Blauw

Blauw

Het blauw van de hemel geeft houvast. Meer dan de aarde waarop je voeten rusten. Het blauw omgeeft je. Het blauw draagt je. Waarom? Omdat het blauw je hoop geeft. De aarde heeft niet het laatste woord. Het woord van de aarde is de kus van de dood. Een kus zonder antwoord. Weergaloos en definitief. De aarde roept de aarde tot zichzelf terug: stof tot stof, aarde tot aarde…de dood is slechts de heraut. De dichter is vol verrukking over het blauw. De vertaling is een (eerste) poging om deze emotie te laten klinken in het Nederlands.

Albin Zollinger, Ode aan het hemelblauw  

Als er niets zou zijn: in jou is alles,
Glorie van de uitgespannen leegte, wijde gelatenheid
Bloeiend blauw, o jij oceaan
Die ons raakt
Met de mildste wateren,
Zwelling van hemelse horizonten
Van gene zijde
In jou is alles:

De aarde met zand
De aarde met zout in de oceanen, met bos
Verlaten continenten, met licht
Overwoekerde tempelsteden, middagglas
Van het lichten van de wolken,
In jou is alles, blauwheid: van sikkels
En lansen flitst grond,
De stilte, het arenveld
van verborgen strijd, en maan

Spookachtig over masten, Mongoolse galeien
Zwaaien omhoog – want in jou is alles:
Toledo op de bergen, de rivier
En zonnerook van lange straten,
Stoffend van hoeven van de ezels in het gekraak van de karren.
Gloeien van tomaten,
Marmeren bergen en beitels van de meesters,
De stad uit domkerken, visioenen in wolken –
In jou is alles.

In jou is de mensheid
een lange wandeling uit de morgen
Omhoog over mijlpalen, piramides
Boven mij tronen en baldakijnen
In de wind van de waaiers
in lange rijen
doorgang tussen slaven,
Eeuwig blauw

Het is droom
Je bezinnende diepte,
De gloed in de oogster
Je bezonkenheid
Alles.

Van gene zijde
Glinstert de hogere dag naar beneden
In het water vol zeewier
Onze zichtbaarheid,
Onze dageraad bewust –
Blauw, is jou is
Morgenland van God,
Hoge Libanon, want de ziel
ziet
Huis van de nobele, uitzicht op het lichtere
Mesopotamië,
Zilver in stromen
Eindeloze oorsprong –

In jou is alles,
Kristallijne cisterne,
klinkend van bronnen
Azuurblauwe wateren.
Onze kruiken
Drinken van jou –
Voed ons, brede Nijl
Met de aarde uit Ethiopië
Boven
Boven in de vervoering

Droom zingende watervallen.

In jou, als er niets zou zijn
Is alles, rustende bron en blauw.

Albin Zollinger, Ode an die Himmelsbläue

Wenn nichts wäre: in dir ist alles,

Herrlichkeit der gespannten Leere, weite Gelassenheit

Blühenden Blau’s, o du Ozean

Der uns bewegt

Mit den mildesten Wassern,

Dünungen himmlischer Horizonte

Von Jenseits,

In dir ist alles:


Die Erde mit Sand,

Die Erde mit Salz in den Meeren, mit Wald

Verlassener Kontinente, mit Licht

Überwachsener Tempelstädte, mittäglichem Glas

Von Glast der Gewölke,

In dir ist alles, Bläue: Von Sicheln

Und Lanzen blitzt Grund,

Die Stille, das Ährenfeld

von verborgener Schlacht, und Mond


Geisterhaft über  Masten, Mongolengaleeren

Schaukeln herauf -denn in dir ist alles:

Toledo am Berge, der Fluss

Und Sonnerauch langer Strassen,

Stäubend vom Hufe der Esel im Knarren der Karren.

Glühn der Tomaten,

Marmorgebirge und Meißel der Meister,

Die Stadt aus Domen, Visionen in Wolken –

In dir ist alles.


In dir ist der Menschheit

Lange Wanderung aus dem Morgen

Herauf über Meilensteine, Pyramiden

Mir Thronen und Baldachinen

Im Winde der Wedel  

In langer Gefolgschaft,

 Spalieren der Sklaven,

Ewig Blau


Es ist Traum

Deiner sinnenden Tiefe,

Das Glimmen im Augenstern

Deiner Versunkenheit

Alles.


Von jenseits

Funkelt der obere Tag herab

Ins Gewässer voll Tang

 Unsrer Sichtbarkeit,

Unserer Dämmerung im Bewusstsein –

Bläue, in dir ist

Morgenland Gottes,

Höherer Libanon, den die Seele

Sieht,

Heimat der Edlen, Ausblick in lichteres

Mesopotamien,

Silbernd in Strömen

Endloser Herkunft  –


In dir ist alles,

Kristallne Zisterne,

Klingend von Quellen

Azurner Gewässer.

Unser Krüge

Trinken von dir –

Nähre uns, breiter Nil

Mit der Erde aus Äthiopien

Oben,

Oben in der Entrückung

Traumsingender Wasserfälle.


In dir, wenn nichts wäre,

Ist alles, ruhender Born und Bläue.


(A. Zollinger , Gedichte, Zürich 1962, 233-235)  geciteerd in M.A. Haas, Mystik als Aussage (Suhrkamp 2007) p 226-228