
O Objectivo e o Subjectivo
Representamos o objectivo e o subjectivo, a quantidade e a qualidade, o número cardinal e o ordinal, a desordem corpuscular e a música das esferas, a fatalidade e a liberdade. Representamos tudo isso, num cenário sólido, líquido e gasoso. E, por isso, comemos, bebemos, e respiramos; – três virtudes do fôlego animado, porque muda o que come, em sensações, o que bebe em sentimentos e o que respira em ideias claras ou obscuras, conforme é límpido o ar ou enevoado… É de sólida origem a sensação; o sentimento é já de origem fluidica; e, então, o pensamento é só cor azul ou imagem íntima da luz.
Teixeira de Pascoaes
Het objectieve en het subjectieve
Wij vertegenwoordigen het objectieve en het subjectieve, kwantiteit en kwaliteit, hoofdtelwoorden en rangtelwoorden, lichamelijke wanorde en de muziek der sferen, noodlot en vrijheid. Wij vertegenwoordigen dit alles in een vast, vloeibaar en gasvormig scenario. En daarom eten, drinken en ademen we; – drie deugden van de bezielde adem, want wat men eet verandert de gewaarwordingen, wat men drinkt verandert de gevoelens, en wat men ademt verandert heldere of vage ideeën, al naar gelang de lucht helder of mistig is… De gewaarwording is van vaste oorsprong; het gevoel is van vloeibare oorsprong; en dan is de gedachte slechts een blauwe kleur of een intiem beeld van licht.
Teixeira de Pascoaes
Somos uma Turba e Ninguém
Somos uma turba e ninguém: um ninguém que vive, porque é sangue e carne, e existe porque é esqueleto ou pedra; e uma turba da espectros que nos acompanha desde a Origem, e é a nossa mesma pessoa multiplicada em mil tendências incoerentes, forças contraditórias, em vários sentidos ignotos… E lá vamos, a tactear as trevas, ladeando, avançando, recuando, como pobres jumentos aflitos e às escuras, sob as esporas que o espicaçam para a frente e as rédeas que o puxam para trás.
Pobres jumentos aflitos e às escuras! Escouceiam, orneiam, levantam a garupa. De que serve? As patas ferem o ar e aquela voz de soluços, que faz rir, não chega ao céu.
(…) Deus, criando as almas, condenou-as à suprema solidão. Algumas iludem a pena. Imaginam conviver com as árvores e os penedos. Falam às árvores e aos penedos, queixando-se dos seus desgostos. (…) Somos uma turba e ninguém. Somos Deus e o Demónio, o Céu e a Terra e outras letras grandes e Ninguém.
Teixeira de Pascoaes, in ‘O Pobre Tolo’
Wij zijn een menigte en niemand
Wij zijn een menigte en niemand: een niemand die leeft, omdat hij van bloed en vlees is, en bestaat omdat hij een skelet of steen is; en een menigte van spoken die ons sinds het begin der tijden vergezelt, en die onze eigen persoon is, vermenigvuldigd in duizend onsamenhangende neigingen, tegenstrijdige krachten, in verschillende onbekende betekenissen… En daar gaan we dan, tastend in het donker, sluipend, vooruitgaand, terugtrekkend, als arme, hulpeloze ezels in het donker, onder de sporen die hen vooruit drijven en de teugels die hen terugtrekken.
Arme hulpeloze ezels in het donker! Ze schoppen, balken, heffen hun achterwerk op. Wat baat het? Hun hoeven beuken door de lucht, en die snikkende stem, die je aan het lachen maakt, bereikt de hemel niet.
(…) God, die zielen schiep, veroordeelde ze tot opperste eenzaamheid. Sommigen bedriegen de pen. Ze verbeelden zich dat ze tussen de bomen en de kiezels leven. Ze spreken tot de bomen en de kiezels en klagen over hun problemen. (…) We zijn een menigte en niemand. We zijn God en de Duivel, Hemel en Aarde en al die andere grote letters en Niemand.
