Uit het leven van Maria: schilderijen en citaten
Tekens
Het leven van Maria en het leven van Jezus zijn verweven. Hoogtepunten van het leven van Maria gebaseerd op citaten waarin zij in de bijbel bij name wordt genoemd kunnen gekoppeld worden aan een symbool. Dat heb ik een eerste keer gedaan in 2014 en het resultaat zijn een aantal tekens die een eigen zeggingskracht hebben. Volledigheid is niet nagestreefd. Het graf of de steen voor het graf ontbreekt bijvoorbeeld terwijl het wel een krachtig symbool is. Ook het zwaard van Zacharias ontbreekt. Bij het sterven van Jezus wordt niet expliciet vermeld dat Maria als moeder aanwezig was in drie evangelies. Bij Johannes speelt ze een bijzondere rol omdat ze daar ook vanaf het kruis wordt toegesproken. Wel keken in de andere drie evangelies vrouwen op afstand toe. Onder hen Maria, moeder van Jakobus. Als deze de broer van Jezus is, wordt Maria via deze omweg genoemd. Een ander symbool dat ontbreekt is de kribbe of voederbak en de geschenken van de bezoekende sterrenwichelaars uit het oosten, goud, wierook en mirre. Ook dat zijn bijzondere symbolen. Ik veronderstel dat Maria ook aanwezig is bij de wolk die Jezus aan het gezicht onttrekt bij hemelvaart en bij de vuurtongen tijdens Pinksteren, de zending van de Geest.
BOOM: Matheus 1,20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
ENGEL: Lucas 1,28 Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’
BUIK: Lucas 1,41 Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest
BORST: Lucas 2,6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.
NEERWERPEN: Matheus 2,11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.
EZEL: Matheus 2,14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.
MES: Lucas 2,21 Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
TORAH: Lucas 2,49 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’
WIJN: Johannes 2,3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’
DEUR: Marcus 3,32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’
STERVEN: Matheus 15,37 Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit.
ZOON: Johannes 19,26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
WOLK: Handelingen 1,9 Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen.
VLAM: Handelingen 2,3-4 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.














In mijn werk speelt het landschap en de horizon een belangrijke rol. Het landschap en de mogelijke sacraliteit van het landschap is mijn thema. De horizon vervult daarin een sleutelrol omdat de horizon perspectief biedt. De horizon opent het zicht op een toekomst en maakt je bewust van je verleden. In de verhalen die handelen over het leven van Maria speelt het landschap eigenlijk geen rol. Elke uitbeelding van dit landschap is fantasie want beschrijvingen ontbreken. In de schilderkunst worden de verhalen daarom vaak in de eigen tijd geplaatst met dito kleding en gebruiken. Een horizon die wordt afgebeeld in dit landschap is dan ook meestal niet toevallig. Soms bevat deze verwijzingen naar wat staat te gebeuren, zoals een reis naar een verre stad, een symbool of een ander element. Zo ook in de verbeelding van het leven van Maria. Als de horizon ontbreekt betekent dit dat de focus midden op de gebeurtenis in het verhaal valt. Is er wel een horizon, dan heeft deze een betekenis en verwijst deze naar de toekomst. Zonder die geschilderde horizon is de toekomst onhelder, donker, nog niet bekend. In de verschillende verbeeldingen van de situatie van Maria komt dit ter sprake. Ik heb mij geconcentreerd op de citaten uit de evangelies waarin Maria expliciet genoemd wordt. Vanuit die gebeurtenis heb ik mij proberen voor te stellen en uit te beelden wat Maria ervaren en gevoeld moet hebben. Dat is grotendeels invulling van mijn kant. Wat Maria precies ervaren kan hebben is niet achterhaalbaar. Het is vrije interpretatie om dat om een eigen wijze weer te geven.

1. Matheus 1,16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.

2. Lucas 1,28 Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ 29 Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.

3. Lucas 1,41 Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest

4. Matheus 1,18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest.

5. Matheus 1,20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.

6. Lucas 2,6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

7. Lucas 2,18 Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, 19 maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.

8. Matheus 2,11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. (2 x)

9. Matheus 2,14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.15 Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’

10. Matheus 2,20 De engel zei: ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’21 Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël.

11. Lucas 2,34 Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, 35 en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’

12. Lucas 2,48 Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’ …2,51 Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart.

13. Johannes 2,3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’

14. Marcus 3,32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’

15. Johannes 19,26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.





16. Pieta (5 x)

17. Handelingen 1,14 Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.
Afbeeldingen van Maria – geschilderd de afgelopen jaren – hier te bekijken en te downloaden: