Leren leven in evenwicht – geen excessen toestaan

…Apollo’s temple at Delphi, where Socrates went to consult the oracle. On one wall were inscribed the words γνῶθι σαυτόν, “know thyself.” Socrates took those words out of their original setting, where they were an admonition for visitors to “remember their place” in the presence of the god, and understood them as a life task. Less well known is an inscription on another wall which read μἠ δὲν ἄγαν, “nothing in excess.” The first philosophical use of this well-known maxim had to wait until Aristotle and his principle of the “mean,” which served as a way to locate true virtue at the midpoint of opposing excesses. (…) I would like to see “enough” as the high point between “too much” and “too little,” namely, the point at which the fullest and liveliest level of satisfaction is reached. (James W. Heisig pag. 116)

Het kerstverhaal met de geboorte van Jezus en de herders in het veld is een en al soberheid. Jezus komt ter wereld aan de kant van de armen. Afgewezen en noodgedwongen schuilend in een stal is er geen comfort en geen luxe. Herders in het veld overweldigd door een hemelse fanfare kijken nieuwsgierig toe en gaan dan vol verbazing de wereld in. 

Daarna is het christendom de wereld rondgegaan en heeft hele continenten veroverd, inclusief de harten van de rijken en de machtigen. Het werd in een vorm gegoten die niemand meer echt tegen de haren in zou kunnen strijken want bezit was heilig en de grote afrekening zou toch pas na de dood komen. Niet de wereld, niet het heil van de mens als zodanig, met name de arme naaste, de mens ver weg die de dupe is van de economische ongelijkheid, maar het eigen zielenheil is het belangrijkste geworden en de concentratie op een ‘zelf’ dat alleen maar om zichzelf draait. De wereld is mijn wereld geworden. Onze wereld is een vreemd begrip want er is in de beleving van velen geen ons (meer), behalve als het over landen en groepen gaat in eng-nationalistische ideeën en fascistoïde ideologieën. En dat ons, dat wij heeft een zij nodig als vijand om zich tegen af te zetten. 

Natuurlijk niet alle christenen, niet alle groepen christenen onderschrijven deze haat en deze leugens, niet alle christenen laten zich niets aan de wereld gelegen liggen. Velen zetten zich in, geïnspireerd door het evangelie het optreden van velen die hun leven  voor deze idealen hebben gegeven. Maar hoe komt het dan dat er zoveel ongelijkheid is in de wereld, dat er velen leven in armoede, dat velen sterven onderweg naar een hoopvolle toekomst terwijl alle tekenen erop wijzen dat ze niet welkom zijn in de rijkere delen van de wereld?

Hoeveel heeft het christendom werkelijk betekend en wat betekenen deze idealen vandaag de dag als er nauwelijks ingezien wordt hoe urgent de situatie is? De paus schrijft aanmoedigingen om anders met de mens en de wereld om te gaan. Niet vanuit een houding van uitbuiting, met nonchalante miskenning van alle noden en gebreken, niet vanuit cynisme en scepticisme dat er toch niks aan te veranderen valt. Maar wie luistert en beter nog wie handelt? De machten zijn groot en sterk die een evenredige verdeling van de welvaart onmogelijk maken. 

Er staan grote belangen op het spel: de rijken willen alleen maar rijker worden en worden alleen maar rijker. Hoe het met de wereld is gesteld blijkt nu uit de corona-epidemie. In plaats van er voor te  zorgen dat alle inwoners op deze aarde de mogelijkheid krijgen voor een vaccinatie zodat er minder snel mutaties kunnen optreden, waardoor het dweilen met de kraan open blijft, verzamelen de rijke landen alle vaccins en gebruiken die eerst en vooral voor zichzelf. De restjes die overblijven worden dan gul geschonken aan de arme landen.  Oproepen vanuit de Verenigde Naties om een eerlijke verdeling, om prijsgave van de octrooien op de vaccins zijn aan dove oren gericht. De CEO’s van de farmaceutische industrie dienen alleen hun eigen belang, ondersteund door in mijn ogen door en door corrupte politici die dit niet aan de kaak stellen en die hen dwingen om anders te handelen. Tijd om ze allemaal te vervangen: zij hebben alle goodwill verspeeld. Meer en meer, hoger en hoger de winsten op deze vaccins die maar even werken; dat is nog eens financieel binnenkomen in crisistijd. Ik noem dat een vorm van misdaad die in omvang overeenkomt met ernstige mensenrecht-schendingen, want velen in de arme landen krijgen geen enkele kans om het te overleven. De armoede neemt toe, en vooral ook vrouwen en kinderen betalen de hoogste prijs. 

Voor veel mensen is het niet vanzelfsprekend dat wij hoe dan ook met allen op de een of andere wijze verbonden zijn. Als wij het Amazonegebied laten afbranden omdat we niet van onze vleesconsumptie afkomen dragen niet alleen de Brazilianen de gevolgen door de toenemende droogte. Het klimaat verandert, de hevige stormen worden er niet minder op. Het weer wordt extremer en de schade wordt groter, inclusief een toename aan gedode mensenlevens die door deze rampen worden getroffen. Elke kilowatt energie die wij gebruiken moet ergens vandaan komen. De aarde wordt uitgeput. Het lijkt alsof de toekomst er niet toe doet. De kinderen na ons worden overgeleverd aan de ondergang. In ons denken en handelen gaat het veel te veel over nu, over hebben, over genieten, over zoveel mogelijk willen ervaren en veel minder over morgen, over wat er gaat komen en hoe het anders zou kunnen zijn. We draaien om onszelf en draaien langzaam vast. Hoeveel boosters-vaccinaties gaan we nog krijgen, hoeveel zullen we er nog nodig hebben voordat doordringt dat we samen een aarde, een wereld bewonen? 

