Rust en aanvaarding *

Ik richt mijn ogen naar de bergen – Ps 121 Dark Times in tijden van corona

Hoe houd je het vol in deze crisistijd met corona als je voortdurend in de ‘control-modus’ zit? Niet natuurlijk, want je drang om alles in de hand te houden, maakt je misschien niet alleen moe en onzeker, maar ook geeft het je een gevoel van triestheid en bedruktheid. Iets wat kan lijken op een depressief gevoel, de wereld is opeens te groot voor je. Je voelt je er niet meer in thuis, je vertrouwde plek herken je niet meer. Teveel onzekerheden rammelen aan de grenzen van je bestaan. Als oudere kun je hier last van hebben, gezondheidsklachten die je parten spelen, dingen die je niet of minder kunt op je werk of in de privésfeer, als jongere idem, als er tentamenstress is en examenvrees omdat er veel vanzelfsprekende vormen van examinering nu niet door gaan. Hoe ziet je toekomst er uit? Als niet alles verloopt langs de gebaande en geplande paden? 

Down kun je je ook behoorlijk voelen als je verdriet hebt, om een verloren gezondheid, een verloren baan, een relatie die voorbij is en vooral ook om het verlies van iemand die je dierbaar is. Verdriet drukt je neer, houd je bij de grond, je voelt weinig speelruimte, er is weinig lucht, je bent voortdurend moe en voelt je voortdurend teneergeslagen. Verdriet slaat je veel uit handen waarmee je denkt jezelf te kunnen verweren. Verdriet is een grote (vaak negatieve) kracht. Mensen die iemand hebben verloren, zeker nu ook weer in deze tijd van grote verliezen, weten hier alles van. Des te erger is het dan ook dat je nu niemand mag vasthouden, lichamelijk troosten, even in je armen nemen als het geen gezinslid is en als je niet meer bij elkaar woont. Corona maakt mensen eenzamer dan ze misschien al zijn.

Op internet en andere plekken zie je veel initiatieven om alternatieven te bieden, om ‘iets’ te kunnen doen, om niet bij de pakken neer te zitten. Een vorm van activisme ook, die niet wil accepteren dat we redelijk ‘machteloos’ staan tegenover dit virus. Door op vele manieren aan de slag te gaan willen we misschien voor ons zelf bewijzen dat we het aankunnen en dat wij ons niet onder laten krijgen. Maar het virus zelf heeft daar lak aan. Het maalt er niet om.

Er wordt geroepen dat ‘alles’ door moet gaan. Maar wat is dit ‘alles’? Onderwijs, werk, verzorging, de economie, de productie van voedsel, de gezondheidszorg en de transporten. Kinderen, scholieren en studenten worden thuis aan het werk gezet. Schema’s, regelingen, plichten, er is geen moment rust als je niet uitkijkt. Niets doen, blijft een vreemde eend in de bijt in deze maatschappij van activisme en inzet.

Misschien is het toch een goede tijd nu, nu veel noodgedwongen anders moet, om een pas op de plaats te maken. Tot rust te komen, door jezelf rust te geven. Dat gaat het beste door niets doen, helemaal niets. Alles uit handen, niks in je handen, ook geen telefoon of boek. Zitten, kijken, rusten, niets doen. Binnen of buiten, in de zon en uit de wind. 

Maar kunnen we dat? Kunnen we enkele uren doorbrengen zonder iets te doen? Verveling? Nou en? Verveling is een teken dat we niet echt bezig zijn. Dan zijn we op de goede weg naar het ‘niets-doen’ toe. In veel (westerse) religieuze opvattingen wordt nietsdoen soms beschouwd als iets negatiefs, des duivels oor kussen, zo luidt het gezegde. Is de duivel gebaat bij niets doen en staat God altijd in de actiemodus? Ik dacht het niet. Dat soort gedachten kan alleen maar opkomen in een (neoliberale) kapitalistische maatschappij waar alle kaarten gezet worden op economische activiteiten. De mens als slaaf van het geld en van de productie. Een oud verhaal. Niets doen levert geen geld op, geen producten, dus is in die ogen contraproductief. Maar waar wordt het meeste geld mee verdiend? Toch niet met werken maar met diefstal: de beurshandel. 

Over de ruggen van anderen speculeren en stinkend rijk worden en de arbeider draagt de lasten en de kosten. Dat is de werkelijkheid van het kapitalisme, een weg ten dode, die altijd meer slachtoffers vraagt, hoe harder de mensheid groeit. Arm en rijk steeds verder uit elkaar, aangedreven door hebzucht, machtswellust en verlangen naar meer en beter, naar sneller en naar luxer. Maar dan komt er een virus. Veel valt stil. Er is geen alternatief. De luchtkwaliteit wordt beter. Er is minder verkeer en minder onzin. Wie zit te wachten op die berg zinloze en waardeloze goederen die nergens toe dienen en die aanlokkelijk worden aangeprezen alsof ons persoonlijk geluk ervan af hangt? De consument is de slaaf, de moderne slaaf in deze maatschappij. Een vorm van slavernij waar we met open ogen intuimen en er ook nog uren voor willen werken.

Ps 121 – Dark Times

Het grootste probleem op deze aarde is niet het virus. Is niet ziekte, is eigenlijk ook niet het klimaat – hoewel dat ons de komende tientallen jaren een aardig lesje zal gaan leren – waarbij deze coronacrisis helemaal niets is. Het grootste probleem is de armoede, wereldwijd. En de krachten die daaronder schuilen, die de economie gaande houden en willen doen groeien. De ongelijke verdeling van welvaart, van macht, van middelen, van grondstoffen en van goederen. Ook gezondheidszorg en onderwijs behoren tot die goederen. 

