Geestkracht – overweging Pinksteren Studentenkerk

Nada te turbe – Laat niets je verontrusten
Nada te espante – Laat niets je beangstigen
Quien a Dios tiene – Wie aan God vasthoudt
Nada le falta – Hem ontbreekt het aan niets
Nada te turbe – Laat niets je verontrusten
Nada te espante – Laat niets je beangstigen
Solo Dios basta – Want God alleen is genoeg

Hiermee ben ik vorige week geëindigd – woorden uit het prachtige gebed, gedicht zo u wilt, van Theresia van Avilla. Woorden, één woord, om vast te houden, in je hart, in je ziel, opdat deze woorden, dit woord kan gaan werken en vlees kan worden. Woorden ook die ons kunnen troosten misschien, als het tegenzit als de negatieve krachten in de wereld te groot zijn. Mij troosten ze dan. God alleen, dat is voor mij genoeg! Een opgave, een missie! Een weg om een heel leven aan te wijden. Mijn leven.


Hoe kan een woord in jou vlees worden? Hoe kan Gods woord in jou gaan werken? Natuurlijk, simpel zat, door de werking van de Heilige Geest. Maar als je daar nu helemaal niets van gelooft, als je niet gelooft in de Geest? Als je het maar een beetje onzinnig vindt klinken, vaag, je weet niet wat je er mee aan moet, je hebt er geen raakvlakken mee, deze teksten, deze woorden, deze ervaringen van lang geleden!
Ik weet niet hoe het bij u is, maar de woorden van de profeet Joël zullen bij de leden van de Pinksterbeweging vermoedelijk meer weerklank oproepen dan bij ons: we spreken niet zo snel in tongen. (Behalve misschien als we een glaasje teveel op hebben). Misschien kunnen we wel iets met het verhaal van Johannes, het blazen van Jezus over de leerlingen, de vredeswens en de zending. Maar ook dat is lang geleden, en wat merken we er concreet van in ons leven?

U hoort het, allemaal vragen en de antwoorden zijn niet zo eenvoudig. Edmond Jabès, een Franse dichter en filosoof die een gids in mijn leven is, schrijft: “het enige juiste antwoord op een vraag, is een vraag”.
Nu zult uw wel denken, ‘dan kom je nooit ergens uit’, dan blijf je aan de gang. Klopt, je bent er nooit! Het gaat maar door en maar door, net als met God. De weg is nooit afgesloten, er is nooit een einde, ons leven is een pelgrimstocht zonder einde, zonder vast doel, zonder landkaart die de route aangeeft, geen ‘google maps’, geen ‘tomtom’ – die schieten allemaal te kort.


Ons leven is een pelgrimstocht – maar waarnaar toe dan? En wie heeft ons op weg gezet? Of misschien, zijn we nog niet eens vertrokken. Omdat we nog teveel vasthangen in het hier en nu van ons bestaan: onze zorgen, onze plichten, onze eisen die wij aan onszelf stellen, onze verlangens die nog steeds niet zijn bevredigd, onze drang naar geluk…. Als we nog niet echt zijn vertrokken op de weg van God, deze pelgrimstocht, als we nog vastzitten in het kasteel van ons eigen ego, onze autonomie, onze keuzevrijheid, onze onvervulbare wensen, dan is het misschien moeilijk om je voor te stellen dat het ook anders kan. Dat er krachten zoals die van de Heilige Geest, zomaar opeens over je heen kunnen vallen en je uit je bestaan als gevangenis bevrijden.


Je zou eerst, zoals ook de boeddhisten zeggen, leeg moeten worden. Innerlijk meer vrij, leeg in je ziel, opdat God die plaats kan innemen. Niet de hele dag bezig zijn met zorgen, met activiteiten, met drukte, met plichten. Niet de hele dag je tijd verspillen met computers, zoals je telefoon, je sociale media. De hele dag weg van jezelf, de hele dag gericht op de wereld. Dan is er geen ruimte in jou, geen plek waar de Heilige Geest kan landen. De landingsbanen staan vol met andere vliegtuigen, allemaal bestemmingen waar je naar toe wilt maar waar je niet aan toe komt omdat je niet weet wat te kiezen.
Jezus blaast over de leerlingen, c’est tout, dat is alles. En dan hebben ze het te pakken: die geestkracht, die ‘power’ tot vergeving. Dan weten ze waar het naar toe gaat. Werkelijk? Weten ze dat dan? Ik weet het niet, misschien begint het dan pas! Gezonden zijn, wil zeggen, het oude vertrouwde achter je laten. De wereld in, een wereld vol dreiging en gevaren. Niks zekerheid, niks houvast. U hoort het, het is heel dubbel, heel ambivalent. Ze worden als schapen tussen de wolven gezonden en ze hoeven niet bang te zijn. Ze hebben macht en kracht om te vergeven en ze worden door de Geest gedragen.


