T-Erreur

“Ben ik mijn broeders hoeder?” We kennen de tekst uit Genesis 4 na de moord op Abel door zijn broer Kain. De mens naast een mogelijke vriend / vriendin ook een moordenaar van broeders en zusters….Welke kant kiest een mens en wat levert het op? Ook op de lange en zeer lange termijn?
Genesis 4,1-16 in de vertaling uit Naardense bijbel luidt zo:

De –rode– mens heeft Eva, zijn vrouw, bekend; zij wordt zwanger en baart Kaïn,- verworvene!
Ze zegt: verworven heb ik een man, bij de Ene!
Zij voegt toe en baart zijn broeder Abel,- ijlheid; Abel wordt herder over wolvee, Kaïn is dienaar van de –rode– grond geworden.
Het geschiedt na verloop van dagen: Kaïn doet komen van de vrucht van de –rode– grond een broodgift aan de Ene.
Abel, ook hij heeft doen komen: van de eerstelingen van zijn wolvee en van hun vet; de Ene slaat acht op Abel en zijn broodgift.
Op Kaïn en zijn broodgift heeft hij geen acht geslagen; dat brandt hevig in Kaïn en zijn aanschijnstrekken vervallen.
Dan zegt de Ene tot Kaïn: waarom is het in jou zo ontbrand en waarom zijn je aanschijnstrekken vervallen?- is er niet als je goed doet verheffing?- en als je niet goed doet ligt zonde voor de deur op de loer; op jou is zijn hartstocht gericht, en jij, jij moet over hem heersen!
Dan zegt Kaïn tot Abel, zijn broer:………*
het geschiedt: als zij op het veld zijn staat Kaïn op tegen Abel, zijn broer, en vermoordt hem.
Dan zegt de Ene tot Kaïn: waar is Abel, je broer?-
hij zegt: mij onbekend,- ben ík mijns broeders hoeder?
Hij zegt: wát heb je gedaan!- een stem!- stromen bloed van je broeder schreeuwen mij toe van de –rode– grond!-
nu dan, vervloekt jij, weg van de –rode– grond die haar mond moest opensperren om de stromen bloed van je broeder op te nemen uit jouw hand;
wanneer je de –rode– grond dient zal ze haar kracht niet toevoegen aan jou; dolend en dwalend zul je wezen op het aardland!
Dan zegt Kaïn tot de Ene: te groot is mijn misdaad om te dragen:
zie, ge hebt mij verjaagd vandaag van op het aanschijn van de –rode– grond en voor uw aanschijn moet ik mij verbergen; ik ben dolend en dwalend geworden op het aardland, het zal zo worden: wie mij vindt zal mij vermoorden!
Maar dan zegt de Ene tot hem: zó niet; al wie Kaïn vermoordt, zevenvoudig wordt hij gewroken; de Ene zet op Kaïn een teken, dat al wie hem vindt hem niet mag neerslaan.
Kaïn trekt weg van voor het aanschijn van de Ene; hij zet zich neer in het land Nod,- dwaalspoor, ten oosten van Eden.

Noot: * Wát Kaïn zegt staat er niet in de Masoretische tekst. Andere tekstversies hebben daarom: Dan zegt Kaïn tot zijn broer: laten we naar het veld gaan.



De moord van Kain op Abel (ijlheid / een zuchtje) is van alle tijden. Broeder tegen broeder en zuster….Is de Palestijn ook een broeder van de Israëliet? Ook al zijn er over en weer moordpartijen geweest en vinden die nu nog dagelijks plaats in de verovering van Gaza – een oorlog vol terreur tegen de bevolking. Er is geen rechtvaardiging voor om miljoenen in onheil te storten omdat een groep aanslagen pleegt en moordt. De balans is volledig zoek, deze vorm van wraak gaat alle perken te buiten.
Op een aarde waar máár vier mensen rondlopen: Adam, Eva, Kain en Abel, is de moord op één van hen een wereldschokkende gebeurtenis. En kwart is weggevaagd.
Natuurlijk is dit verhaal geen verslag van een gebeurtenis die letterlijk zo heeft plaatsgevonden – maar het verhaal houdt ons een spiegel voor. Hoe dien je met elkaar om te gaan? Joodse dichters hebben Abel teruggehaald in hun woorden en beelden zoals Hilde Domin:

