Overweging 31 oktober 2021 Studentenkerk Nijmegen

Welkom Genade en vrede zij met ons allen.

Beste mensen welkom in deze viering op 31 oktober: Hervormingsdag. Ter ere hiervan heeft Marieke, mijn collega, en ook naar aanleiding van het slotlied een kort voorwoord geschreven. Dit lied is voor velen bekend, voor anderen en met name Katholieke oren ietwat apart – maar ook dat valt wel mee, vermoed ik. Misschien is het met name de taal van zolang geleden die het meest bevreemding oproept. God als vaste burcht tegenover de macht van de satan. De hemel tegenover de hel. In dit middeleeuws spreken zijn beiden even reëel. En Luther kon er wat van. Ik heb twee boeken meegenomen om dit te illustreren. De hemel. Een aardse geschiedenis: een verhandeling over de hemel – Hoe hierover, beginnende bij de bijbel, wordt gesproken (en gefantaseerd). En een boek over de tijd waarin Luther leefde: Als unser Deutsch erfunden wurde. Reise in die Lutherzeit. Een beschouwing over allerlei aspecten tijdens het leven van Luther: wonen en leven, geloven en bijgeloof, hemel, hel, lijfelijkheid, economie, ouderdom, dood en opstanding…Ook de vele oorlogen komen voorbij, waaronder de nefaste rol van Luther als hij partij kiest voor de heersende macht van koningen en landvorsten, tegen de boeren, in de zogenaamde boerenoorlog. Satan is voor Luther een werkelijkheid – net zo werkelijk als God. Alles wat verkeerd gaat of wat in zijn ogen verkeerd is, is duivelswerk.

Onze lezingen van vandaag gaan niet zozeer over het kwade en de hel, maar wel terzijde over de hemel en over het verlangen naar God. Job die hevig verlangt naar God en zijn gerechtigheid, en  de Sadduceeën die Jezus proberen te vangen met een absurd verhaal.

Overweging

De hemel. Ook in de bijbel is dat eigenlijk géén helder begrip. Job smacht van verlangen om God te zien. De mensen die na hun dood opstaan zullen zijn als engelen, zegt Jezus. En God is een God van levenden. Als je naar andere bijbel-citaten kijkt is er sprake van een verblijf na je dood in de sjeoel, de onderwereld, waar volgens de psalm de doden Gods naam niet meer noemen noch zullen loven. En Prediker zegt: Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond  dan een dode leeuw. Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten. Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. En het boek Job: een mens sterft en hij ligt terneer. Hij blaast zijn laatste adem uit – waar is hij dan? (…) Een mens gaat liggen en staat niet meer op. Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, hij wordt niet uit zijn slaap gewekt. Is er dan géén hoop? Is de dood definitief zoals velen tegenwoordig geloven? Prediker zegt ook ergens: Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, weer wordt zoals het was, wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven. Je zou kunnen concluderen: We keren dus terug naar God…als levende adem. In het boek Daniël gloort er nog meer hoop: Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. Dit boek is duidelijk uit een latere tijd: hemel en hel, beloning en straf zijn nieuwe thema’s – opstanding uit de dood is mogelijk. Maar ook hier staat ‘velen’, er staat niet allen. Hoe zit het nou? Welke passage uit de bijbel moet je nu geloven, welke heeft het meeste gezag? U hoort het al, we begeven ons in een wespennest.

Ik vermoed dat Jezus het ook niet exact weet want zijn antwoord blijft vaag. Luther en de andere reformatoren, maar ook de katholieke theologen konden er wat van: de oren van de gelovige toehoorders gloeiden als zij begonnen over hemel en hel, over een ongenadige/genadige God en over eeuwige straffen. De Italiaanse filosoof en humanist Giovanni Pico della Mirandol, (15e eeuw) kon niet geloven dat God onze zonden (die een eindig karakter hebben) zou bestraffen met een eeuwige straf. Hij vond dat totaal onlogisch. Wat is dat voor een wrede onbarmhartige God die zo handelt…Luther zou het hier zeker niet mee eens zijn geweest: sola gratia: Alles én iedereen is volledig afhankelijk van Gods genade.  Hoe hard we ook werken hier op aarde, dat is géén garantie voor de hemel. En de macht van de Satan is overal aanwezig. Niemand is echt beschermd.

