Op de website van de Abdij Lilbosch staat het volgende over stabilitas en beslotenheid:
Een monnik leeft in afzondering en in stilte, ver van lawaai, drukte en prikkels van de wereld. Bidden en werken in de beslotenheid van het klooster. Het woongedeelte van onze abdij is daarom alleen voor monniken toegankelijk.
Wij leven niet in afzondering vanwege afkeer van de maatschappij, maar vanuit een keuze om er niet in op te gaan. De afstand tot de maatschappij geeft een innerlijke vrijheid om er te zijn voor God. Een zekere innerlijke stilte en vrede zijn noodzakelijk, voor ieder die God zoekt, binnen of buiten het klooster.
Door onze gelofte van stabilitas beloven wij om op déze plaats, in verbondenheid met déze broeders onze weg te blijven gaan. Niet altijd valt op deze weg het licht. Soms neigt ons hart tot afdwalen. Maar juist door standvastig te blijven ontvouwt zich de rijkdom van deze plek en gemeenschap. (https://abdij-lilbosch.nl/toewijding/)
Standvastigheid in het blijven op één plek, letterlijk en figuurlijk door het blijven vasthouden aan de eens gedane gelofte en de toewijding aan het evangelie, dat de dragende kracht en inspiratie vormt voor het leven als monnik. Benedictus roept op het leven als monnik op te bouwen rond drie belangrijke Benedictijnse geloften:
- Stabilitas – betrokkenheid, commitment, volharding
- Obedientia – met aandacht luisteren en gehoor geven
- Conversio Morum – dagelijks verbeteren van levenshouding en gewoonten
Bron: https://www.beleefbenedictus.nl/nl/bezinning-op-drie-geloften/

De termen Stabilitas, Obedientia en Conversio Morum klinken in mijn oren krachtiger dan de drie kloostergeloftes van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, hoewel natuurlijk hetzelfde wordt bedoeld.
Stabilitas, Obedientia en Conversio Morum vraagt toewijding, vraagt moed en durf, vraagt doorzettingsvermogen, trouw en een zeker optimisme met betrekking tot de zinvolheid ervan. Het zijn ook drie termen, drie houdingen en drie vormen van toewijding die in het dagelijks leven belangrijk kunnen zijn in alles wat je onderneemt en in de relatie met je medemensen.
Je leven is nooit af, je kunt van je fouten leren, je kunt proberen telkens weer het goede te doen en beter misschien als de vorige keer. Terugkeren op je schreden als je de dingen verkeerd aanpakt, als je pijn en lijden veroorzaakt, als je fouten maakt. Dat is nooit te laat. Een berouwvol hart krijgt in monastieke termen meer gehoor van God dan een weerbarstig hoogmoedig hart.
Met aandacht je leven leiden en luisteren naar je medemens en naar wat er speelt in de maatschappij, je gezin, je werkkring, je dorp en stad, de wereld waarin je leeft, dat getuigt van opmerkzaamheid en betrokkenheid. Een hart dat openstaat en dat weet heeft van de wereld en haar gebreken, een hart dat zich wil toewijden aan het welzijn van de medemens en de dieren en planten. Een hart dat vol mededogen luistert, stem geeft en handelt. Dat is heel wat anders dan blinde gehoorzaamheid of “Führer befehl, wir folgen”.
Bij je intenties en idealen blijven om zo mee te werken aan een betere wereld en menselijke relaties, waarin iedereen tot zijn recht komt, vraagt veel geduld en vooral veel toewijding en betrokkenheid. Niet loslaten, ook niet bij tegenslagen, niet als mensen je vertrouwen beschamen, als mensen hun meest onmenselijke kant laten zien. Niet opgeven ook al word je onder druk gezet en wordt er van je verwacht dat je toegeeft aan kwade driften, slechte emoties, haatdragende gedachtes en handelingen.

Naar Psalm 23
Mij weet de ziende,
kent mijn gebreken.
Door velden van woekering
ritselt zijn vrede;
de stroom die hij meeziet
spiegelt zijn rust.
Langs rotsen als waarheden
leest hij mijn hart aan elkaar:
ik hoor bij hem.
Al ga ik door het dal
dat de dood overschaduwt,
ik vrees geen verwijdering
want u weet mee;
in uw verlengde weet ik mij.
Bij u wordt dat
wat voor mij ligt
tot maal;
de hekelaar die bij mij is
belet uw aandacht niet; u houdt
mijn hoofd op:
de beker aan mijn lippen.
Waarlijk zal ik gaan
in licht en verbinding alle dagen
want waar ik leef, zal wonen
een ziende in eeuwigheid.
Lloyd Haft
Hoe houd je het vol in een wereld die soms haaks staat op de woorden uit het evangelie en die de volgelingen van Jezus soms volslagen in de wind slaan? Rijkdom nastreven (meestal ten koste van anderen) in plaats van welzijn voor iedereen. Haat verspreiden omdat kleur, afkomst en land je niet aanstaan. Racisme propageren omdat je van mening bent dat de mensen van jouw kleur en achtergrond beter zijn dan anderen. Vluchtelingen beschouwen als ongewenste vreemdelingen en parasieten die jouw welvaart bedreigen omdat ze geld kosten en om aandacht vragen. Mensen in de marge, van armoedige bedelaars tot daklozen en verslaafden die hun dagen op straat moeten slijten met de nek aankijken en beschouwen als minderwaardig. Franciscus beschouwde hen als een geschenk van Christus; hij omarmde hen en ving hen op. Zo interpreteerde hij de woorden uit het evangelie en zo zijn de woorden uit dat evangelie ook bedoeld.
Het evangelie gaat níet samen met haat, níet met racisme, níet met uitsluiting van anderen die je niet aanstaan. Het evangelie schroomt niet mistoestanden aan de kaak te stellen en de veroorzakers ervan aan te klagen. Ook in het openbaar. Het kost uiteindelijk heel wat volgelingen de kop, net zoals Jezus die door zijn woorden en gedrag eindigde aan het kruis.