Teixeira de Pascoaes, in ‘De arme dwaas’
O Homem Corrige Deus
Nós encontramos o soldado em várias espécies inferiores. A formiga tem exércitos e creio que polícia civil. Qualquer obscuro passarinho é um autêntico Bleriot. Não há industrial alemão que se aproxime da abelha. O canto do galo e os versos da Ilíada. João de Deus e o rouxinol, o castor e o arquitecto, a sub-marinha e os tubarões, representam cousas e criaturas que se confundem…
Mas o Filósofo revela-se apenas no homem. A Filosofia é o sinal luminoso que o destaca da mesquinha escuridade ambiente… Só o homem é susceptível de magicar, de refazer a Criação à sua imagem… O homem corrige Deus.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
De mens corrigeert God
We vinden de soldaat in diverse lagere diersoorten. De mier heeft legers en ik geloof zelfs een burgerpolitie. Elk onbekend vogeltje is een echte Blériot. Er is geen Duitse industrieel die ook maar in de buurt komt van de bij. Het kraaien van de haan en de verzen van de Ilias. João de Deus en de nachtegaal, de bever en de architect, de onderzeeër en de haaien, vertegenwoordigen dingen en wezens die verward zijn…
Maar de filosoof openbaart zich alleen in de mens. Filosofie is het lichtgevende teken dat hem onderscheidt van de onbeduidende duisternis eromheen… Alleen de mens is vatbaar voor magie, voor het herscheppen van de schepping naar zijn eigen beeld… De mens corrigeert God.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”

A Essência das Coisas
Nunca me conformei com um conceito puramente científico da Existência, ou aritmético-geométrico, quantitativo-extensivo. A existência não cabe numa balança ou entre os ponteiros dum compasso. Pesar e medir é muito pouco; e esse pouco é ainda uma ilusão. O pesado é feito de imponderáveis, e a extensão de pontos inextensos, como a vida é feita de mortes.
A realidade não está nas aparências transitórias, reflexos palpitantes, simulacros luminosos, um aflorar de quimeras materiais. Nem é sólida, nem líquida, nem gasosa, nem electromagnética, palavras com o mesmo significado nulo. Foge a todos os cálculos e a todos os olhos de vidro, por mais longe que eles vejam, ou se trate dum núcleo atómico perdido no infinitamente pequeno, ou da nebulosa Andrómeda, a seiscentos mil anos de luz da minha aldeia!
A essência das coisas, essa verdade oculta na mentira, é de natureza poética e não científica. Aparece ao luar da inspiração e não à claridade fria da razão. Esta apenas descobre um simples jogo de forças repetido ou modificado lentamente, gestos insubstanciais, formas ocas, a casca de um fruto proibido.
Mas o miolo é do poeta. Só ele saboreia a vida até ao mais íntimo do seu gosto amargoso, e se embrenha nela até ao mais profundo das suas sensações e sentimentos. É o ser interior a tudo. Para ele, a realidade não é um conceito abstracto, ideia pura, imagem linear; é uma concepção essencial, imagem hipostasiada, possuída em alma e corpo, nupcialmente, dramaticamente, à São Paulo ou Shakespeare.
Teixeira de Pascoaes, in “O Homem Universal”
De essentie der dingen
Ik heb me nooit tevreden gesteld met een puur wetenschappelijk concept van het bestaan, of een rekenkundig-geometrisch, kwantitatief-extensief concept. Het bestaan past niet op een weegschaal of tussen de wijzers van een passer. Wegen en meten is weinig; en zelfs dat weinige is een illusie. Wat zwaar is, bestaat uit onmeetbare zaken en uit de uitbreiding van onuitgestrekte punten, net zoals het leven bestaat uit sterfgevallen.
De werkelijkheid schuilt niet in vluchtige verschijnselen, pulserende reflecties, lichtgevende simulacra, een uitstorting van materiële chimera’s. Ze is noch vast, noch vloeibaar, noch gasvormig, noch elektromagnetisch, woorden met dezelfde nietszeggende betekenis. Ze ontsnapt aan alle berekeningen en alle glazen ogen, hoe ver ze ook mogen kijken, of het nu een atoomkern is die verloren gaat in het oneindig kleine, of de Andromedanevel, zeshonderdduizend lichtjaar van mijn dorp!
De essentie der dingen, die waarheid die verborgen ligt in de leugen, is poëtisch van aard, niet wetenschappelijk. Het verschijnt in het maanlicht van inspiratie, niet in de koude helderheid van de rede. De rede ontdekt slechts een eenvoudig spel van krachten, herhaald of langzaam gemodificeerd, onstoffelijke gebaren, holle vormen, de schil van een verboden vrucht.
Maar de kern behoort de dichter toe. Alleen hij proeft het leven tot in de kern van zijn bittere smaak, en duikt erin tot in de diepste krochten van zijn gewaarwordingen en gevoelens. Het is het innerlijke wezen van alles. Voor hem is de werkelijkheid geen abstract concept, geen puur idee, geen lineair beeld; het is een essentiële gewaarwording, een gehypostatiseerd beeld, bezeten in ziel en lichaam, huwelijksachtig, dramatisch, à la Paulus of Shakespeare.