Als wij er samen niet in slagen hier goede oplossingen te vinden zal het klimaat ons wel een duwtje geven door de grote droogtes, de overstromingen en de stromen van mensen die wegtrekken om hun vege lijf te redden. Daar helpt geen populisme tegen en ook geen afgesloten grenzen. 

Dus niets doen, nu gaan nadenken over je leven, over wat je leven de moeite waard maakt, niets doen, loslaten wat je even van plan was. Laat je gedachten maar gaan, ervaar je gevoelens, laat ze boven komen. Van het Boeddhisme kunnen we leren dat het principieel gaat over de bevrijding van mensen. Waarvan moeten de mensen worden bevrijd, kun je dan vragen. Het antwoord luidt: van het eigen zelf. In het Boeddhisme gaat het om vrijheid van het zelf en niet om vrijheid van uiterlijke omstandigheden. Lijden komt door het verlangen van het zelf. En door de negatieve gevolgen van dit verlangen: hebzucht, machtswellust, anderen onderdrukken en uitbuiten. Deze kunnen dan weer hiervan resultaat zijn, als je niet in de gaten hebt en er ook niet voor kiest om de wereld eerlijk te verdelen, maar alleen te denken aan jezelf. 

Maar het zelf is geen star en onveranderlijk gegeven. Het zelf is in de ogen van het Boeddhisme een illusie. Hieraan vasthouden, het zelf niet willen loslaten, is een vorm van slavernij en bron van alle ellende. Hoe kom je af van het zelf? Door het te ontkennen, maar het zelf is ‘ontkenningsresistent’ en het gooit alles in de strijd om serieus genomen te worden. Het zelf kan zich in praktijk en practisch gezien niet zelf ontkennen. 

Het Boeddhisme leert ons dat alleen de Waarheid, Dharma, dat is de Waarheid van de voortdurende verandering, het zelf kan ontkennen en ons kan bevrijden van het zelf. Heel simpel gezegd: je gaat dood, je verandert, je zelf houdt op en daarmee ook alles wat je bent, denkt, doet en voelt. Je bent deel van dit grote veranderingsproces. 

De Waarheid van de altijd veranderende werkelijkheid komt absoluut en zonder uitzondering in conflict met het zelf. Daar ligt dan ook de kans om te ontdekken dat je deel bent van die grote werkelijkheid en dat het zelf slechts een schim is, een illusie, een vorm van denkbedrog. 

Wakker worden heet verlicht worden, weten dat het zelf een illusie is en dat alles verandert. Dat kost vaak heel wat strijd. De teksten over de grote leraren laten dit zien. Het is geen makkelijke weg. Maar het is wel een begaanbare weg – als we tenminste durven die weg te betreden. 

Je kunt het vergelijken met de zee (Waarheid van de voortdurende verandering) die tegen de rotsen (zelf) slaat. Zolang de rotsen ruw zijn en tegenstand bieden, slaat de zee er hard tegenaan. Maar als ze eenmaal glad zijn geworden houdt het geweld op. Hetzelfde vindt plaats als de mens door de uitdaging van het Dharma zijn star zelf verliest en langzaam zelf-loos wordt. Zelveloosheid is deemoed. Omdat het zelf de oorzaak van de onvrijheid is, maakt het verlies van het zelf vrij. In die zin gaan deemoed en vrijheid hand in hand. 

Dat geluid klinkt ook terug in de bijbel, in Micha 6,8: Hij heeft je gemeld, –rode– mens (adam), wat goed is,- en wat vraagt de Ene anders van je dan recht doen, vriendschap liefhebben en naarstig (deemoedig) wandelen met je God? (Naardense bijbel). In deemoed wandelen met je God, in vrijheid wandelen op deze wereld los van de slavernij van het zelf en zijn wensen. 

Is dat mogelijk? Ik denk van wel. Neem maar eens de tijd om tot stilstand te komen. Om wat er echt toe doet boven te laten komen in je gevoel, je gedachten, je leven. Met verdriet is het niet anders. Verdriet wat je wegstopt blijft toch aan de deur kloppen. Je leert pas leven, er is pas ruimte als je het verdriet durft toe te laten. Als je het verdriet, dat in feite gestolde liefde is, liefde in de vorm van tranen, met je mee durft te dragen, en er aandacht aan durft te geven. Makkelijk? Zeker niet? Het kost heel wat moed en soms strijd om het aan te gaan. Om het toe te laten, om het te laten bestaan in je leven. Ook daarvoor is rust een noodzakelijk gegeven. Dan kan het bovenkomen. Dat betekent dat je pas verder kunt als je het verdriet aanvaardt als een onoverkomelijke werkelijkheid. Net als de aanvaarding van feit dat alles verandert, dat je deel bent van die grote Waarheid dat alles aan verandering onderhevig is. Maar het begint bij stil staan, bij rust, bij stilte. Nu ligt die kans daar, misschien wel meer dan ooit. Veel niets-doen en rust toegewenst. Je bent zelf de baas om voor dit niets-doen te kiezen.

John Hacking

28 maart 2020

Bron: Kiyozawa, Manshi, Skelett einer Religionsphilosophie, Berlin 2017, (Matthes &Seitz), p. 10-12