Herdenking overledenen (2018)

Thema: Teneergeslagen

Motto:

“Besef! De mens gaat in zijn leven op een heel smal pad.

Het belangrijkste is dat je geen angst hebt.”

Rabbi Nachman van Bratzlav

Je merkt niet

Je voelt niet

Dat de sneeuw der jaren

In je haar valt

Je merkt niet

Hoe de zon

Je weg verbrandt

In licht

Zwem je uit naar het meer

Schiet op met dolfijnen

En merkt niet

Dat het water donker wordt

Je komt terug naar de aarde

Waar je van houdt

En merkt niet dat ze

Weggetrokken is

En dat jij aan de rand staat

Je stijgt omhoog

Tot aan de besneeuwde top

Bewondert het panorama

Beneden het groene dal

En merkt niet

Dat een graf wordt gegraven

Rose Ausländer

Aan deze viering werken mee:

Sophia Marquardt (Cello) en Laura Hartmann (piano)

Campuskoor Veelstemmig o.l.v. Willibrord Huisman

Vooraf: Siciliano van Willem de Fesch

Lied: Clamavi, uit Psalm 130, Willibrord Huisman

De profundis clamavi ad te, Domine. Domine, exaudi vocem meam.

Uit de diepten roep ik tot u, Heer. Heer, luister naar mijn stem.

Welkom

Beste mensen, welkom vanavond bij deze herdenking van onze dierbaren. U bent gekomen om samen hier met elkaar stil te staan bij dit verlies: het sterven van een dierbare,  misschien na een lang ziekbed,  met een ernstige ziekte,  of misschien omdat het leven op was, het lichaam niet meer verder kon.  Maar ook misschien omdat de dood plotseling kwam,  uit de lucht gevallen als het ware,  door een infarct, een ongeluk of door eigen hand. Dit jaar gedenken wij 36 namen van onze dierbaren. 36 mensen die zijn weggevallen uit ons midden.  Dat is meer dan andere jaren, meer namen van studenten ook. Daarom zal ik in mijn overweging stil staan bij het feit  dat mensen kunnen ervaren dat hun leven geen zin meer heeft,  dat het voor hen niet meer hoeft. Dat is een bittere pil, niet alleen voor de betrokkene zelf,  maar ook voor allen die achterblijven. 

Een aantal keren dit afgelopen jaar hebben wij die verslagenheid  hier meegemaakt als soms grote groepen studenten,  medewerkers van de faculteit en ouders naar de kapel kwamen  om een kaarsje aan te steken, om te herdenken,  om stil te staan bij een plotseling afscheid van een medestudent.  Het valt niet mee om deze confrontatie met de dood van een dierbare  op deze wijze aan te gaan.  Maar elke dood roept verdriet op, maakt ons terneergeslagen. Daarom wens ik ons vanavond heel veel sterkte.

Gedicht: Als de donkere nacht 

Als de donkere nacht 

van ’t verdriet om ’t verlies 

je overvalt 

als ’n overval, 

 

als je in je levensboot 

alleen verder moet 

beroofd van wie jouw liefste 

en warmste licht was, 

dan word je zoeker 

naar licht en troost, 

tastend als ’n blinde, 

beroofd van licht. 

 

Als je liefste licht sterft, 

sterf je mee 

en word je ondergedompeld 

in ’t donkere water 

van ’t verdriet. 

 

Als die dingen gebeuren, 

ontsteek dan dit licht, 

omdat ons beloofd is 

dat de nacht zal overgaan 

in troostend ochtendlicht.

Lied: Dans nos obscurités

Taizé, Jacques Berthier

Als alles duister is,

ontsteek dan het vuur dat nooit meer dooft.

Namen en lichtjes – muziek

Wij noemen de namen van onze dierbaren die zijn overleden en steken een lichtje aan. Daarna worden alle bezoekers uitgenodigd om ook een lichtje aan te steken. 

