over “Toegang tot de ziel – zielzorg voor je eigen ziel

Reacties zijn gesloten.