Groei en stilstand

Er is in onze samenleving en in de schoolsystemen zoveel aandacht voor het louter kennis vergaren, in plaats van voor het beleven of ervaren. Paul is ervan overtuigd dat het belangrijk is om kinderen te leren naar zichzelf en hun jeugd te kijken. Met alleen verstandelijk leren bereik je niet veel. Je leert vooral door te beleven, te voelen, te ervaren. (…) Maar ook echte aandacht geven en het stellen van vragen zijn belangrijke elementen in de opvoeding en ontwikkeling, vindt Wim. Ik vraag mij af in hoeverre er op de basisschool nog voldoende ruimte is voor echte gesprekken? Nieuwsgierigheid en verwondering horen daarbij. (ZKM magazine 2019 nr. 3)

De samenleving is wel eens beschreven als een maalstroom. Een verzameling draaikolken, maatschappelijke bewegingen en acties die iedereen opslokken die erin verzeild raakt. Dat kan in een werksituatie zijn waar steeds hogere eisen aan je worden gesteld en waar prestaties leveren het belangrijkste is, boven de persoon die je bent. Dat kan ook in een studiesituatie plaatsvinden als je voortgedreven wordt door ambitie om de beste te zijn of uit de daaronder liggende angst dat je anders niet meetelt of geen baan zult krijgen. Dat kan ook in de politiek, als zich situaties voordoen die lijken op grote omwentelingen (die men vroeger in het meeste extreme geval ook wel revoluties noemde). Maar deze politieke gebeurtenissen wil ik nu even buiten beschouwing laten. Ik heb meer de persoonlijke groei en de ontwikkelingsfasen op het oog van de opgroeiende mens. Waar kan hij/zij zich aan spiegelen, wat geeft houvast, waar kan ja en waar moet nee tegen gezegd worden in die ontwikkeling?

Goed leven als belangrijke vraag

In het ZKM magazine van 2019 (nr. 3) gaan Paul de Blot en Wim Kremer in gesprek over opvoeding, onderwijs, voorbeelden en levensvragen. Wat leren studenten nog tijdens hun opleiding met de verplichte leerstof over het leven als zodanig? Waar en aan wie kunnen zij zich spiegelen? Worden er nog goede romans gelezen die richting geven, die een weg in het leven laten zien, waartoe je je kunt verhouden? Hebben studenten (nog) plezier in hun studie, of hebben ze het gevoel alleen te moeten ploeteren om hun papiertje te halen? Onlangs vroeg ik een groep masterstudenten of ze nog wel plezier hadden in hun studie, of het ook nog een gevoel van vreugde gaf wat ze deden. Ik kreeg alleen maar een schamper lachen terug, alsof de studie alleen maar zwaar was, energie en moeite koste, maar geen blijheid en enthousiasme opleverde. Paul de Blot en Wim Kremer hebben nagedacht over deze vragen rond zelfkennis en de relevantie van levensvragen tijdens de groei en zij zeggen het volgende:

“Wim: ik denk dat het overbrengen van de voorbeelden uit uw jeugd, dat jonge mensen daar behoefte aan hebben. En dat het stellen van vragen een student ook kan helpen om bij zichzelf te komen. Om te denken wie hij in de kern is en waar hij voor staat. Vragen als: Wat is nou goed leven? Wat betekent dat voor jou? En ook: Wat heb jij nodig om straks in de samenleving een goed leven te kunnen leiden? Wat ga jij bijdragen aan deze samenleving? Dat soort vragen. Wat ik een beetje zie, is dat studenten voor dat soort vragen weglopen. We moeten weer een manier vinden om over dat soort vragen met elkaar in dialoog te komen, omdat ik denk dat dat bij ontwikkelen en opvoeden hoort. En vooral ook omdat het de student bij de kern van zichzelf brengt. Paul: ik stel altijd vijf keer de waarom-vraag. Waarom wil je studeren? Daarop krijg ik antwoord en dan vraag ik: Waarom wil je dat? Bij de derde keer wordt het al lastig en hoe lastiger het wordt, des te dichter komen ze bij de kern en bij het voelen.

