Realiteit en gedicht: de wereld bekrassen…

Veel bijbelse teksten zijn een vorm van poëzie. Psalmen zijn bijvoorbeeld gedichten om op muziek gezet te worden, liederen in dichtvorm met alle mogelijke emoties gebaseerd op allerlei ervaringen. Zowel geloof als ongeloof, hoop als wanhoop, zekerheid en twijfel, komen voor. Poëtisch laat zich de wereld heel anders uitdrukken dan in de taal van de abstracte beschrijving van bijvoorbeeld een verschijnsel, een rapport over een gebeurtenis of ervaring of een tabel met cijfers over een statistisch meetbaar iets. Het gedicht biedt een andere kijk op de wereld en op de werkelijkheid waarin deze wereld aan ons verschijnt en waarin we ons manifesteren met onze taal en onze aanwezigheid via denken en handelen. De Duitse kunstenaar Anselm Kiefer heeft door de poëzie een andere kijk op de wereld gekregen en in een gesprek met Klaus Dermutz zegt hij als antwoord op een vraag van Dermutz: 

Wenn ich Sie richtig verstehe, haben Ingeborg Bachmanns Gedichte Ihren Blick vollkommen verändert. Nach Ihrer früheren Sichtweise der Welt sagen Sie nun, dass die Welt in den Gedichten ist.

Es gibt keine andere Welt für mich. Mit den Gedichten ist es manchmal beinahe so, dass ihr Strom – im Sinne von Isaak Luria – den Schleier der Welt zerstört, den Schleier der Welt verbrennt. Es wird auf einmal sichtbar, dass die Welt nicht so ist, wie man angenommen hat. Es wird sichtbar, dass die Welt ohne Sinn ist. Die Gedichte schaffen einen Durchbruch. Durch die Gedichte zerspringt auch etwas da auch eine Shevirath ha kelim. Das Aufreißen der dünnen Illusionsschicht zieht sich durch alle Gedichte. Oder das Aufreißen der schnellen Beruhigung der Gemüter nach dem Krieg. Es kommt durch die Gedichte zu einem Aufreißen. Es platzt andauernd etwas auf – wie beim Strom von Isaak Luria. Durch die Gedichte bleiben nur noch Trümmer zurück.

Kiefer gebruikt hier een beeld uit de mystiek van Izaak Luria die de wereld beschrijft als het gevolg van het ‘springen der vaten’ waardoor de wereld pas kon ontstaan. In een fase in het scheppingsproces goot God zijn licht, zijn genade uit, maar de vaten die dit licht moesten ontvangen konden dit niet aan en vielen in stukken. Veel van het licht ging terug naar God, maar een deel kwam met de scherven van de vaten in onze wereld terecht en onze wereld zou je kunnen zien als het effect van deze breuk. In alles op deze wereld is Gods licht verborgen als vonken zoals de grote rabbi Baal Shem Tov beschreef in zijn mystieke teksten. De taak van de mens is het om deze vonken uit de duisternis te bevrijden en terug te voeren naar God. 

Kiefer stelt nu dat gedichten ontsluierend kunnen werken: ze beroven ons van onze illusies, ze maken de wereld op een nieuwe wijze zichtbaar. Ze openen een dimensie die we eerst niet zagen, niet ervoeren. Ontsluierd blijkt de wereld zonder zin te zijn, zinloos te zijn. Zin toekennen aan de wereld is een illusoir gebeuren en als dat toch gebeurt zit er meestal iets anders achter. Een land tot heilig land maken, een stukje wereld heilig verklaren, bijzonder maken heeft meestal een bijbedoeling. Want waarom zou een land heilig moeten worden, wie is daarmee gediend, welke machtsaanspraken worden daarmee bevredigd? Heilig is niet het land, niet de wereld, maar in alles zitten Gods vonken, zit Gods licht verborgen en het een is niet beter dan het andere. 

