
Fascinerend vind ik in de 14e eeuwse tekst over de val van een Japans gelacht (De val van de Taira) hoe ook de beschrijving van de natuur betrokken wordt in het dramatisch verloop van het verhaal. De planten en dieren doen mee. Ze hebben betekenis en de hoofdrolspelers zijn zich hier heel goed van bewust. In de gevoelens van heimwee spelen bijvoorbeeld de bloesem van fruitbomen en vooral ook de maan een grote rol. In het hoofdstuk KENREIMON-IN WORDT NON komt dit op een mooie manier tot uiting en daarom citeer ik dit hele hoofdstuk:
Vrouwe Kenreimon-in nam haar intrek in Yoshida, een buitenwijk van de hoofdstad, aan de voet van de oostelijke heuvels. Daar lag het kluizenaarsverblijf van een zekere Kyöë, een hooggeplaatste monnik uit Nara, dat al jaren onbewoond was. De tuin was overwoekerd door onkruid, varens groeiden dik tegen de dakrand, de rieten blinden hingen aan flarden, de slaapkamer was ten prooi aan regen en wind. Er groeiden bloesems in velerlei kleuren, maar niemand kwam daarvan genieten. Avond na avond stroomde het maanlicht naar binnen, maar er was geen eigenaar die het een nacht lang bewonderde. Zij die vroeger op een troon van jade zat achter brokaten gordijnen moest haar toevlucht nu nemen tot een vreselijk vervallen hut, afgezonderd van al haar verwanten. Haar leed laat zich wel raden; ze was als een vis op het droge, of een vogel wier nest is afgepakt. In haar ellende verlangde ze zelfs terug naar het zware leven in een bootje op de baren. Haar gedachten gingen uit naar de witte wolken boven de westelijke zee, ver voorbij de onmetelijke blauwe golven, en haar tranen druppelden wanneer ze de maan zag schijnen in het tuintje van haar bemoste hut met rieten dak. Onuitsprekelijk was haar verdriet.
Zo kwam het dat ze non werd, en wel op de eerste dag van de vijfde maand van het eerste jaar van Bunji. [1185] Naar verluidt werd de ceremonie uitgevoerd door de vrome Insei, die in een monnikencel woonde bij de Chōraku-tempel, tegen de oostelijke heuvels. Om hem te belonen schonk ze hem een gewaad van haar zoon, keizer Antoku. De knaap had het gedragen tot vlak voor zijn dood; het geurde nog naar het parfum dat hij eraan had gegeven. Kenrei·mon-in had het meegebracht naar de hoofdstad vanuit de verre westelijke provincies als aandenken aan haar zoon, en ze had zich voorgenomen er nooit afstand van te doen, maar nu ze de monnik niets anders kon schenken, haalde ze het in tranen tevoorschijn, in de hoop dat het haar jongen zou helpen om herboren te worden in Amida’s paradijs. De monnik was te zeer ontroerd om haar te bedanken. Toen hij afscheid van haar nam, waren zijn mouwen doornat van zijn tranen. Naar men zegt werd er van Antoku’s kleed een wimpel gemaakt die opgehangen werd voor de Boeddha van de Chōraku-tempel.
In haar vijftiende levensjaar was Kenreimon-in aangesteld als keizerlijke gade, en in haar zestiende was ze keizerin geworden; Steeds had ze aan de zijde van haar keizerlijke gemaal vertoefd. Ze had hem aangespoord tot ochtendaudiënties en ’s nachts had alleen zij zijn liefde genoten. In haar tweeëntwintigste jaar had ze het leven geschonken aan een zoon die kroonprins werd, en toen hij de troon besteeg, werd haar in het paleis de titel Kenreimon-in toegekend. (Letterlijk vertaald: ‘Hare Eminentie van de Kenrei-poort’ (een van poorten van het keizerlijk paleis) Als dochter van premier Kiyomori en als moeder van de heersende vorst had ze het grootste respect genoten.