Teixeira de Pascoaes, in “De universele mens”
O Poeta e o Sábio
A alma exprime o natural sobrenaturalizado, isto é, dum modo original, porque a alma, oriunda de tudo, é senhora de tudo, independente. Sendo todas as coisas, é outra coisa. É todas as árvores e a Árvore. Quando se exalta e canta, num poeta, pode atingir a Divindade, vence o tempo e o espaço, as duas barreiras tenebrosas.
Mas o sábio pretende observar o mundo, com uma isenção perfeita, surpreender a realidade limpa de detritos humanos, materialmente pura. Deseja aniquilar a sua personalidade criadora, em benefício do senso crítico. Conseguirá ele, um dia, isolar-se, por completo, dessa personalidade contagiosa? e, distanciado de si mesmo, falecido em si mesmo, contemplar o universo, com uns olhos de caveira inteligente?
Teixeira de Pascoaes, in “O Homem Universal”
De dichter en de wijze
De ziel drukt het bovennatuurlijke, natuurlijke uit, dat wil zeggen op een oorspronkelijke manier, omdat de ziel, voortkomend uit alles, meesteres is van alles, onafhankelijk. Omdat zij alle dingen is, is zij iets anders. Zij is alle bomen en de Boom. Wanneer zij zichzelf verheft en zingt, in een dichter, kan zij het Goddelijke bereiken, tijd en ruimte, de twee duistere barrières, overstijgen.
Maar de wijze wil de wereld met volkomen onpartijdigheid observeren, de werkelijkheid verrassen, gezuiverd van menselijke ballast, materieel puur. Hij wenst zijn creatieve persoonlijkheid te vernietigen ten behoeve van een kritisch denkvermogen. Zal hij zich ooit volledig kunnen isoleren van deze besmettelijke persoonlijkheid? En, vervreemd van zichzelf, innerlijk gestorven, het universum beschouwen met de ogen van een intelligent brein?
Teixeira de Pascoaes, in “De universele mens”

A Lucidez da Velhice
A mocidade é noivado, como a velhice é viuvez. Um jovem, por mais marido que seja, é noivo ainda; e um velho, embora casado, é já viúvo… um solitário guardando as cinzas duma flor. Mas dessas cinzas o seu espírito se alimenta. Alimenta-se de pureza, pois a cinza é o que resta dum incêndio, essa purificação suprema. Por isso, a consciência é um atributo da velhice, e também a ciência. A consciência é a ciência connosco, a ciência identificada ao nosso ser, que entra no pleno conhecimento de si mesmo, e do seu poder representativo do Universo. A velhice é uma noite maravilhosa em que brilham as nossas ideias, uma atmosfera límpida ou varrida pelo zéfiro da morte, a única Deusa verdadeira.
Teixeira de Pascoaes, in ‘A Saudade e o Saudosismo’
De helderheid van de ouderdom
Jeugd is verloving, zoals ouderdom weduwschap is. Een jonge man, hoe toegewijd hij ook aan zijn huwelijk is, blijft verloofd; en een oude man, hoewel getrouwd, is reeds weduwnaar… een eenzame figuur die de as van een bloem bewaakt. Maar uit deze as voedt zijn geest zich. Hij voedt zich met zuiverheid, want as is wat overblijft van een vuur, die ultieme zuivering. Daarom is bewustzijn een kenmerk van de ouderdom, en zo ook kennis. Bewustzijn is kennis in ons, kennis die één is met ons wezen, die doordringt tot de volledige kennis van zichzelf en van zijn representatieve kracht van het universum. De ouderdom is een wonderbaarlijke nacht waarin onze ideeën schitteren, een heldere atmosfeer of een die wordt overspoeld door de zefier van de dood, de enige ware Godin.
Teixeira de Pascoaes, in ‘A Saudade e o Saudosismo’
O Homem Primitivo Moderno
Reparai num homem civilizado, rico, inteligente e feliz; olhai-o bem; tirai-lhe o chapéu alto, o casaco, as botas de verniz; despi-o, enfim: vereis a miséria da carne tentando um feroz regresso às formas caricatas do orogotango inicial.
Ide mais longe; penetrai-lhe o esqueleto, atravessai-lhe as entranhas: vereis então a maior das pobrezas, a miséria absoluta, a ausência de alma.
Sim: conforme a alma vai desaparecendo, o corpo vai-se sumindo e, apagando nas indecisas, grosseiras formas originárias. Por cada sentimento que morre, o cóccix aumenta um elo.