REIZIGER ‘DOET’ GOLGOTHA
I
Zij hebben Hem, zonder zich af te vragen
of Hij het kon verdragen,
met nagels aan een kruis geslagen.
En toen Hij daar te lijden hing,
– een spijker is een lelijk ding –
zei Hij: Vader vergeef het hun.
Zei Hij: ze weten niet wat ze doen.
Het was hun er immers om te doen,
om eens te zien, wat of Hij nu zou doen!
Zo heeft Hij nog voor hen gebeden,
en in Zijn sterven aan hen meegegeven
een alibi voor hun geweten.
En ik stond in de verte quasi wat te praten
met ’n paar onnodige, onnozele soldaten.
Ze deden immers toch, wat ze niet konden laten.
Maar Hij beriep zich op het allerlaatste:
de handen van Zijn Vader; – nog voor Pasen
moest ik me naar mijn schip in Jaffa haasten.
II
Toen heb ik – ’t was op Cyprus – in de krant gelezen:
J.v.N., Christus geheten,
is, na voor drie dagen gekruist te wezen,
zoals onze geachte lezers weten,
niet in Zijn graf gevonden: het was open.
Hardnekkige geruchten lopen,
dat Zijn discipelen de wacht beslopen
toen deze sliep, en zo het lijk ontvreemdden.
Geëxalteerde vrouwen echter meenden,
dat zij Hem zagen wandelen door de beemden;
Maria moet gestameld hebben: Here!
Er zijn ook vissers, die beweren:
Hij heeft met ons gegeten bij de meren.
Maar dit is van bevoegde zijde wedersproken.
Men late zich geen knol voor een citroen verkopen.
Ill
Rome. – Het anker valt. Wij varen thuis.
Ik spoed mij naar de thermen, word ontluisd
van reis en roes en in mijn eigen huis
bij vrouw en vuur en radio gezeten,
ben ik alras Christus en kruis vergeten.
… Toen heeft een S.O.S. mijn ziel doorreten:
‘Mijn Geest wordt uitgestort op alle vlees.
Wie niet voor Mij is, is tegen Mij geweest’,
seint een Geheime Zender wit en hees.
Weer onder zeil, over de eenzaamheden
van oceanen die mij van U scheiden,
Christus, wil mij verschijnen aan den einder.
Martinus Nijhoff
We hoeven niet zoals de dichter Nijhoff hoopt ‘de Christus’ in levende lijve te ontmoeten. Trouwens wie zou jou geloven als het daarbij zou blijven. In een wereld vol fake-nieuws zou dit nauwelijks opvallen. Zeker niet nu de wereld door de machthebbers overspoeld wordt met ‘onzin’ en dreigende bezweringen om zo hun nefaste streven naar absolute macht en zelfverrijking te verhullen. De kranten en de nieuwszenders berichten niet anders: zo de wanhoop vleugels gevend aan hen die nog geloven in de goedheid van de mens.
In elk mens schuilt een heilige, maar het kan ook een moordenaar zijn, zo schreef Georg Steiner. Elke dag wordt dit weer waar. Maar ik vermoed dat de moordenaars in de meerderheid zijn want anders zouden de oorlogen niet voortwoekeren en zouden er niet zovelen op de vlucht zijn.
Heilig worden is misschien iets teveel gevraagd, maar liefhebben zelfs tegen de klippen op, tegen het cynisme en de teleurgestelde idealen die hiervoor de voedingsbodem vormen, liefhebben en niet haten, misschien is het mogelijk, misschien kunnen we over onze eigen schaduw springen in het aangezicht van de dood die ons allen wacht? En vanuit dit diepste besef. van dood en vergankelijkheid doen waar je goed in kunt proberen te zijn: kleine daden van medemenselijkheid. Hiervan vasthouden – stabilitas – meer wordt er niet gevraagd.
WIE DURFT
Wie durft te spreken van verandering
zonder kippevel te krijgen?
Wie durft in de spiegel te kijken
naar het oog vol adertjes?
Wie durft
een lichaam lief te hebben?
Een lichaam dat scheef groeit
een lichaam dat sterft voor het uit alle vorm valt?
Wie durft
het lief te hebben en toch te geloven
dat deze vorm de laatste is?
Want wie heeft ooit een handvol aarde liefgehad?
Guillaume van der Graft
John Hacking
3 juni 2025
