Het woord en de dood

Perhaps writing means revealing the word to  yourself at death’s threshold 

(from: Alain’s Letter, in Edmond Jabès, The book of Questions)

Woorden, pogingen om het onmogelijke mogelijk te maken: duiden wat je ziet, ruikt, hoort en ervaart. Springen over je eigen afgrond, hopen dat je handen een houvast vinden in de letters, de randen van de zinnen die in je opdoemen, die je verrassen, die een nieuwe horizon openen, maar je moet dan wel gaan lopen, schrijven, nieuw gebied verkennen. Woorden sleuren je mee, duwen je voort, drijven je als een ezel met hun prikstok. Woorden aarzelen, zuchten, verzuchten, smachten, verlangen, koesteren, warmen en koelen weer af. 

En in de verte, die wenkende  verte, het besef dat je eindig bent, dat je nooit zult kunnen zeggen wat je wilt zeggen, dat je nooit kunt duidelijk maken wat je ten diepste beweegt en wat je in leven houdt. Anderen overtuigen, is een oceaan verwijderd van waar je nu bent. Waarom zou je ook willen, wat is de winst als je nauwelijks jezelf kent, nauwelijks in staat bent uit te drukken wie je bent, die je bent, wat je zou willen zijn?

“Never try to convey your idea to the audience,” said Russian filmmaker Andrei Tarkovsky, “—it is a thankless and senseless task. Show them life, and they’ll find within themselves the means to assess and appreciate it.” 

(You Tube – homage to Tarkovsky)

Stilte is wat onze kreten omgeeft, woorden als smachtende pogingen om gehoor te vinden, aandacht te krijgen, dat er naar jou geluisterd wordt. Niet de boodschap, de vorm waarin, en de inhoud van je mededeling. Dat alles kan je al het ware gestolen worden als er echt zou worden geluisterd. Jouw woord, jouw spreken is een aarzeling, een pogen tegen beter weten in. Want diep in jou rust stilte, is het leeg, branden geen zinnen op je lippen. Maar zolang we aan de buitenkant leven, het zoeken in vorm en inhoud zijn we niet vrij. Zoals Edmond Jabès schrijft: 

We are not free. We are nailed alive to the signs of the book. Could it be that our freedom lies in the word’s vain try to cut loose from the word?

The word is a word of distance, around death.

Edmond Jabès, The book of Questions

Als het woord een woord van afstand is, een woord rond de dood, de dood die elk woord wacht als een minnaar op afstand, dan kan die dood ons leren.  Dan kunnen we leren van de dood en onze woorden niet inzetten op ijdele hoop, in ijdele verlangens, in ijdele daden zoals de moord, de gruwelijkheden die in elke oorlog worden begaan. Dan hoeven we ons niet druk te maken, op te winden over futiliteiten, over sommige maatschappelijke discussies die kant nog wal raken omdat het over de buitenkant gaat en niet over de innerlijke mens, niet over de reëel mogelijkheden om elkaar te respecteren en in de ogen te kijken. Dan is niet zwarte piet het probleem maar de manier waarop we met elkaar omgaan en met elkaars pijn en verdriet. Dan is niet identiteit en Nederlandschap het probleem maar de wijze waarop we samen verantwoordelijkheid dragen voor een menswaardige, eerlijke en rechtvaardige samenleving. Dan gaat het niet om ‘make America great again’ maar om een natie waarin alle rangen en standen, alle rassen, inclusief vluchtelingen en buren uit andere landen mee mogen doen en respect krijgen. Geen rassenscheiding, geen deportaties, geen corruptie, geen recht van de sterkste, geen narcisme, geen grootheidswaan. 

Ook dat is de illusie van onze woorden: ze staan niet alleen om de leegte maar ze vullen ook de leegte met holle klanken en ziekmakende egoïstische uitingen van mensen die niet beseffen hoe eindig hun leven is.

Edmond Jabès, is een van mijn grote inspiratiebronnen. Hij was de leermeester van Marc Alain Ouaknin, die andere grote inspiratiebron voor mijn schrijven en denken. Beiden formuleren een wereld die open is, die open staat, die zich laat gezeggen door de werkelijkheid van de dood. Ze zetten niet in op kortstondige ijle verlangens, maar omcirkelen met hun teksten niet minder dan de eeuwigheid. Jabès, zelf niet gelovig, is een van de auteurs die zijn leven lang geschreven heeft over God. Zijn fascinatie voor het onbeschrijflijke, onuitsprekelijke is een vlam die niet dooft. Zijn woorden zijn filosofie en poëzie in een. In een van zijn boeken schrijft hij over het woord. Een citaat dat te mooi is om het maar half weer te geven:

“Once formulated, the word breaks open, and we see that it contained a silence of the end of time into which it hurls us. Whereas we had hoped to get to the end of words as well as to the end of ourselves and the world. We had hoped, our souls heavy with wanting to be born and love, heavy with waves thirsting for sky, to say the salt and the undone dream.

