Werkelijke werkelijkheid

Werkelijke werkelijkheid

Passant, regarde ce grand arbre
et à travers lui
il peut suffire

car même déchiré, souillé
l’arbre des rues,
c’est toute la nature
tout le ciel
l’oiseau s’y pose,
le vent et bouge, le soleil
y dit le même espoir malgré
la mort

Philosophe,
as-tu change d’avoir l’arbre
dans ta rue,
tes pensées seront moins ardues,
tes yeux plus libre,
tes mains plus désireuses
de moins de nuit

Yves Bonnefoy

Voorbijganger, bekijk deze grote boom
en door hem heen,
kan het voldoende zijn

Want zelfs verscheurd, vervuild
is de boom uit de straten
heel de natuur
heel de hemel
de vogel zet zich er neer,
de wind beweegt erin, de zon
spreekt er dezelfde hoop in uit
ondanks de dood

Filosoof,
geluk heb je een boom te hebben
in je straat,
je gedachten zullen minder steil zijn
je ogen vrijer,
je handen meer verlangend
naar minder nacht

Yves Bonnefoy
(vertaling Gemma Pappot)

De Duitse boswachter Peter Wohlleben heeft een fascinerend boek geschreven over het verborgen leven van bomen. Daarin laat hij zien wat hij in de loop van zijn leven over bomen ontdekt heeft. Fascinerend is vooral het feit dat hij aspecten over dit leven van de bomen naar voren brengt die ons tot nadenken zouden moeten stemmen. Een boom is niet alleen maar hout, vegetatie, product voor de houtindustrie. Als we bomen zo opvatten doen we hen en doen we onszelf tekort. Een boom is een levend wezen, dat wisten we natuurlijk al, maar dan op een heel bijzondere wijze. Wie wist dat bomen met elkaar kunnen communiceren, dat er een strategie schuilt in het opgroeien in de schaduw van het bos, dat ouderdom komt met de vertraging van de groei in deze schaduw in plaats van in het volle licht? Model is in het boek vaak het oerbos dat er niet meer is. In dit oerbos worden de bomen heel oud. In dit oerbos regelen de bomen zelf voor een deel hun leefklimaat en daar gedijen ze goed bij. Maar sinds wij mensen het hebben overgenomen en productiebossen hebben aangelegd is het gedaan met de ouderdom van de bomen, de biodiversiteit en de klimaatbeheersing. De bomen worden niet oud meer, groeien te hard en worden te snel omgezet in meubels en brandhout. Bomen langs de straten treft dit lot nog veel eerder. Zij bereiken niet hun volle potentie, hun wortels vinden geen ruimte in de harde ondergrond van de straten en hun bloei is er vaak een van hopeloosheid. Zeker als het bomen betreft die geen solitaire basis hebben maar het moeten hebben van samenwerking en ondersteuning van elkaar zoals de beuk. Het boek is een aanrader voor ieder die meer van bomen en het leven van bomen wil weten.
De boom is in de menselijke geschiedenis altijd meer geweest dan enkel hout en product voor de kachel of de meubelindustrie. De boom is metaforisch beladen: hij fungeert in tal van mythen en verhalen en is vaak de verbinding tussen Hemel en Aarde. Niet in het minst omdat zijn kruin die zich tot in de wolken vertakt het symmetrische tegendeel is van het wortelstelsel dat zich tot diep in de aarde verspreidt en zo houvast vindt. De boom is bij uitstek het symbool van het geworteld zijn in beiden: in Hemel en in Aarde. Expres deze keer met hoofdletter geschreven want de religieuze dimensie staat hier centraal. In de Chinese kosmologie komt deze visie ter sprake in het begrippenpaar Hemel-Aarde, dat ontstaan is uit de oorspronkelijke chaos (Hun-Dun) en waaruit alles is voortgekomen door differentiatie. De Chinezen noemen dat yin-yun: ‘eenmakende wisselwerking’. Wisselwerking tussen de krachten van Yin en Yang, waaruit via osmose, door een elkaar doordringen, alles ontstaat en lichaam krijgt. Een voortdurend proces van transformatie en wederzijds beïnvloeden.
Het teken horizon, ook in de kalligrafie een horizontale streep, staat voor Hemel-Aarde en duidt op de oorspronkelijke adem die beiden scheidt (onderscheidt) en bijeenhoudt. In deze kosmologie is de alles doordringende adem dus het basisgegeven. In de schilderkunst is de inkt de zwarte chaos waarin alles wat kan worden uitgebeeld en geschreven reeds in potentie aanwezig is. De penseel maakt de afzonderlijke objecten pas zichtbaar als hij ingedoopt in de inkt op het papier zijn werk kan doen in de hand van de kunstenaar. De zwarte inkt bevat, net als de blok marmer het beeld, elk woord en elk teken. Het woord en het beeld ontstaat door scheiding, differentiatie, door het aanbrengen van leegte tussen de letters. Zonder die leegte zou er geen teken zichtbaar zijn, zou er geen lichaam kunnen ontstaan. De leegte is essentieel voor het ontstaan uit de samenballing van het zwarte oerbegin. De leegte tussen Hemel en Aarde is er echter slechts een van een enkele horizon. Dat maakt dit gegeven bijzonder interessant want hoe dan ook raken beiden aan elkaar en is de leegte hier als het ware opgeheven. Maar wij mensen kunnen beiden onderscheiden en de boom maakt deel uit van beiden. Wij mensen in principe ook maar onze standplaats staat niet vast. We kunnen bewegen en af en toe onze voeten losmaken van de aarde. Maar tot nu toe moeten we en keren we voortdurend terug naar deze aarde die ons houvast geeft en die zorgt voor ons leven. Uiteindelijk keren we helemaal terug in deze aarde als ons lichaam zijn taak heeft vervuld, net als de boom die humus wordt. De ‘hemelbestorming’ is dan ten einde, de ‘missie’ is volbracht.

