De nacht voorbij

Studentenkerk Nijmegen – Paaswake 2019
Thema: De nacht voorbij

Psalm 30
De avond komt met droefheid,
met vreugde de nieuwe dag.

Jij hebt mij omhooggetrokken
diep uit de afgrond, ik werd
al tot de doden gerekend.
Ik was overmoedig – gelukkig,
mij zal niets gebeuren, dacht ik.
Wie keerde zich af van wie
dat ik wankelde, viel?

Ik heb je geroepen, gesmeekt:
wat heb jij eraan als ik dood ga
en in een graf word gelegd?
Heeft stof en as een stem,
zal een dode je zingen?
Toen heb je mijn wanhoopstranen
veranderd in tranen van lachen.

Ik ging in rouw, jij hebt mij
gekleed in blinkend wit.
En nu zing ik dit lied:
Dank je, dat ik weer leef.
En zwijgen zal ik niet
over al wat geschiedde.
Want zwijgen kan ik niet.

De avond komt met droefheid,
met vreugde de nieuwe dag.

Beste mensen welkom in deze viering.
Welkom, fijn dat u gekomen bent om samen deze vreugde te delen.
Weet dat u allen heel welkom bent om getuige te zijn van het nieuwe licht.
In een donkere nacht breekt de ochtend aan.
Nieuw licht, aarzelend, misschien vol twijfel eerst…
Daarom heb ik psalm 30 gelezen: hiermee sloten we vrijdag in stilte af,
de meditatieve viering op Goede Vrijdag rond de 7 kruiswoorden.
Vandaag is deze psalm het symbool van een nieuw begin.

Vanavond luisteren we naar het eerste gedicht uit de bijbel, helemaal aan het begin.
Hoe alles begon, we steken 7 kaarsen aan om dit te illustreren.
En we luisteren naar het verhaal over de vrouwen die vroeg in de ochtend
het graf van Jezus bezochten…
Laten we stil worden en bidden met woorden uit ons hart:
Vroeg in de morgen, donker was het nog,
zijn wij gegaan, een keer,
met niets dan in ons hart; ‘
ik zal zijn die ik zijn zal’….
Zo staan wij in dit leven – zo leven wij op deze aarde.
Met niets dan een naam in ons hart! Eeuwige, Adonai,
Ik zal zijn die ik zijn zal.
Een eeuwenoude belofte telkens waar gemaakt.
Als wij handen uitsteken naar elkaar.
Als wij ons hart laten spreken
Als wij de hoop, de Naam in ons hart, levend houden voor elkaar.
Uw naam, Eeuwige, vlamt op, gloeit, draagt en inspireert ons als wij Uw handen zijn.
Zo bidden wij: dat uw naam, mag samenvallen met onze naam
met de naam van Jezus, opgestane uit de nacht van de dood. Amen.

Overweging
De vrouwen bij het graf slaan – om het maar eens modern uit te drukken – stijl achterover van verbazing…ze zijn helemaal van streek. Ze zijn verwonderd – een verwondering die meteen omslaat in paniek, angst, onzekerheid, niet meer weten waar ze aan toe zijn.
Ook dat is een kant van verwondering, het kan positief uitpakken of negatief. De twee mannen in stralende kleding maken het er niet beter op. Maar zij spreken de vrouwen aan die van schrik hun handen voor hun ogen houden. En door wat tegen hen gezegd worden, komt de herinnering terug aan Jezus. Dat hij zei dat dit wel moest gebeuren, uitlevering, kruisiging en opstanding. Na drie dagen, drie, het getal dat alle bijbelse wonderen begeleidt.
De vrouwen keren terug van het lege graf, drie worden er bij naam genoemd. Maar het zijn er veel meer. Ze worden niet direct geloofd door de apostelen. Zij vinden het maar onzin, alleen Petrus gaat kijken – het verhaal is nog niet af. Maar daarover een andere keer meer.

