Het is verboden om oud te zijn

‘Het is verboden oud te zijn’  een spreuk van rabbi Nachman van Bratslav

Ieder mens is uniek en heeft tot taak zijn eigen weg te vinden in dit leven.  In elk mens brandt een goddelijke vonk, noem het ziel, noem het leven.  Noem het geestkracht, spiritus, inspiratie …

Marc Alain Ouaknin schrijft: “Het gaat erom dat wij leren iedere keer opnieuw met een nieuwe blik naar de wereld te kijken, zodat de meest eenvoudige en onbetekenende gebaren  glans krijgen en belangrijk worden,  zodat het leven vruchtbaarder wordt en intenser kan worden genoten.  Het betekent uiteindelijk dat we het huidige leven moeten leven  vanuit de idee van de verlossing.  Transcendentie, Oneindigheid, de Eeuwige vormen niet een soort achterland,  nee, ze komen naar boven in deze wereld en ze kunnen daarin schitteren  met al hun vonken, in al hun glans.  Geen enkele dag is dan een herhaling van de vorige.  Rabbi Nachman van Bratslav, een groot chassidisch meester uit de negentiende eeuw, zei het op zijn manier: ‘Het is verboden om oud te zijn!’”  Einde citaat.

Daarover gaat het vandaag: over oud zijn en steeds opnieuw proberen  de werkelijkheid als nieuw te ervaren, zo te denken en te handelen. Dat is niet zo makkelijk: Elazar Benyoëtz schrijft:  “Moeilijk is het, om zichzelf naar het einde te leiden.” Misschien worstelen we ook wel met ouder worden.  Misschien voelen en ervaren we dat we misschien aan het vastroesten zijn… Ik spreek hier geen oordeel uit, maar ieder kan dat bij zichzelf nagaan.

Ons verhaal over Isaak houdt ons vandaag een spiegel voor.  Ik vond het zo inspirerend dat ik het hele verhaal heb gelezen en toen  deze twee afbeeldingen heb geschilderd afgelopen woensdag. Isaak – een leven tussen twee gebeurtenissen: zijn weg met Abraham,  zijn vader, naar de berg Moira, de Uitzichtsberg, om geofferd te worden  en de omhelzing en kus van Jakob, hier verkleed als Ezau.  Natuurlijk is er meer gebeurd, maar deze twee fragmenten uit zijn leven  hebben diepe indruk op mij gemaakt zodat ik ze moest uitbeelden. Zoals teksten je kunnen aanspreken, je kunnen interesseren,  kunnen ze je ook raken. En als dat alle drie gebeurt is dat prachtig. Tijdens onze huwelijksviering hebben we een tekst gelezen uit de cyclus van Isaak: Het moment waarop Rebekka bij de bron gekozen werd als zijn vrouw. U ziet dus, ik ben met vele lijntjes met deze tekst verbonden. 

Wat is er aan de hand?  Op het eerste gezicht lijkt dit fragment op een bedrog van Rebekka waar Jakob aan meewerkt. En Ezau betaalt de prijs.  Maar met welke ogen kijken we en wat willen we zien?

Voor de geboorte van de jongens, een tweeling,  hebben ze al ruzie in de baarmoeder.  Rebekka dreigt haar moed te verliezen en zoekt steun bij de Eeuwige. Die zegt: Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dat het andere, de oudste zal de jongste dienen. Dus wat we later zien bekrachtigd in de zegen van Isaak, wordt hier al door  de eeuwige aangekondigd.

In ons verhaal is Isaak 60 als de jongens worden geboren.  Toen de jongens opgegroeid waren, werd Ezau een uitstekend jager,  iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was,  die het liefst bij de tenten verbleef.  Isaak was zeer op Ezau gesteld want hij at graag wildbraad,  maar Rebekka hield meer van Jakob. Zo de tekst.

Ezau trouwt als hij 40 is, net zo oud als toen zijn vader trouwde.  Hij trouwt met Jehoedit, een dochter van de Chitiet Beëri en met Basemat, een dochter van de Chitiet Elon.  Zij waren een bron van voortdurende ergernis voor Isaak en Rebekka.  Zo staat er.  Je zou mogen verwachten, met 40 weet je wat je doet! Isaak is dan inmiddels 100.  En zoals het is in het leven je weet nooit wanneer je sterft. Isaak oud geworden (hij zal echter pas 60 jaar later sterven als hij 180 is) denkt dat zijn einde is gekomen, en zijn ogen zijn zwak geworden. Dit moeten we heel letterlijk nemen: hij ziet alleen niet goed,  hij ziet ook niet de belofte die is gedaan aan Rebekka. 