Op haar negenentwintigste was ze nog steeds zo mooi als perzik of abrikozenbloesems en zo bekoorlijk als een lotus, maar omdat het geen zin had haar lange lokken, versierd met ijsvogelveren, te behouden, werd ze ten langen leste toch non. Ze verzaakte aan deze vlietende wereld en verkoos het pad naar de ware wijsheid. Toch kwam er geen eind aan haar grote verdriet. Nooit, in alle levens die haar te wachten stonden, zou ze vergeten hoe haar dierbaren in de golven waren verdwenen; de gezichten van haar moeder en zoon zouden haar altijd bijblijven. Waarom was háár leven, zo breekbaar als de dauw, blijven voortduren? Nooit vergat ze welk lot haar ten deel was gevallen; onophoudelijk stroomden haar tranen. Hoe kort ook de nachten in de vijfde maand, het duurde een eeuwigheid tot de ochtend, en het verleden verscheen niet eens in haar dromen, want ze viel niet eens even in slaap. ‘Zwakjes flikkerde aan de muur het weinige kaarslicht dat haar restte; eenzaam klonk ’s nachts het tikken van de regen op haar duistere raam.’ Toen de vrouw van Shangyang in haar paleis werd opgesloten, zal zelfs die er niet ellendiger aan toe zijn geweest.1
De wind voerde de doordringende geur aan van een mandarijnboom, niet ver van de dakrand, die de vorige inwoner wellicht had geplant omdat hij aan het verleden wilde worden herinnerd.2 Twee- of driemaal weerklonk de roep van de kleine koekoek, waarop Kenreimon-in een oud vers te binnen schoot dat ze neerschreef op het deksel van haar inktsteen:
Al roepende, kleine
koekoek, zoek je de geur
van mandarijnbloesems –
verlang jij zó
naar een oude geliefde?
Kenreimon-ins hofdames had het ontbroken aan de moed om net als vrouwe Nii of Kozaishō de verdrinkingsdood te sterven. Ruwe krijgers hadden hen meegevoerd naar de hoofdstad, waar ze thuishoorden. Jong en oud, allemaal waren ze non geworden, en ze hadden zich gehuld in zulke troosteloze gewaden dat hun bestaan er niet meer toe leek te doen. Ze brachten hun dagen en nachten door in diepe valleien of in rotsspelonken die ze zich vroeger niet eens hadden kunnen voorstellen. Hun oude woningen waren in rook opgegaan; er bleven alleen nog wat schamele sporen van over, die overwoekerd werden door onkruid, en van hun oude bekenden kwam niemand hen opzoeken. Ze zullen zich hebben gevoeld als de helden uit het oude China die één middag doorbrachten onder de onsterfelijken en bij hun terugkeer alleen nakomelingen in de zevende graad aantroffen!
En toen, op de negende dag van de zevende maand, was er die grote aardbeving: Kenreimon-ins muren stortten in en haar vervallen woning zakte in elkaar, zodat ze nu helemáál geen plaats meer had om te wonen. Over bewakers in groene gewaden beschikte ze niet. Haar verwilderde omheining was nog meer bedauwd dan de omliggende weiden, en de krekels lieten hun weeklacht al horen, in de overtuiging dat de tijd er rijp voor was. De nachten werden geleidelijk langer, en zijzelf sliep minder dan ooit: het leek wel alsof de ochtend nooit meer zou aanbreken. Haar grenzeloze neerslachtigheid werd nu ook nog eens verhevigd door herfstmelancholie – de toestand werd ondraaglijk. In een onbestendige wereld kwijnden zelfs de oude getrouwen weg die haar wat troost hadden kunnen bieden, en niemand bekommerde zich om haar.
Noten:
1 Parafrase van Bai Juyi’s gedicht ‘De vrouw met grijze haren in het Shangyang-paleis’, dat het lijden beschrijft van Yang Guifei’s rivalen. De Chinese keizer verwaarloosde namelijk al zijn overige vrouwen en sloot hen op in het Shangyang-paleis. (Zie Idema, Bai Juyi, p. 132)
2. Mandarijnen werden geassocieerd met ‘herinneringen’ dankzij een bekend gedicht uit de Kokinshū (nr. 139): ‘Ruik ik de geur/ van mandarijnbloesems / die verschijnen in de vijfde maand, / dan lijkt die op de geparfumeerde mouwen / van iemand die ik ooit heb liefgehad.’