In de Chinese kosmologie spreekt met over qi-yun of ‘ritmische adem’. Deze bezielt de hele kosmos en de mens. ‘Moge je handelen door de ritmische adem bezield zijn’. De mens is via de adem verbonden met alles om hem heen en ingebonden in dit universum waar hij deel vanuit maakt. De Franse filosoof François Cheng zegt: “In deze kosmologie gaat de Chinese filosofie ervan uit dat ‘de adem geest wordt wanneer hij het ritme bereikt’. Het ritme is hier haast synoniem van de innerlijke wet van de levende dingen, die de Chinezen li hebben genoemd.” Elk levend wezen wordt bezeten door dit ritme van de levende adem want het is het kenmerk van zijn levendigheid. Zijn leven zou ten einde zijn als het ritme stopt. Het begrip ritme moet men hier breed verstaan. Ook de seizoenen kennen een ritme en de bomen leggen daar getuigenis van af in hun anticipatie op dit ritme. De bloedsomloop in een mens is ook een vorm van ritme. Cheng zegt dat het ritme zijn eigen tijd en ruimte met zich mee brengt. Je kunt het vergelijken met een golf. Je hébt niet het ritme als een vorm van bezit maar je bent je ritme, je bent er deel van. Ons levensproces van geboorte, opgroeien en sterven is onderdeel van een levensritme waar je als mens niets aan kunt toevoegen of veranderen hoe hard we misschien ook proberen vanuit de medische wetenschap. In de Chinese kosmologie wordt gezegd dat de adem voortdurend wordt opgewekt in de lege ruimtes. Deze kunnen groot of klein zijn, opvallend of niet. De leegte is essentieel voor de manifestatie van het leven, het ritme, de adem. Waar iets is kan iets anders niet zijn. Ook de woorden op dit papier zijn zo manifestaties van ‘adem’, geestkracht, bewustzijn, op de leegte en de witheid van het papier. Zo is communicatie tussen mensen pas mogelijk. Het is een heen en weer doorheen de lege ruimtes om ons heen. Cheng zegt dat wij deel uitmaken van het levensritme, de ritmes kleuren en bepalen ons leven: “We zijn in het ritme. Aanwezig in het ritme, ontdekken we onze aanwezigheid in onszelf. We bestaan in deze openheid door haar te beleven. Het ritme is een vorm van verrast bestaan.” Als we ontdekken dat we leven in het ritme en dat het ritme ons leven kleurt kunnen we gaan samenvallen met ons zelf en ervaren we harmonie, verbondenheid. Als we stilstaan bij de ritmes in de natuur en ontdekken hoe wij daar deel van uitmaken kunnen we verwonderd staan en komt het wonder letterlijk ons leven binnen. We worden ‘begeistert’ door geestkracht bevangen, geïnspireerd en geraakt, misschien wel tot in het diepst van ons wezen. Ware dit niet zo, wij zouden onberoerd blijven als stenen van een rots. De natuur en de ritmes in de natuur openbaren ons hoe wij deel uitmaken van dit geheel en hoe wij raken aan onze goddelijke oorsprong.