James W. Heisig die een interessante studie heeft geschreven over het Westerse en Oosterse denken met betrekking tot de thema’s ‘niets-heid’ en begeerte, concludeert dat we veel te weinig bezig zijn met de vraag wanneer ons consumeren, ons verzamelen, ons genieten, genoeg zijn. Genieten prima, maar er is een grens. Zoals er ook een grens is aan het verzamelen van bezit, van ervaringen (vakanties), indrukken, kennis, en data die alle grenzen van de persoonlijke privacy overschrijden. Een van zijn bronnen zijn de oude teksten uit de Boeddhistische tradities, hij schrijft:

It requires what I like to call a “principle of sufficiency.” Like the maxim of love, living out the principle of sufficiency is not the application of a universal moral imperative to concrete situations, but a way of looking at things and, in particular, a way of looking at satisfaction. To explain it, I would turn to the ancient Chinese idea of “knowing how much is enough,” an idea reiterated at several points in the early Buddhist sutras. 

Adjacent to a tearoom in the main temple of Ryōan-ji in Kyoto, there is a small stone slab lying atop a water basin on which four characters have been written, all sharing the central square from which water is drawn. It reads “All I need to know is how much is enough.” The oldest reference I have been able to find in ancient literature regarding the blessings of knowing how much is enough comes from the Laozi, probably from the fourth century bce. There we read “To know how much is enough is to be rich” (33) and later its negative restatement, “If you know how much is enough, you will not be disgraced” (44). The first reference I know of in the Buddhist sutras appears in the Dhammapada, dating to some eight centuries later, where we read, “The greatest wealth is to know how much is enough” (204), the Chinese translation of which is almost the same as the passage from the Laozi. The “wealth” spoken of here says nothing directly about feeling happy. Indeed, it is often accompanied by a sense of the personal sacrifice involved in finding just the right amount for full satisfaction. 

A fifth-century Chinese translation of the life of the Buddha known as the Buddhacarita, “Make your desires few and stop when satisfied” (xii.47). This appeal to second-level desires—the desire to control one’s desires—is not a mere lapse into pessimism or pure asceticism. On the contrary, it brings a satisfaction that indulgence cannot. The Sutra of the Eight Great Awakenings, a short text composed in Chinese around the second century, informs us that “the mind never wearies of having enough.” The mind converted to sufficiency is clear, transparent—and enjoyable. This may be the ideal, but the frustration and repression of desires remains unenjoyable. We read in the Sutra of the Final Instruction of the Buddha, an early fifth-century Chinese translation for which no Tibetan or Sanskrit original has survived, that renunciation brings its own consolation, as a reward. The Buddha addresses his monks: 

Knowing how much is enough offers a comfortable, secluded spot…. For one who can never have enough, wealth is still poverty; for one who knows what it is to have enough, there is wealth even in poverty. One who does not know how much is enough is forever pulled this way and that by the desires of the senses; one who knows finds consolation. (T.12.389, 1111c) 

(James W. Heisig pag. 117-118)

In Delphi ten tijde van Aristoteles en Plato gingen het ‘ken uzelf’ en ‘niets excessief’, dus alles met mate, samen. Als we ons te buiten blijven gaan in onze niets ontziende uitbuiting van de aarde en de andere mens, zoals dit op dit moment door onze economische wetmatigheden plaatsvindt, en waar we niks aan willen veranderen omdat de politieke wil ontbreekt – we zouden wel eens wat armer kunnen worden – dan zal de wal het schip keren. Zo simpel is dat en wij in het rijkere westen zullen de hoogste prijs betalen want er zal geen toekomst zijn voor onze kinderen. Het verhaal van een geboorte in een stal als toekomstig heil voor de mensheid vindt hier een einde. En daar kan geen enkele (pastor) dominee of pastoor ook maar een jota aan veranderen.  

De productie van (uiteindelijk onbruikbare) kernwapens (als we willen overleven), de wereldhandel in oorlogstuig, de conflicten die hierdoor in stand blijven, het zijn allemaal tekens van een mensheid die in feite elke vorm van beschaving verloren heeft en waar de mammon de enige god is die nog telt. Dat is geen god van de toekomst, geen Ik Zal Zijn Wat Ik Zal Zijn (JHWH) maar een afgod, een weg ten dode. De wapens vormen al de voorafspiegeling van de dood die ze zullen brengen. Geen vrede op aarde terwijl dat toch met zoveel charme werd aangekondigd door een hemel vol engelen. 

John Hacking

23 december 2021

Heisig, James W., Nothingness and Desire. An East-West Philosophical Antiphony, Honolulu 2013, (University of Hawaii Press)

Een gedachte over “Leren leven in evenwicht – geen excessen toestaan

Reacties zijn gesloten.