As criaturas de que se compõe a parte dominante da sociedade, estão já mais próximas do macaco do que do homem. As abas da casaca são feitas para encobrir os primeiros movimentos comprometedores da cauda… a bota de verniz tenta apertar e reduzir o pé que principia a prolongar-se assustadoramente. A luva realiza, nas mãos, o mesmo papel hipócrita…
Continuai na vossa análise do homem civilizado que parou agora, além, em frente duma vitrine de ourives, atraído, como os moscardos, pelo fulgor dos brilhantes, das esmeraldas, dos rúbis, dos topázios, de todas as pedras, enfim, que o homem não pode atirar ao seu semelhante.
Olhai-o bem; a primeira coisa que nos fere é a hostilidade que se exala de toda a sua fisionomia. Tudo nele é forçado, contrafeito, artificial; o colarinho alto esgana-o sem piedade; o vidro do monóculo contrai-lhe o rosto aflitivamente; o bigode parece conservar-se bem torcido e no seu lugar à custa de mil sacrifícios; os pés gritam asfixiados dentro das botas elegantes; os seus cabelos tombam para nunca mais se erguerem, sob o peso caricato do chapéu alto, torre de ridículo, tudo negro de chaminé, por onde sai o fumo das ideias em combustão!…
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
De moderne primitieve mens
Observeer een beschaafde, rijke, intelligente en gelukkige man; bekijk hem aandachtig; trek zijn hoge hoed, zijn jas en zijn lakleren laarzen uit; ontkleed hem, kortom: u zult de ellende van het vlees zien, dat een woeste poging doet om terug te keren naar de karikaturale vormen van de oorspronkelijke orogantha.
Ga verder; doorboor zijn skelet, doorboor zijn ingewanden: dan zult u de grootste armoede zien, absolute ellende, de afwezigheid van een ziel.
Ja: naarmate de ziel verdwijnt, verdwijnt het lichaam en vervaagt het tot de vage, ruwe oorspronkelijke vormen. Voor elk gevoel dat sterft, voegt het stuitje een schakel toe.
De wezens die het dominante deel van de samenleving vormen, staan al dichter bij de aap dan bij de mens. De panden van de jas zijn gemaakt om de eerste compromitterende bewegingen van de staart te verbergen… de lakleren laars probeert de voet, die alarmerend lang begint te worden, te verstijven en te beperken. De handschoen speelt dezelfde hypocriete rol aan de handen…
Vervolg je analyse van de beschaafde man die daar, voor een juweliersetalage, is blijven staan, aangetrokken als vliegen door de glans van diamanten, smaragden, robijnen, topazen, kortom, alle stenen die de mens niet naar zijn medemens kan gooien.
Bekijk hem aandachtig; het eerste wat opvalt is de vijandigheid die van zijn hele gelaat uitstraalt. Alles aan hem is geforceerd, vervalst, kunstmatig; de hoge kraag wurgt hem genadeloos; het glas van de monocle drukt pijnlijk op zijn gezicht; de snor lijkt keurig op zijn plaats te blijven zitten ten koste van duizend offers; zijn voeten schreeuwen, verstikt in de elegante laarzen; Haar haar valt tot op de grond en zal nooit meer opstaan, onder het karikaturale gewicht van de hoge hoed, een toren van spot, helemaal zwart als een schoorsteen, waaruit de rook van brandende ideeën ontsnapt!…
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”

A Vida como Luta entre a Realidade e o Sonho
Somos um sonho divino que não se condensou, por completo, dentro dos nossos limites materiais. Existe, em nós, um limbo interior; um vago sentimental e original que nos dá a faculdade mitológica de idealizar todas as coisas. (…) Se fôssemos um ser definido, seríamos então um ser perfeito, mas limitado, materializado como as pedras. Seríamos uma estátua divina, mas não poderíamos atingir a Divindade. Seríamos uma obra de arte e não vivente criatura, pois a vida é um excesso, um ímpeto para além, uma força imaterial, indefinida, a alma, a imperfeição.
A vida é uma luta entre os seus aspectos revelados e o limbo em que eles se perdem e ampliam até à suprema distância imaginável; uma luta entre a realidade e o sonho, a Carne e o Verbo.
Entre nós, o Verbo não encarnou inteiramente. Somos corpo e alma, verbo encarnado e verbo não encarnado, a matéria e o limbo, o esqueleto de pedra e um fumo que o enconbre e ondula em volta dele, e dança aos ventos da loucura…
E aí tendes um pobre tolo sentimental, uma caricatura elegíaca.
Neste limbo interior, neste infinito espiritual, vive a lembrança de Deus que alimenta a nossa esperança, e transfigura esse bicho do Demónio, que anda por esses boulevards, vestido à moda ou coberto de farrapos.
Ardemos num incêndio de esperança, para que reste de nós uma lembrança, um fumo que sobe e não se apaga.
