Zekerheid

Op zoek naar houvast ook daar waar het misschien niet op het eerste gezicht te vinden is.

IN my previous talk, ‘On a Certain Blindness,’ I tried to make you feel how soaked and shot-through life is with values and meanings which we fail to realize because of our external and insensible point of view. The meanings are there for the others, but they are not there for us. There lies more than a mere interest of curious speculation in understanding this. It has the most tremendous practical importance. I wish that I could convince you of it as I feel it myself. It is the basis of all our tolerance, social, religious, and political. The forgetting of it lies at the root of every stupid and sanguinary mistake that rulers over subject-peoples make. The first thing to learn in intercourse with others is non-interference with their own peculiar ways of being happy, provided those ways do not assume to interfere by violence with ours. No one has insight into all the ideals. No one should presume to judge them off-hand. The pretension to dogmatize about them in each other is the root of most human injustices and cruelties, and the trait in human character most likely to make the angels weep.

William James

Bron: http://www.uky.edu/~eushe2/Pajares/jsignificant.html

Houvast in je leven, een vaste bodem om op te staan, is een thema dat mij al jaren bezighoudt en waarover ik vaker heb geschreven. Vooral in de omgang met studenten komt deze vraag naar houvast vaak naar voren. Maar dit soort vragen is niet aan leeftijd gebonden. Ieder mens wil vaste bodem onder zijn voeten, ieder mens wil weten waar hij/zij aan toe is in het leven en waartoe zijn leven dient, waarom hij/zij zich soms zo druk kan maken en wat het uiteindelijk oplevert. Levensdoel, zinvolheid, betekenis, route door het leven, bergen en dalen, omgaan met lijden en met tegenslagen, eindigheid, contingentie, falen en mislukken, slagen en triomferen, idealen en ambitie, het zijn zo maar een paar grepen uit dit scala van begrippen die hier een rol kunnen spelen en die in gesprekken op de voorgrond kunnen treden.

Carl Gustav Jung schrijft in een autobiografische tekst over zijn ziekte en over de wijze waarop hij zijn eigen weg, zijn eigen lot tegemoet wil treden. Fouten en mislukkingen horen daarbij, zijn onvermijdelijk zelfs. Ziekte en tegenslagen werpen je terug op de basis waaruit je leeft. In die zin zijn dit soort ervaringen constitutief voor je zelf-verstaan en helpen ze je om je eigen weg in het leven te vinden, een weg die niemand anders af kan leggen omdat jij in je eigen schoenen staat. Het is jouw leven, jouw weg. Hij schrijft:

Something else, too, came to me from my illness. I might formulate it as an affirmation of things as they are: an unconditional “yes” to that which is, without subjective protests acceptance of the conditions of existence as I see them and understand them, acceptance of my own nature, as I happen to be. At the beginning of the illness I had the feeling that there was something wrong with my attitude, and that I was to some extent responsible for the mishap. But when one follows the path of individuation, when one lives one’s own life, one must take mistakes into the bargain; life would not be complete without them. There is no guarantee not for a single moment that we will not fall into error or stumble into deadly peril. We may think there is a sure road. But that would be the road of death. Then nothing happens any longer at any rate, not the right things. Anyone who takes the sure road is as good as dead.

Zekerheid verwachten, zekerheid willen hebben in al je keuzes, in je levensweg, het is een illusie, een kortzichtigheid die een slaaf van je maakt want dan zet je jouw kwaliteiten in om een gevangenis te creëren. Een gevangenis waaruit geen ontkomen is omdat alle deuren gesloten zijn. De horizon ontbreekt, de levenskracht wordt verspild aan het zoeken naar houvast en dingen, mensen, situaties, beloftes die jou kunnen dragen en die je bij de hand kunnen nemen zodat je in het leven niet verdwaalt. Je vergeet dat je het zelf bent waarop gebouwd kan worden. Je vergeet, je weet misschien niet, dat je alles al met je meedraagt om goede keuzes te maken en houvast te vinden in het leven. Je bent zelf je eigen houvast als je niet bang bent om nieuwe wegen in te slaan. Verdwalen kun je eigenlijk niet, elke weg is er een. En als je voor je gevoel al verdwaalt, des te beter, want dan is de kans groot dat je pas echt iets nieuws ontdekt. Jung pleit voor de bevestiging van het eigen lot en een goede omgang met eigen gedachten en oordelen.

It was only after the illness that I understood how important it is to affirm one’s own destiny. In this way we forge an ego that does not break down when incomprehensible things happen; an ego that endures, that endures the truth, and that is capable of coping with the world and with fate. Then, to experience defeat is also to experience victory. Nothing is disturbed neither inwardly nor outwardly, for one’s own continuity has withstood the current of life and of time. But that can come to pass only when one does not meddle inquisitively with the workings of fate.

I have also realized that one must accept the thoughts that go on within oneself of their own accord as part of one’s reality. The categories of true and false are, of course, always present; but because they are not binding they take second place. The presence of thoughts is more important than our subjective judgment of them. But neither must these judgments be suppressed, for they also are existent thoughts which are part of our wholeness.