Makkelijk gezegd, makkelijker gezegd dan gedaan. Ga er maar aan staan. Ik kan nog een hele batterij aan gezegdes citeren maar het heeft geen zin. Misschien moeten we eerst maar eens bij onszelf beginnen. Bij onze eigen ziel, een ziel vol met verlangens, wensen, behoeftes.
Psalm 42 drukt het prachtig uit:
“wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij”


“Vestig je hoop op God” wordt er dan gezegd en ook Augustinus kan hiervan meespreken: “mijn ziel is onrustig tot ze rust vindt in God.” Maar misschien zit er nog iets voor, eerder dan meteen alles op God te gooien. Alsof dat een anker is, dat jou houvast moet geven, of een vislijn, die jou boven water haalt, gevangen als visje door Jezus. Misschien moeten we eerst onszelf vergeven. Misschien moeten we als gezondene stil staan bij wie we zelf zijn. Niet zo hard oordelen over onszelf, over ons leven, over onze mislukkingen. Ik kom het zo vaak tegen bij studenten: die zelf veroordeling, hard tegenover zichzelf en zelfs onbarmhartig soms, als dingen niet lukken is dat eigen schuld. Dan is de straf van het mislukken terecht en hebben ze geen medelijden. Van hun leven maken ze dan een gevangenis.


Hoe bevrijd zouden ze kunnen zijn als die deuren opengaan. Als de horizon opnieuw hen toelacht. Dat is een beetje mijn taak: hen laten ervaren dat ze zelf de sleutel hebben. Dat is niet zozeer vergeving van zonden, maar allereerst aanmoedigen tot zelfacceptatie: je bent goed zoals je bent, je hoeft niet super te zijn. Alles kan beter, alles kan altijd beter, maar waarom? Ten koste van jezelf? Dat is dom, dat is een domme weg, een weg ten dode, een aporie. En als je dan jezelf kunt, jezelf mag vergeven, leer je misschien los te laten. Los te laten van al die dingen, al die verlangens die niets opleveren. Allemaal afleiding, allemaal, ik noem het bullshit, om de leegte in jezelf op te vullen. Als mens ben je hongerig, een niet te stillen verlangen. Dat maakt je menselijk. Maar als je jouw verlangen richt op geestdodende dingen, raak je in de put.


We weten allemaal, zo vermoed ik, heel goed hoe dat in ons eigen leven werkt. Hoe het ons hindert bij onszelf te komen en te blijven, bij onze diepste kern; onze ziel, de plek waar de liefde, het vuur van God brandt dat ons in leven houdt. Er is nu geen Jezus die ons, zoals in het verhaal, vrede, innerlijke vrede kan toewensen, en die even over ons heen kan blazen. Nee, is die er niet? Kan dat nou niet? Dat is te snel geoordeeld lijkt me. Want waarom zou Jezus er nu niet zijn? Waarom zouden we nu niets van Hem kunnen merken, van Jezus en van God?


Studenten geef ik vaak als huiswerk iets te overdenken mee. Daarom geef ik u vandaag ook huiswerk mee: lees psalm 42 thuis en sta er eens een tijdje bij stil – laat uw ziel warm worden door deze woorden. Hou ze vast, veranker ze in uw ziel, laat ze spreken, werken, deze woorden. Zeg tegen u zelf: “Ach, mijn ziel” en vult u zelf maar in… Wie weet blaast dan Jezus over u, ontdekt u, ervaart u vrede, het begin van innerlijke vrede, het begin van een wedergeboorte als mens, als leerling op de pelgrimstocht naar God. Het is het proberen waard. Amen.


Pinksteren 9 juni 2019
John Hacking
Gelezen Joël 3,1-5, Johannes 20, 19-23

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.