Abel sta op

Abel sta op
het moet opnieuw worden gespeeld
dagelijks moet het opnieuw worden gespeeld
dagelijks moet het antwoord nog vóór ons liggen
het antwoord moet ja kunnen zijn
als jij niet opstaat Abel
hoe zou het antwoord
dat enig belangrijke antwoord
ooit veranderen
wij kunnen alle kerken sluiten
en alle wetboeken afdanken
in alle talen der aarde
als jij maar opstaat
en het ongedaan maakt
dat eerste verkeerde antwoord
op de enige vraag
waar het op aankomt
sta op
dat Kaïn zeggen
dat hij zeggen kan
Ik ben jouw hoeder
broeder
hoe zou ik niet jouw hoeder zijn
Sta dagelijks op
opdat het nog vóór ons ligt
dit ja ik ben hier
ik
jouw broeder
opdat de kinderen van Abel
niet langer bang zijn
omdat Kaïn geen Kaïn wordt
ik schrijf dit
ik een kind van Abel
en ben dagelijks bang
voor het antwoord
de lucht in mijn longen wordt minder
terwijl ik wacht op het antwoord

Abel sta op
opdat het anders aanvangt
tussen ons allen

de vuren die branden
het vuur dat brandt op de aarde
moet het vuur van Abel zijn

en aan de staart van alle raketten
moeten de vuren van Abel zijn

Hilde Domin (1912-2006)

Vertaling: Kees Kok



Een andere dichteres Rose Auslander probeert naar beiden te kijken: Kain én Abel. Kain die rondzwerft maar die Abel niet los kan laten. En, hoewel deze vermoord en dood is, (en dus geen stem heeft) blijft hij aanwezig, als beeld, als naam, als slachtoffer, als telkens nieuwe broeder en zuster…want bij elke geboorte van een nieuw mens begint het weer van voor af aan. En elke moderne, elke nieuwe Kain staat voor dezelfde keus en hetzelfde dilemma om zijn hartstocht die tot zonden leidt, te bedwingen.Haar gedicht gaat zo:

Abel

Schilderijen aan de wanden
boeken in de kast

Verstolen bloeit
de kleine kamer

Woorden beelden
schenken mij de januskoppige wereld

KAIN
zegt het ene gezicht
het andere zegt
ABEL

Ik
ben Kaïn
ik heb
jou doodgeslagen
Abel
mijn
opgestane broeder

Mijn hele leven wreek
ik mij
op mij
Maar jij
wat zoek jij
hier
bij mijn
vervloekt geslacht

Rose Auslander (1 901 – 1988)

uit: Gedichte
Vertaling: Kees Kok


De dichteres Else Lasker-Schüler zoekt een verklaring in het aangezicht, het gelaat van de betroffene, zoals de tekst uit Genesis daar ook de nadruk op legt in:
“Op Kaïn en zijn broodgift heeft hij geen acht geslagen; dat brandt hevig in Kaïn en zijn aanschijnstrekken vervallen.
Dan zegt de Ene tot Kaïn: waarom is het in jou zo ontbrand en waarom zijn je aanschijnstrekken vervallen?- is er niet als je goed doet verheffing?- en als je niet goed doet ligt zonde voor de deur op de loer; op jou is zijn hartstocht gericht, en jij, jij moet over hem heersen!”
Kain’s aangezicht vervalt, vertrokken van woede en jaloezie. De zonde overmant hem en moord is het resultaat. Hij, Kain, krijgt het niet klaar om zijn hartstocht te bedwingen en in plaats van zich in te houden, en bijvoorbeeld te praten en het gesprek te zoeken, al is het vragend, wordt zijn hart verteerd door woede en door haat en we kennen het resultaat.

Abel

Kaïns ogen zijn niet godwelgevallig,
Abels aangezicht is een gouden gaarde,
Abels ogen zijn nachtegalen.

Abel zingt altijd zo helder
Bij de snaren van zijn ziel,
Maar door Kaïns lijf gaan de loopgraven van de stad
En hij zal zijn broeder doodslaan –
Abel, Abel, jouw bloed kleurt de hemel diep
Waar is Kaïn, ik wil hem bestormen:
Heb jij de lieve vogels doodgeslagen
en jouw broeders aangezicht?!!