(…)

Wim vraagt waarom Paul zoveel kritiek lijkt te hebben op het denken en op de filosofie; waarom hij zo hamert op het belang van de ervaring, de beleving. Paul legt uit: vergelijk het met een ijsberg. Daarvan is slechts 10% zichtbaar en de rest bevindt zich onder water. Het ‘denken over’ is die 10%, het beleven en ervaren hoort bij de overige 90%. Neem nu als voorbeeld de liefde. Daar is erg veel over geschreven, maar de diepste liefde kun je niet onder woorden brengen. Of zo’n boek over organisaties. Daarin dénkt de auteur over een organisatie, maar een organisatie is een organisme, een levend wezen. Elke organisatie is uniek. De fout die wij hebben gemaakt is het leren om perspectivisch te kijken. Als je een Japanse tekening ziet, weet je nooit waar de tekenaar staat. Bij Rembrandt zie je precies vanuit welk gezichtspunt hij een model heeft getekend. Zo is het ook met het denken: vanuit welk gezichtspunt denk je over iets. Via kunst, met name via muziek, dring je door tot de kern, tot het wezen van iets.”

Verbonden zijn en verbondenheid beleven

In je eentje is in de wereld niet makkelijk te leven. Je bent als mens verbonden met elkaar. Een samenleving die alles zet op individueel presteren en individueel geluk is gedoemd te mislukken omdat er dan alleen maar ontevreden en teleurgestelde mensen achterblijven. Want de meeste doelen worden niet gehaald en de mislukkingen treden dan extra op de voorgrond. Mensen worden cynisch, haatdragend en gewelddadig. Anderen krijgen de schuld van jouw mislukken: bijvoorbeeld politici die niet waarmaken wat ze beloven (alsof zij een soort van godheid zijn). Of de zogenaamde ‘elite’ (de succesvolle aandachttrekkers die alles te danken hebben aan hun eigen inzet – zoals ze zelf beweren – geluk, roem, een goed bestaan, status, kapitaal), typisch iets van onze tijd, ‘een nieuw soort adel’ maar dan veel platter en materieler. Het zijn en blijven platitudes, generaliseringen, groepen waar je je tegen af kunt zetten maar die jouw positie niet verklaren. En die al helemaal niet jouw situatie kunnen veranderen, hoe graag je ook zou willen. Welke worsten je ook worden voorgehouden in de politiek, welke beloftes ook worden gedaan, een hemel op aarde zal het nooit worden. Daarom is het van belang om goed te kijken, om realisme aan te kweken in de opvoeding en te leren leven met verliezen, tegenslagen, mislukkingen en met de negatieve kanten van mensen:

“Het is van groot belang dat kinderen zichzelf en ook de wereld om hen heen leren te begrijpen. Als ze dat goed kunnen, dan begrijpen ze ook waarom dingen gaan zoals ze gaan en dan lijden ze er ook niet onder. Als een tegenslag je overvalt, dan denk ik dat het een groot probleem is. Paul vult aan: Mijn vorige boek heet: “Ik heb een droom, met de natuur als leermeester”. Hoe werkt de natuur? Het is een netwerk dat de hele wereld omvat. Maar die werkt heel kleinschalig. In de natuur is er geen leider, maar wel leiderschap en dat heeft een aantal elementen. Bijvoorbeeld: Bomen passen zich aan de lokale omgeving aan. De bomen hier op Nyenrode passen zich aan deze omgeving aan. Er is een symbiotische samenwerking met de naaste omgeving. Aan de rand van een systeem; aan de rand van Nyenrode, passen de bomen zich aan het volgende systeem aan. Je krijgt een ketting-netwerk. Om aan te kunnen passen, moet je innerlijk sterk zijn, anders word je meegesleurd.
Het volgende element is dan ook een sterke interne organisatie. Als je dat niet hebt blijf je niet overeind staan. Innerlijke kracht hebben betekent dat kinderen stevig op hun benen staan en tegen een stootje kunnen. Dat bereik je door hen echte aandacht te geven en gesprekken aan te gaan die ook echt ergens over gaan. Niet de moeilijke onderwerpen vermijden, maar er het gesprek over aangaan.

(…)

Paul geeft zijn studenten een boek met blanco bladzijden. Ik geef ze dit en de opdracht elke dag iets op te schrijven waar ze plezier aan hebben beleefd en dat telkens te herlezen. Want wat herinneren de meesten zich? De mislukkingen. Door te schrijven over hun plezier verschuiven de herinneringen naar allemaal leuke dingen. Er is geen plaats meer voor ellende. Ik laat hen op de linkerzijde opschrijven wat ze deden en rechts, heel kort, de bijbehorende gevoelens. En daaronder in één zin: Wat heb ik geleerd vandaag? Daaronder geven ze de dag een cijfer: 1 is een rotdag, 3 een mooie dag en 2 een weet ik niet. Over alle drietjes laat ik ze een paper schrijven. In een gesprek analyseren we de paper aan de hand van vijf punten:

  1. Wie ben je?
  2. Wat is je diepste verlangen (waar je plezier in hebt)?
  3. Wat doe je graag?
  4. Voor wie wil je iets doen?
  5. Met wie wil je iets doen?”
    (einde citaat)

Stilstand en acceptatie

Over de thematiek van groei en ontwikkeling zijn hele bibliotheken volgeschreven en het laatste woord is zeker nog niet gezegd. Stilstand kan in de ontwikkeling van een mens een belangrijk onderdeel zijn, zelfs een onderdeel dat noodzakelijk is om verder te komen. Niet de maalstroom bepaalt dan het tempo, niet de drang om te beheersen en te willen controleren, maar de feitelijke situatie die dan is. Ook als dingen niet lopen zoals je wilt, als er tegenslagen zijn, zelfs als je ziek wordt of een burn-out krijgt. Stilstand, een pas op de plaats kan helend zijn als je daar goed mee om gaat. Jurgen Tiekstra legt daarvan getuigenis af in een essay in Volzin, een tijdschrift over religie en samenleving. Hij spiegelt zijn eigen ervaringen aan de teksten uit de dagboeken van Etty Hillesum die in de Tweede Wereldoorlog als Joodse is vermoord door de nazi’s.
Etty Hillesum was op zoek naar een basis in haar leven en ontdekt gaandeweg dat er een groot verschil is tussen acceptatie van de situatie en de acceptatie van haarzelf in die situatie aan de ene kant en het verlangen naar iets wat er (nog) niet is en misschien ook een verlangen naar zekerheid, aan de andere kant. Tiekstra citeert haar:

“Vroeger leefde ik altijd in een voorbereidend stadium, ik had het gevoel dat alles wat ik deed, toch niet het ‘echte’ was, maar voorbereiding tot iets anders, iets ‘groots’, iets echts. ” Inmiddels echter heeft ze het contrast ervaren van dat andere levensgevoel: “Maar dat is nu volkomen van mij afgevallen. Nu, vandaag, deze minuut leef ik en leef ik volop en is het leven waard geleefd te worden (… ).” (Jurgen Tiekstra Volzin maart 2019, pag. 17)

