model van het zelf

Een model van het zelf 

model van het zelf

Als we proberen na te denken over hoe je het zelf zou kunnen voorstellen in een vorm waardoor ook licht geworpen kan worden op de werking ervan is dat nog niet zo eenvoudig. Bij een lichaam kunnen we ons een concreet lichaam voorstellen, maar begrippen als zelf, geest, bewustzijn en zelfbewustzijn ontberen een concrete waarneembare gestalte zoals je een lichaam kunt waarnemen. Toch is een mens die optreedt via zijn lichaam en daarbij laat merken dat hij aanwezig is goed voorstelbaar. Maar als je nu het menselijk zelf daarin moet aanwijzen blijf je met veel vragen zitten. Hoe hangt het zelf samen met bewustzijn, is het een manifestatie van bewustzijn dat we daarom dan ook zelfbewustzijn zijn gaan noemen? Is het zelf er al vanaf het begin of is het resultaat van een ontwikkeling die voortgaat – dus er is geen definitieve gestalte van het zelf, omdat het in ontwikkeling blijft? Hoe zit het met het bij jezelf kunnen zijn, lukt dat wel, is er toch niet ergens een onmogelijkheid om dat definitief te ervaren zodat je helemaal met je zelf samenvalt? Er bestaat een vorm van leegte, een niets, in de zelfervaring die niet kan worden opgevuld. Deze gedachten brachten mij op het volgende. 

Een model voor het menselijk zelf zou een kegel kunnen zijn, hol van binnen en spits toelopend. Bovenaan deze kegel bevindt zich het ik, het ik-zelf, (ego), de holte binnenin is hier klein en het lijkt alsof het ik-zelf geen ruimte ervaart in zichzelf. Alsof het ik een massief gegeven is, maar toch is er een lege ruimte in dit ik-zelf. Het ik positioneert zich in de wereld als een massief gegeven. Maar dit ik-zelf is onderscheiden van het mij-zelf waarin ook het lijf en de lijfelijkheid een grotere rol speelt.  De onderkant van de kegel is breder en ook de lege ruimte is groter. Hoe dieper iemand in zijn zelf wil afdalen hoe minder vaste bodem, hoe minder houvast hij aantreft. 

Het zelf is een overgangsgebied, een grensgebied tussen de innerlijke leegte en de wereld waarin het zich bevindt. Naar de wereld toe poneert het zelf zich als een ik-zelf, overtuigd van zijn eigen bestaan. Het ik-zelf zal proberen de lege kern te negeren of te overspringen. In het meest extreme geval is hier sprake van een narcisme waarin het ik-zelf volledig met zichzelf denkt samen te vallen. Er is geen enkele twijfel en ook geen enkele zelf-relativering. Het ik-zelf denkt en handelt alsof er geen leegte is. Voor het mij-zelf bestaat wel de ervaring met deze leegte. Het narcistische zelf zal naar de wereld toe de lege ruimte ontkennen maar handelt wel zo dat alles in dienst staat van het opvullen van die lege ruimte. Alle aandacht en alle relaties met anderen waarbij het ik-zelf volledig centraal staat vormt zo een brug om deze leegte op te vullen, alsof het lijkt dat er voor het ik-zelf geen leegte is.

Het model van een toenemende leegte in het zelf naar het mij-zelf toe, verklaart ook waarom je nooit echt helemaal bij jezelf kunt zijn en dat je hieraan kunt lijden. Maar in dit laatste geval heb je nog niet in de gaten dat deze leegte bij bestaan als zelf hoort en dat ze er een wezenlijk onderdeel van is. De dood is de absolute en definitieve leegte, waarvan je dus al een voorsmaak kunt krijgen in de leegte van je eigen zelf.

Het mij-zelf ervaart in de kern dus een grotere leegte en zit meer aan de rand van het zelf dan het ik-zelf waar de leegte minder is. Aan de kant van het mij-zelf kun je ook ontdekken hoe emoties werken en wat er verder speelt in je leven waar je niet meteen bewust van bent omdat je teveel geconcentreerd bent op het ik-zelf. Misschien zetelt hier ook wel het onbewuste en worden hier de ervaringen in de schil bewaard die niet expliciet op de voorgrond treden maar die wel aan de basis liggen van veel gedrag.