Muziek: Music for a while van Henry Purcell 

Lied: Wat ik gewild heb

t. Huub Oosterhuis, m. Antoine Oomen

Wat ik gewild heb

wat ik gedaan heb

wat mij gedaan werd

wat ik misdaan heb

wat ongezegd bleef

wat onverzoend bleef

wat niet gekend werd

wat ongebruikt bleef

al het beschamende

neem het van mij.

En dat ik dit was en geen ander – 

dit overschot van stof van de aarde:

dit was mijn liefde.

Hier ben ik.

Gedicht: Voor wie niet verder kon leven   

Bij wie kan ik schuilen 

in dit uur 

in deze vreemde dagen, 

de dood om mij heen, 

nog zo onverwacht toch 

na alles. 

 

Bij wie kan ik huilen 

in deze dagen 

bij dit afscheid 

van jou, 

die als levensdood 

geen plek meer vond 

om te schuilen. 

 

Jij verlangde zo naar een plaats 

om te schuilen. 

Nergens kon jij die vinden. 

Jij huilde van binnen 

al jouw jonge jaren 

totdat je nog slechts naar 

de dood kon verlangen. 

 

Jij ging stil van ons weg, 

eenzaam en zonder gerucht, 

in de vroege ochtend. 

Jij kon niet meer opstaan. 

Jij ging een ander licht 

tegemoet, 

vriendelijk en veilig 

om bij te schuilen. 

 

Mag dat Licht jou groeten 

en omarmen, 

een schuilplaats voor jou zijn. 

Overweging

Als de donkere nacht van het verdriet om ’t verlies je overvalt.  Als een overval! Als je in je levensboot alleen verder moet, beroofd van je liefste… Zo begint ons gedicht dat we zonet lazen: de dood als een overval. Ondergedompeld word je in het donkere water van het verdriet.

Ik vermoed dat vanavond velen onder ons hiervan kunnen meespreken. Dat ze aan de den lijve hebben ervaren en nog steeds ervaren wat het zeggen wil overweldigd te worden door verdriet, neergeslagen door wat er met hun dierbare, met hun liefste is gebeurd toen de dood aan de deur klopte van het leven.

Als je een leven lang met elkaar gedeeld hebt, hoogte- en dieptepunten, mooie en moeilijke momenten, dan raak je aan elkaar verknocht, ben je op een bijzondere wijze met elkaar verbonden – en ook na de dood gaat die band verder, blijft die band bestaan, alleen, en dat maakt het verschil, er is een grote lading verdriet bij gekomen.

Ik zeg heel vaak tegen studenten in onze rouwgroep: verdriet is de andere kant van de medaille die liefde heet.

Als je een leven hebt gedeeld is het onherroepelijk dat er een keer een einde aan komt door het wegvallen van de partner.

Misschien wil je daar niet teveel aan denken, niet teveel bij stilstaan. Zeker als je nog jong bent. Of pas een relatie hebt.

Maar het verdriet na de dood van je dierbare is helemaal het bewijs van je liefde. Stel dat je niet verdrietig zou zijn, wat zou je liefde dan voorstellen? Het een is niet zonder het ander verkrijgbaar. Ze horen bij elkaar.

Misschien kan het leven dat geleefd is, het lichaam dat op is, de dood die als verlossing van lijden komt, op het einde van een lang leven, ook troostend zijn, naast de ambivalentie, dubbele gevoelens die je daarbij hebt.

Pijn om het verlies, het afscheid, hoe nu verder? Al die angstige gevoelens omtrent de toekomst. Wat was is voorgoed voorbij.

En opluchting misschien als er veel lichamelijk en geestelijk lijden aan vooraf is gegaan. De pijn eindelijk voorbij voor je dierbare, geen onzekerheid meer. Je gunt hen deze pijn niet, je wilt het niet, dat ze zo moeten lijden.

De dood is dan een uitkomst, palliatieve sedatie, of misschien euthanasie.