Kiefer beschrijft de werking van het gedicht als een breken van de vaten, het gedicht is zelf een vorm van licht, te groot en te machtig voor de vaten, voor de gedachten die we hebben over de wereld, onze beschrijvingen, onze illusies, zodat onze beschrijvingen uit elkaar vallen, zoals de vaten breken. Al onze percepties, onze oordelen en vooroordelen, al onze gedachtes en beschrijvingen van de wereld stoelen niet op waarheid maar zijn slechts een vorm van sluier, een benadering, een wijze van ervaren die niet af is, niet concreet genoeg, niet direct en niet realistisch, dat wil zeggen in direct contact ermee. Misschien filosofisch gesproken: met onze taal, met onze ervaring raken we niet aan het “Ding an Sich”, de kern van de dingen. We blijven er buiten staan maar doen wel alsof we met onze taal greep op de dingen hebben. Het gedicht laat zien dat dit een illusie is. Het gedicht opent een nieuwe ‘realistische’ toegang tot de wereld en opeens ervaar je de wereld anders, kijk je met de ogen van het gedicht en wordt je wereld anders. 

Klaus Dermutz haalt nog een andere metafoor aan, van een andere dichter die voor velen misschien donker schrijft, maar die roem vergaard heeft met zijn kijk op de wereld. Hij merkt op: 

Paul Celan war der Ansicht, das vollendete Gedicht müsse »die Welt zerkratzen«, »wie Graveure die Platten zerkratzen müssen, von denen Abdrücke gemacht werden«.

Das ist es. Diese Überlegung von Celan habe ich nicht gekannt. Wir sind auf dasselbe gekommen , die Gedanken sind überall. Der Ausdruck »zerkratzen« ist gut.

Celan schreibt in einem Brief an seine in Israel wiedergefundene Jugendfreundin Ilana Shmueli: »Es gibt keine Zeile meiner Gedichte, die nichts mit meiner Existenz zu tun hätte; ich bin, Du  siehst es, auf meine Art Realist.« Würden Sie von sich auch sagen, dass Sie ein Realist sind?

Ja, meine Realität ist eine andere als der Welt, zwar auch eine illusorische, aber auf einer anderen Ebene.

Anselm Kiefer wordt ook de kunstenaar genoemd die met de beelden danst. Zijn werk is een grote dans met beelden, afbeeldingen, historische momenten, reflecties, inzichten. Als hij opstaat gaat hij eerst in zijn bibliotheek grasduinen en dan blijft hij hangen bij beelden, bij verbeeldingen, bij thema’s. Zo wordt hij geïnspireerd. Zo beschrijft hij zijn dag in een aantal opnames over zijn werk in gesprek met Alexander Kluge. Hij benadert de wereld vanuit zijn mystiek en poëtische interesse en legt daarvan getuigenis af. Een proces dat een spel is van voortdurend wisselende betekenissen. Een gedicht is een toegang tot de wereld die ook weerstand kan oproepen. Het gedicht beschrijft de wereld in de weerstandmodus. Het niet instemmen met de wereld zoals de wereld zich presenteert en zoals wij haar presenteren. Niet akkoord gaan met hoe de wereld is en zou moeten zijn volgens bepaalde religies, ideologieën etc. De wereld is een amalgaam van betekenissen en het gedicht hakt hierin alsof het een beeld schept uit een blok marmer. Kiefer ziet dit zo als Dermutz deze weerstand naar voren haalt: 

Für Celan legitimiert sich das vollendete Gedicht nur durch seine »Richtigkeit«, durch »die Darstellung unseres Widerstandes«.

Der Widerstand besteht für mich darin; dass wir in der Sinnlosigkeit weitermachen. Ich widerstehe der Auflösung. Wenn ich in das Meer hinausschwimme, gibt es auch einen Widerstand. Ich kehre irgendwann um, aber das ist der Widerstand des Überlebens. Widerstand ist sehr komplex: Widerstand gegen den normalen, abgenutzten, standarisierten Gebrauch der Wörter. Das kann Widerstand sein, aber auch der Widerstand gegen die eigene Beruhigung. Der Widerstand dagegen, dass man sich mit dem begnügt, was an Beruhigung angeboten wird. Widerstand gegen das Genügen. Es ist nie genug…