Maar hoe zit het met ons, hoe zit het bij ons? Geloven we in een leven ná de dood, in een verblijf in de hemel of de hel? En een opstanding van de doden? Jezus opgestaan uit de dood? Dus wij ook? Verwachten we, zoals velen, een weerzien met onze overleden dierbaren? U begrijpt natuurlijk dat op al deze vragen vandaag geen antwoord volgt. Als de bijbel al zo diffuus en divers dit thema aansnijdt, meer als een terzijde dan als een echte bespreking, hoe zouden we dan hier en nu definitieve antwoorden kunnen geven, of antwoorden die richting wijzend zijn, die echt houvast bieden. Daar zitten we dan, zonder al die zekerheden die in de tijd van Luther  onomstotelijk vast stonden. Hoe moeten we nu verder?

Persoonlijk vind ik dat zelf niet zo’n groot probleem – ik maak me niet zo druk over de tijd na mijn dood, ik leef hier en nu, daarna zullen we zien, als er nog iets te zien valt…wat waarschijnlijk niet zo is. Ik kan ook heel goed leven met de twijfel, met de onzekerheid. Mijn beeld van God is geen straffende God op een troon, als een soort tiran. Ik heb eigenlijk helemaal geen beeld van God want elk beeld schiet tekort en het is letterlijk verboden om je een beeld van God te maken. We zijn inmiddels 2000 jaar verder in de tijd t.a.v. de tijd van Jezus en 500 jaar verder dan de tijd waarin Luther zijn triomfen vierde. We leven nu ook in een wereld waarin door heel velen niet meer in de ziel wordt geloofd, en zeker niet meer in de macht van de grote tegenstrever, de Satan. Maar ook niet in de opstanding uit de doden op het einde der tijden?  Vooral omdat dit einde der tijden niet of nooit zal aanbreken? Want als die tijd aanbreekt, zou dat het einde van de menselijke geschiedenis en onze vrijheid betekenen.

Maar sommigen in onze huidige samenleving zouden graag zien dat de Apocalyps  plaatsvindt omdat dan eindelijk de bokken van de geiten worden gescheiden, de goeden van de kwaden, waarbij zij natuurlijk eindigen aan de kant van de goeden. Het uitbreken van corona is voor dit soort ‘smachters naar een eindafrekening’ dan ook een teken van vreugde want nu is de eindtijd, de grote afrekening nabij. Zelf ben ik van mening dat apocalyptische literatuur uit de bijbel  niet zozeer betrekking heeft op onze tijd, dus visionair zou zijn, maar dat deze eerder getuigt van een nood tijdens het schrijven ervan, een wrede context waarin de mensen zich staande moesten zien te houden,  waar redding uit de hemel een concrete mogelijkheid leek. Redding uit de hemel nog als enige optie, want de nood was zo hoog dat alleen een God ons nog zou kunnen redden, om Heidegger, de filosoof te parafraseren. Ik geloof niet dat deze teksten een voorspellende waarheid bevatten, een soort van visioen dat alleen nog maar hoeft plaats te vinden. Als de tijd maar erg genoeg ervoor is. Daarmee hebben alle groeperingen die er wel in geloven – alle religieuze groepen die een heel concreet beeld van hemel en hel hebben, van eindtijd en beloning of straf, de vaste grond onder hun voeten verloren en eigenlijk in mijn ogen hun bestaansrecht. Ook geen gedweep met “Der Untergang des Abendlandes“ van Oscar Spengler. Een boek dat vooral het Westerse blanke beschavingsideaal verheerlijkt. Zonder oog voor de geschiedenis van Afrika, Azië, Latijns Amerika. Ideologie dus.Allen die zo verlangen naar chaos, en dan overname van de macht omdat het ‘Blanke Westen’ lijkt te worden bedreigd zijn de nieuwe terroristen van onze tijd. Deze week nog als thema op het journaal.

Maar hoe zit het dan met hemel en hel in onze dagen? Er is niemand, zo vermoed ik, die opstaat en zegt: neem mij (maar), laat mij gestraft worden voor deze wrede onbarmhartige en onrechtvaardige wereld waarin het recht van de sterkste geldt. Waarin velen kind van de rekening worden en waarbij ik geen vinger uitsteek. Ik heb de hel verdiend. Ik ben een zondig mens en moet worden gestraft. Niemand gaat vrijwilliger de eeuwige verdoemenis in, waar tandengeknars is, een hel à la Dante, maar dan voor altijd en eeuwig. Bijna iedereen wil aan de kant van de geredden zitten, liefst in een soort van paradijs, dicht bij God, hemelse vreugde alom.