Leven is je verhouden tot jezelf, tot de mensen om je heen en tot de wereld. Frau Welt, vrouw wereld, typisch dat de wereld voorgesteld wordt als vrouw. Misschien heeft dat te maken met vruchtbaarheid, met telkens nieuwe dingen geboren laten worden. De wereld draagt ons, voedt ons, inspireert ons. De wereld is de plek waarin en waartoe we leven. In de wereld moeten wij het zien te redden, maken we van ons leven een leefbaar leven, een tehuis, een woning. De wereld tegemoet treden, ons leven tegemoet treden in de wereld alsof je een vrouw tegemoet treedt: niet zonder bedoelingen, maar met het doel om met deze vrouw te trouwen, trouw aan je zelf en trouw aan deze nieuwe partner, dat kan een mooie manier van benaderen zijn, van het gestalte geven van je leven. Concreet betekent dit dat je met huid en haar je leven leeft in deze wereld en met deze wereld zoals zij zich aan je voordoet. Niet dat dit perfect is, niet dat er verbeteringen uitgesloten zijn, alles kan altijd beter, alles kan altijd op een andere manier plaatsvinden. Anselm Kiefer vergelijkt de kunstenaar met een labyrint. Het plan deugt niet, er komt altijd wat anders uit. De mens verdwaalt in het landschap, de mens verdwaalt in zijn ambities, zijn plannen, zijn schets hoe zijn leven eruit moet komen te zien. Maar het leven is ook paradoxaal. Kiefer zegt dat er geen zwaarte is zonder lichtheid en omgekeerd. Wat is het lichte aan zware ervaringen, ervaringen van verlies, van rouw, van pijn? Zou dat niet de liefde kunnen zijn waardoor je zón pijn ervaart, waardoor het verdriet zo schrijnend is?

Leven is wandelen in het landschap, het landschap is er al voor jou, je bent gast, je bent pelgrim, je bent wandelaar. Het landschap heeft al veel meegemaakt. Kiefer stelt, net als Armando, dat het landschap nooit volledig onschuldig is. Er is bloed gevloeid, mensen zijn er overleden, er is oorlog gevoerd, levens zijn verwoest, toekomsten zijn ongedaan gemaakt. Het landschap zit vol met dubbele bodems. Idylle is slechts een kant van het landschap. Romantiek is een verlangen dat het landschap wil omhelzen maar waarin ook de sporen van het verleden terugkeren en getuigenis afleggen van de gruwelijkheden die misschien hebben plaatsgevonden. Overgebleven zijn de ruïnes. Getuigen van een leven dat zich hiervoor heeft afgespeeld. Een wereld die op dit moment even voorbij is.

Leven wil zeggen je verhouden tot jezelf en tot de wereld, tot de mensen om je heen en tot de betekenissen die op je weg komen en die jezelf schept en voortzet. In de DVD over het leven en werk van Kiefer komt een bijzondere zinsnede naar voren: “Wundtau regnet”. Een bijna niet te vertalen woord: Wundtau. Dauw op de aarde, op het land, dauw als wonde, dauw die neervalt, regent, maar die getuigenis aflegt van verwondbaarheid, van pijn, van gewond zijn. Het is een fragment uit het Walkurenlied, 12 vrouwen, Walkuren, zingen terwijl ze aan het weven zijn: (1e strofe)

Weit ist gespannt
zum Waltode
Webstuhls Wolke;
Wundtau regnet.
Nun hat an Geren
grau sich erhoben
Volksgewebe
der Freundinnen
mit rootem Einschlag
des Randwertöters.

De Walkuren weven het lot van de helden, als een draad op de weefspoel, gaat het leven voorbij, vloeit het bloed van de strijders. Wundtau is een ander woord voor bloed. Het bloed dat vloeit in de talloze oorlogen, de slachten die mensen in deze wereld op deze aarde voeren. Het landschap herbergt deze geschiedenis, het nodigt ons uit hier en nu zich te verhouden hiertoe. Maar waar zwaarte heerst is ook lichtheid. De draad van het weefgetouw, tikva in het  Hebreeuws, heeft meerdere betekenissen. Draad, tikva, betekent hoop. Joodse gevangenen zongen het lied van de hoop toen ze de gaskamer ingingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lied van de hoop werd het volkslied van Israël. Elie Wiesel schrijft over deze hoop, deze draad, in zijn boek over Job, God in storm en wind. Al lijkt het lot bepaald, het geweld overheersend, de ondergang nabij, de hoop gaat niet verloren. Hoop kan omslaan in wanhoop, en wanhoop in hoop. Ze liggen dicht bij elkaar. Maar als je in staat bent zwaarte en lichtheid bij elkaar te denken, te ervaren, dan is ook de dood niet de vijand maar de vervolmaking van het leven. De tijd die je rest, de tijd die deel uitmaakt van je levenstijd is daarom kostbaar. Te kostbaar om hem te verspillen aan flauwekul, oppervlakkigheid, angsten die nergens toe leiden en zoeken naar zekerheid waar deze niet is te vinden.

John Hacking

1 maart 2019

Bronnen:

C. G. Jung: https://archive.org/stream/MemoriesDreamsReflectionsCarlJung/Memories%2C%20Dreams%2C%20Reflections%20-%20Carl%20Jung_djvu.txt

Anselm Kiefer / Alexander Kluge, Der mit den Bildern tanzt. Filme & Gespräche, Berlin 2017 (Suhrkamp Verlag)

Bingen am Rhein

Edda: https://midgardnachrichten.wordpress.com/sagen-und-mythen-aus-der-edda/

Das Walkürenlied ist nicht in der Eddasammlung, sondern in einigen Handschriften der Njalssaga überliefert. Hiernach ist es ein Gesang von zwölf Wallküren, die in einem Gemach, das sich in einem Hügel befindet, an einem grausigen Webstuhl sitzen, bei dem die Spannfäden Menschendärme und die Webgewichte Männerschädel sind. Wie das Gewebe fortschreitet, bestimmt es gleichzeitig den Verlauf der von den Walküren geleiteten Schlacht. Während die Walküren weben, befinden sie sich kraft einer Zauberwirkung gleichzeitig auf dem Schlachtfelde, wo sie zu Gunsten der Heiden gegen die Christen eingreifen. http://nordische-mythologie.aktiv-forum.com/t79-16-das-walkurenlied-aus-der-edda-von-felix-genzmer