Misschien is de dood ook wel een deur, een overgang tussen leven en leven hierna. Wandelen in het licht van een leven na de dood, als je misschien gelovig bent.

We hoorden zonet ook het gedicht ‘bij wie kan ik schuilen’. Wat gebeurt er met mij, met ons, nu jij, geliefde dochter, zoon, zus, broer, vriend, vriendin, of vader, moeder, of dierbaar familielid uit ons midden, zo plotseling bent weggevallen?

Vaak zonder afscheid, zonder voorbereiding, zonder dat iemand het wist. Dat is een gruwelijke pijn aan beide kanten:

De pijn van je dierbare die besluit te stoppen, die besluit niet verder te willen leven. En de pijn van hen die achterblijven.

Die een groot gat in hun leven, hun liefde voelen. Doodgaan door zelf uit het leven te stappen, kan bij de achterblijvers

voelen als een amputatie. Alsof een komeet inslaat, die een wond achterlaat die niet heelt.

Maar hoe zit het met de dierbare zelf die deze stap wil gaan zetten?

Afgelopen jaar zijn een aantal studenten op die wijze uit ons leven weggevallen. Ook soms internationale studenten die van elders kwamen. Ouders die terugkeren naar hun land met hun kind – maar dan na de crematie.

De verklaringen zijn veelvoudig: waarom wordt iemand depressief. Of is het niet alleen depressie maar ook de gevoelde druk van de maatschappij? De lat te hoog leggen, het gevoel van falen, niet mee tellen omdat men teveel

zich meet aan de successen van anderen? Ervaringen uit je verleden, verlangen naar liefde die je niet ontvangt. Niet voldoen aan eigen maatstaven, je belaagd voelen, walging van het leven. Uitgeput zijn door verdriet, of er voor weglopen, of innerlijk verlamd erdoor raken. Teleurstelling omdat je depressie telkens weer terugkomt. Omdat bidden niet helpt. Verlangen naar een innerlijk rijk leven en diepgang, en dat niet vinden, je niet thuis kunnen voelen in dit leven, het zijn evenzovele verklaringen.

Maar de mensen die wij zijn kwijtgeraakt krijgen we er niet meer mee terug. Als er zoveel leeftijdgenoten om je heen wegvallen, raakt dat ook jou als student. Vragen als ‘waarvoor leef ik eigenlijk’, ‘wat maakt mijn leven de moeite waard’

kunnen dan boven komen en vragen om een antwoord.

Een relatie, liefde, een houvast, zinvol werk of een zinvolle studie, idealen, hobby’s, contacten, vriendschappen, vormen als het ware een netwerk waarin je zin kunt ervaren in je leven, waardoor je leven de moeite waard is.

Het meest gruwelijke vind ik de pijn van de eenzaamheid voor de gekozen dood.

Ik heb daar ook wel eens overgeschreven, omdat ik uit eigen ervaring weet wat het is, om een heel dierbaar iemand te verliezen door een zelfgekozen dood.

Je dierbare die besloten heeft om niet meer verder te willen leven. De keuze is definitief gemaakt, niet in een opwelling maar bv. na lang denken en twijfelen. Dat gevoel, die zekerheid, die je eigenlijk met niemand kunt delen.

Misschien ook niet wilt delen omdat je bang bent dat anderen je ervan af willen houden.

Als je heel erg depressief bent, ben je er misschien van overtuigd dat niemand je meer kan helpen en dat je ook niet meer te helpen bent. Vastgeklonken in die overtuiging is de dood misschien de enige uitweg. Maar die overtuiging, dat harnas van je eigen gelijk, maakt ook eenzaam. Die pijn, die eenzaamheid, dit niet kunnen communiceren doet ook pijn bij de nabestaanden, als zij zich realiseren hoeveel pijn jouw leven deed.

Persoonlijk lijd ik meer aan die pijn, de pijn van mijn verloren dierbare, dan aan mijn persoonlijke pijn na het verlies.

