Digi-taal

Om sociale systemen te kunnen begrijpen moet je regelmatigheden en onderlinge relaties in het systeem onderzoeken, schrijft Armin Nassehi in “Muster. Theorie der digitalen Gesellschaft.” (pag. 37) En, zo gaat hij verder, dan zal men vaststellen dat deze regelmatigheden in het systeem steeds complexer worden en daarmee steeds meer onzichtbaar, of in ieder geval niet meteen positief eenduidig te begrijpen zijn. Want veel krachten werken tegelijk in op fenomenen in een systeem en ook er wordt ook verschillend en zeer different naar deze fenomenen gekeken afhankelijk van het perspectief van de toeschouwer of onderzoeker. De onoverzichtelijkheid van krachten die vaak tegelijk optreden en die inspelen op fenomenen in situaties, die tevens voor structuur en ordening zorgen zijn transparant en volledig niet transparant. 

Dit klinkt nogal abstract maar toegepast op een concrete sociale groepering in de maatschappij in bijvoorbeeld een achterstandssituatie kan dit duidelijk maken. Als je als groep een maatschappelijke achterstand hebt in onderwijs, in inkomen, in de woonsituatie, keuzevrijheid in beroepsmogelijkheden, en in het kunnen kopen van gezond voedsel bv. zoals veel zwarte gemeenschappen in de VS dan zal bij onderzoek blijken hoe patronen elkaar kunnen versterken waardoor mensen niet kunnen ontsnappen uit deze zichzelf versterkende mechanismen. Mensen hebben geen echte kansen om mee te doen in de maatschappij, ze worden politiek achtergesteld, ze krijgen geen goede banen, het onderwijs is belabberd als je geen geld hebt om scholen te betalen, kinderen vervallen in criminaliteit om toch nog een inkomen te hebben, raken verslaafd aan drugs om te vluchten uit deze werkelijkheid en komen veel eerder en vaker in de gevangenis (ook door een bevooroordeeld rechtssysteem). Om hierin verandering te kunnen brengen moeten veel factoren in kaart worden gebracht, relaties verhelderd, en ingegrepen in essentiële factoren die deze groepen in een achterstandssituatie houden. En er moeten veel partijen meewerken om hierin verbetering te brengen, allereerst de doelgroep zelf, maar ook de beslissende (vooral politieke) krachten in een maatschappij die een belangrijke rol spelen bij de toegang tot goed onderwijs, een betaalbaar zorgstelsel, voeding en beroepsmogelijkheden. En hierin schuilt het probleem: vaak is helder hoe mechanismen werken maar veel is ook volledig niet transparant. Als mensen opstaan om te protesteren tegen de dood van een onschuldige medeburger van Afro Amerikaanse afkomst en tegen het racisme bij de politie worden ze nu zoals bij de dood van Georg Floyd weggezet als terroristen en oproerkraaiers. Zelfs en vooral door de president van de Verenigde Staten, vertegenwoordiger van het rijke establishment,  die zich zo kan profileren voor zijn kiezers als ‘Law and Order’ president. Terwijl zijn rol die van nationale verbinder zou moeten zijn en niet van haatzaaier.

Dit is een maatschappelijk voorbeeld van hoe ingewikkeld de maatschappij in elkaar zit en hoe krachten hierin werken en effecten hebben op de deelnemers aan die maatschappij. Nassehi verwijst in zijn boek “Muster” ook naar de leefsituatie van de individuele burgers die in deze moderne maatschappij het gevoel hebben en de druk ervaren om zelf hun leven gestalte te moeten geven, met een gedeeltelijke vrijheid, in een wereld die is zoals ze is. Er wordt een vorm van noodzaak ervaren om dit te doen onder risicovolle en onzekere voorwaarden, want men zoekt houvast en de speelruimte om te kunnen kiezen maar weet niet waar dit houvast te vinden is. Individuele wensen en motieven zouden transparant moeten zijn terwijl de gevolgen onberekenbaar zijn. Nassehi verbaast zich erover dat mensen door de sociale media meer dan ooit gegevens over zichzelf prijsgeven om zich van anderen te kunnen onderscheiden. Maar individuele verlangens, motieven, wensen bieden geen zekerheid omdat de gevolgen onbekend zijn. De keuze voor een opleiding, een studie of een baan is daarvan een goed voorbeeld. Je weet uiteindelijk niet waar je terecht komt. En ook niet hoe hoog de prijs is die je moet betalen.

