Spreek ook jij…

Opgevorderd tot spreken is de mens gelijk God die de stilte doorbreekt op de vierde dag en zegt: “Er moeten lichten komen aan het hemelgewelf komen, om de dag te scheiden van de nacht.” De vierde dag, complementair aan de eerste: “Er moet licht komen,” en er was licht. Het eerste licht, Licht met een hoofdletter. Licht tegenover de duisternis, van de ‘tehom”, de oerchaos waarin als in een zwart gat niets kan bestaan. Maar de duisternis heeft daarmee niet opgehouden te bestaan. In elk leven kan de duisternis binnenvallen als vaste grond onder de voeten ontbreekt, als de leegte van het niets, en het nihilisme, elke vorm van zekerheid wegslaat omdat je nergens in gelooft en omdat je misschien denkt dat je toevallig op deze planeet bent neergesmeten door een onzichtbare onkenbare kracht die ook weer zal leiden tot het wegvagen van je bestaan. Toch besta je, niet door eigen toedoen. Licht is pas licht als er duisternis is om in te schijnen. Leven is er als er een grens is van de dood die het leven wegneemt en opneemt in zijn duisternis. Leven bij de gratie van het einde, schijnen bij de gratie van de donkerheid en de leegte. Je lichaam, je leven vult de stilte, vult de leegte, zet een nieuw accent. Je woorden een touw, een touwladder, een houvast om je leven aan te binden, om je vege huid te redden ondanks dat je weet dat woorden wegvliegen in de wind. De dichter verkent de leegte, onderzoekt wat achterblijft, achter kan blijven zoals Paul Celan in “Sprich auch du”:

Sprich auch du,

sprich als letzter,

sag deinen Spruch.


Sprich –

Doch scheide das Nein nicht vom Ja.

Gib deinem Spruch auch den Sinn:

gib ihm den Schatten.


Gib ihm Schatten genug,

gib ihm so viel,

als du um dich verteilt weißt zwischen

Mittnacht und Mittag und Mittnacht.


Blicke umher:

sieh, wie’s lebendig wird rings –

Beim Tode! Lebendig!

Wahr spricht, wer Schatten spricht.


Nun aber schrumpft der Ort, wo du stehst:

Wohin jetzt, Schattenentblößter, wohin?

Steige. Taste empor.

Dünner wirst du, unkenntlicher, feiner!

Feiner: ein Faden,

an dem er herabwill, der

um unten zu schwimmen, unten,

wo er sich schimmern sieht: in der Dünung

wandernder Worte.


Paul Celan

(aus “Von Schwelle zu Schwelle”, 1955)

Bron met verklarende tekst: Letzte Dichtung in de deining van de zee: een analyse van Paul Celans gedicht ‘Sprich auch du’ – SKUT (tijdschriftskut.nl)

Een andere dichter, een van mijn grote favorieten, Roberto Juarroz, drukt dit weer anders uit. Zijn gedichten zijn touwladders naar de hemel, ze verbinden hemel met aarde, en aarde met hemel zoals mijn geschilderde landschappen waarin de bergen een prominente plaats innemen omdat ze naar de hemel reiken. De horizon, raakvlak van hemel en aarde, zijn wij ook zelf. De horizon wenkt ons, maakt ons bekend met de wereld waarin wij leven, waaruit we voortkomen en waar we naar toe gaan, maar de horizon zijn we ook zelf omdat onze taal, onze woorden, waardes formuleren, een houvast, een weg om te gaan, een horizon om naar toe te bewegen. Vrede, goedheid, rechtvaardigheid, zijn getuigen van die woorden tot waarden geworden, handreikingen om je leven samen met anderen gestalte te geven. Ondanks, ondanks dat je weet, dat je beseft dat je leven eindig, o zo eindig is en zo beperkt en kortstondig. Zoals Juarroz dicht:

OCTAVA. 72

¿Qué borrar primero:
la sombra o el cuerpo,
la palabra escrita ayer
o la palabra escrita hoy,
el día oscuro
o el día claro?

Hay que encontrar un orden.
El aprendizaje de borrar el mundo
nos ayudará luego a borrarnos.

ACHTSTE REEKS. 72

Wat eerst uitgewist:
de schaduw of het lichaam,
het gisteren geschreven woord,
of het vandaag geschreven woord,
de donkere dag,
of de heldere dag?

Er moet een orde worden gevonden.
Het leren uitwissen van de wereld
zal ons later helpen onszelf uit te wissen.

