Vervuld van Gods Geest (overweging)

Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat de spannendste stukken uit het evangelie van vandaag eigenlijk zijn weggelaten. Bijvoorbeeld wat er aan dit verhaal vooraf ging – de verzoeking in de woestijn door de satan, de tegenstrever, de ‘beproever’, de roet in het eten gooier,  én wat er op het verhaal volgt m.n. de reacties van de toehoorders in de synagoge. Die context is vandaag niet hoorbaar. De reacties op zijn optreden horen wij pas volgende week, dus nog even geduld. Ik zal dan ook de verzoeking weerstaan om daar nu al iets over te zeggen. Maar is deze tekst dan nu minder interessant, minder spannend, heeft ze minder inhoud? Voor de oppervlakkige lezer misschien. Maar dát willen we vandaag niet zijn.  Daarom ga ik even leentjebuur spelen bij de filosofie.

Misschien weet u dat de methode van de filosofie bestaat uit het stellen van vragen. De taak van de filosoof is het problematiseren wat zich aandient. Voortdurend vragen stellen, proberen verder te kijken dan je neus lang is. Een filosoof krijgt dus eigenlijk betaald om de dingen moeilijk te maken, om niets als vanzelfsprekend aan te nemen.  Geen ‘Jip en Janneke taal’ omdat we het anders niet begrijpen! De filosoof moet daarom de verleiding weerstaan om geen genoegen te nemen met antwoorden. Iets wat mijn grote inspiratiebron, de Franse rabbijn Marc Alain Ouaknin van harte onderschrijft en aanbeveelt. Want elk antwoord mag en moet eigenlijk weer nieuwe vragen oproepen. Een voortdurend spel van betekenissen, een proces dat nooit af is.

Als een antwoord als definitief wordt gepresenteerd is dat de dood in de pot. Dan loopt de wereld vast, houden betekenissen op te bestaan, want betekenissen leven van voortdurende aanpassing en verandering.  Betekenissen die niet veranderen, die star zijn, dat zijn ideologieën. En ideologieën hebben nog nooit iets echt goeds gebracht. Ideologieën zijn verstarde ideeën die veronachtzamen dat het leven leeft, dat de wereld doordraait en dat mensen transformeren, in transitie zijn.

Iets dergelijks zou ik ook willen ten aanzien van de theologen en de theologie. Geen genoegen nemen met een antwoord, telkens doorvragen, verder zoeken. Niks definitieve omschrijvingen, geen dogma’s, geen ingeblikte waarheid. Elke waarheid die als star gegeven wordt verkondigd maakt slachtoffers. Het recente debat over en de inhoud van de Nashville verklaring laat dit zien. Mensen worden weggezet als minderwaardig omdat ze homo zijn,  omdat ze niet passen in het plaatje van het huwelijk tussen man en vrouw, en dat in naam van God. Hoezo God, heeft deze zich daar dan zo expliciet over uitgelaten? En wat nog belangrijker is, mogen wij op zijn troon gaan zitten en anderen veroordelen? Anderen wegzetten als zondaars etc. etc.  

Elke tekst is tijdsgebonden en cultuurgebonden. Een tekst en de interpretatie ervan goddelijke status verlenen is in mijn ogen een ongeoorloofde move. In mijn ogen! Als God een boek kan schrijven, als Hij/Zij pen en papier ter hand kan nemen, dan kan Hij/Zij ook ingrijpen in andere situaties. Aangezien dat niet gebeurt, aangezien God zelf niet schrijft en zelf niet interpreteert, blijft het mensenwerk. En mensen past bescheidenheid, ook al menen ze te spreken in Naam van God.

Het mooie van de bijbelteksten is dan ook dat ze geïnspireerd heten te zijn. Goddelijke inspiratie werkt door in de woorden van de profeten, en de schrijvers. En hier zijn we waar we zijn moeten: het gaat om inspiratie, om geïnspireerd worden. Het gaat niet om zekerheden, niet om absolute waarheden, niet om de ene en uiteindelijke waarheid, want wie ben je als mens om die te kennen?