Uit: De val van de Taira, pag. 689-692

Dieper dan deze val in volslagen armoede en ellendigheid kon deze voormalige keizerin niet vallen. De vervallen woning staat ook voor de macht en het aanzien dat ze is kwijtgeraakt en nu houdt ze niks meer in handen. Misschien ook het toekomstig lot van al de partners van de omhooggevallen en zelfbenoemde dictators die op dit moment de wereld zwart kleuren door hun solipsistisch en narcistisch egoïsme. Dictators en demagogen denken dat de wereld van hen is, dat zij bijna goddelijk kunnen beslissen over leven en dood en dat ze dat ook nog eens een keer denken te doen in de naam van het ‘volk’. In de Groene Amsterdammer van 11 september 2024 verschenen in nr. 37, onder de kop “Democide is zo gepleegd. De dreiging dat onze vrijheid om zeep geholpen wordt door demagogen was nog nooit zo wijdverbreid als nu. Wat kunnen we doen tegen oprukkend despotisme?” (https://www.groene.nl/artikel/democide-is-zo-gepleegd) beschrijft de auteur John Keane hoe despoten te werk gaan en op welke smerige manier ze alle regels aan hun laars lappen en het ‘achterlijke volk’ bedriegen. Hoe dom kun je zijn om die mooie leugenpraatjes te bijven geloven. Denkt men nou werkelijk dat de dictator alle beloftes zal gaan vervullen die aan het ‘volk zijn gedaan? Een nieuwe heilstaat waarin alles pais en vree zal zijn en geluk voor iedereen?

Op zondag 15 september zond Zembla een docu uit over de plannen van de solipsist Trump als hij eenmaal weer herkozen zal zijn (https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/de-wraak-van-trump). Ontluisterend. De aankondiging van dit programma zegt over deze zelfbenoemde ‘wraakengel’:
Ik ben jouw strijder. Ik ben jouw gerechtigheid. En voor degenen die onrecht is aangedaan en verraden, ben ik je vergelding.” Aldus Donald Trump in maart 2023 voor een gehoor van conservatieve aanhangers. De oud-president van de Verenigde Staten heeft er nooit een geheim van gemaakt om tijdens zijn mogelijk tweede ambtstermijn wraak te nemen op zijn tegenstanders.
Voor de uitvoering van dat presidentschap ligt al een compleet plan klaar: het omstreden Project 2025, waarin Trump bijvoorbeeld aankondigt dat het ministerie van Justitie wordt opgeheven als hij opnieuw aan de macht komt. Australische onderzoeksjournalisten spreken in Zembla met unieke bronnen rondom Trump en schetsen op die manier wat de wereld te wachten staat als hij over anderhalve maand opnieuw gekozen wordt.
Aanhangers van Trump, zoals Chad Wolf, hebben geen moeite met zijn uitspraken die in veel gevallen overeenkomen met de racistische taal die Adolf Hitler uitsloeg over de Joden. Deze keer zijn de immigranten de gebeten hond. 15 miljoen immigranten worden bedreigd met uitzetting (wat natuurlijk niet gaat lukken omdat niemand hen wil) en met opsluiting in concentratiekampen. Dat alles om de ‘verdunning van het eigen bloed’ te voorkomen (zo een uitspraak van Trump). Ziehier wat de VS te wachten staat. Maar dat is nog niet alles. De grootste vijand van Trump vormt in zijn ogen het ministerie van justitie dat de vervolging van hem heeft ingezet. In Project 2025 wordt het plan gepresenteerd om ambtenaren die niet loyaal zijn aan de president te ontslaan. Tienduizenden staan al op een lijst om verwijderd te worden van hun functie. Ondertussen stelt de directeur van de Heritage Foundation, die aan de basis staat van dit plan, Paul Dans, dat er inmiddels 10.000 mensen zijn geworven uit alle lagen van de bevolking om geïnstrueerd te worden om vanaf dag een de macht over te nemen in het ambtenarenapparaat. Dan zal een rijk van welvaart en vrede aanbreken, zo deze fantast en wolf in schaapskleren. In feite is de dictatuur dan een feit en heeft iedereen zich te buigen naar de grillen van een totale idioot die enkel alleen maar uit is op zelfverheerlijking en macht.