Roberto Juarroz

Vertaling: 1993, Mariolein Sabarte Belacortu

Loslaten van elke pretentie, loslaten van elke vorm van waanzin om macht te verwerven, om te willen vasthouden en controleren. De wereld achter je laten, de wereld die jou draagt maar die jij niet kunt dragen. Je bent geen Atlas. Je zult er ook nooit een woorden. Je bent geen god, geen godenkind met bijzondere krachten maar je bent wel gezegend met taal, met het woord, met het licht dat via het woord schijnt in de duisternis, ook in je donkere verleden waarvan je misschien veel niet meer weet, maar dat door erover te spreken opnieuw tot leven kan komen. En dan je toekomst? Wie weet. Wie weet wat zal aanbreken, maar dat is morgen, overmorgen, later. Waarom je daar over druk maken als je toch geen macht hebt? Terugkijkend, weemoedig, melancholisch, naar wat was, de dichter Bei Dao drukt het zo uit:

AANWEZIGHEID

de kinderjaren, vol bloeiende versprekingen
we zullen het er niet meer over hebben
slenteren door het leven
kijken naar de zee achter het hek
terwijl de jaargetijden waarmee wij ons ooit verplaatsten
erin springen

de muziek is meedogenloos
het huwelijk slingert netjes rond
een levensmoe iemand
loopt naar het juiste adres
en gaat in rook op

golven van eindeloos verdriet
jagen de kinderen hun bed uit
het zonlicht verzamelt zich, valt uit elkaar
we zullen het er niet meer over hebben

Bei Dao

Vertaling: Maghiel van Crevel


Aanbeland, aangeland, als een boot aan de kust, in de haven, zijn wij in het hier en nu en zoeken onze weg. Eigenlijk is onze hele leven weg, de weg dat is ons leven. Er is geen doel, geen einddoel waar we ons naar moeten spoeden. Want elk doel, als er doelen, levensdoelen zijn, net zoals in het landschap, is er slechts een onder velen, en eenmaal bereikt wacht weer iets anders. Er is geen weg naar vrijheid, naar liefde, naar leven: vrijheid, liefde, leven is de weg. Zoals Jezus opmerkt dat hij de weg, de waarheid en het leven is, zo zijn wij onze eigen weg, onze eigen waarheid en ons eigen leven. Niet een leven boven het leven, of een leven na het leven. Wij zijn het leven, we zijn het levende bewijs dat we leven en dat er leven is. Dat ons woord kan helen, dat ons woord kan troosten, dat ons woord kan dragen en licht verspreiden in de duisternis. Daarom spreek, schrijf, uit jezelf. Laat je zien. Wees. Bei Dao beschrijft die levensreis, die weg op bijzonder wijze:

HET ALLEREERSTE

dag en nacht nemen afscheid van boomtoppen
vleugels verzamelen het laatste licht
varen door golven beschutting van jeugd
de dood draait aan een kompas in het hart

buiten het montuur van de tijd luidt
de tiran van herinnering de klok – heimwee
de politie is op zoek naar de storm
en duizelig van de vingerafdrukken van het licht

de hemel likt zijn wonden in de vijver
sterren reserveren voor het nachttheater
een wees leidt blinde lofliederen
op de bergpas de maan tegemoet

het allereerste heeft geen naam
de rivier vernieuwt haar rooster
de zon steekt haar oogverblindend scherm op
brengt vreemdelingen weg

2008, Bei Dao


Uit: Jieju huo kaishi
Uitgever: Changjiang, Wuhan, China, 2008

Vertaling: 2009, Maghiel van Crevel

Of zoals Juarroz het weer op zijn eigen wijze zegt en de weg beschrijft die wij gaan in dit leven; zoekend, trachtend, speurend, vindend en verliezend. Telkens weer opnieuw in cirkels rondgaan om de kern van ons bestaan. Soms met dichte, soms met open ogen, een open hart en vreugdig gemoed. Soms met verdriet in onze handen, tranen in ons hart. Wandelend in de wind die fluistert: alles is ijdel, alles ijdelheid…

Buscar una cosa
es siempre encontrar otra.
Asi, para hallar algo,
hay que buscar lo que no es.

Buscar al pajaro para encontrar a la rosa,
buscar al amor para hallar el exilio,
buscar la nada para descubrir un hombre,
ir hacia atras para ir hacia adelante.

La clave del camino,
mas que en su bifurcaciones,
su sospechoso comienzo
o su dudoso final,
esta en el caustico humor
de su doble sentido.

Siempre se llega,
pero a otra parte.

Todo pasa.
Pero a la inversa.

15

Het ene zoeken
is altijd het andere vinden.
Dus om iets te vinden,
moet je iets zoeken dat het niet is.

De vogel zoeken om de roos te vinden,
de liefde zoeken om ballingschap te vinden,
het niets zoeken om een mens te ontdekken,
naar achteren gaan om vooruit te komen.

De clou van de weg ligt
niet zozeer in zijn splitsingen,
zijn verdachte begin
of zijn twijfelachtige einde,
maar in de bijtende humor
van zijn tweerichtingsverkeer.