Tudo é memória: um fumo leve, em mil visagens animadas; ou denso, em formas inertes e sombrias; e, ao longe, a grande fogueira invisível que os demónios e os anjos alimentam.
Vivo, porque espero. Lembro-me, logo existo.
Teixeira de Pascoaes, in ‘O Pobre Tolo’
Het leven als een strijd tussen werkelijkheid en droom
Wij zijn een goddelijke droom die zich niet volledig heeft gecondenseerd binnen onze materiële grenzen. Er is in ons een innerlijk niemandsland; een vage, sentimentele en oorspronkelijke staat die ons het mythologische vermogen geeft om alle dingen te idealiseren. (…) Als we een gedefinieerd wezen waren, zouden we een perfect wezen zijn, maar beperkt, gematerialiseerd als stenen. We zouden een goddelijk standbeeld zijn, maar we zouden de Goddelijkheid niet kunnen bereiken. We zouden een kunstwerk zijn en geen levend wezen, want het leven is een overdaad, een impuls daarbuiten, een immateriële, ongedefinieerde kracht, de ziel, onvolmaaktheid.
Het leven is een strijd tussen zijn geopenbaarde aspecten en het niemandsland waarin ze verloren gaan en zich uitstrekken tot de opperste denkbare afstand; een strijd tussen werkelijkheid en droom, Vlees en Woord.
Onder ons is het Woord niet volledig geïncarneerd. Wij zijn lichaam en ziel, vleesgeworden woord en niet-vleesgeworden woord, materie en limbo, het stenen skelet en een rook die het omhult en eromheen golft, en danst in de winden van de waanzin…
En daar heb je een arme, sentimentele dwaas, een elegische karikatuur.
In deze innerlijke limbo, in deze spirituele oneindigheid, leeft de herinnering aan God die onze hoop voedt en dit beest van de Duivel transformeert, dat over deze boulevards wandelt, gekleed in mode of gehuld in vodden.
Wij branden in een vuur van hoop, zodat er een herinnering aan ons overblijft, een rook die opstijgt en niet uitgaat.
Alles is herinnering: een lichte rook, in duizend levendige visioenen; of dichte rook, in inerte en sombere vormen; en in de verte het grote onzichtbare vreugdevuur dat demonen en engelen voeden.
Ik leef, omdat ik hoop. Ik herinner me, daarom besta ik.
Teixeira de Pascoaes, in ‘De arme dwaas’
A Sociedade é a Imagem do Homem
O aperfeiçoamento da Humanidade depende do aperfeiçoamento de cada um dos indivíduos que a formam. Enquanto as partes não forem boas, o todo não pode ser bom. Os homens, na sua maioria, são ainda maus e é, por isso, que a sociedade enferma de tantos males. Não foi a sociedade que fez os homens; foram os homens que fizeram a sociedade.
Quando os homens se tornarem bons, a sociedade tornar-se-á boa, sejam quais forem as bases políticas e económicas em que ela assente. Dizia um bispo francês que preferia um bom muçulmano a um mau cristão. Assim deve ser. As instituições aparecem com as virtudes ou com os defeitos dos homens que as representam.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
De maatschappij is het beeld van de mens
De vooruitgang van de mensheid hangt af van de vooruitgang van elk individu dat haar vormt. Zolang de delen niet goed zijn, kan het geheel niet goed zijn. De meeste mensen zijn nog steeds slecht, en daarom lijdt de maatschappij onder zoveel kwalen. Het was niet de maatschappij die de mens maakte; het was de mens die de maatschappij maakte.