Rust vinden in zichzelf

Ik vermoed dat veel studenten dit misschien zullen herkennen: leven in de verwachting van iets groots en ervaren dat het ‘grote’ en ‘echte’ nog niet is aangebroken. Maar wanneer zou dat dan kunnen aanbreken? Wat moet er zijn vervuld, wat moet er zijn gerealiseerd om dat gevoel dan wel te ervaren? Bij studentengroepen stel ik vaak de vraag: ‘en ga je zo je hele leven verder, steeds maar in de actiestand, het is nooit klaar, nooit goed genoeg, nooit voldoende?’ Al haal je tien diploma’s, telkens komt er weer wat anders in je leven. Een gezin, een baan, kinderen misschien, en wat dan? Op dezelfde drukke wijze verder? Nooit tijd, niet voor jezelf, en niet voor de dingen die er echt toe doen? Nooit bij zelf zijn, nooit rust en diepe voldoening ervaren? Wat is dat dan voor een leven? Vaak houd ik hen mijn ervaringen uit de vorige baan voor: begrafenissen van mensen die hard hebben gewerkt en die vroegtijdig stierven, terwijl ze daarvoor in de veronderstelling waren te kunnen gaan genieten van hun welverdiende pensioen. Hun leven werd gekenmerkt door veel offers, veel hard werken en weinig of geen vakantie. Nee, dat komt na mijn pensionering, dan ga ik pas genieten, heb ik heel vaak uit hun mond gehoord. Maar dan kregen ze een dodelijke ziekte, een hersenbloeding of hartinfarct en was het leven over. Het is daarom goed om in je leven rust te vinden en echt tot jezelf te komen in een veel eerder stadium dan je pensioen. Tiekstra schrijft daarover naar aanleiding van de woorden van Hillesum het volgende:

“Aangekomen op dit punt vol harmonie, beseft ze dat die rust meer is dan een comfortabele gemoedstoestand. Zij voelt dat die diepe rust een fundamentele staat-van zijn is. Ze schrijft met de zelfverzekerdheid van een bekeerlinge: “Dit is eigenlijk onze enige morele taak: in zichzelf grote vlaktes van rust ontginnen, steeds meer rust, zodat men deze rust weer uitstralen kan naar anderen. En hoe meer rust er in de mensen is, des te rustiger zal het ook in deze opgewonden wereld zijn. (…) Zou men mensen kunnen leren, dat men er aan ‘werken’ kan: het veroveren van de rust in zichzelf? (…) Dat men zichzelf kan dwingen neer te knielen in de uiterste en rustigste hoek van het eigen innerlijk en daar zolang geknield te liggen tot er een gezuiverde hemel boven je staat en niets meer dan dat?” (Jurgen Tiekstra Volzin maart 2019, pag. 15)

Als je deze (echte) rust in je leven mag ervaren, als je in mijn woorden, pas echt geland bent in jezelf, als je niet meer heen en weer wordt gezwiept door je verlangens, je gedachten, je ambities, je plannen die kost wat kost verwezenlijkt moeten worden, dan kun je een stukje hemel op aarde ervaren. Een hemel die je diep in jezelf meedraagt. Tiekstra spreekt uit eigen ervaring in dit essay als hij het thema burn-out bespreekt. Het maar doorgaan en van geen ophouden weten, verzinken in de maalstroom om je heen, de eisen die aan je worden gesteld en nog meer de eisen die je aan jezelf stelt omdat je anders bang bent om niet mee te tellen, bang om minderwaardig te zijn (vooral in je eigen ogen). Het leidt nergens toe. Je lichaam maakt er dan plotsklaps een einde aan. De elasticiteit is weg, je herstelt niet meer van je inspanningen. Je ambitie en je inzet heeft je de das omgedaan.

Je bent goed zoals je bent

Kern en geheim van het vinden van rust is ook en vooral zelfacceptatie. Accepteren wie je ten diepste bent, ook als het minder gaat. Daarin schuilt het ware geheim van rust vinden, van een basis in je leven. Tiekstra gaat hier op in als hij spreekt over ‘passieve activiteit’:

