Mu – niets gaat verloren

 

MU: NIETS GAAT VERLOREN

Het teken MU in het Japans staat voor de leegte,  het ‘NIETS’, het oneindige. Ik heb er een stempeltje van laten maken omdat ik het een intrigerend en spannend teken vind.

MU, leegte, het niets wil in diepste wezen zeggen dat NIETS VERLOREN GAAT! Alles blijft op de een of andere wijze bestaan. Misschien in een andere vorm, een andere samenstelling, maar verloren gaat er niets.

In tegenstelling hiermee betekent het Japanse teken dat voor DOOD staat dat aan alles een einde komt. Elke vorm is maar beperkt, relatief, eindig. Zo ook het leven van een mens. De dood wacht…op ons op het einde van ons aardse leven. Wij hebben niet het eeuwige leven hier op aarde. Dood wil zeggen: stop, niet verder dan hier. Er is tijd voor iets nieuws.

Het teken MU, de leegte, het niets, bevat meer wijsheid dan wij misschien op het eerste gezicht zouden vermoeden. Meesterlijk vind ik persoonlijk de combinatie tussen leegte en oneindigheid. Als niets verloren gaat, blijft dus eigenlijk alles bestaan. Alleen de vorm waarin is relatief, veranderlijk, aan dood onderhevig.

Dat geeft troost aan hen die denken dat ze alles zijn kwijtgeraakt – bijvoorbeeld door de dood van een geliefde.

De materiële vorm blijft niet hetzelfde. We verliezen ons lichaam en delen van dit lichaam worden misschien weer opgenomen in andere vormen (en lichamen). Zo bestaan wij uit atomen en moleculen die afkomstig zijn van andere vormen en van andere levende wezens. Zo bevat ons lichaam elementen in de vorm van kerndeeltjes die in principe aanwezig waren bij het ontstaan van het heelal. En na ons zullen deze kerndeeltjes weer deel uitmaken van andere vormen in dit heelal.

 Maar de ZIEL, het principe waardoor ons lichaam pas een levend lichaam genoemd kan worden, of de ‘levenskracht‘ blijft op de een of andere manier behouden. Daar gaan we vanuit als gelovige mensen! (Er zullen zeker mensen zijn die dit niet zullen onderschrijven omdat ze van mening zijn dat de ziel niet valt te bewijzen – maar liefde valt ook niet objectief met de methodes van de natuurwetenschap te bewijzen en toch bestaat ze…).

De ziel blijft, maar hoe en waar, dat weten we niet. Misschien in de hemel, de woonplaats van God? Dat is in ieder geval een stukje van de belofte aan ons gedaan. Misschien verblijft ze wel ná onze dood in het “Nirwana”, het Niets, na het doormaken van alle levenskringlopen, ná een definitieve bevrijding (volgens het Boedhisme)? Misschien verblijft ze in de toestand van het MU, de leegte, het niets? Wie zal het zeggen.

MU wil zeggen: de ziel gaat níet verloren – of in de woorden van onze gelovige taal: we vallen in de handen van God na onze dood.

Eigenlijk verkeren wij voortdurend in zijn hand, alleen hebben we er vaak te weinig weet van. Merken we het te weinig omdat we misschien te weinig moeite doen om op het spoor te komen van God in ons leven.

MU is eigenlijk een ‘teken’ dat getuigenis aflegt van een gelovige houding. En als op

het materiële gebied alles behouden blijft in de een of andere vorm (want niets kan ontsnappen uit onze kosmos) hoe zit het dan met het geestelijke? Met onze gedachten, idealen, ideeën? Met de woorden die wij uitspreken in onze gebeden? Gaan die ook niet verloren, maar worden ze opgevangen door God, bewaard in zijn wezen, in de de leegte, in het niets, het MU? Dat blijf ik een spannende vraag vinden, een zoektocht waard. Al duurt die tocht misschien een leven lang en krijgen we pas antwoord ná dit leven: als we door de deur van de dood zijn heengegaan. Wie weet welke geheimen dan nog worden onthuld. We zullen zien, eens zullen we het weten.

John Hacking 1999