Anselm Kiefer zet het gedicht in om de wereld te duiden verder dan het genieten, het ondergaan ervan in apathie, in wanhoop, in depressie omdat alles zinloos lijkt. Het gedicht wil zich niet neerleggen bij hoe de situatie is, bij hoe de situatie wordt gepresenteerd. Reclame, wereldbeelden, politieke visies, concrete machtsconstellaties, tegenstellingen, bittere situaties van armoede en geweld als gevolg van machtsstreven, het gedicht werpt een dam op, onttovert al deze illusies, laat een andere kant zien en legt zich niet er bij neer. Ook al is alles zinloos, is de wereld zelf zonder zin, dit streven is dit niet. Het pogen van het gedicht, het blootleggen van de wereld en de illusies die leven door het gedicht is op zich een zinvolle bezigheid. Zin bestaat in het zich ontladen van betekenissen, telkens weer nieuwe, telkens opnieuw, nooit af. In dit proces voelt het gedicht zich thuis en komt het thuis. Het gedicht is dus voortdurende opstand tegen vastgelegde en vastgeroeste beelden van de wereld. Daarom heeft elk gedicht voor Paul Celan met zijn leven te maken, is elk gedicht ook getuige van zijn realiteit. En elke realiteit is complex, gedifferentieerd, contextbepaald. Daarom hoeft een gedicht ook niet voor iedereen direct toegankelijk te zijn. Er moet moeite voor worden gedaan, ‘effort’ is gevraagd, een tijdsinvestering. Dan kan het gedicht zich openbaren en kun je met de ogen van het gedicht leren kijken naar de wereld. Ik vermoed, het is meer dan een poging waard. Je wereld zal veranderen. 

John Hacking 

24 januari 2019

Bronnen: 

  • Kiefer, Anselm, die Kunst geht knapp nicht unter. Anselm Kiefer im Gespräch mit Klaus Dermutz, Berlin 2019, (Suhrkamp)
  • Anselm Kiefer / Alexander Kluge, Der mit den Bildern tanzt. Filme & Gespräche, Berlin 2017 (Suhrkamp Verlag)
mist in de bergen
mist in de bergen – drieluik – pigment op hout

Een voorbeeld van de wijze waarop Celan schrijft en zijn gedichten een toegang zijn tot de werkelijkheid is dit citaat uit: https://www.nrc.nl/nieuws/1993/10/22/de-gruwelijke-gedichten-van-paul-celan-flessenpost-7200406-a636777, ik citeer:

In 1955 verscheen Celans bundel Von Schwelle zu Schwelle, die net als de vorige bundel door de Duitse kritiek vol lof werd ontvangen als een geslaagde poging om na de verstomming door Auschwitz opnieuw te leren spreken. In de bundel staat het gedicht “Met wisselende sleutel’.

Met wisselende sleutel

ontsluit je het huis, waarin

de sneeuw van ’t verzwegene woedt.

Naar gelang het bloed opwelt

uit je oog of je mond of je oor,

wisselt je sleutel.

Wisselt je sleutel, wisselt het woord

dat woeden mag met de vlokken.

Naar gelang de wind die jou wegstoot,

balt om het woord zich de sneeuw.

Door het gedicht heen waart het woord “sleutelwoord’, dat niet genoemd wordt. Met steeds weer nieuwe sleutelwoorden, anders gezegd metaforen, probeert Celan het verzwegene, het onuitsprekelijke leed toch hoorbaar te maken. De gestaag neervallende sneeuw wordt geïnterpreteerd als het bedekken van het verzwegene met een steeds dikkere laag en probeert het voor altijd aan de vergetelheid prijs te geven. Wanneer het woord het gevecht aangaat met de sneeuw dan wordt de dichter door een grillige wind waar hij geen vat op heeft, het woord uit zijn hand gerukt. Het woord valt in de sneeuw. Het lijkt het gevecht verloren te hebben omdat de sneeuw zich om het woord balt. Maar op hetzelfde moment maakt het door sneeuw omhulde woord zo het verzwegene zichtbaar. Zo spreekt en zwijgt het gedicht tegelijkertijd.

Deze paradox, typisch voor Celan, laat zien dat het verzwegene niet uitgedrukt kan worden, behalve als een contour, van gebalde sneeuw, van iets waar geen woorden voor zijn. Het gedicht bevindt zich altijd op de rand van het zwijgen. Celan zei daarover bij de uitreiking van de Büchner-prijs: “Het gedicht vertoont, dat is onmiskenbaar, een sterke neiging tot verstommen. Het gedicht handhaaft zich op de rand van zichzelf.” De paradox van het in een gedicht tot een eenheid pogen te smeden van de tegengestelden omschreef hij eens als “de waarheid van het gedicht.’ In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.