Overbodig

Vergankelijkheid, kortstondigheid, sterfelijkheid, het zijn begrippen die wij als mensen in ons leven concreet tegenkomen in de ervaringen die wij ondergaan. Ons leven is vergankelijk. Gedachten komen en gaan en zijn kortstondig; op het einde van ons leven wacht ons de dood. Dat kan zijn na een lang leven maar het kan ook lang daarvoor door een ongeluk, een natuurramp of een ziekte. Wat opvalt in de voortplanting van planten, dieren en mensen is de hoeveel zaad die wordt geproduceerd om een enkel exemplaar voor te brengen. Slechts een eicel bevrucht een zaadcel (bij dier en mens), van de honderdduizend zaadpluisjes van een plant komen er slechts enkele tot leven als nieuwe plant, de rest gaat verloren. Waarom deze overvloed, waarom deze op het eerste oog lijkende verspilling? Waarom gaat het op deze wijze en wordt er niet efficiënter omgegaan met materiaal en energie? Veel is overbodig, overtollig, niet bruikbaar. Maar nu redeneer ik als een industrieel die met zo weinig mogelijk kosten, dus materiaal en mensen, een product wil produceren voor een zo hoog mogelijke prijs. Ik overdrijf. Ik weet het. Maar zo lijkt het soms te werken in onze samenleving: winsten maximaliseren en kosten drukken. Al het overbodige wegsaneren, weg bezuinigen, weg rationaliseren.

Maar de schijn bedriegt. In het VPRO programma Tegenlicht (24 maart 2019) sprak Roland Duong over de overbodigheid van veel (nutteloos) werk in bedrijven en bij de overheid. Managementlagen in een bedrijf bijvoorbeeld waar het management vooral zijn eigen functie in stand houdt terwijl ondertussen daardoor de bureaucratie groeit en groeit. Of we maken ons onderdanig aan computers om zoveel mogelijk data vast te leggen: gevolg is dat in de zorg soms meer tijd besteed wordt aan het registeren van handelingen dan aan het helpen van patiënten.

In dit programma werd ook het maatschappelijk impact van sommige beroepen tegen het licht gehouden. Een reclameman of een bankmanager kost de samenleving meer dan dat het opbrengt. Daarentegen mensen die in zorgende beroepen werken leveren voor de samenleving meer op dan dat ze kosten. Dat zou je misschien niet verwachten, maar hier gaat het niet alleen om loon en arbeidskosten. Iemand die in een crèche werkt maakt het mogelijk dat anderen een beroep kunnen uitoefenen. Een bankdirecteur of reclamemanager vliegt de wereld rond, vergadert en vergadert, laat rapporten schrijven en strijkt grote winsten en bonussen op, maar niemand anders wordt daar blij van. In feite zijn dit soort beroepen een vorm van diefstal. Slechts weinigen profiteren hiervan en de maatschappij wordt er niet beter van.

In dit zelfde programma kwamen mensen aan het woord die hun werk bij een bedrijf of bij de overheid ervoeren als zinloos en overbodig. Het alternatief was stoppen hiermee en iets anders gaan doen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kiezen voor geen inkomen, het opgeven van financiële zekerheid, is een keuze die niet iedereen durft te maken. Maar er zijn uitzonderingen. Sommigen in dit programma hadden toch die stap gezet en waren iets nieuws begonnen, bijvoorbeeld als kunstenaar. Ze hebben de knoop doorgehakt en uiteindelijk gekozen om hun ‘bullshit-baan’ aan de wilgen te hangen.

Inspirerend naar aanleiding van dit programma vond ik vooral de vraag om eens bij jezelf en in je eigen leven na te gaan wat er allemaal eigenlijk aan overbodigs schuilt, zaken waar je energie in stopt, waar je mee bezig bent en die eigenlijk zinloos en nutteloos zijn. Een van de opmerkingen van Roland Duong was dat wij als mensen misschien wel bang zijn voor het onbepaalde, bang voor de vrijheid die alles open laat maar die ook geen zekerheid biedt. We kiezen dan eerder voor nutteloos werk, een baan zonder inhoud, omdat we graag zekerheid willen, dan voor de onzekerheid van een leven in vrijheid, voor het volgen van je passie, voor dingen doen die je als zinvol en waardevol ervaart.

Je ziet dat ook aan de volle agenda’s, geen dag, geen uur onbenut. Maar waarmee, met welke activiteiten en wat leveren ze op? Als ik naar mijn eigen leven kijk ontdek ik dat ik uren buiten kan zitten op de bank, kijken, niets doen, af en toe een pot met planten verplaatsen en dat is het dan. Nadenken, wat mijmeren, genieten. Is dat verspilling? Is dat zinloos? Ik ervaar dat niet zo. Ik vind het eerder verspilling van tijd en moeite om in een winkel uren door te brengen op zoek naar passende kleding. Maar dat is ieders eigen smaak. Ik ga liever uren wandelen. Daarin ervaar ik meer zin.