Verwondering, verbijstering, een wonder heeft zich afgespeeld voor hun ogen: een dode is opgestaan, twee bodes hebben het gebeuren geduid, de vrouwen hebben zich herinnerd naar aanleiding van die woorden. Dat is alles! Daar moeten we het vanavond mee doen.
Geen echt bewijs, geen evidence based oordeel, geen foto, geen harde feiten. We hebben alleen een verhaal, een getuigenis, een verwijzing… Is dat genoeg voor ons? Kunnen we hier onze hoop op vestigen dat de dood niet het laatste woord heeft? Dat er leven is na onze dood, opstanding, verrijzenis?
Afgelopen week brandde de Notre Dame in Parijs, ontzetting en verbijstering alom. Dat kunnen we navertellen, we hebben het met eigen ogen gezien op TV. Maar een verhaal van 2000 jaar geleden vertrouwen schenken, kunnen we dat?
Durven we dat? Zouden ook wij ons kunnen durven overgeven aan dit wonder? In het wonder kunnen we een vorm van vrijheid ervaren: even houdt de tijd op. Staat de wereld stil, is er ruimte, is niet alles vastgelegd, hebben we even geen houvast. Dan kan er iets nieuws gebeuren.
“Verwondering betekent zich overrompeld weten door het mysterie of het naakte zijn van de dingen. We worden overvallen door nieuwe perspectieven op hetzelfde, waardoor de vertrouwde identiteit openbreekt en wordt uitgesteld. Verbijstering is hiervan de keerzijde en heeft betrekking op een gevoel van verlies en onzekerheid waarvan dit uitstel vergezeld gaat. We staan hier in het ruime perspectiefloze veld van oneindige mogelijkheden.” Zo schrijft de filosoof Giovanni Rizutto.
Bij de vrouwen is er eerst verbijstering, omdat al het vertrouwde ontbreekt. Maar de woorden van de mannen brengen hen terug op aarde. Verwondering is hier kennismaken met het totaal andere, misschien wel een soort van transcendente ervaring omdat het alledaagse wordt overstegen en in een ander licht geplaatst. De werkelijkheid van de dood opgeheven!

Een andere filosoof Sjestov heeft eens gezegd dat ons leven voor een groot deel bestaat uit een leven dat hij de ‘middenzone van het zijn’ noemt. Dat is vaak een neutrale, kleurloze bestaans- en gemoedstoestand, waarin we handelen vanuit vertrouwde, vanzelfsprekende patronen en zekerheden. Dat hebben we natuurlijk ook nodig, het kan niet alle dagen kermis zijn.
Maar soms kan er iets in een mensenleven doorbreken, iets van God, iets goddelijks, transcendents, ons leven overstijgend: bijvoorbeeld als we getroffen worden door schoonheid van iets of iemand, of geraakt door liefde. Als je de liefde van je leven mag ontmoeten…
Als je niet weet hoe liefde voelt, als je nooit door schoonheid sprakeloos bent geworden, weet je dat niet, kun je jezelf waarschijnlijk niet inleven. Dat geldt zowel positief maar ook bij heel negatieve ervaringen. Verwondering, het wonder en de verbijstering liggen dicht bijeen.
Als je getroffen wordt door het bericht dat je ongeneeslijk ziek bent, stort je wereld in, je leeft opeens tussen hoop en vrees – een bootje op een oceaan van angst, verdriet en pijn. Is er nog een veilige haven? En hoe moet je daar komen, welke wind krijg je in de zeilen?
Als je opeens een dierbaar iemand verliest door de dood staat je wereld op zijn kop. Dat delen met anderen die het niet hebben meegemaakt valt vaak niet mee. Dat maakt eenzaam, extra eenzaam, want net nu heb je behoefte aan steun, aan een arm om je schouders, aan een knuffel, begrip en een troostvolle blik.