Hij laat zich leiden door zijn smaakpapillen, lekker hertenvlees. Hij laat zich leiden door de aanraking van de huid: behaarde armen. Hij luistert níet naar de stem die van Jakob komt.  Terwijl bijvoorbeeld in het ‘Sjema Israel’, in het “Hoor Israël”, het horen voorop staat…. En hij laat zich overtuigen door de geur van de kleding, geur van het veld, van het land. Dan zegent hij Jakob. Aangestuurd door Rebekka die het juiste kiest en doet.  Isaak is als het water, Rebekka als de rots in de branding in dit verhaal. Zij heeft geluisterd en haar daden getuigen daarvan.  Ondanks zijn ergernis over de vrouwen van Ezau wil Isaak hem toch zegenen  omdat zijn maag zijn liefde kleurt.  Hij schrikt dan ook hevig als het bedrog uitkomt.

Waarover schrikt hij zo?  Dat hij is bedrogen of omdat hij zich heeft laten leiden door zijn maag? Ik zou wille pleiten voor het laatste. Isaak ziet in dat Rebekka gelijk heeft. Een harde les. Maar ook een goede les. 

Ezau is de man van het veld, de jacht, het avontuur, de bevrediging van zijn lust. De man die zich hecht aan de wereld en de wereldse genoegens. De materie. Jakob is de man die thuis blijft, nadenkt, studeert op het woord van God. En dat heeft in de bijbel de voorkeur: niet het evenement maar de verdieping. Ook een les voor ons: zoek het geloven niet in evenementen….zou ik zeggen. In het najagen van wind, in voortdurend nieuwe genoegens… Of in zekerheden die er niet zijn: zoals haatpredikers ons willen voorhouden. Zoals profeten van de angst ons willen wijsmaken. 

‘Het is verboden te wanhopen’ 

Zo een andere spreuk van rabbi Nachman van Bratslav. Dat geldt ook voor ons – in onze tijd – onze samenleving. Ezau wil Jakob doden als Isaak sterft, maar zover is het nog niet.  Het lijkt een wanhopige situatie maar er is uitkomst. Dat zit al in de naam van Jakob opgesloten. Jakob, hij die Ezau bij de hiel beethield bij de geboorte, het begrip hiel in het Hebreeuws ‘akeev’, is een woordspel met Jaäkov. Maar ook met het Hebreeuwse ‘akav’, beetnemen.  Jakob die Ezau en die Isaak beetneemt – beiden op een andere manier. Bij de geboorte, en daarna bij de koop van het eerste geboorterecht van Ezau voor een bord linzen en tenslotte bij de omhelzing, de kus voor Isaak. Maar hij zal zelf nog veel keren worden bedrogen  als hij aan het werk gaat bij zijn oom Laban.  En daarna door zijn kinderen. Maar dat is een ander verhaal.

De naam Jakob is samengesteld uit J + akav. J en beetnemen.  J staat voor de Eeuwige, Adonai, dus Jakob betekent de Eeuwige neemt beet. God zelf zet ons op het verkeerde been als wij niet de diepte kiezen boven de buitenkant, de materie, het genot, de bevrediging, ook als we onze angsten alles laten bepalen…Dan neemt God ons beet…

Later na de worsteling met de engel zal Jakob Israël heten, worstelaar met God en met de mensen. Uiteindelijk komt alles goed: staan Ezau en Jakob samen aan het graf van Isaak. Net zoals Isaak en Ismael aan het graf van Abraham.

Jakob, man van de tenten, een rondzwervend bestaan, een zich niet hechten  aan het materiële, maar zoekend naar het geestelijke komt met vallen en opstaan erachter wat de Eeuwige voor hem in petto had.  Niet het najagen van geluk maar wachten, afwachten, geduldig zijn… Jaren investeren om een vrouw te krijgen bij zijn oom Laban bijvoorbeeld. Marc Alain Ouaknin schrijft dan ook: 

“Geduld is de kans geven aan de tijd om tijd te zijn. Geduld is weten dat het verboden is om te wanhopen,  onderwees rabbi Nachman van Bratslav.”

Een spreuk die ook ons tot nadenken kan stemmen – in deze jachtige tijd. 

Gelezen Genesis 27, 1-40

Overweging Studentenkerk 23 09 2018

JohnWH