Hoe ziet de heilstaat eruit als dit soort mislukte mensen – want empathie, medemenselijkheid en verdraagzame betrokkenheid op anderen is aan hen niet besteed – de macht heeft? Kijk naar Rusland waar de sfinx Putin het land economisch niet vooruit heeft gebracht omdat zijn corrupte vrienden de staatsruif leegeten. Dus begint hij maar een oorlog en houdt hij de Russen een droom van een groot en machtig Rusland voor. Hoe kwam hij aan de macht? Door terreuraanslagen (uitgevoerd door zijn eigen geheime dienst) op onschuldige burgers waaronder heel veel kinderen. Door het laten vermoorden en opsluiten van alle oppositie. De grootheid van Rusland lijkt nog het meest op het concentratiekamp-beleid van voorganger Stalin. Of kijk naar Myanmar, China, Syrië, waar elke vorm van verzet in bloed wordt gesmoord, of waar meer dan een miljoen Oeigoeren verblijft in concentratiekampen (China) met een onmenselijk regime. En overal controle en beheersing van de bewegingen in de samenleving. Mensen worden in China al herkend aan hun lopen, hun gezicht is daarvoor niet meer nodig.

Hoe ziet de heilstaat in Nederland eruit als de partij voor verdraaiing en hun leugendracula het partijprogramma helemaal kunnen uitvoeren? Krijgt er een woningzoekende eerder een woning als alle immigranten over de grens zijn gezet? Worden ouderen in zorginstellingen eerder en beter geholpen als de grenzen eenmaal dicht zijn en Nederland helemaal op één staat? Als alle LHTBI’ers en alle ecologisch en links-denkenden monddood zijn gemaakt, de kritische pers opgeheven, de rechtsstaat ondermijnd, de progressieve cultuur dood gemaakt en het onderwijs alleen maar mag praten over volk en vaderland, over de grote historische gebeurtenissen in het verleden, de gouden eeuw zonder te reppen over massamoord, slavernij, uitbuiting, kolonialisme, racisme en ander ongerief…Hoe fijn is het dan om in Nederland te wonen. Zwarte Piet terug, maar geen woning erbij, geen extra zorg aan je bed. Want al dat gezwets en haat-gepredik van de leugendracula en zijn soortgenoten heeft maar één doel: macht en zelfverrijking. De rijken rijker en zelf zwelgen in overvloed. En maar lachen, het ‘achterlijke volk’ dat op hen heeft gestemd en dat hen de macht heeft bezorgd uitlachen, verachten, vertrappen….fijne heilstaat. Hartelijk gefeliciteerd partijen die dit plan ondersteunen: Bijzonder Boeren Bedrog, Nieuw (a)Sociaal Controledrift en Voor Vrijheid en Demagogie…Je kunt niet half instemmen met deze partij voor verdraaiing – het hele pakket ligt klaar om uitgevoerd te worden. En de kern ervan is blank ongepolijst racisme en de gedachte dat zij beter zijn dan de rest.
Daarom vinden dit soort demagogen en dictatoren elkaar: zij zijn van hetzelfde laken en pak. Kleine brullende Mussolini’s, Hitlers, ‘Grossmaulen und Hochstapler’, overtuigd van hun eigen gelijk en zich voedend met haat en nog eens haat. Ik vermoed dat ze allemaal leiden aan een minderwaardigheidscomplex en dat ze op deze wijze compensatie zoeken. Ze hebben niet gekregen waar ze recht op dachten te hebben en verschaffen zich nu via de weg van de macht het broodnodige aanzien en zelfrespect. Ongeacht de prijs, ongeacht de vele onschuldigen die het loodje leggen. En als het ook nog met een religieus sausje overgoten kan worden zijn ze helemaal in de zevende hemel want dan denken ze dat werken aan de verlossing van de wereld. In feite zijn ze Satansknechten uit de hel, gevallen engelen, uit op wraak en vergelding. En daarna toe zullen ze ook terugkeren: de helse duivels hebben hun messen al geslepen…werk aan de winkel. Dan is de dood een grote troost voor al die slachtoffers want die brengt een stukje gerechtigheid voor al die onmenselijkheid.
John Hacking
16 september 2024
De val van de Taira. Vertaald uit het Japans en toegelicht door Jos Vos, Amsterdam 2022, (Athenaeum, Polak & Van Gennep)