Wanneer mensen goed worden, zal de maatschappij goed worden, ongeacht de politieke en economische basis waarop ze is gebaseerd. Een Franse bisschop zei dat hij een goede moslim verkoos boven een slechte christen. Zo hoort het ook. Instellingen ontstaan met de deugden of gebreken van de mensen die ze vertegenwoordigen.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
Sem Poesia Não Há Humanidade
Sem Poesia não há Humanidade. É ela a mais profunda e a mais etérea manifestação da nossa alma. A intuição poética ou orfaica antecede, como fonte original, o conhecimento euclidiano ou científico. E nos dá o sentido mais perfeito e harmónico da vida. Aperfeiçoando o ser humano, afasta-o do antropóide e aproxima-o dos antropos. Que a mocidade actual, obcecada pela bola e pelo cinema, reduzida quase a uma fotografia peculiar e uma espécie de máquina de fazer pontapés, despreza o seu aperfeiçoamento moral; e, com o seu fato de macaco, prefere regressar à Selva a regressar ao Paraíso. E assim, igualando-se aos bichos, mente ao seu destino, que é ser o coração e a consciência do Universo: o sagrado coração e o santo espírito. Eis o destino do homem, desde que se tornou consciente. E tornou-se consciente, porque tal acontecimento estava contido nas possibilidades da Natureza. Sim, a nossa consciência é a própria Natureza numa autocontemplação maravilhosa. Ou é o próprio Criador numa visão da sua obra, através do homem. E, vendo-a, desejou corrigi-la, transfigurando-se em Redentor.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
Zonder poëzie is er geen menselijkheid
Zonder poëzie is er geen menselijkheid. Het is de diepste en meest etherische manifestatie van onze ziel. Poëtische of Orfaïsche intuïtie gaat als oorspronkelijke bron vooraf aan Euclidische of wetenschappelijke kennis. En het schenkt ons het meest volmaakte en harmonieuze levensgevoel. Door de mens te vervolmaken, distantieert het hem van de mensaap en brengt het hem dichter bij de mensapen. De huidige jeugd, geobsedeerd door voetbal en film, bijna gereduceerd tot een eigenaardige foto en een soort trapmachine, veracht zijn morele ontwikkeling; en in zijn overall keert hij liever terug naar de jungle dan naar het Paradijs. En zo, zichzelf gelijkstellend met dieren, berust hij in zijn bestemming, die is om het hart en geweten van het Universum te zijn: het heilige hart en de heilige geest. Dit is de bestemming van de mens, sinds hij bewust werd. En hij werd bewust omdat een dergelijke gebeurtenis besloten lag in de mogelijkheden van de natuur. Ja, ons bewustzijn is de natuur zelf in wonderbaarlijke zelfbeschouwing. Of het is de Schepper zelf, in een visioen van zijn werk, door de mens heen. En toen hij dat zag, wilde hij het corrigeren en veranderde hij zichzelf in de Verlosser.
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”

A Mentira é a Base da Civilização Moderna
É na faculdade de mentir, que caracteriza a maior parte dos homens actuais, que se baseia a civilização moderna. Ela firma-se, como tão claramente demonstrou Nordau, na mentira religiosa, na mentira política, na mentira económica, na mentira matrimonial, etc… A mentira formou este ser, único em todo o Universo: o homem antipático.
Actualmente, a mentira chama-se utilitarismo, ordem social, senso prático; disfarçou-se nestes nomes, julgando assim passar incógnita. A máscara deu-lhe prestígio, tornando-a misteriosa, e portanto, respeitada. De forma que a mentira, como ordem social, pode praticar impunemente, todos os assassinatos; como utilitarismo, todos os roubos; como senso prático, todas as tolices e loucuras.
A mentira reina sobre o mundo! Quase todos os homens são súbditos desta omnipotente Majestade. Derrubá-la do trono; arrancar-lhe das mãos o ceptro ensaguentado, é a obra bendita que o Povo, virgem de corpo e alma, vai realizando dia a dia, sob a direcção dos grandes mestres de obras, que se chamam Jesus, Buda, Pascal, Spartacus, Voltaire, Rousseau, Hugo, Zola, Tolstoi, Reclus, Bakounine, etc. etc. …
E os operários que têm trabalhado na obra da Justiça e do Bem, foram os párias da Índia, os escravos de Roma, os miseráveis do bairro de Santo António, os Gavroches, e os moujiks da Rússia nos tempos de hoje. Porque é que só a gente sincera, inculta e bárbara sabe realizar a obra que o génio anuncia? Que intimidade existirá entre Jesus e os rudes pescadores da Galileia? Entre S. Paulo e os escravos de Roma? Entre Danton e os famintos do bairro de Santo António? Entre os párias e Buda? Entre Tolstoi e os selvagens moujiks? A enxada será irmã da pena? A fome de pão paracer-se-à com a fome de luz?…
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
Leugens vormen de basis van de moderne beschaving
De moderne beschaving is gebaseerd op het vermogen tot liegen, dat de meeste mensen tegenwoordig kenmerkt. Zoals Nordau zo duidelijk heeft aangetoond, is ze gebaseerd op religieuze leugens, politieke leugens, economische leugens, huwelijksleugens, enzovoort. Leugens hebben dit wezen gevormd, uniek in het hele universum: de onsympathieke mens.
Tegenwoordig worden leugens utilitarisme, maatschappelijke orde, gezond verstand genoemd; ze hebben zich onder deze namen vermomd, in de overtuiging dat ze zo anoniem kunnen blijven. Het masker heeft hen prestige gegeven, hen mysterieus gemaakt en daardoor gerespecteerd. Zodat leugens, als maatschappelijke orde, alle moorden ongestraft kunnen plegen; als utilitarisme, alle roofovervallen; als gezond verstand, alle dwaasheden en waanzin.
