Licht en woorden

«Qu’est-ce que la lumière?» demandait à Reb Abbani l’un de ses disciples.

– Dans le livre, répondit Reb Abbani, il y a de grands parcs blancs que, tu ne soupçonnes point et que hantent, par couples, les vocables à l’exception d’un seul gui sont le nom du Seigneur. La lumière est dans les élans de leurs désirs d’amants.

«Vois quel merveilleux exploit est celui du conteur qui les a ramenés de si loin pour la chance de nos yeux.»

Et Reb Hati: » Les feuillets du livre sont des portes que les vocables franchissent, poussés par leur impatience à se regrouper, à retrouver leur transparence au bout de l’œuvre traversée.

«Le souvenir des mots est fixé par l’encre sur le papier. La lumière est dans leur absence que tu lis.»

Edmond Jabès

In een fictief gesprek werpt Edmond Jabès de volgende vraag op ‘wat is het licht?’. Twee rabbi’s geven antwoord. Beide antwoorden gaan over woorden, over taal, over verhalen en over het schrijven waar de leegte de woorden omgeeft en waar de leegte en de afwezigheid duiden naar het licht. Het licht is niet de leegte, niet de afwezigheid van het woord. Het licht zit in het verlangen waarmee de pagina’s de woorden opnemen en toegang verlenen alsof zij op weg zijn naar een werk, een boek, een doel in de verte. Het licht zit in de afwezigheid van wat je leest, van woorden vastgelegd in inkt op papier, waarvan het schrijven herinnering is. De naam van de Heer – vastgelegd in een woord, op papier – blijft verstoken van dit lege, de dit omgevende wit van de afwezigheid die de woorden omhult. Het licht is aanwezig in het verlangen, zoals bij geliefden, in het elan, de impulsen van het verlangen. Het licht is een motiverende, drijvende kracht. Het licht is datgene wat inspireert en wat je warm maakt, doet opvlammen, geestdrift laat ontvlammen.

Jabès spreekt hier, mijn inziens, een sterk vermoeden uit: geestkracht, vuur, is niet alleen aanvurend, niet alleen ‘begeisterend’ maar ook ‘verlichtend’. “Verlichting” is een zaak van de geest, in een religieuze context, H. Geest. Licht en verlichting zijn fenomenen die onvermoede dieptes, onverwachte mogelijkheden onthullen. “Elkaar in een ander licht zien”, een nieuw licht, deze uitdrukking zegt het al, je kijkt met nieuwe ogen. Je kijken is nieuw en wat je ziet is nieuw. Licht tovert dus nieuwe mogelijkheden en laat de werkelijkheid letterlijk veranderen. Licht is in die zin scheppingskracht. Licht laat je zien, en laat je anders zien. De wereld wordt nieuw, zo was ze nog nooit geweest. Deze verandering is de kracht van het scheppingswerk van het licht. Misschien heeft God zo wel de wereld geschapen: via licht, via zijn licht, door licht te werpen wat in duisternis verscholen zat, de duisternis van het donkere, de chaos, de oerzee, oermaterie waarin geen ordening was en waarin geen licht ooit had geschenen. Onderscheiden, namen geven, is licht werpen op. Benoemen is verlichten, een licht aansteken, opeens wordt het zichtbaar.

Zo werken woorden, zo werkt taal, zo werkt poëzie: licht werpen op door er woorden voor te vinden, woorden die komen aangewaaid, woorden vol verlangens, vol smachtende werkelijkheid, om te duiden, te zien, te voelen, te ervaren. Dat is poëzie in optima forma. De kracht van poëzie laat je deelnemen in een nieuwe werkelijkheid, je wordt wakker geroepen uit je slaap, uit je niet zien. Uit je achteloze onverschilligheid die niks ziet en niks hoort. Geest en schepping, licht en ruimte, verlangen en vuur, vraag en antwoord, volheid en leegte, dat is waar de wereld om draait in de voortdurende afwisseling van eindigheid en oneindigheid, van immanentie en transcendentie. Licht, het woord, een lamp voor je voeten.

John Hacking

4 juni 2018

Bron : Jabès, Edmond, Le livre des Questions, Paris 1963 (Gallimard)

Meer afbeeldingen van mijn werk: Saatchi –  Weebly – Behance