De overgangen tussen ik-zelf en mij-zelf zijn vloeiend net zoals in ons bewustzijn de overgangen tussen bewuste ervaringen en onbewuste gebeurtenissen/ervaringen vloeiend zijn.  Naar de wereld toe en naar zichzelf toe zit het zelf voor zijn zelfgevoel aan de buitenkant van de kegel. Aan de ik-zelf kant is er minder onbewust dan aan de mij-zelf kant. Ervaringen als genoeg hebben van zichzelf, van vormen van zelf-manifestatie die als opgelegd en als kunstmatig kunnen worden ervaren, zelf-walging, zelf-overschatting, zelf-waardering, zelf-vertrouwen, zelf-voldaanheid en zelf-zucht bijvoorbeeld geven aan hoe complex de ervaring van het zelf is maar ook hoe gedifferentieerd de ervaring is van het zelf en de wijze waarop wij ons van ons zelf bewust worden en waarmee we ons tonen als zelf. 

Waar haken emoties en gevoelens aan in dit model, waar vinden zij hun oorspong? Waar raken religieuze gevoelens en ervaringen aan, vinden zij plaats vanuit de ervaren leegte in het zelf, waardoor ook weer gevoelens van verbondenheid kunnen ontstaan? Kortom vragen die nog niet zijn opgehelderd. Als het lichaam een auto-topos, een auto-topie, een zelfplaats is voor het zelf waarin en waarmee het zich manifesteert werkt ook hier het onderscheid door van ik-zelf en mij-zelf. Het is niet alleen een onderscheid het laat ook zien dat er een verhouding bestaat van betrokkenheid, van een gedifferentieerd bewustzijn dat zelfbewustzijn en lichaamsbewustzijn kan onderscheiden maar dat niet hierbuiten kan treden want dan zou het zelf niet meer samenvallen met het lichaam en er letterlijk buiten staan. In de door Foucault beschreven ervaringen van heterotopiën maakt het zelf nieuwe ervaringen door die gevolgen hebben voor de zelf-ervaring en de zelf-manifestatie. Idem geldt dit voor de ervaring van dystopische situaties zoals oorlog, marteling, rampen. Het effect zal verschillen op de ervaring van het zelf. Depressie, schizofrenie en andere psychische reacties op de ervaringen van het zelf in de wereld zijn misschien dan ook pogingen om op de een of andere wijze het (verloren) zelf in stand te houden. Idealisme, zwelgen, cynisme, verbittering, haat, afkeer zijn weer andere reacties als gevolg van de ervaringen en de relatie van het zelf met de wereld. 

Het zelf maakt dus onderscheid en kan dat ook maken tussen enerzijds de ervaringen van het lichaam en het lichaam zijn, de lijfelijkheid, direct via het mij-zelf en meer rationeel waarschijnlijk via het ik-zelf en anderzijds de ervaringen van de wereld waar het deel vanuit maakt. Hoe die relaties precies verlopen en hoe beïnvloeding werkt – ook op het relationele vlak – is onderzocht maar niet zodanig dat er een onomstotelijke theorie ligt. Er is dus nog veel werk aan de winkel. Als we het zelf leren opvatten als een grensfenomeen, een gebied dat doorgang verleent aan ervaringen en op basis hiervan een identiteit vorm geeft betekent dat ook dat het zelf geen massief psychologisch gegeven is. Als grensfenomeen is het voortdurend in ontwikkeling en stemt het zich af op lichaamservaringen en op ervaringen van de wereld. Dit dynamische model lijkt dan ook een aantal opzichten op ideeën rond het bewustzijn dat op dezelfde wijze kan functioneren als grensgebied tussen lichaam en wereld. Tijd voor verder onderzoek.

John Hacking 

21 februari 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.