De wereld is in toenemende mate complexer en onoverzichtelijker geworden en daarin moeten we onze weg zien te vinden. Onze analoge wereld die heel lang de enige wereld was die wij kenden (lang voor onze tijd) is inmiddels grotendeels digitaal geworden en onze analoge wereld is ingepast in die digitale wereld. Maar vaak zien we dat niet of willen we dat niet zien en doen we alsof we nog steeds op een analoge manier leven, denken en handelen. Het digitale is soms een blinde vlek omdat het allemaal geleidelijk gaat. Nassehi stelt dat onze maatschappij voor de overgang naar een digitale benadering van de wereld reeds lang gepreoccupeerd was. Digitaal wil zeggen de wereld van de digi-taal. Toen de mensen gingen lezen en schrijven werden ze zich bewust van de mogelijkheden van de taal en de betekenissen die deze taal ons opleveren. Bij de uitvinding van de boekdrukkunst werd ook het gezag van religieuze instanties, die een soort van alleenrecht hadden op de uitleg van religieuze geschriften, ondermijnd, want nu kon iedereen met eigen ogen (en oren) eigen betekenissen geven aan wat hij las. Een wereld van mogelijkheden ging open, betekenissen die mensen gaven aan ontwikkelingen en aan situaties konden niet zomaar ongedaan worden gemaakt. De vrijheidsstrijd (van nieuwe naties) en het recht om zelf te denken en te spreken zijn hiervan voorbeelden. De Franse Revolutie maakt dit duidelijk. Maar deze laat ook zien hoe hardnekkig de (macht)structuren zijn in een maatschappij en hoe de contrarevolutionairen na het debacle van keizer Napoleon weer de aloude politieke en economische macht weten te grijpen. 

In de digitale wereld is de taal gereduceerd tot twee elementen. Is er in de taal zoals wij die kennen in het Westen sprake van een alfabet waarmee woorden kunnen worden gevormd, een bijna oneindig scala aan mogelijkheden en betekenissen, in de digitaal zijn 24 letters teruggebracht tot 2 mogelijkheden. Maar omdat deze structuur zo eenvoudig en eenduidig is kan hij op alles worden toegepast. De wereld van de big data laten dit zien.  Er is bijna niets dat zich kan onttrekken aan de vertaling van de analoge wereld in een digitale wereld. In de oudere religieuze geschriften heeft de godheid nog een alfabet nodig om zich uit te drukken in een taal om zichzelf te openbaren, toen vooral een soort van geheim proces omdat er niet veel lezers en niet veel schrijvers waren en de boekdrukkunst nog niet was uitgevonden zodat de geschriften over de hele gemeenschap konden worden verspreid. De tien geboden worden in steen gehouwen om zo het eeuwigheidskarakter ervan te onderstrepen. In onze digitale wereld verliest de schrijver van software de macht over het geschrevene. Hij kan niet sturen op betekenis zoals bij het geschreven woord en rekening houden met de receptie door de lezer. De software wordt ingezet om data met elkaar te verbinden en dat is eigelijk alles wat er gebeurt. Relaties worden gelegd, data met elkaar verbonden, onzichtbaar voor de gebruiker van de computer omdat de rekenkracht van de computer ons verstand ver overstijgt. De toekomstige quantumcomputer zal dit in ongekende mate doen waardoor totaal nieuwe berekeningen en manipulatiemogelijkheden realiteit worden. 

Als de digitalisering op bijna alles toepasbaar is en als alles digitaal kan worden vertaald, dan is niets en niemand meer onkwetsbaar of veilig. Geen enkele dictator kan zich verstoppen en kan absoluut met digitale middelen heersen want alles kan worden gehackt. Hoeveel controle mechanismen ook worden ingebouwd (à la China bij de onderdrukking van de Oeigoeren zelfs tot en met het beïnvloeden van het lichaam) uiteindelijk heb je niet de absolute macht want er kunnen altijd weer mensen opstaan die jouw systeem ondermijnen en platleggen. Een goede manier om van dictators af te komen lijkt me zoals in Wit Rusland op dit moment. De toepassing van digitale middelen levert veel gevaren op voor de burgers maar ook veel kansen. Het feit dat wij overal digitale sporen achterlaten en dat onze wereld onvoorstelbaar is zonder digitale middelen laat al zien dat het begrip privacy een illusie is, een romantisch verlangen naar een wereld die nooit heeft bestaan. Zijn we nu digitaal vastgelegd, vroeger waren we vastgelegd door afkomst, achtergrond en conventies. Als je als een dubbeltje geboren bent…etc. luidde het spreekwoord. Tegenwoordig is dit anders. 