Entering into yourself means finding a void. Entering into a word means finding absence. Opalescent doors. We must only consider the passage from sky to sky.

Does man find man in silence? Little by little the way gives up the way, and the world finds itself where it is not.

Man’s fate is heavy because our actions are gratuitous from the start, passing shadows on a surface bathed in light. But the day has its hours and its rhythm. All encounters are gratuitous, and so are, in the lives we consider, the events which break or carry them. 

Dawn is more than a hope, it is an elect full of fresh fervor. Straining  towards what is to come, his ties cut, man when he is finally free gorges himself on eternity. His gravity lies in being available and  great, in the vacancy of a moment which will fuse with his life. Not to expect anything and yet to die daily of infinite expectation. 

A serious man is not necessarily a grave man. Some kinds of gravity flower at the heart of euphoria.

In his will to know man condemns innocence and with it all reference to gravity. But the essential part of knowing cuts us off from the tree of knowledge and opens unlimited possibilities for chance. 

Man’s chance is his ability to wonder. He gets it from death which annuls and reveals.

Surprise (letting yourself be surprised, becoming passive, reaching by and by a total receptivity) is the sap of creation and its pact. You cannot build on what you have already seen, already thought. But you see and think as you dig, as you build, as you complete. For completion is another beginning.

Death is the gratuitous act par excellence. Creating means imitating death which is God’s daring and imagination. Death is in everything which will be tomorrow, so that man’s quest of the absolute has to go through it.

The letters of the alphabet are contemporaries of death. They are stages of death turned into signs. Death of eternal death. But there are other signs which the letters covet, erased signs reproduced by gestures at the heart of what is named. Thus the bird’s take-off contains  all forms of flight. And is it not also the bird which, as it cuts through the sky, writes and repeats the universal “delete” which rules our fate? Ah, the written world dies and is reborn of the bird. 

Gravity is therefore a consciousness, outside time, of the time of death which is neither a ruined time nor detours of an undated challenge, but a return to the world of margins and miracles from which man is forever ejected as from a loving womb after he has been molded, a weak foetus, in its dark flesh.

The birth of a star is like that of a child. Space contracts and projects  innumerable universes closed within their dazzled death. Do I claim one human being corresponds to a whole starry sky? Eternity is based on an initial explosion of the universe. To a starry sky correspond generations of men, reproducing forever. Perhaps the last man will die with the last star.

Becoming conscious of death means denying any hierarchy of values which does not account for the stages of darkness where man is initiated into the mysteries of night. Death is both the loss and the promise of a hope which day wears itself out courting at every moment. To be or not to be in the absurd agony of a secret glimmer until morning.

All agony is the painful gestation of a world fashioned by the fever and limits of the soul, unveiled by gasps and sighs. 

What will our future be made of? Life does not consider itself useless and vain. Through it, death will go to its death. 

Creatures in their will to live reconcile their days with the death of the sky. Thus man and the universe have the same future. But neither sky nor man can know for sure the moment (or the thousand moments) of their end, the fatal second when they will forever cease to die. They will be destroyed in the moment they least expect it. Hence becoming conscious of death does not mean going straight towards it, but, on the contrary, plunging into life to take on its ochre renewals.

For the universe is first of all a spectrum of colors. They fade, one after another, as a shout weakens in its echos and joins the world’s immense reservoir of silence where the stars riveted to their rays come to slake their thirst.”

Edmond Jabès, The book of Questions, p 32-34

Ook Simone Weil schrijft over taal, de liefde, en over zwaartekracht. Misschien heeft Jabès wel gedachten van haar gebruikt in deze tekst. Zwaartekracht die ons terugbrengt in ons lichaam, die ons als een bewustzijn, buiten de tijd, bewustzijn van onze dood leert en doet aanvaarden. Ons lichaam is onherroepelijk veroordeeld. Maar ons lichaam blijft ook, zoals Jabès opmerkt: 

“The body remains a crossroad.”

Het lichaam als een kruispunt waar leven en dood bij elkaar komen en waar telkens nieuwe wegen naar nieuwe horizonten leiden. Niet letterlijke wegen die begaanbaar zouden zijn met onze voeten, maar wegen die wij met woorden, met taal ontwerpen, rond, langs, onder, boven de dood. Het landschap dat ons elke dag weer kan verrassen, legt hiervan getuigenis af. Het universum dat ons omgeeft is een openbaring van het wonder waarin wij existeren. Misschien is onze taal niet meer en niet minder, is het woord de ultieme poging om God te vinden. Tegen de klippen van de dood op, tegen elke mogelijke achtergrond van onze eindigheid die rust in oneindigheid.

God is the accepted challenge of the word. But the word does not lead to God. Only silence could.”

Edmond Jabès

John Hacking 

2 juni 2018

bron: Edmond Jabès, The Book of Questions, Yaël, elya, Aely, Translated from the French by Rosmarie Waldrop, Middletown, Connecticut 1983, (Wesleyan University Press)

 

IMG_2877