U merkt misschien al een beetje dat hoe meer je invult, hoe onwaarschijnlijker het allemaal klinkt. Dat heb ik persoonlijk tenminste. Opstanding uit de doden, botten die levend worden à la Ezechiël, dit idee komt uit het Perzische rijk, het Zoroastrisme. In Israël kreeg het voet aan de grond tijdens de Griekse onderdrukking van het volk ten tijde van de Makkabeeën, tijdens Alexander de Grote en volgelingen. Een eigen staat, een eigen natie, vrij van alle heerschappij door anderen en een leven na de dood als beloning voor alle lijden en het martelaarschap. Het is niet vreemd dat een mens verlangt naar een paradijs, een hemel. Zeker niet als de dood een einde maakt aan een zwaar en moeilijk leven. Maar dan nog. Het kan een argument zijn om je aan vast te houden,  maar argumenten geven géén zekerheid en géén echt houvast. Kunnen we leren leven, kunnen we leven met de twijfel, met de onzekerheid Ook met betrekking tot een hemel, een hel, een leven na onze dood? Er wordt gezegd: Voor God is niets onmogelijk. En Jezus is het bewijs. Dat is het allerlaatste houvast dat velen nog hebben. Het is ook een kerngegeven in ons christelijk geloof: opstanding uit de dood. Dat hopen we en verwachten we, zoals onze geloofsbelijdenis zegt.

Een aanwezige en afwezige God. Misschien is ons hele leven als gelovige wel een grote worsteling met deze vraag naar een aanwezige God. Een God voor ons. Zoals Job smacht, zo smachten wij misschien. Maar blijft het bij smachten? Ik vermoed dat elke verwachting, elk beeld dat we van God maken ons zal teleurstellen. Ons met de voeten op de grond zet. Want als we redding uit de hemel verwachten, bij een ernstige ziekte, een oorlogsdreiging, een klimaatdreiging, dan komen we meestal bedrogen uit. In mijn sabbatical ga ik deze vraag verder uitdiepen: waar is God te vinden? Kunnen we hem wel vinden? Of is hij eerder een God in het niets, in de stilte. In het niets van de leegte, tussen de dingen, in de leegte tussen de woorden? Nietzsche verkondigde de dood van God. Sindsdien zijn er tal van pogingen  ondernomen om een wereld te scheppen zonder God: kapitalistische, fascistische, communistische pogingen – het heeft niets opgeleverd. De wereld en de mens is nog altijd even goed en even slecht. Hoeveel energie er ook in gestoken is, hoeveel revoluties, moordpartijen, oorlogen, wij zijn er niet beter op geworden en we hebben niet meer houvast. Daarom stel ik voor: studeer, verdiep je in onze religieuze geschriften, onze traditie, en eventueel ook in andere tradities en religies. Spreek met heel veel anderen, deel je verlangens en je twijfels.  Ik vermoed dat dát een heel zinnige weg is in dit leven. Veel inspiratie bij deze voort-durende dialoog.

Zegenbede:

Oorspronkelijk is het gebed geschreven in het Duits. Auteur is niet – wat je misschien even zou denken – Maarten Luther, maar de veel later levende Duitse predikant en dichter Georg Christian Dieffenbach (1822-1901).

Bleibe bei uns, Herr,
denn es will Abend werden,
und der Tag hat sich geneigt.
Bleibe bei uns und bei deiner ganzen Kirche.
Bleibe bei uns am Abend des Tages,
am Abend des Lebens,
am Abend der Welt.

Bleibe bei uns mit deiner Gnade und Güte,
mit deinem heiligen Wort und Sakrament,
mit deinem Trost und Segen.
Bleibe bei uns, wenn über uns kommt
die Nacht der Trübsal und Angst,
die Nacht des Zweifels und der Anfechtung,

die Nacht des bitteren Todes.
Bleibe bei uns und allen deinen Gläubigen
in Zeit und Ewigkeit.
Amen

In de Nederlandse vertaling (door W.J. Kooiman):

Heer, blijf bij ons,

want het is avond

en de nacht zal komen.

Blijf bij ons en bij uw hele kerk

aan de avond van de dag,

aan de avond van het leven,

aan de avond van de wereld.

Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen,

met uw woord en sacrament

Blijf bij ons, wanneer over ons komt

de nacht van beproeving en van angst

de nacht van twijfel en aanvechting

de nacht van de strenge, bittere dood.

Blijf bij ons in leven en in sterven

in tijd en eeuwigheid.

Amen

Gelezen Job 19,23-27 en Marcus 12, 18-27

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.