Meidoorn in de sneeuw



Die Hoffnung

Stille Stunden gibt’s, da ranken
leicht sich um des Lebens Baum
Wünsche, Hoffnung, Gedanken,
Bild um Bild und Traum um Traum.

Stunden gibts, wo Stürme wüten
um den Stamm gar wild entfacht,
daß der Hoffnung junge Blüten
sterben müssen über Nacht.

Aber bald – schon morgen ranken
um den kahlen Lebensbaum
Wünsche, Hoffnung, Gedanken,
Bild um Bild, Traum um Traum.

Rainer Maria Rilke

Kees Roosenboom: meidoorn in de sneeuw (ets)

Jaren na de dood van de kunstenaar Kees Roosenboom die in 2005 overleed werden kopieën van zijn werk te koop aangeboden in het gemeentehuis van Mook. Daar kocht ik deze ets uit een oplage van 10 stuks. Ik was meteen verkocht toen ik de titel las en de ets bekeek. Sneeuw is een van mijn favoriete thema’s in de poëzie én in mijn werk als landschapschilder. Sneeuw die de aarde bedekt en die hier op deze ets ligt op de takken van de meidoorn. Een struik die niet voor niets meidoorn heet omdat hij in de lente zo prachtig wit kan bloeien. Misschien zou je kunnen zeggen: de sneeuw is een voorbode van de witte bloemen die wat later zullen ontluiken. De sneeuw wijst vooruit, maar zover is het nog niet. Pas als de sneeuw gesmolten is en als de temperatuur wat is gestegen is het tijd voor een nieuwe lente en een nieuwe bloei.

Meidoorn in de lente verbeeldt voor mij de hoop. Hoop in al zijn diversiteit en ambivalentie. Hoop is nooit goedkoop. Hoop heeft een scherp randje. Hoop heeft doorns die kunnen prikken. Hoop kan worden teleurgesteld, de bodem in geboord. Hoop houd je in leven maar maakt het ook lastig om een gegeven situatie te accepteren, zeker als er aan die situatie niks meer kan worden veranderd. Daarom bestaat er ook valse hoop, hoop gebaseerd op verkeerde verwachtingen. Hoop houd je bij leven, geeft je moed en levenskracht maar hoop kan je ook doen doorslaan. Zodat je niet meer goed ziet hoe de vork echt in de steel zit. Dat bijvoorbeeld als je geconfronteerd wordt met een ongeneeslijke ziekte waar (nog) geen medicijn voor bestaat. Als je dan toch blijft hopen op genezing en eigenlijk op een wonder kan het wel eens vies tegenvallen. En die ervaring kan je dan heel moedeloos en depressief maken. Het kleine meisje hoop aan de handen van haar grote zusters liefde en vertrouwen straalt dan wel de toekomst uit, maar het is misschien een heel kinderlijke manier van beleven. Natuurlijk hebben we dat ook nodig, die kracht die de anderen meetrekt en over de streep doet gaan. Maar hoe realistisch, hoe toepasselijk is deze houding als je daarmee de feitelijkheid uit het oog verliest?

Hoop is een vreemde gast. Te weinig is niet goed, teveel ook niet. Maar waar is de juiste maat te vinden, wanneer hoop je genoeg, voldoende, zodat je verder kunt? Dat is moeilijk te zeggen, dat valt buiten het zwart-wit of het alles of niets denken. Rainer Maria Rilke heeft een gedicht aan gewijd aan de vrucht die wij met ons en in ons meedragen. Als het ware in onze ziel, in ons innerlijk, in ons bestaan. Ons leven, ons handelen is buitenkant, dat wat we laten zien, maar het is niet de binnenkant. Rilke schrijft:

Denn wir sind nur die Schale und das Blatt

Denn wir sind nur die Schale und das Blatt.
Der große Tod, den jeder in sich hat,
das ist die Frucht, um die sich alles dreht.