Deze kleine omweg heb ik gemaakt om te laten zien hoe ik naar deze teksten kijk. Hoe ik probeer de tekst te problematiseren, de vragen te stellen die boven komen. En wat blijkt dan? Deze tekst uit Lucas is een sleuteltekst in het verstaan van Jezus en zelfs in het begrijpen van het christendom als zodanig! En dat zit voornamelijk in één woordje: het woordje πεπλήρωται (vs. 21), wat wij nu vertalen met ‘in vervulling’ horen gaan, een afgeleide van πληρόω, in vervulling doen gaan, vervuld worden en tal van andere synoniemen. Het kan ook betekenen dat je door Gods Geest helemaal vervuld kunt raken.

Eigenlijk in onze tekst dus dubbelop: Jezus citeert Jesaja’s woorden “De Geest van de Heer rust op mij” – of anders uitgedrukt: vervult mij. En hij zegt: dát wat je zonet hebt gehoord is in vervulling gegaan, en wel in mij. Ik ben het vleesgeworden woord uit Jesaja. Een begrip dat ook Johannes aan het begin van zijn Evangelie met alle kracht poneert. Johannes 1, 14 zegt, ik citeer: “Ja, het woord is vlees geworden. Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon van de Vader ontleende,  vervuld als Hij was van genade en waarheid.” Einde citaat. U hoort het, dit is een tekst vol betekenis, een tekst waar je weken mee bezig kunt zijn om te ontleden, te bevragen, te onderzoeken.

Je zou kunnen zeggen, en ik wil dat hier benadrukken: Met dit woordje vervulling, de waarheid ervan, de acceptatie ervan, de acceptatie dat Jezus het vleesgeworden woord is uit Jesaja, de vervulling van de profetie, staat of valt het christendom en de claims van het christendom. De meeste Joden accepteren deze claim niet. Want zo zeggen zij, als het waar zou zijn wat deze woorden zeggen, wat zie ik er dan van in de wereld? Als Jezus de beloofde Messias is, waarom is er dan nog oorlog, ziekte, geweld? Waarom zijn de volgelingen, zou je hierop aansluitend kunnen zeggen, met een kritische blik op onszelf, geen haar beter dan de niet-volgelingen? Waarom brengen wij zo weinig terecht van de ‘blijde boodschap, het evangelie? De vraag stellen is makkelijker dan hem beantwoorden. Maar toch moet hij worden gesteld want het gaat tenslotte om onszelf. Het gaat om een wereld voor allen, een toekomst voor allen.

Persoonlijk is voor mij de belangrijkste vraag: hoe houden wij het vol, hoe houden wij de moed erin, hoe kun je blijven geloven in de optimistische boodschap van het evangelie en hoe kun je er geloofwaardig naar blijven leven? Misschien moet ik de vraag anders stellen: hoe werkt Gods Geest in ons? Werkt de Geest van God wel in ons? Waaruit blijkt dat dan? Als gelovige, dat wil zeggen, als mens die zijn vertrouwen op God durft te stellen, is het meest tastbare bewijs voor mij dat Gods Geest in mij werkt, het feit dat ik leef. Mijn ziel, datgene wat in mijn lichaam, door mijn lichaam, met mijn lichaam zich manifesteert in dit leven als een persoon, met een zelf,  een samenballing van zelfbewustzijn en lichaamsbewustzijn, een besef van samen met elkaar, samen zijn als voorwaarde voor subject zijn, die ziel, dat bewustzijn, is voor mij bewijs,  voor mij waarheid genoeg van het werken van Gods Geest. Een ziel die kan liefhebben – die gedragen wordt door liefde. Die in de liefde haar houvast, haar grond vindt. Het feit dat liefde bestaat, dat wij van elkaar kunnen houden, dat is voldoende. Daar moet en daar wil ik het mee doen. Meer bewijs heb ik persoonlijk niet nodig. Ik besta en ik houd van, dus God werkt in mij anders zou ik niet bestaan.