“Een heel eenvoudige les van hem (Julius Spier) was dat een mens de moed moet hebben om moe te zijn. De moed? Iemand die net als ik overspannen is geraakt, heeft de heroïek juist altijd gezocht in doorakkeren. Toegeven dat je een adempauze nodig hebt, lijkt de grootste nederlaag denkbaar. Dan is het bevrijdend als je mag denken dat er heldendom zit in het rusten. Ook leert Julius Spier dat een mens niet zo bang hoeft te zijn voor een periode van gedeprimeerdheid of stilstand. Een mens moet het lijden in zijn leven gewillig ondergaan en uit dat lijden nieuw leven scheppen, zegt hij. Sommige periodes in het leven lijken zinloos en leeg. Je bent stilgezet en komt tot niets. Maar juist in zo’n tussentijd kan diep in je veel in beweging zijn. ‘Passieve activiteit’ noemt Spier dat. “Die passieve activiteit bij het ware lijden bestaat eruit dat iets wat onveranderlijk is verdragen en geaccepteerd wordt en dat juist daardoor nieuwe krachten vrijkomen.” (Jurgen Tiekstra Volzin maart 2019, pag. 17)

Ik geloof dat wel, dat wil zeggen, ik vertrouw daarop dat uiteindelijk alles wat je meedraagt in jezelf je ook verder kan helpen als je jezelf daartoe toegang geeft. Als je niet de hele tijd wordt afgeleid en je laat afleiden. Eenzaamheid, eenzame activiteiten zoals niks doen, alleen zijn in de natuur, zonder telefoon, verveling op het eerste gezicht, niks willen, niks hoeven, niks moeten, niks verlangen, gewoon ondergaan, ervaren, beleven, zijn, dat kan een weg zijn tot het vinden van wat je ten diepste draagt en drijft. Doet drijven (op de zee, in de kolken van de maatschappij), doet rusten, doet staan op vaste bodem onder je voeten, met de hemel boven je hoofd, de horizon aan de einder. Alle angsten zijn spoken, want je weet nooit wat het volgende moment brengen zal. Acceptatie van het hier en nu, de situatie zoals die zich aan je voordoet, er echt bij stil staan, ondergaan, ervaren, beleven, er van leren, dat kan alleen als je los leert laten wat je voortdrijft, wat je in je hoofd haalt aan gedachten en betekenissen.


“Angst essen Seelen auf” luidt volgens de Duitse filmmaker Werner Fassbinder een Indiaans spreekwoord. Het is aan jou of je je eigen ziel als voedsel aanbiedt aan die angsten. Of je de angst jouw levensroute wil laten bepalen, of het vertrouwen in jezelf, je medemens en de krachten van de hemel. Maar dat allerlaatste is iets wat je vooral aantreft als ervaring in het Taoïsme: de hemel die een eigen positie inneemt in het aardse. De hemel heeft een eigen stem. Een stem die doorklinkt in de natuur en die je pas kunt horen als je met die natuur verbonden bent. In een andere religieuze traditie zoals het christendom of Jodendom kan die hemel ook spreken, weliswaar metaforisch maar toch: het aardse en de dood, zij hebben niet het laatste woord. Zin en zingeving gaan verder, betekenissen zijn groter en omvattender dan dat een mens die kan verzinnen en je kunt je laten dragen door betekenissen die jouw leven overstijgen en die getuigenis afleggen van een immense schoonheid van de kosmos en alles wat erin leeft. Er is een schoonheid en een goedheid, een vorm van liefde en betrokkenheid die een enkel mensleven ver te boven gaat. Waarom zou je jezelf daardoor niet laten inspireren? Geestkracht, voedsel voor je ziel. En het mooie is, je draagt de kern daarvan, de mogelijkheid mee in jezelf.

John Hacking
7 maart 2019

Citaten uit: Paul de Blot en Wim Kremer in gesprek in
Visie op de ontwikkeling van kind naar student naar volwassene
Els Holland & Els Voorhorst in: ZKM Magazine | 2019 | nummer 3

Citaten uit: Jurgen Tiekstra, Etty Hillesum in tijden van burn-out, Volzin, magazine voor religie en samenleving, nr. 3 maart 2019, pag. 14-17