Um ihretwillen heben Mädchen an
und kommen wie ein Baum aus einer Laute,
und Knaben sehnen sich um sie zum Mann;
und Frauen sind den Wachsenden Vertraute
für Ängste, die sonst niemand nehmen kann.
Um ihretwillen bleibt das Angeschaute
wie Ewiges, auch wenn es lang verrann, –
und jeder, welcher bildete und baute,
ward Welt um diese Frucht, und fror und taute
und windete ihr zu und schien sie an.
In sie ist eingegangen alle Wärme
der Herzen und der Hirne weißes Glühn -:
Doch deine Engel ziehn wie Vogelschwärme,
und sie erfanden alle Fruchte grün.


Rainer Maria Rilke, 16.4.1903, Viareggio

Het getuigt van realisme om te zien en te ervaren dat de dood op elk van ons wacht. De hoop kan daar niets aan af doen. Maar de hoop kan ons wel kracht geven om de tijd die ons rest op een goede manier te besteden. Hoop op liefdevolle relaties, hoop op een stukje geluk in wat we ondernemen. Hoop dat onze investeringen zin hebben en tot vreugde leiden. Dan heb ik het over investeringen in elkaar, in onze onderlinge relaties. Niet in economische of materiële zin. Zolang wij leven gaan wij voort. Zolang wij leven is er ook hoop. De hoop sterft met ons heengaan. De hoop vervliegt als wij onze laatste adem uitblazen. Tot aan het levenseinde kan de hoop ons begeleiden en ons dragen. Zoals de bomen groeien tegen alle stormen in. De boom past zich aan. Houdt stand. En soms is de storm te krachtig. Dan verliest hij het gevecht met de wind. Een boom die zo is omgevallen hebben wij vandaag in onze tuin gelegd: een boom waarin je plaats kunt nehmen. Een boom om in te mediteren. Nadenken over wat leven en wat sterven is, een Amerikaanse eik van 180 jaar oud in delen neergelegd. Ook voor Rilke vormen bomen een aanmoediging om goed naar het leven te kijken, naar de krachten die in ons leven en de strijd die wij aangaan. De boom die niet de strijd won ligt nu in onze tuin. Welkom om er in te gaan liggen.

http://www.stadsboom.nl Droomboom

Der Schauende

Ich sehe den Bäumen die Stürme an,
die aus laugewordenen Tagen
an meine ängstlichen Fenster schlagen,
und höre die Fernen Dinge sagen,
die ich nicht ohne Freund ertragen,
nicht ohne Schwester lieben kann.

Da geht der Sturm, ein Umgestalter,
geht durch den Wald und durch die Zeit,
und alles ist wie ohne Alter:
die Landschaft, wie ein Vers im Psalter,
ist Ernst und Wucht und Ewigkeit.

Wie ist das klein, womit wir ringen,
was mit uns ringt, wie ist das groß;
ließen wir, ähnlicher den Dingen,
uns so vom großen Sturm bezwingen, –
wir würden weit und namenlos.

Was wir besiegen, ist das Kleine,
und der Erfolg selbst macht uns klein.
Das Ewige und Ungemeine
will nicht von uns gebogen sein.
Das ist der Engel, der den Ringern
des Alten Testaments erschien:
wenn seiner Widersacher Sehnen
im Kampfe sich metallen dehnen,
fühlt er sie unter seinen Fingern
wie Saiten tiefer Melodien.

Wen dieser Engel überwand,
welcher so oft auf Kampf verzichtet,
der geht gerecht und aufgerichtet
und groß aus jener harten Hand,
die sich, wie formend, an ihn schmiegte.
Die Siege laden ihn nicht ein.
Sein Wachstum ist: der Tiefbesiegte
von immer Größerem zu sein.


Rainer Maria Rilke, 21.1.1901, Berlin-Schmargendorf

John Hacking

26 november 2019

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.