Als ik echter niet op God vertrouw, als ik niet geloof,  en dat zijn er velen, kan dat natuurlijk heel anders worden ervaren. Iedereen maakt eigen keuzes, iedereen heeft andere ervaringen en betekenissen. Maar ik heb het nu niet over algemene waarheden die voor ieder moeten gelden. Ik heb het nu over mijn persoonlijk standpunt, mijn persoonlijke weg, een eigen weg. In mijn ogen is elk mens een weg naar God ook al hoeft niet elk mens dit te ervaren. Ik hoef het ook niet van de daken af te schreeuwen, ik hoef niemand te bekeren. Nu ik voor mijzelf ervan uit ga dat Gods Geest in mij werkt omdat ik leef,  omdat ik kan houden van mensen, zelfs over alle grenzen en moeilijkheden heen, kan ik ook proberen om in de voetsporen te treden van Jezus. Ik hoef de wereld niet te redden, ik hoef geen Messias te worden,  of een Messias te spelen, iets waarvan sommige politici soms last hebben. Voor mij is het genoeg om lief te hebben:  mensen op mijn pad, mijn levensweg. En daarin zijn we eigenlijk allemaal even deskundig en daarvoor toegerust. De een zal het beter afgaan dan de ander, die verschillen zijn er,  maar in potentie is er veel, heel veel aanwezig.  

Liefde is soms een vreemde zaak, een ‘bijzonder wonder’ noem ik het. Die liefde is in de bijbel altijd heel concreet: armen, zwakken recht doen. God dienen door je naaste bij te staan, je naaste niet laten creperen. Romantiek komt meestal pas op de tweede of derde plaats. Liefde wijst voor mij ook terug naar God. Net zoals de bijbelse verhalen terug verwijzen naar ons via Gods liefde. Liefde kan ook pijn doen, kan hartverscheurend zijn. De evangelist Lucas schrijft over Jezus vanuit de wetenschap dat deze gruwelijk is gedood aan het kruis, maar opgestaan uit het graf. Het lijden van Jezus is impliciet meegenomen in zijn verhalen. De goede verstaander kan erover struikelen zodat de goede vragen bovenkomen.

Maar ook wij in ons eigen leven maken kennis met die liefde die ook pijnlijk kan zijn. Afgelopen dinsdag in de rouwgroep brachten een paar studenten hun twijfel naar voren in deze vraag: kan ik ooit nog gelukkig worden, is geluk wel voor me weggelegd nu ik dit verdriet meemaak, nu ik dit verlies heb geleden? Een vader, moeder dood, een broertje en een vader gestorven door zelfdoding? Zij leggen getuigenis af van hun pijn en hun verdriet. Nu moeten ze verder. Maar het lijkt alsof er geen einde komt aan hun verdriet,  alsof de nacht vooralsnog donker blijft, geen nieuwe dag. Op de fiets dacht ik erover na dat liefde ook pijn is, dat liefde in de situatie van een dergelijk verlies heel veel pijn kan doen. Een stekende, snijdende pijn. Een open wond in het begin. Ik vermoed dat wij allen, hoe dan ook, die pijn ervaren, Misschien hebben ervaren, misschien nog steeds ervaren of later zullen ervaren.

Verdriet is de andere kant van de medaille die liefde heet, verdriet is in mijn ogen tot tranen gestolde liefde. Het verdriet maakt liefde zichtbaar. Zonder verdriet is er misschien ook niet zoveel liefde. Als ik op deze manier over God, over Jezus, over de Geest van God, over bezieling, over inspiratie nadenk, dan is het niet zo moeilijk om liefde te beschouwen als de weg naar God, een menselijke weg,  een weg die nooit dood zal lopen. In Jezus kwam Gods Geest krachtig tot uiting. Manifestatie van Gods liefde. Hij is het vleesgeworden woord van God. Door het lijden, de pijn en het verlies heen van het leven. Ook wij zijn vleesgeworden geestkracht van God – open vaten om het Woord van God te ontvangen en door te geven, liefde wijst ons de weg. Om het Woord van God zó gestalte te geven in ons leven,  heel concreet en praktisch, Jezus achterna. Heel veel inspiratie en heel veel doorzettingsvermogen. Amen

gelezen Jesaja 61, 1-9, Lucas 4, 14-21

Studentenkerk zondag 27 januari 2019