Leugens heersen over de wereld! Bijna alle mensen zijn onderworpen aan deze almachtige Majesteit. Om haar van de troon te stoten; Het bebloede scepter uit zijn handen rukken is het gezegende werk dat het Volk, maagdelijk in lichaam en ziel, dagelijks verricht onder leiding van de grote meesterbouwers, die Jezus, Boeddha, Pascal, Spartacus, Voltaire, Rousseau, Hugo, Zola, Tolstoj, Reclus, Bakunin, enzovoort, enzovoort heten.
En de arbeiders die zich hebben ingezet voor Rechtvaardigheid en Goedheid waren de paria’s van India, de slaven van Rome, de ellendigen van de wijk Santo Antônio, de Gavroches en de moejiken van Rusland in de moderne tijd. Waarom weten alleen oprechte, onbeschaafde en barbaarse mensen hoe ze het werk moeten uitvoeren dat het genie aankondigt? Welke intimiteit bestaat er tussen Jezus en de ruwe vissers van Galilea? Tussen Paulus en de slaven van Rome? Tussen Danton en de hongerigen van de wijk Santo Antônio? Tussen de paria’s en Boeddha? Tussen Tolstoj en de wilde moejiken? Is de schoffel het zusje van de pen? Zal de honger naar brood lijken op de honger naar licht?…
Teixeira de Pascoaes, in “A Saudade e o Saudosismo”
Amor
O amor é fome de outra vida, desejo de transitar. Quando dois amantes se abraçam e beijam, entredevoram-se, morrem um no outro, de algum modo, e transitam para um novo ser. A vida não pode ficar em nós, a repetir-se, que repetir é estar parado, é ocupar o mesmo lugar.
Liefde
Liefde is een honger naar een ander leven, een verlangen om verder te gaan. Wanneer twee geliefden elkaar omarmen en kussen, verslinden ze elkaar, sterven ze in elkaar, op een bepaalde manier, en gaan ze verder naar een nieuw bestaan. Het leven kan niet in ons blijven, zichzelf herhalend, want herhalen is stilstaan, dezelfde plaats innemen.
Portugal
O Português é indeciso e inquieto, como as nuvens em que as suas montanhas se continuam e as ondas em que as suas campinas se prolongam.
Portugal
De Portugezen zijn besluiteloos en rusteloos, zoals de wolken waarin hun bergen voortleven en de golven waarin hun vlakten zich uitstrekken.
Homem
O homem, antes de tudo, é poeta, por mais gordo ou adaptado à rotundidade planetária; e depois é pedagogo, aferidor de pesos e medidas, engenheiro, deputado e outras deformidades sociais.
Mens
De mens is bovenal een dichter, hoe dik of aangepast aan de rondheid van de planeet ook; en dan is hij een pedagoog, een weegschaal, een ingenieur, een afgevaardigde en andere maatschappelijke misvormingen.
Animais
Os animais são pessoas, como nós somos animais.
Dieren
Dieren zijn mensen, zoals wij dieren zijn.
Acontecimentos
O que não aconteceu, nunca esteve para acontecer, e o que aconteceu, nunca esteve para não acontecer.
Gebeurtenissen
Wat niet gebeurde, was nooit bedoeld om te gebeuren, en wat gebeurde, was nooit bedoeld om niet te gebeuren.
Existência
Existir não é pensar: é ser lembrado.
Bestaan
Bestaan is niet denken: het is herinnerd worden.
Corrupção
A corrupção favorece as ideias novas.
Corruptie
Corruptie bevordert nieuwe ideeën.
Personalidade
O homem só é verdadeiro quando se julga incógnito. Se tem de representar a sua pessoa, a arte absorve-o e desvia-o do seu próprio ser.
Persoonlijkheid
De mens is pas echt zichzelf als hij zichzelf als onbekend beschouwt. Als je jezelf moet vertegenwoordigen, absorbeert de kunst je en leidt ze je af van je eigen wezen.
Poesia
A ciência desenha a onda; a poesia enche-a de água.
Poëzie
De wetenschap tekent de golf; de poëzie vult haar met water.
Homem
O homem é um castelo feito no ar. O que ele tem de não existente, é que lhe dá existência. O engano em que ele vive, é que lhe dá vida. Toda a realidade do seu corpo se firma na mentira da sua alma.
