Door het ijs zakken: geloven en naïviteit

Een student theologie merkte op dat de studie van theologie nogal wat vragen oproept met betrekking tot geloven en met name datgene wat men zelf gelooft. Met andere woorden, de studie (ook van de bijbel) maakt je niet meteen een betere gelovige. Eerder het omgekeerde, zo deze ervaring. Ik moest daarbij denken aan mijn eigen ontwikkelingsgang. Wat geloven pas echt is ontdekte ik in mijn werk als pastoraal werker waar je in vieringen voor moest gaan en waar je in gesprekken met alle leeftijden erachter kwam wat mensen bezielde, wat ze geloofden en hoe ik daar zelf in stond. Ook een verdiepende studie met name naar de Joodse exegese van de bijbel en de Talmoed heeft me geholpen om op een andere manier naar deze teksten te leren kijken dan de ‘(strikt) wetenschappelijke exegese vanuit christelijke hoek’ die ik tijdens mijn opleiding had leren kennen. Nou hoeft dat laatste geen tegenstelling te zijn, het is meer een kwestie van bril. Waar veel rabbijnen uitgaan van het corpus dat er ligt (met alle veranderingen die hebben plaatsgevonden in de receptie en redactie van de teksten) proberen christelijke exegeten vaker de oorsprong van een tekst te achterhalen, of ze proberen nauwgezet het redactieproces te reconstrueren. Op die laatste wijze ben je anders bezig met een tekst, dan op de eerste wijze, als je uit gaat van de tekst zoals die er nu ligt. En om het nog wat gecompliceerder te maken: de rabbijnse lezing heeft een aantal manieren bedacht om de tekst nog wat ingewikkelder te maken. De tekst is heilig, dat wil zeggen, apart gezet, omdat ze van God afkomstig is, dat wil zeggen, zo bijzonder dat wij haar alleen maar met het grootste respect kunnen behandelen. Dat blijkt ook uit de wijze waarop de Torah-rollen in de synagoge met alle eerbied worden behandeld. (En ook uit het feit hoe alle oude bijbels worden opgeslagen als ze niet meer worden gebruikt). Bijbel, Tenach, is het Woord van God. En hoe zou je als mens het in je hoofd kunnen halen om dat Woord van God helemaal te kunnen begrijpen, te kunnen verstaan? Vanuit dit besef hebben de rabbijnen (waaronder de beroemde Hillel) al lang geleden regels ontwikkeld hoe bijbelse woorden en teksten gelezen kunnen worden. Die regels klinken in onze oren misschien absurd, maar ze hebben ten doel om de tekst complexer te maken zodat de lezer vol eerbied, nieuwe ontdekkingen kan doen op het terrein van de betekenissen. Zo is een van de regels dat woorden met dezelfde medeklinkers in de bijbel verband met elkaar houden. Of woorden in omgekeerde volgorde van medeklinkers idem dito met woorden met dezelfde medeklinkers. Wij vinden dat misschien maar een vorm van ‘Spielerei’ maar voor de rabbijnse lezer drukt dit uit dat het Woord van God niet te omvatten, niet te begrijpen valt. Beweren dat je weet wat er staat, dat je kent wat er bedoeld wordt is in hun ogen een vorm van hybris, hoogmoed. Theologen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk hebben het dus niet echt begrepen. Ook de Talmoed heeft een opbouw die aan dit rabbijnse denken aansluit. Elk commentaar op een tekst en op een commentaar op die tekst is weer een nieuwe laag met betekenissen. Misschien komt er ooit een tijd dat veel betekenislagen voor de lezer duidelijk worden, maar het is een illusie om te denken dat je die betekenissen allemaal kunt kennen en met andere woorden dat er op elke vraag een antwoord zal komen.