De Chinese kosmologie noemt dit gebeuren en deze ervaring shen-yun ‘goddelijke weerklank’. François Cheng zegt hierover: “De shen belichaamt de hoogste vorm van de qi, de ‘adem: die meestal wordt vertaald door ‘de geest’ of ‘de goddelijke geest. Net als de qi ligt de shen aan de basis van het levende heelal. In de Chinese denkwereld worden alle levensvormen door de oorspronkelijke Adem bezield. De Geest nu regelt het mentale deel, het bewuste deel van het levende heelal.” In deze kosmologie vinden we een model dat niet alleen de verbanden legt tussen alle levende wezens in deze kosmos maar dat ook van belang is omdat het ons een bril kan opzetten om eens anders naar onszelf te kijken. Als ons bewustzijn als het ware een manifestatie zelf is van de oorspronkelijke Adem in de vorm van Geest, dan kan ons dat helpen bij een beter zelfverstaan. Wanneer ben ik bij mezelf en val ik samen met mezelf? Veel van ons gedrag is te verklaren als een achter jezelf aanlopen, een nog niet samenvallen met jezelf omdat je jezelf nog niet gevonden hebt. Velen zoeken en vinden niet. Velen jagen en komen nooit aan. Velen zijn onrustig en zoeken hun heil in middelen die verder van het zelf en het ritme van het leven afleiden. Velen vertoeven bij, maar komen nooit echt thuis. Wanneer ben je echt thuis: als je samenvalt met jezelf, als jouw levensritme herkenbaar en ervaarbaar onderdeel en deel is van het levensritme van de kosmos, de natuur, de wereld zoals ze (eigenlijk) bedoeld is. In de meditatie kan dit soms ervaarbaar zijn. Rusten in jezelf. Niets anders is nodig, zoals de boom in het landschap rust in zichzelf en mee deint met de seizoenen, volkomen zichzelf. Hij is het ritme en het ritme geeft hem het ‘volmaakte’ zijn, de ervaring van ‘genoeg’. Hij doet wat nodig is op het moment. Hij leeft en manifesteert zich in het moment, hij is zijn eigen momentum.

De boom is bij uitstek het getuigenis of voorbeeld van de uitspraak uit “het Boek der veranderingen: ‘Het Leven verwekt het Leven, er zal geen einde zijn: De betekenis van ‘Leven’ overstijgt hier het feit van gewoon maar te bestaan, Leven betekent meteen ook alle levensbeloften die in het leven vervat zijn. Dit onvervreemdbare en open beginsel draagt de naam ‘goddelijke geest.” François Cheng wijst erop, die ik hier citeer, dat de werkelijkheid van het goddelijke in onze kosmos geen geweld kent. Het sacrale draagt en verdraagt en manifesteert zich als levensritme dat in levensadem en bezieling zichtbaar wordt. God raakt aan de mens in de Adem, de Geest, die in de werkelijkheid werkt. Cheng zegt: “In het Chinees wordt de shen of ‘goddelijke geest’ vaak verbonden met de sheng of ‘heiligheid: En het samengestelde woord shen-sheng, ‘heiligheid van de goddelijke geest: duidt nu net op het bevoorrechte ogenblik waarop de sheng van de mens de dialoog aangaat met de universele shen, die voor hem het geheimste en intiemste deel van het levende heelal openstelt. Daarom moet de uitdrukking ‘goddelijke weerklank’ begrepen worden als ‘weerklinkend met de goddelijke geest Hieruit vloeit een idee voort die in wezen muzikaal is, en inderdaad, de muzikaliteit is van primordiaal belang in de Chinese kunst.”

De werkelijkheid is echter niet alleen uitdrukking van goddelijke harmonie en sacraliteit. De boom en de mens hebben te lijden, de omstandigheden kunnen zodanig zijn, de medemensen zo wreed en zelfzuchtig dat veel leed wordt veroorzaakt. Ziekte en dood zijn onlosmakelijk verbonden aan het leven en doorkruizen elk levensritme. De boom lijdt en gaat vaak ten onder. De mens idem dito. Maar dat is geen argument tegen de werking van de goddelijke Adem in deze kosmos. Cheng doet een beroep op de begrippen ‘visioen’ en ‘aanwezigheid’ om de goddelijke weerklank in ons werkelijkheid ondanks het lijden en het sterven te doorgronden. “De aanwezigheid van de goddelijke geest zelf … met inbegrip van al haar onzichtbare eigenschappen, stemt overeen met het xiang-wai-shi-xiang of ‘beeld over de beelden heen’ van de Chinese theoretici. Het staat ook dicht bij datgene wat in de Chanspiritualiteit als een illuminatie wordt ervaren. Wanneer je bij het zien van een natuurtafereel – een bloeiende boom, een vogel die met een schreeuw opvliegt, een zonne- of manestraai die een moment van stilte verlicht – opeens de overzijde van het tafereel bereikt, dan heb je het scherm van de verschijnselen overschreden.”