De mens
De mens is een luchtkasteel. Wat hij aan niet-bestaan heeft, geeft hem bestaan. De misleiding waarin hij leeft, geeft hem leven. Alle realiteit van zijn lichaam is gebaseerd op de leugen van zijn ziel.
Viver
O infinito é ele menos o metro em que avultamos; a eternidade é ela menos a hora em que vivemos.
Leven
De oneindigheid is hij min de meter waarin we staan; de eeuwigheid is het min het uur waarin we leven.
Morte
A morte é a pessoa feminina de Deus.
De dood
De dood is de vrouwelijke persoon van God.

Moral
O segredo da nossa vida moral não reside na etérea consciência, mas nas profundas da inconsciência, onde rastejam a dissimulação, a crueldade, o medo e outras virtudes adquiridas nos combates.
Moraliteit
Het geheim van ons morele leven schuilt niet in het etherische bewustzijn, maar in de diepten van het onbewuste, waar veinzen, wreedheid, angst en andere in de strijd verworven deugden rondkruipen.
Homem
O homem é feito de água. Seria uma estátua incolor e transparente, quase invisível, se não fosse a armação de pedra em que se firma e as várias imagens misteriosas reflectidas na sua superfície.
De mens
De mens bestaat uit water. Het zou een kleurloos en transparant beeld zijn, bijna onzichtbaar, ware het niet voor het stenen frame waarop het staat en de verschillende mysterieuze beelden die op het oppervlak worden weerspiegeld.
Evidência
Ser uma coisa evidente é ficar reduzido a quase nada.
Bewijs
Voor de hand liggend zijn, is tot bijna niets worden gereduceerd.
Banalidade
A banalidade é uma obra terrível dos nossos olhos.
Banaliteit
Banaliteit is een verschrikkelijk werk van onze ogen.
Obediência
Só a cabeça de um morto diz que sim a todos os movimentos que lhe imprimem.
Gehoorzaamheid
Alleen het hoofd van een dode man zegt ja tegen alle bewegingen die eraan worden opgelegd.
Palavra
O nome desfigura as coisas.
Woord
De naam verminkt dingen.
Sonho
Não existimos mais que os nossos sonhos.
Droom
We bestaan niet meer dan onze dromen.
Deus
Deus não está nos preceitos da Moral.
God
God is niet te vinden in de voorschriften van de moraal.
Sociedade
A sociedade é uma colecção de cidadãos ou fantasmas, criaturas expulsas da Existência natural, por interesse colectivo. Que são os homens, diante do Homem?
Maatschappij
De maatschappij is een verzameling burgers of geesten, wezens die door collectief belang uit het natuurlijke bestaan zijn verdreven. Wat zijn mensen voor de Mens?
Vida
Todo o enigma da vida está fechado na cabeça de uma formiga.
Leven
Het hele raadsel van het leven zit opgesloten in het hoofd van een mier.
Alma
Todas as almas são igualmente perfeitas.
Ziel
Alle zielen zijn even volmaakt.

Vaidade
A vaidade é a sinceridade em pessoa.
IJdelheid. IJdelheid is oprechtheid in persoon.
Pecado
O pecado é mais fecundo que a virtude.
Zonde. Zonde is vruchtbaarder dan deugd.
Homem
Todos os gestos de um homem visam a Humanidade.
Mens. Alle handelingen van een mens zijn gericht op de mensheid.
Realidade
As coisas são possibilidades realizadas contendo inúmeras possibilidades realizáveis.
Realiteit. Dingen zijn gerealiseerde mogelijkheden die talloze realiseerbare mogelijkheden bevatten.
Indiferença
A indiferença que cerca o homem demonstra a sua qualidade de estrangeiro.
Onverschilligheid. De onverschilligheid die de mens omringt, toont zijn hoedanigheid als vreemdeling aan.
Homem
O homem foge da sua sombra anterior para a sua luz futura.
Mens. De mens vlucht voor zijn vroegere schaduw naar zijn toekomstige licht.
Deus
Se Deus não fosse um absurdo, quem lhe ligaria importância ou acreditaria nele?
God. Als God geen absurditeit was, wie zou er dan aandacht aan hem schenken of in hem geloven?
Riso
O riso brota dos dentes que mordem.
Gelach. Gelach komt voort uit het bijten op de tanden.
Morte
De que serve ressuscitar? Toda a gente continua a ver o morto.
Dood. Wat is het nut van de opstanding? Iedereen blijft de doden zien.
Crime
É possível que entre o Crime e a Inspiração haja um certo parentesco.
Misdaad. Mogelijk bestaat er een zekere verwantschap tussen misdaad en inspiratie.
Acção
Agir é construir, destruindo.
Handelen. Handelen is bouwen, vernietigen.
