Zwijgende dictator

vrij naar Tarkovsky

Wie schrijft die blijft…

Het feit dat wij communiceren via taal op diverse niveaus heeft mij mijn leven lang al gefascineerd. De macht, de kracht van het woord, geen religie, geen ideologie, geen filosofie kan zonder. Ik ken geen enkele vorm van religie of politiek of ideologie die het zonder taal kan stellen, zonder woorden. Geen enkele vorm van communicatie die de woorden niet nodig heeft en het beperkt houdt tot beelden. Voordat het schrift was uitgevonden communiceerde men ook met woorden in een taal die wij vandaag de dag waarschijnlijk niet kennen. Pas toen het schrift op het toneel van de menselijke geschiedenis verscheen – en dat is al heel lang geleden – werd het mogelijk om systematisch en gecontroleerd te communiceren met elkaar.
Ik zeg met opzet systematisch omdat bijvoorbeeld de oude Egyptenaren zo in staat waren om handel te drijven en verslagen te maken van hun economische en andere activiteiten. Door alles op schrift te zetten werd controle mogelijk. De taal als ordeningselement met een functie die verder gaat dan alleen maar communiceren tussen gesprekspartners. Verder dan het uitwisselen van wederwaardigheden of bevelen bijvoorbeeld. Geschreven krijgt het geschrevene een eigen status – eerst op botten (China), klei, (spijkerschrift), papyrus (Egypte) en later papier (China als eerste). Geschreven en dus vastgelegd kreeg de taal een status die grenst aan het goddelijke, zeker als het teksten betreft die aan een God worden toegeschreven, in een wereld waar slechts weinigen het schrijven (en lezen) beheersen. De zogenaamde Heilige Schriften vormen daarvoor het bekendste bewijs. Maar communiceren zonder schrift zoals wij dat kennen kan ook nog tot op de dag van vandaag anders. De geschiedenis van de Aboriginals laat zien dat hun vormen van communicatie divers zijn: dromen, afbeeldingen, verhalen en muziek (geluid, zang, instrumenten). Zonder vastgelegde geschreven taal zoals wij die nu kennen waren ze in staat om hun historie en hun ‘filosofie/religie’ door te geven aan het nageslacht. Inmiddels zijn ook zij ingehaald door de tijd, net zoals andere volken en groepen die het hebben kunnen stellen zonder vastgelegd schrift.


AI als nieuwe zegen…of is het toch een vloek?

We leven nu in de tijd van het schrift – het geschrevene wordt echter meestal niet meer zo op een voetstuk geplaatst als dat ruwweg duizend jaar geleden gebeurde. Nu de meeste mensen kunnen lezen en schrijven heeft het voor velen zijn magie verloren. Het analfabetisme is nog niet de wereld uit, maar we zijn inmiddels alweer in een nieuw stadium van communiceren beland: digitaal communiceren en de inzet van AI (artificiële intelligentie) opent totaal nieuwe perspectieven.
Waarschijnlijk hebben we nog geen goed idee waartoe dit alles kan gaan leiden, ondanks de fictie die ons wordt voorgespiegeld in films en romans. Misschien bevinden we ons momenteel in twee werelden. Zoals de tijd waarin het schrift werd ontdekt en toegepast. Mensen van toen kenden de tijd ervoor en erna, en hadden toen waarschijnlijk geen idee ervan wat met schrijven allemaal mogelijk was. Denk aan de wiskundige formules die nu worden ingezet om natuur en kosmos te beschrijven. Of denk aan de computertalen waarmee algoritmen worden beschreven en andere toepassingen.
Wij leven in de tijd waarin het schrift tot onze dagelijkse realiteit behoort en ook in de tijd waarin we dit schrift inzetten om digitaal te communiceren en binnenkort misschien via een quantum-taal.
Ik vraag me dan ook af wat de toekomst gaat brengen op het menselijke, humanitaire vlak. Hoe zullen de politieke systemen zich ontwikkelen en hoe gaat het verder met de mensheid op het gebied van menselijkheid. Staan we op het punt onze ‘menszijn’ lichamelijk te verbinden aan de machine, zoals de trans-humanisten willen (waaronder de superrijke Elon Musk)? Een nieuw species mens/robot? Allemaal digitaal met elkaar verbonden zodat ook iedereen digitaal kan worden aangestuurd door een zwijgende dictator?