Daarom spreekt mij het thema ‘Niets’, ‘Leegte’ zo aan. Op het eerste gezicht heb je niet zoveel in handen, maar puntje bij paaltje is dit thema voor mij een toegang tot een zinvol en waardevol leven. Giovanni Rizzuto heeft er een heel boek aan gewijd en een van zijn gedachten over eindigheid en het niets, de relativiteit van ons bestaan, de schoonheid van het onvolmaakte, het vergankelijke wil ik hier weergeven. Hij schrijft:

Een citaat uit Essays in Idleness van Kenkö geeft inzicht in wat we de Japanse esthetica van imperfectie en vergankelijkheid kunnen noemen:

If our life did not fade and vanish [… ], but lingered on forever, how little the world would move us. It is the ephemeral nature of things that makes them wonderful.

Weemoed over de eindigheid van de dingen maakt dat hun schoonheid intenser wordt beleefd. Dit gevoel wordt aangeduid met de esthetische categorie Mono no aware. Op het jaarlijkse festival, waar Japanners massaal de kortstondige bloei van de sakura of kersenbloesem bewonderen, wordt dit collectief beleefd. De term mono no aware is bedacht door de literatuurwetenschapper Motoori Norinaga, die beweert dat in Het verhaal van Genji (11e eeuw n. Chr. ), de eerste en beroemdste Japanse roman, alles zou draaien om deze specifieke beleving van schoonheid. Mono no aware betekent verwondering (aware) over de dingen (mono) vanuit een verhoogde ontvankelijkheid voor hun vergankelijke schoonheid. Dit is de esthetisering van de boeddhistische gedachte dat de werkelijkheid dharmisch en niet-substantieel van aard is. Er wordt genoten van de kortstondige schoonheid, maar altijd met een weemoedige ondertoon. Vergankelijkheid wordt  zichtbaar in het vluchtige moment, maar ook in de “imperfectie van een breekbare materie”. Hier snijden tijd en ruimte elkaar in het hart van de werkelijkheid. Deze onvolkomenheid wordt benadrukt in een andere esthetische categorie die wabi-sabi, of schoonheid van het onvolmaakte, wordt genoemd. Wanneer schoonheid over haar hoogtepunt heen lijkt te zijn, verliest ze niet haar glans. Integendeel, zij maakt intenser deel uit van dat wat aan verval ten prooi valt. Wabi-sabi drukt  imperfectie uit die tastbaar wordt in de onregelmatigheid van materie en vorm:

In all things, perfect regularity is tasteless. Something left not quite finished is very appealing, a gesture towards the future.

Citaat uit: Rizzuto, Giovanni, Denkend aan niets. Naar een filosofie voorbij ietsisme en nihilisme, Leusden 2018, (ISVW Uitgevers) p. 175-176

Het programma Tegenlicht maakte duidelijk dat onze hang naar beheersing en perfectie niet garandeert dat er dan ook een goed eindresultaat te wachten staat. Het is eerder omgekeerd. Hoe meer in de greep van de drang om te beheersen, hoe meer zinloosheid er aan de randen ontstaat. Overbodige functies, overbodig gedrag, overbodige investeringen. En dat alleen maar om nog meer greep op de werkelijkheid te krijgen. Vergelijk de investeringen die door grote bedrijven gedaan worden om greep te krijgen op hun consumenten, hun koopgedrag, hun opvattingen en voorkeuren. Hoeveel mensen werken bij Google, Facebook om deze miljardenindustrie draaiende te houden en te laten groeien? Hoeveel soorten namen voor managers worden bedacht om dit circus in de lucht te houden? In de politiek zie je hetzelfde: politici vinden zichzelf uit als redders voor problemen die er niet zijn, of ze creëren problemen om die vervolgens te willen oplossen. Daarbij dragen hun partijen namen waarin vrijheid en democratie naar voren komen maar waarbij in praktijk nauwelijks sprake is van vrijheid en van democratische beslissingsbevoegdheid van de leden. Sommigen creëren zelfs een ondergangsstemming, een doemscenario zich baserend om obscure ondergangsprofeten om zelf als een Messias tegen het donkere achtergrond licht van de Apocalyps te kunnen schitteren. Volslagen overbodig. Je zou ook kunnen volstaan om binnen de bestaande groeperingen het beste te geven om je ideeën gestalte te geven. De omweg via een nieuwe partij is helemaal niet nodig. Dat laat alleen maar zien dat het niet om je idealen gaat maar om jou als persoon. Je hebt een voetstuk nodig. Ook al zo’n overbodige actie. Je kunt beter acteur worden dan je talenten te misbruiken in de politieke arena.

Zo zijn er op elk terrein in onze samenleving gebieden waar het overbodige net als zwerfvuil het levensplezier vergalt. Opruimen alleen helpt niet altijd. Het is slimmer aan de bron het overbodige tegen te gaan. Bezint eer ge begint. Het is vooral ook een laten, een loslaten, een niet willen beheersen en sturen. Dat kun je makkelijk oefenen. Vooral en bovenal in je eigen leven. Veel succes, of beter veel ervaringen van ‘niets’.

John Hacking

25 maart 2019