LUISTEREN

 

 

IMG_9184

 

Bart Verschaffel: Horchengehen

uit: Figuren/Essays, Amsterdam 1995

Le rien est  immense aux oreilles – Paul Valérie  

Lang geleden ging men, om geheimen te horen, om middernacht of bij dageraad buiten zitten, op het dak van het huis of bij een kruispunt. Wanneer mensen geacht worden te slapen, voor de dag en het werk en het gebabbel, fluisteren de geesten. Wie stilzit, zwijgt, scherp luistert, kan in de vreemde geluiden horen wat gezegd wordt en niet voor de mensen bestemd is.
Het horchengehen is een variant van dit ‘utiseta’ of buiten zitten.  ’s Nachts of hij de metten legt men zijn oor te luisteren aan de muren of de vensters van het huis, en wie scherp luistert kan horen wat het komende jaar zal brengen aan liefde en ziekte, aan leven en dood.

De vroege ochtend, de stilte en het zwijgen zijn eveneens verbonden in de figuur van Harpocrates. De god van het zwijgen is afkomstig uit Egypte als Horos, god van de dageraad, zoon van de zonnegod Osiris. Horos is de god van het eerste licht, en hij wordt voorgesteld als een kind of een knaap, als een begin. In de laat antieke tijd is Horos vergriekst tot Harpocrates en is de god van de dageraad mogelijk door misduiding, de god van de stilte geworden: het kind werd voorgesteld met een vinger in de mond, maar legt nu de vinger op de lippen en vraagt om stilte. Soms is het naakt, soms draagt het een wolvenhuid, bezaaid met ogen en oren. Hier zijn de attributen een brandende, lichtende fakkel, de papaver van de slaap en de droom, een pijlenkoker: in zijn haar draagt het kind de slang, symbool en hiëroglief van het koningschap, op het hoofd een wijsheidsteken met maansikkel; zijn dieren zijn de uil, symbool van de nacht en de stilte, waarmee het door het wijsheidsteken is verbonden, en de haan, dier van de dageraad.

Das Schweigen ist urtümlich und zugleich selbstverständlich da wie die andern  Urphänomene, wie die Liebe, wie die Treue, wie der Tod, wie das Leben selbst. Es ist schon vor diesen allen dagewesen, und in ihnen allen ist Schweigen darin. Aber das Schweigen ist das Erstgeborene der Urphänomene. Es umhüllt die anderen Urphänomene, die Liebe, die Treue, den Tod, und es ist mehr Schweigen in ihnen als Äußerung, es ist in der Liebe, in der Tod. in der Treue, im Tod mehr Schweigen, als Liebe, Treue und Tod überhaupt sichtbar werden. ( …) Im Schweigen steht der Mensch also wieder vor dem Uranfänglichen, alles kann noch einmal von vorne anfangen, alles kann wieder neu geschaffen werden. (Max Picard)

Il y a un instant où l’on dirait que la nuit se fait voire à la lumière, comme l’esprit au réveil fait voire (…) les rêves, à la première lucidité. De dageraad, het moment waarop de vroege dag nog zwaar is van de nacht, en het ontwaken, het moment van het weifelen na de slaap en voor men ik zegt en opnieuw in zijn leven stapt vormt een dubbelthema in het werk van Paul Valéry. De volstrekte roerloosheid het niets na de dromen en na de vergetelheid van de slaap, en voor het moment waar­op, als het ware bij beslissing, de zaken van de dag beginnen en men zijn lichaam en zijn leven opneemt waar het de avond tevoren is neergelegd, vindt zijn parallel in de nacht en de stilte waarop de eerste kleurdingen en de eerste geluiden worden gezet.
Op dit moment, « triomphe du suspens – de vide et silence », wanneer de dag begint « par une lumière plus obscure que toute nuit, avant que tout soit prêt pour la vie et la journée –  avant l`illusion arrangée », lijkt alles onwerkelijk. Het ‘werkelijke’, het lawaai kondigt zich aan, “l’agitation et l’animation vont naître. Les muscles, les machines vont envahir le pays de l’être”, maar nu, even nog, lijkt “le réel” te aarze­len, laat plaats aan wat aan de wereld voorafgaat.
De eerste dingen en de eerste geluiden staan nog niet op zichzelf of voor zichzelf: in de eerste geluiden hoort men niet dit of dat specifieke geluid, maar iets, een geluid dat de stilte breekt; bij het eerste licht ziet men niet dit of dat welbepaalde ding, deze of gene kleur, maar ziet men, vooreerst, iets – licht, dingen, kleuren. “Il y a d’abord quelque chose; puis, des choses.” De wereld is, bij de dageraad, nog niet gewoon, nog vreemd, omdat men het begin van de dingen ziet. “C’est exactement comme dans la Génèse.”

Bij dageraad is men als een god bij de wereld: « Aube et moi… ce sentiment étrange d’être étrange, étranger, et cependant d’être quelque chose – Tout et rien – Substan­ce unique et accident. Je suppose alors un Autre au même état quelque part, avec le même sentiment d’être  Etre nécessaire sans doute  et rien que possible. Nous avons un mépris essentiel de tout ce qui ne compte pas devant cette heure. »

Wat is het Uur blauw? Het is, zoals bekend, de dageraad: een kleur, een stilte, een begin waarop men moet wachten, de wereld van de dieren die men roerloos, vanuit de schuilhut, moet bespieden  mensen worden te laat wakker, wanneer  het reeds licht geworden is en het  goddelijke zich, met de woorden van Valéry, dans les affaires en in de zogenaamde, ‘dagelijkse realiteit’ verborgen heeft. Maar het Uur blauw is vooral een houding: een zwijgen dat het luisteren voorbereidt, spanning en oplettendheid, eenzame concentratie, voorzichtigheid.
Men kan de stilte breken. Ze is breekbaar als van glas. Voor Fabre is de blauwe  kant van zijn kunst een werk, een zuiverheid, een begin dat aan de wereld, de acteurs, het gepraat, het geld en alle andere waarheden van de dag voorafgaat. De wereld komt te laat, komt nà het zwijgen, nà de kunst die, in het soort schoonheid waar Fabre voor kiest, op een kunstmatige wijze iets van dat zware zwijgen kan bewaren en, met eenvoudige middelen, de dag laat omkijken naar de ochtend.

“Das Schweigen würde zurücksinken vor Schwere, in seiner eigenen Dunkelheit versinken, abwärts, dem Abgrund zu, und vieles, was in die Helligkeit der Erde gehört. mit sich hinunterreissen, wenn die Schönheit nicht auch beim Schweigen wäre: die Schönheit macht das Schweigen locker, schwebend, so dass es auch ein  Teil wird der Helligkeit der Erde.“ (Max Picard)

Geciteerde literatuur: 
Max Picard: Die Welt des Schweigens, Zürich. 1948.
Paul Valéry: Cahiers I-II, Parijs, 1973.

 

plasmolen 30 jan 2012 (15)

Meer afbeeldingen van mijn werk: Saatchi –  Weebly – Behance