De brulaap en de macht

Dat is nieuw: de dictator heeft dan geen ellenlange toespraken meer nodig om zijn beleid te verdedigen, aan te prijzen, te verkondigen; omdat hij zichzelf graag hoort en omdat hij niet genoeg kan krijgen van zijn eigen mijmeringen en opvattingen die hij te pas en te onpas naar voren brengt. Denk aan de protserige brulaap Mussolini, een omhooggevallen journalist met een kakofonie aan platitudes. Denk aan de vulgaire haatdragende schreeuwer Hitler die zelfs aan tafel zijn mond niet kon houden en waarvan de gesprekken zijn opgetekend net als bij de tafelgesprekken/Tischreden van de scheldmonnik Luther. Of denk aan de ellenlange epistels van Castro in Cuba, of aan de andere kant van de wereld, de urenlange uitwijdingen over het grote Rusland door de huidige moordenaar in het Kremlin, die zo vermoed ik, nog iets goed moet maken: namelijk laten zien dat hij als voormalig spion (in het spel stratego, het laagste van het laagste) ook verstand heeft van geschiedenis. Allemaal voorgekauwd door een paar ‘filosofen’ die het in hun ogen ‘decadente’ Westen nodig hebben om zelf te kunnen schitteren als cultuur en als grootmacht. Christelijke en traditionele waarden als uithangbord – maar naastenliefde geldt hier alleen voor partijgenoten die dezelfde racistische uitgangspunten delen. En ook dat is beperkt want zo gauw die ‘naaste’ verdacht wordt van snode plannen om de macht over te nemen staat het concentratiekamp bereid in het verre Siberië of de dood door een val uit een flat. De zuiveringen onder Stalin hebben zo een vervolg gekregen in het huidige Rusland want elke vorm van protest en oppositie wordt met geweld (vaak dodelijk) gesmoord.


Die het hardst schreeuwt

De dictator heeft taal nodig, wil zich tonen, wil aanbidding als hij zijn woorden heeft laten klinken voor de massa, voor het volk, voor de lakeien die meebuigen en applaudisseren. Noord-Korea is een bijzonder voorbeeld: hier wordt elk woord dat uit de mond van de ‘goddelijke leider’ vloeit als honing voor de ziel opgevat, genoteerd door ijverige ambtenaren in uniform en vastgelegd voor het nageslacht. Alsof deze moordenaar überhaupt iets zinnigs te berde kan brengen dan enkel de formulering van het eigenbelang vermomd als heil voor het volk. Een gehersenspoeld volk dat in veel doet denken aan een massa die digitaal wordt aangestuurd in een naaste toekomst.
Ook de politieke leider lijkt nog niet zonder taal te kunnen; ook al is het een grote verzameling leugens en onwaarheden, halve leugens en halve waarheden zoals bij de egotrippende narcist en pochende ‘Grossmaul’ en ‘Hochstapler’, de voortdurende opscheppende leider van de Republikeinen in de VS. En dat allemaal onder het mom van een christelijk uitgangspunt: haat verspreiden als evangelie, de ander zwart maken en de eigen rijkdom ophemelen als boodschap van de stem uit Israel. De ‘evangelicalen’ van de Pinksterbeweging kunnen er ook wat van: daar is zelfs de productie van drugs en de verkoop ervan een christelijk goedgekeurd gebeuren en laten de drugsbazen en hun maffia-aanhang zich graag zien op de voorste banken van hun kerken. Wat zijn dat voor slappe voorgangers die de duivel accepteren als lichtend voorbeeld?


Leugen als wapen voor verdeeldheid

Taal kan op veel manieren worden ingezet. Ten goede, zodat menselijkheid wordt bevorderd en ten kwade zoals de ‘leugendracula’ en zijn aanhang van de ‘partij voor verdraaiing’ telkens weer laat zien. Geen kans wordt onbenut gelaten om haat en afkeer te verspreiden, terwijl de onderliggende boodschap is: wij steunen Rusland, wij staan aan de kant van de overwinnaars en de sterken. Onze ideeën over macht, volk en politiek komen uit de racistische en dictatoriale hoek en het volk dat hierin trapt is niet alleen stemvee, maar ook rijp voor de slacht op het veld van ‘eer’ als uiteindelijk de langverwachte (burger)oorlog uitbreekt, het armageddon, de apocalyps waarin God de goeden zal uitkiezen tot de zijne. Een regelrechte gang naar de afgrond onder een semi-religieuze nep-christelijke vlag.
Als de techneuten in Siliconvalley en elders op de wereld erin slagen werkzame en succesvolle verbindingen te maken tussen het menselijke brein en de computer krijgen we een nieuwe wereld. Niet iedereen zal kunnen profiteren van de verworvenheden die de toekomst gaat brengen. Velen zullen veroordeeld blijven tot een slavenbestaan omdat ze niet als waardevol genoeg worden beschouwd om in te investeren. Dat wil zeggen, om ze te verbinden met de grote wereld van de informatie via de computer/robot. Van essentiële informatie onthouden mogen ze het vuile werk opknappen zoals de veroordeelde en gepredestineerde slaven in Huxley’s ‘Brave New World’.


vrij naar Tarkovsky

Dictator: opgeblazen reptiel…

Unerwartet
unter die Winterkröten
geraten,
die Haut schuppig
und Erde fressend
bis an den Schlund.
Was
habe ich denn erwartet?
Unterm
geleerten Himmel
werde ich die Tode wechseln,
bis ein anderes Jahr
das Krötenvolk weckt
zum blinden Aufbruch,
zum schrecklichen Gesang.