Ik weet, het is vooral in mijn voorstelling, hoe ik mij dat voorstel. Maar toch. Net als in de rouwgroep als een student afscheid moet gaan nemen van een moeder of vader die stervende is.

Als het kwartje valt dat deze moeder of vader afscheid moet nemen van allen in het gezin en als je je probeert voor te stellen hoe dat kan voelen, dan verschijnt jouw pijn opeens in een ander licht.

Het is alsof je dan voor een donkere zwarte zee staat, overweldigd door verdriet. Alles is donker voor je, de nacht is gevallen, de golven spoelen aan. Maar kijk dan naar beneden: je staat op het strand. Je voeten hebben vaste grond.

Misschien kan deze metafoor, dit beeld je verder helpen. Omdat je op het strand staat en meestal niet alleen, kun je verder leven. Is er houvast, is er een leven na de dood van je dierbare. Maar pas als de nacht langzaam wijkt, het dag wordt, het licht aanbreekt.

Het aansteken van een kaarsje voor onze dierbare is meer dan een symbool,

meer dan een ritueel. Het is ook het aansteken van dat vlammetje van hoop, van liefde, in ons hart, de liefde, het licht, waarmee wij verbonden zijn met onze dierbare. Je hoeft niet gelovig te zijn om overtuigd te zijn van de liefde die ons bindt

en die ons via het symbool van het licht, dragen kan, ziels-verbonden voor eeuwig. Dat wens ik ons allen toe: deze verbondenheid met elkaar, via onze zielen, via het levenslicht en de liefde die in ons brandt, opdat wij elkaar mogen blijven vasthouden en steunen, troosten en liefhebben. Vooral in al die moeilijke momenten die nog komen.

Zo moge het zijn.

Lied: Leere der Tage, uit de passie De lastpost

tekst: Liesbeth Jansen, vertaling Sarah Kate Wössner, muziek Willibrord Huisman

Alles in mir echot Vergangenes.

Alles zu Stein, ist ab-

gebrochen wie Glas.

Und ich reiß mein Herz auf

an der Leere der Tage

die nach und nach und nach

und kein Einziger

so wie es war.

Lösch doch die Sterne, den Mond entführ

denn alles Licht verkommt zu Schatten

und jede neue traumlose Nacht

flüstert verzweifelt nach dir.

Gedicht: De stem der herinnering 

Voor O.A.Glebova-Soedejkina 

Waarnaar zit je zo te staren op de muur, 

Bij de laatste stralen van het hemelvuur? 

Naar een meeuw op ’t blauwe waterkleed misschien

Of zou jij de Florentijnse tuinen zien? 

Of het park van Tsarskoje Sela, dat oord 

Waar jouw levensweg door onrust werd verstoord? 

Of zie jij daar bij je knieën soms de man 

Die de witte dood koos, aan jouw ban ontkwam? 

Nee, mijn ogen zijn slechts op de muur gericht –

Naar de weerschijn van het dovend hemellicht. 

18 juni 1913 Slepnjovo

Anna Achmatova

Lied: Wem kan segla förutan wind?

Zweeds volksliedje, zetting Gunnar Erikson

 Vem kan segla förutan vind?

Vem kan ro utan åror?

Vem kan skiljas från vännen sin

utan att fälla tårar?

Jag kan segla förutan vind.

Jag kan ro utan åror.

Men ej skiljas från vännen min

utan att fälla tårar.

Wie kan zeilen zonder wind?

Wie kan zonder riemen roeien?

Wie kan afscheid nemen van zijn vriend

zonder dat er tranen vloeien?

Ik kan zeilen zonder wind.

Ik kan zonder riemen roeien.

Maar ik kan geen afscheid nemen van mijn vriend

zonder dat er tranen vloeien.

Gebed aan de Grens (H. Stufkens) 

 

Gegaan tot waar wij kunnen  

aan de grens van het Licht staan wij, 

in wezen onbegrensd, in het gezicht van de dood. 