Bijbel lezen is geen kwestie van lezen en weten. Het vraagt veel inzet en studie om deze teksten te leren doorgronden. Maar de grond, de bodem zal waarschijnlijk niet worden bereikt omdat deze rust in de oneindigheid van een eeuwige God. Als je de bijbel begrijpt als product van mensen zul je dit respect waarschijnlijk niet echt kunnen ervaren omdat je op die wijze de afstand verkleint: “God in je zak.” Dan is alles product van de menselijke geest die met wat psychologie en antropologie kan worden geduid, en ‘klaar is Kees’. Maar ook dan zijn de echte vragen in dit leven niet opgelost. Vragen zoals ‘waar kom ik vandaan’, ‘wat betekent het dat ik bewustzijn heb en verlangens koester’, of ‘wat is de zin van mijn leven’, of ‘is dit leven het enige voor mij en als ik dood ben is het dan allemaal voorbij?’ Religies proberen hierop een antwoord te geven en ook de bijbel staat in die traditie. Hoe bijvoorbeeld de dood in het leven kwam wordt uitgelegd in een van de eerste hoofdstukken uit het boek Genesis. Is dat een echte verklaring? Weten we het nu? Niet als je uitgaat van een antwoord dat alle vragen rond de dood moet beantwoorden. Wel als je er vrede mee kunt hebben dat het leven eindig is en dat de mens als eindig wezen zijn beperkingen heeft en zijn mythologisch geformuleerde oertoestand kwijt is geraakt: er was een tuin en nu is er de aarde waar de mens zijn leven gestalte moet geven en moet zwoegen om er iets van te maken. Het is eerder een vorm van mythologie, ik noem het liever poëzie, dan een exacte verwoording van een feitelijke toestand. Het is poëzie om de vragen serieus te nemen en ook serieus te beantwoorden. Maar de bril is er niet een van de exacte wetenschappen. Of van de journalistiek die de feiten wil vastleggen en vasthouden.

In een van de bijeenkomsten met ouders in mijn vorige baan tijdens een project rond de eerste communie kreeg een groep ouders het kerstverhaal uit Lucas en een andere het verhaal uit het evangelie van Matheus voorgelegd. De vraag aan hen was, wat heb je gehoord en wat mis je (misschien). Een groep mistte de Drie Koningen (uit Matheus), de andere groep mistte de herders en het stalletje (uit Lucas). Een deelnemer merkte toen op, dat als het zo lag ze niet meer kon geloven. Ze had natuurlijk nog nooit ervan gehoord dat er 4 evangelies waren met vier visies op Jezus die niet allemaal in alles overeen komen. 4 Brillen om op te zetten om naar Jezus te kijken. Als je dat kunt accepteren heb je in feite je eerste naïviteit achter je gelaten. Als je nu nog verder zou willen studeren op de teksten ga je misschien ontdekken dat veel woorden en gebeurtenissen uit deze evangelies geleend zijn uit de Joodse traditie waarin Jezus is opgegroeid. Het boek Jesaja, (m.n. Deutero Jesaja – de 2e Jesaja, omdat er volgens de exegeten meer personen waren die het boek hebben geschreven) vormt een rijke bron met teksten waaruit in het lijdensverhaal van Jezus wordt geciteerd. Je zou kunnen concluderen: het lijdensverhaal is een nieuwe bewerking van deze teksten uit Jesaja. Is het dan nog waar? Heeft het wel plaatsgevonden? Je zou ook kunnen concluderen en vragen: met welke woorden en met welke verwijzingen is dit verhaal over Jezus gecomponeerd en waarom heeft dit zo plaatsgevonden, wat is de strekking ervan en wat is de bedoeling ervan? Dan kom je meteen een niveau dieper en zou je kunnen ontdekken dat wij altijd met woorden van anderen onze eigen ervaringen beschrijven. We kunnen gewoon niet anders en als er in onze beschrijvingen ervaringen van anderen doorklinken die wij herkennen omdat ze zo krachtig zijn, kan dat alleen maar het gevoel versterken dat we hebben meegemaakt, wat we dan zo beschrijven. Het geraakt worden door een gedicht werkt op dezelfde wijze en toch is het ‘maar’ een gedicht. Zo laat je een tweede vorm van naïviteit achter je.

Ben je er dan? Heb je nu meer zekerheid? Wat betekent dit voor je geloven? Stel dat elke vorm van zekerheid slechts een dunne ijslaag is, en daaronder het water van de chaos, of het water van het niet-weten. Ben je dan verloren? Of zou je kunnen leren zwemmen in het water van het niet-weten? Ik zou willen pleiten voor het laatste. Geloven is sowieso geen kwestie van ‘zeker-weten’. Geloven is (ook letterlijk in het Grieks πіστευω) een vorm van vertrouwen, je durven toe-vertrouwen. Maar waar vertrouw je jezelf aan toe? Aan welke werkelijkheid? Aan God? Aan je medemens? Je toevertrouwen aan je medemens zou wel eens goed tegen kunnen vallen. Dat zien we dagelijks om ons heen als mensen elkaar afmaken. Je toevertrouwen aan God kan natuurlijk ook tegenvallen, maar dan ligt dat waarschijnlijk aan je verwachtingen en aan de wijze waarop je hoopt dat God je zal helpen. Je kunt van alles van God verwachten, je kunt heel veel vragen, maar zo werkt het in werkelijkheid niet. Je krijgt geen appje, geen mail, geen antwoord uit de hemel. Toch lijkt het soms zo alsof in de bijbel dit soort verwachtingen wel worden vervuld. Maar het boek Psalmen laat al zien (en ook de talloze profeten) dat rechtstreekse communicatie met God niet vanzelfsprekend is en dat het spreken van God door zijn profeten meestal geen lolletje is. In de Psalmen gaat het op en neer: vertrouwen en machteloosheid, lijden en bevrijding. Een afwezige en een aanwezige God. In de boeken van de profeten ondergaan deze profeten het spreken van God als een opdracht, een zware last, een druk waaronder ze bijna bezwijken. Ik vermoed dat in onze samenleving velen een dergelijke ervaring liever niet zouden meemaken. Strikt genomen is het een manier van spreken (van God) door de mond van de profeten die ook nog aan ons is gericht. Het is geen kwestie van geschiedenis die zo is vastgelegd. Datzelfde geldt voor de eerste vijf boeken uit de bijbel, de Torah. De opdracht luidt: de Torah wordt heden tot jou gezegd. In jouw hier en nu deze woorden laten spreken. Maak je er geschiedenis van, iets van lang geleden, dan heb je daarmee het Woord van God opzij gezet als niet relevant. In feite plaats je jezelf daarmee buiten de gelovige traditie en ben je op afstand geraakt. Beter gezegd: je wilt je niet laten raken. Je verkiest de dunne ijslaag die ook boven ons leven is vastgemaakt als vorm van zekerheid en zwemmen in het niet-weten lijkt je al helemaal niks. In een wereld zonder God en zonder het spreken van God hou je alleen de mens over. Maar kun je op die mens bouwen? Een autonomie die eigenlijk een leugen is? Je hebt jezelf niet gemaakt, je gaat dood, weg autonomie. God is de gestalte van een heteronomie, een wet buiten jou, een Torah, een levensweg waarop jij wordt uitgenodigd om deze te gaan, zonder hoogmoed, zonder ijdelheid en zonder zelfoverschatting. Ik ervaar bijbel als uitnodiging. Een uitnodiging om te onderzoeken, om te waarderen wat echt de moeite waard is, en een schat aan betekenissen die mijn en ons leven kunnen verrijken. Ik ga voor het zwemmen in niet-weten. Beter dan het schaatsen op dun ijs. Schaatsen kan ik trouwens niet.

John Hacking

8 maart 2022

3 gedachten over “Door het ijs zakken: geloven en naïviteit

  1. Poeh poeh 😅 Da’ s niet zo’n makkelijke tekst om te begrijpen. Wel heel, heel mooi geschreven door John Hacking geschreven. Met passie en wijsheid.

    Ik moet er nog eens over nadenken en de tekst nog een keer tot mij nemen

    Like

  2. Leren zwemmen in het water van onzekerheid. Mooi kort en krachtig. Zo gauw we denken te weten is er geen ervaring meer en geen groei. Dank voor het delen.

    Like

Reacties zijn gesloten.