De vrouwen aan het graf lieten zich troosten door de woorden van de bodes. Maar nogmaals, is dat ook troost genoeg voor ons als ons leven op het spel staat? Durven wij ons over te geven aan de gedachte dat er een leven is na de dood en dat God ons draagt op handen, dat wij nooit, maar dan ook nooit uit zijn hand zullen vallen? Het lijkt bijna onmogelijk om dat te durven geloven, om je hieraan toe te durven vertrouwen.
Mijn stelling is: wat erin zit kan eruit komen, wat er niet in zit, komt er niet uit. Dat geldt op veel terreinen. Als Jezus zoon van God is, zijn vleesgeworden Woord, komt dat eruit, zijn leven laat dat zien. Niet alleen door wondertekenen, maar door zijn hele existentie, zijn hele bestaan, en door het feit dat wij in zijn spoor hier bij elkaar zitten.
Als onze ziel goddelijk is, Gods liefde, Gods kracht, dan komt dat ook uit. Dan heeft de dood niet het laatste woord en is de dood een doorgang, een deur. Als je naar onze kosmos kijkt, met zwarte gaten en al, de oneindige dimensies, de kleine aarde, met zoveel schoonheid, zoveel menselijkheid, zoveel goedheid, dat heeft betekenis, overstijgt ons simpele verstand, ons rationele begrijpen.

De vrouwen aan het graf leefden in een tijd en context waarin een religieus Zelfverstaan vanzelfsprekend was – zij waren opgenomen in een groter geheel waarin God aanwezig is en waarin zijn aanwezigheid vanzelfsprekend was. Wij leven vaak in een context waarin die vanzelfsprekendheid soms is weggevaagd. We hebben nu vaak een ander perspectief op de werkelijkheid: het draait meer om ons; onze bril is gekleurd, wij zelf staan meer centraal. Dat is het resultaat van de ontwikkeling van een lang proces sinds de middeleeuwen. Wetenschap, rationaliteit, zelfbewustzijn, nihilisme, het zijn stappen in dit proces.
De schrijvers van het prachtige gedicht uit Genesis 1 hadden weet van God. Ze kenden al de week van 7 dagen en de dag van de Sabbat. Ze kenden de andere scheppingsverhalen van omliggende volkeren. Ze schrijven een eigen verhaal: over een kosmos, een wereld vanuit God. Ze hebben niet de pretentie dat even wetenschappelijk te willen bewijzen. Nee ze zetten poëzie in om de werkelijkheid die ons omgeeft en draagt te duiden. Met bestaande kennis en met bestaand vertrouwen en geloof.
Zo creëren ze een verhaal dat ook ons kan dragen. En eeuwenlang heeft dit verhaal, dit gedicht gewerkt, droeg het ons. Al zijn we nu misschien dit overkoepelende perspectief, dit vertrouwen op God kwijt geraakt, en is het ons misschien door wat er in de wereld gebeurt, uit handen geslagen, toch wordt er vanavond niets anders aangeboden, dan dit verhaal, deze woorden over verwondering, verbijstering, herinnering, hoop.

We zingen vanavond over het licht, licht in een donkere nacht. Vroeg in de ochtend gingen de vrouwen, bij het ochtendgloren naar het graf. Wij zingen niet alleen over licht, woorden kunnen ook daden worden. Wij zijn het licht, wij zijn de armen en benen, de ogen en oren van God. Zijn licht straalt door ons heen als wij handen en harten uitstrekken naar elkaar.
Het wonder van de liefde, het wonder van de goedheid worden zo een wonder van schoonheid die ons kan verblijden, misschien verbijsteren, dat het überhaupt kan in deze wereld, waarin vaak de haat regeert. Maar het verhaal kan ons ook doen vertrouwen – op een God die ons omgeeft en draagt. Die niet laat vallen het werk van zijn handen. Daarom kan ik ons alleen maar toewensen: een zalig Pasen!


John Hacking
20 april 2019