In de digitale wereld is alles informatie en leent alles zich om verbanden te leggen en alles en iedereen wordt daardoor beïnvloed. Elke analogie, alles uit de analoge wereld kan in een digitaal schema worden gezet en gemeten. Wat of wie zou zich hieraan nog kunnen onttrekken?

Nassehi stelt dat de digitalisering verwant is aan de structuur van onze maatschappij. Ze wordt als vreemd ervaren omdat ze in haar radicaliteit op het vertrouwde en bekende duidt, ze maakt relaties zichtbaar in de verzamelingen data, schept nieuwe combinaties en maakt vergelijkingen die daarvoor onbekend waren. Patronen worden aan het licht gebracht in de oneindige verzamelingen van data. En patronen leiden weer tot nieuwe verzamelingen, een algoritme doet niets anders. 

Nassehi stelt dat de digitalisering aansluit op de complexiteit en vooral de regelmatigheid waarmee fenomenen optreden in onze maatschappij. De digitalisering maakt die regelmatigheden en onregelmatigheden zichtbaar ook al hadden wij daar geen kennis van. Digitalisering noemt Nassehi de verdubbeling van de wereld in datavorm en de techniek om deze data met elkaar in relatie te brengen, waardoor ook weer nieuwe vragen en complexen ontstaan. 

Het digitale is dus bijna indifferent voor alles te gebruiken. We komen steeds meer te weten maar de maatschappij wordt ook in steeds meer gebieden en facetten ingedeeld waardoor alles nog complexer wordt en de samenhang nog meer niet transparant wordt. Als je het klimaatprobleem zou willen oplossen moet je vanuit alle deelgebieden kijken en handelen: economie, politiek, recht,  de techniek, de wetenschap, collectief maar ook individueel, globaal en nationaal etc. etc. 

Nassehi stelt ook dat moderniseringsprocessen niet het verlies zijn van ordening maar ze verwijzen expliciet naar ordening, dat maken de relaties in de data zichtbaar: ze leggen ordeningen bloot, ordeningen die de vertrouwde (analoge) ordeningen zoals geslacht, status, familie, etc. ver overstijgen). De digitalisering laat ook overduidelijk zien hoe voorspelbaar en transparant ons gedrag is. Zie ook het misbruik dat daarvan is gemaakt door onderzoeksbureau’s bij de Amerikaanse verkiezingen, of het gebruik van data voor reclame en beïnvloeding door de grote internet-maatschappijen die nu een soort van monopoliepositie hebben verworven door hun omvang en invloed. 

Het project van de digitalisering heeft ook een overschot aan controle gebracht en de onmacht bij de beheersing van een pandemie als bij de besmetting met covid-19 laat dit overduidelijk zien. De controle gaat niet ver genoeg om dit virus te beheersen en met man en macht wordt er aan gewerkt om het binnen de perken te houden via digitale middelen. Controle leidt ook tot zelfcontrole, voortdurend jezelf monitoren via diverse apps, je zelf laten zien via sociale media, steeds bezig zijn met je uitstraling, zelfexploitatie, slaaf worden van je mobiel. Zo zitten we gevangen in patronen en onze moderne samenleving is een voortzetting van patronen die al eeuwen gelden en die nu met digitale middelen worden voortgezet. Eigenlijk maakt de digitale wereld alles gelijk, want als alles digitaal kan zijn bestaat het onderscheid alleen in het aantal en de ordening van de digi-taal. 

Zo ontstaat er een nieuwe kijk op de mens, op de wereld en ook op het lichaam. Wat dit voor gevolgen zal hebben voor ons gedrag is op dit moment nog onvoorspelbaar omdat de inhouden en betekenissen van de verzameling data voortdurend veranderen. Fake nieuws is hiervan slechts een klein voorbeeld. Met gemakzucht en een lakse houding ten aanzien van deze ontwikkelingen kom je in ieder geval niet veel verder. Hoe dan ook worden we meer en meer als het ware opgeslokt in deze digitale wereld en moeten we alle zeilen bijzetten, zo vermoed ik, om nog een beetje overzicht te houden en daarmee een gevoel van veiligheid. Maar er zijn geen garanties. Maar hopen op de empathie van mensen en hun menselijke inborst. Maar ook dat is niet gegarandeerd. 

John Hacking 

17 augustus 2020

bron:

Nassehi, Armin, Muster. Theorie der digitale Gesellschaft, München 2019, (C.H. Beck)

2 gedachten over “Digi-taal

  1. Eigenlijk verandert er niet zoveel. Men wil leven vanuit een gevoel van veiligheid en zekerheid en dat is er niet en zal er nooit zijn.
    Mooi stuk. Dank je wel

    Like

Reacties zijn gesloten.