Men komt altijd aan,
maar altijd elders.

Alles gaat voorbij.
Maar de andere kant op.

Roberto Juarroz

Vertaling: 1990, Mariolein Sabarte Belacortu

Als je denkt dat je alles hebt verloren, als je meent dat je alles kwijt bent, of kwijt zult raken, dan is er nog de taal. Dan zijn er je woorden, je brieven, je gedichten, je verhalen die zijn opgetekend zoals de verhalen van het begin, van het licht, van de duisternis die niet het laatste woord heeft, noch zal hebben. Ook de woorden hebben een geschiedenis, ze zijn ‘lotsbestemd’ zoals Juarroz van mening is:

OCTAVA. 2

También las palabras caen al suelo,
como pájaros repentinamente enloquecidos
por sus propios movimientos,
como objetos que pierden de pronto su equilibrio,
como hombres que tropiezan sin que existan obstáculos,
como muñecos enajenados por su rigidez.

Entonces, desde el suelo,
las proprias palabras construyen una escala,
para ascender de nuevo al discurso del hombre,
a su balbuceo
o a su frase final.

Pero hay algunas que permanecen caídas.
Y a veces uno las encuentra
en un casi larvado mimetismo,
como si supiesen que alguien va a ir a recogerlas
para construir con ellas un nuevo lenguaje,
un lenguaje hecho solamente con palabras caídas.

ACHTSTE REEKS. 2

Ook de woorden vallen op de grond,
als vogels die plotseling dol worden
van hun eigen bewegingen,
als voorwerpen die opeens hun evenwicht verliezen,
als mensen die struikelen terwijl er geen obstakels zijn,
als poppen vervreemd door hun stijfheid.

En in dat geval bouwen
de woorden zelf een trap vanaf de grond
om weer naar het betoog van de mens te klimmen,
naar zijn gestamel
of zijn laatste woorden.

Maar er blijven er een paar liggen.
En soms vind je ze
bijna verborgen achter hun schutkleur,
alsof ze wisten dat iemand ze zou oppakken
om een nieuwe taal met ze te maken,
een taal die alleen uit gevallen woorden bestaat.

1993, Roberto Juarroz

Vertaling: 1993, Mariolein Sabarte Belacortu

Zo is je leven, is je verhaal, geen fata morgana in de woestijn van het leven, in de diepe duisternis van deze kosmos, dit oneindig uitgestrekte universum. François Cheng, een Franse filosoof kan niet ophouden om zich hierover te verbazen: dat wij bestaan in dit universum, dat er schoonheid is om van te genieten, dat er goedheid is om te ervaren, dat er liefde is om te ondergaan en in te zwelgen. Zijn lessen over schoonheid en zijn lessen over de dood: ze zijn het lezen en overdenken waard. Ze geven je een houvast zoals het licht in het duister houvast geeft – als je durft, als je durft te luisteren, je te openen. Dan zal er zelf een taal zijn in je dood, na je dood. Door anderen gedragen en voorgedragen. Een levend woord dat je over elke grens heen kan dragen. Ook die van de wanhoop, ook die van de vertwijfeling.

UNDÉCIMA.1.3

Una escritura que soporte la intemperie,
que se pueda leer bajo el sol o la lluvia,
bajo el grito o la noche,
bajo el tiempo desnudo.

Una escritura que soporte la infinito,
las grietas que se reparten como el polen,
la lectura sin piedad de los dioses,
la lectura iletrada del desierto.

Una escritura que resista
la intemperie total.
Una escritura que se pueda leer
hasta en la muerte.

ELFDE REEKS. 1. 3

Een tekst die de buitenlucht verdraagt,
in de zon kan worden gelezen of in de regen,
in de schreeuw of de nacht,
in de naakte tijd.

Een tekst die de oneindigheid verdraagt,
de kieren die zich verspreiden als stuifmeel,
het meedogenloze lezen van de goden,
het ongeletterde lezen van de woestijn.

Een tekst die de buitenlucht
totaal weerstaat.
Een tekst die zelfs gelezen kan worden
in de dood.

1993, Roberto Juarroz

Vertaling: 1993, Mariolein Sabarte Belacortu

John Hacking

10 september 2021

Bronnen om te lezen:

  • Cheng, François, Over schoonheid. Vijf meditaties, Kapellen 2008 (Uitgeverij Pelckmans Kapellen, Uitgeverij Klement Kampen)
  • Cheng, François, Fünf Meditationen über den Tod und über das Leben, München 2015 (C.H. Beck)
  • Cheng, François, L’éternité n’est pas de trop, Paris 2002 (Albin Michel)
  • Henryk Górecki, Dwan Upshaw, London Sinfonietta, David Zinman, Symphony No. 2, Op. 36 : II. Lento e Largo – Tranquillissi…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.