En wij herinneren ons de oude woorden 

dat leven verandert 

maar niet wordt weggenomen, 

dat niets en niemand verloren gaat. 

 

Zielsverbonden zijn wij met jou 

van wie wij hier afscheid nemen, 

en die ons in leven en dood zo dierbaar 

was en is en blijven zal. 

Verbonden zijn wij ook met elkaar 

en met alle levende wezens, klein en groot, 

met vogels en vissen, velden en bossen, 

met zon en maan, met het land vlak en golvend, 

de onmetelijke diepzee, 

met al wat is en verandert, 

dag en nacht, 

en eindeloos komt en gaat  

verwacht, onverwacht, 

gedragen, geboren, gewiegd in liefde. 

 

Met heel ons hart vertrouwen we je lichaam toe 

aan de tijd die alles heel maakt 

en de goedheid van moeder aarde, 

en we begeleiden je met 

het onzegbare achter onze woorden, 

de welsprekendheid van ons zwijgen, 

de warmte van onze tranen, 

de troostrijke kleuren van onze bloemen. 

 

Hier, aan de grens van het Licht, 

zeggen wij: vaarwel en tot ziens, reisgenoot, 

nu geroepen te gaan langs andere wegen, 

maar onafscheidelijk onze metgezel, 

en op dezelfde tijdloze reis 

geleid door dezelfde Geest. 

 

En brengen wij ons in herinnering 

dat wij niet voor niets leven, 

en niet voor niets hier en nu 

verzameld zijn, op deze plek. 

Dat wij geroepen zijn, zolang het duurt, 

om deze aarde bewoonbaar te maken en te bewonen, 

om te leren liefhebben met hart en ziel en huid 

en haar. 

 

Bidden wij dat dit uur ons mag breken en helen, 

verzachten, vermurwen, verbinden tot leven 

met elkaar.

Lied: La paz de la tierra

m. Guatemalan folk melody arr. J. Bell

tr. C. Carson

The peace of the earth be with you

The peace of the heavens too

The peace of the rivers be with you

The peace of the oceans too.

Deep peace falling over you.

Gods peace growing in you.

Slotwoord / wegzending

Vanavond hebben wij woorden, liederen, licht en stilte met elkaar gedeeld. Gevoelens van verdriet en gemis mochten aan de oppervlakte komen. Pijn en verscheurdheid, terneergeslagenheid, horen bij ons leven als wij een dierbare verliezen aan de dood. Hoe wij daar mee omgaan doet ieder op eigen wijze. Maar daarom wens ik ons heel veel sterkte en kracht toe om samen met elkaar een weg te vinden in het verdriet. Heel veel sterkte deze tijd en komende tijd en wel thuis.

Muziek: Falling Leaves van Kathy Blackwell 

Lied: Clamavi, uit Psalm 130, Willibrord Huisman

De profundis clamavi ad te, Domine. Domine, exaudi vocem meam.

Uit de diepten roep ik tot u, Heer. Heer, luister naar mijn stem.

Voor Joenia Anrep

Nam soms mijn levenslot een nieuwe wending,

Of is het spel nu echt gedaan?

Waar zijn de winters dat ik pas naar bed ging

Als ik de klok zes hoorde slaan?

Ik leef hier kalm en sober tegenwoordig

Aan deze ongerepte kust.

Voor ’t uitspreken van lege, lieve woorden

Ben ik niet langer toegerust.

’t Is bijna kerst, ik kan het niet geloven.

Ontroerend groen is ’t steppeland.

De zon straalt. Een haast warme golf strijkt over

Het vlakke spiegelende strand.

Wanneer ik loom en uitgeput versmachtte

Van dit geluk, dan droomde ik en genoot,

Inwendig bevend, van die rust en trachtte

Mij altijd voor te stellen in gedachten

Dat zó de zielen dwalen na de dood.

December 1916, Sebastopol (Belbek)

Anna Achmatova

L1230251

My paintings on:

On Saatchi 

On Weebly  

On Behance

Texts about my art: Blog

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.