Deze ervaring van verlichting is een cadeau. Een geschenk als je tijd en ruimte neemt om er voor open te staan. Als je terugkeert van je drukke bezigheden en in stilte wandelt in de natuur die zich voor jou gratuit openbaart. Voorwaarde is rust, stilte, bij jezelf, leegte, loslaten, inkeer. Meditatie wijst een weg, maar wandelen kan dat ook. Als je in de jouw omgevende natuur mag mee maken hoe je diep van binnen geraakt kunt worden, als jouw levensritme opeens samenvalt met een groter ritme, een grotere en jou overstijgende dimensie, dan werkt de goddelijke adem in jou en ervaar je jezelf als deel van het geheel – dan val je samen met jezelf omdat je deel bent van alle zelven die bezield zijn. Je ziel wordt ten diepste geraakt en misschien ontdek je dan wel dat je een ziel hebt en bezield bent. Misschien is dat het moment waarop dit zichtbaar en ervaarbaar wordt. Dit is eigenlijk een visionair gebeuren waarin de aanwezigheid van het goddelijke, de Adem, ervaarbaar wordt. De Chinese filosofie noemt dit: “yi-ying, ‘dimensie van de ziel’. In de Chinese esthetische leer is de yi-ying zowat de evenknie van de shen-yun of ‘goddelijke weerklank: Net als de shen is ook de yi, ‘aanleg van het hart, van de ziel’, datgene wat zowel huist in de mens als in het levende heelal. De yi-ying suggereert dus een zielsverwantschap tussen het menselijke en het goddelijke, die in het Chinees wordt weergegeven door de uitdrukking mo-qi, ‘woordeloze verstandhouding’. Deze verstandhouding is nooit volledig: altijd zal er een hiaat zijn, een onderbreking, een gemis dat moet worden vervuld.”

Dat tekent de mens, na de ervaring van ‘verlichting’ wacht het ‘gewone’ leven en de dagelijkse taken en zorgen. Na de lente en de uitbundige bloei komt de periode van droogte, warmte, uithouden voor de boom. Het rijpen van de vruchten sluit een lange voorbereiding af en de herfst staat voor de deur. Een boom die teveel licht ontvangt groeit te snel. Een mens waar de schijnwerpers op staan als hij nog jong is kan misschien niet genoeg rijpen. De evangelieverhalen over het leven van Jezus zijn in dit opzicht interessant. Met kerst valt het licht op het kind, op de wonderbaarlijke geboorte, dan is het een tijd stil en pas bij de twaalfjarige Jezus valt het licht op hem als hij uitleg geeft in de tempel. Maar dat is maar heel kort. Daarna is het een heel lange tijd stil. Pas bij zijn doop, hij is dan volgens de overlevering in de dertig, komt zijn aanzien aan het licht en werpt hij zelf licht op de mensen, en spreken zijn daden voor zich. Goddelijke Geest manifesteert zich in zijn handelen. Dat handelen is van zo’n kracht, roept zoveel op dat zijn sterven en zijn dood eruit voort vloeien. Een hevig brandend licht, een snel gedoofd licht. Het verhaal laat zien dat de dood de Geest, de Adem die schuilt in dit optreden, niet kan doven. Het verhaal van de opstanding maakt dit duidelijk: de Geest, Adem (Pinksteren) gaat over de dood, door de dood heen, verder. Het leven kan worden afgeremd door de dood, maar de beloftes die het leven inhoudt, worden niet teniet gedaan. Het levensritme, de ritmes van de levenden, gaan door. Wel of geen nageslacht van een boom is geen argument tegen dit leven. Uit miljoenen en miljoenen zaadjes komt slechts een enkele boom tot volle wasdom. Ook dat is een mysterie van het leven: overdaad. Waarom zou je jezelf als mens dan beperken tot ééndimensionaliteit, tot één keuze, tot één weg in het leven, een enkele route, een enkel ritme, routine die veelzijdigheid, die transformatie, die groei en aanpassing zou uitsluiten? Wij leven in de taal, de taal is de grond waarin wij wortelen, de taal is de bron voor onze betekenissen en de oerbron voor onze verwoording van zinvolheid en sacraliteit in ons leven. Dat heb ik hierboven aan de hand van een stukje Chinese kosmologie laten zien. De boom als voorbeeld, de mens als uitkomst die op weg durft te gaan in dit leven op zoek naar verbondenheid en naar waardevolle ervaringen. Ze ligt niet aan de overzijde van de zee, die ervaring, die kennis, want je bent deel van de alles bezielende Adem, Geest van God. In jouw hart, jouw ziel is het ervaarbaar, in jouw leven is het ritme van het leven elke dag weer en elke seconde na vol-trekbaar. Je bent het zelf. Je bent werkelijker dan werkelijk.

Bron: François Cheng, Over schoonheid. Vijf meditaties, Kapellen 2008 (Pelckmans, Klement) pag. 93-128

John Hacking
21 mei 2016

lago di lugano 201345