Peter Härling, de dichter van deze woorden, was nog jong toen de Tweede Wereld Oorlog ten einde liep. Hij werd getuige van de verwoestingen die zijn landgenoten en de oudere generatie, hadden aangericht: miljoenen doden, zinloos gestorven. Tegen het gebral van dictatoren en politieke volgelingen helpt het niet om alleen de waarheid te verkondigen. Want daarvoor zijn ze doof, te ver afgedwaald in hun eigen verdwaasdheid en machtswellust. Waarschijnlijk niet meer te redden omdat geest en ziel zijn verkokerd, vastgeroest, uitgedroogd, verankerd in bloeddorst en haatzucht. Een roepende in de woestijn kun je je dan voelen als een volk achter zulke idioten aanloopt die hen de hemel op aarde beloven, maar eindigen in het totale debacle van moord en doodslag. De dichter heeft geen andere wapens dan zijn taal. Ook de taal om het effect van wat er gebeurt in de wereld weer te geven:

Meine Toten wachsen
in mich hinein,
stumme, sich ausbreitende
Geschwüre.
Maserungen in meinem
Fleisch.
Mit der Zeit werden
sie mehr sein
als ich.
Wucherungen,
die meiner Seele
den Raum rauben.
Nur mein Gedächtnis
sparen sie
aus.


Uitzicht horizon

Het vervliegen van de woorden, de gedachten, de emoties, de zorgvuldig opgestapelde ervaringen en herinneringen, dat laat ons eigenlijk al heel duidelijk zien hoe vergankelijk ons leven is, ons streven, ons inzetten en worstelen. Alles gaat voorbij, alles is relatief. Vorst, volk, vaderland, luchtspiegelingen, korte opvlammende momenten, en dan voorgoed uitgedoofd als magere Hein naast je bed verschijnt. Maar misschien moeten we wel leven van illusies en luchtspiegelingen omdat we het anders niet volhouden. Misschien moeten we wel geloven in paradijzen om de dagelijkse hel uit te kunnen houden – zeker als we zelf al in die hel zitten te branden omdat we arm zijn, nauwelijks ons hoofd boven water kunnen houden, slaaf zijn van mensenhandelaars, slachtoffer van beulen en martelende bewakers in een concentratiekamp in Rusland, en elders in de wereld. Voor velen van ons is die hel waarschijnlijk een ‘fata morgana’ in een vredig landschap waar we elke dag onze boodschappenkarretjes vol laden en waar we onze vliegreizen kunnen boeken naar tropische oorden met mooie stranden.
Een luchtspiegeling veroorzaakt door het journaal waar kinderen en hun ouders voorbij komen die leven in tenten omdat hun stad, hun dorp, hun huis, platgebombardeerd is omdat de ‘vijand’ ongeacht de kosten (want dat is slechts collaterale schade) moet worden vernietigd zoals in Gaza.
Hoezo religieuze bijbelse wortels, hoezo Jodendom schatplichtig aan een oude traditie van naastenliefde, het opnemen van de vreemdeling (want zelf vreemdeling geweest in Egypte), hoezo kinderen van Abraham, de gerechte, een voorbeeld voor allen. Hypocrisie en moordlust: de bijbelse profeten zouden meer dan overgeven van dergelijk onmenselijk gedrag van een Israelische overheid die elke vorm van humaniteit heeft verloren.
Ook hier is een vorm van dictatuur aan de macht: enkelen die het voor velen bepalen en die het land de oorlog binnenleiden.

VERSUCHUNG

Mal einen Weg, der
dir hinterm Horizont
wegläuft oder
schreib ihn —
nur weiter kommst du nicht.
Du übertreibst die Farben,
die ihn säumen, die Schatten
der Bäume, die ihn
zurechtweisen.
Noch traust du dir
den Gang nicht zu.
Du könntest aber,
wenn die Wörter, die Farben
verbraucht sind,
dich auf den Weg begeben,
und dort, wo die Farben,
die Wörter enden,
auf den Himmel treten.


John Hacking
16 augustus 2024

gedichten uit:
Härtling, Peter, An den Ufern meiner Stadt. Späte Gedichte. Herausgegeben von Klaus Siblewski, Köln 2023, (Kiepenheuer & Witsch)


weg