Else Lasker-Schüler (1869-1945)

uit: Gesammelte Gedichte
Vertaling: Kees Kok


Al deze gedichten werpen hun eigen licht op het verhaal. De dichter neemt de uitdaging op om zijn geraaktheid door dit verhaal in eigen woorden weer te geven. Wat eigenlijk niet in woorden is te vangen krijgt zo toch een gezicht. Hilde Domin verwoordt heel mooi wat poëzie eigenlijk is in haar korte gedicht:

Lyrik

Das Nichtwort

Ausgespannt
zwischen

Wort und Wort

Hilde Domin



Een aantal joodse dichters die reageren op de actuele situatie in Israel ten aanzien van de Palestijnen maken duidelijk hoe zij tegen het geweld van Joden tegen de Palestijnen aankijken. Actueel in die zin dat ze stelling nemen nadat de Joodse staat werd gesticht – dus na 1948 – en na de gewelddadigheden die toen en daarna plaatsvonden in de oorlogen die werden gevoerd en de bezetting van Palestijns gebied.
Bekend in Israel is de dichteres Dahlia Ravikovitch die haar mening niet onder stoelen of banken steekt en die in haar gedichten fel protesteert tegen het geweld van de Israelische overheid en het leger tegen de Palestijnen in Gaza, de West-Bank en in Libanon. Plekken waar gevochten wordt en waar de Palestijnse bevolking door geweld wordt ingesnoerd…een langzame verstikkingsdood die al tientallen jaren duurt…. Ravikovitch schrijft:

A Mother Walks Around

A mother walks around with a child dead in her belly.
This child hasn’t been born yet.
When his time is up the dead child will be born
head first, then trunk and buttocks
and he won’t wave his arms about or cry his first cry
and they won’t slap his bottom
won’t put drops in his eyes
won’t swaddle him
after washing the body.
He will not resemble a living child.
His mother will not be calm and proud after giving birth
and she won’t be troubled about his future,
won’t worry how in the world to support him
and does she have enough milk
and does she have enough clothing
and how will she ever fit one more cradle into the room.
The child is a perfect “tzadik” already,
unmade ere he was ever made.
And he’ll have his own little grave at the edge of the cemetery
and a little memorial day
and there won’t be much to remember him by.
These are the chronicles of the child
who was killed in his mother’s belly
in the month of January, in the year 1988,
“under circumstances relating to state security.”

Dahlia Ravikovitch

Het begrip Tzadik dat Ravikovitch hier gebruikt staat voor een rechtvaardige Jood die in de lijn van de geboden zijn leven in dienst heeft gesteld van God. Een Palestijns ongeboren kind zo noemen – slachtoffer van geweld – is bijzonder. Maar elke dode baby – elk vermoord kind – valt hieronder…
De zinsnede unmade ere he was ever made alludeert op de hymne Adon Olam (“meester van het universum”) waar God wordt beschreven als heersend voordat een enkel schepsel was geschapen.


De schrijver en dichter Shimon Tzabar is al jaren actief in zijn protest en verzet tegen de regering van Israel. In 1967 verschijnt in de krant een tekst van zijn hand waarin hij zegt dat de strijd tegen de groepen die uit zijn op de uitroeiing van de Joden – zoals de PLO (eerst) en (later) Hamas / Hezbollah toen in hun manifesten hebben duidelijk gemaakt – niet het recht geeft om het hele Palestijnse volk te onderdrukken. In een commentaar bij het gebed (hier beneden) wordt dat meer dan duidelijk gemaakt:

Gebet

Es gibt keinen wie Dich unter den Göttern, Mein Gott
Herrscher des Universums,
Herr über die leblose Materie, die Flora und Fauna
Ist es da nicht seltsam, ja sogar verwunderlich,
dass du für keine Olive Herrschaft hast
über dein auserwähltes Volk,
das endlich, endlich, zuhause wohnt.

Dieses Volk, das auserwählte Volk,
hat grosse Bedrängnis gelitten
daheim und in fremden Ländern
dieses Volk,
als es Erleichterung spürte und auch ein wenig Kraft,
vergass sofort, was es erlitten,
und begann selbst zu rauben und zu morden.

1996

Shimon Tzabar

Am 22.9.1967 erscheint in Haaretz eine von Shimon Tzabar (1926 Tel Aviv-2007 London) initiierte und von weiteren zwölf Personen unterzeichnete Anzeige: »Unser Recht, uns gegen die Ausrottung zu verteidigen, gibt uns nicht das Recht, andere zu unterdrücken / Besatzung bedeutet Fremdherrschaft / Fremdherrschaft bringt Widerstand mit sich / Widerstand bringt Unterdrückung mit sich / Unterdrückung bedeutet Terror und Gegenterror / Die Opfer des Terrors sind meist unschuldige Menschen / Das Festhalten an den besetzten Gebieten macht uns zu einer Nation von Mördern und Mordopfern / Lasst uns die besetzten Gebiete sofort vertassen!« Dieser erste breit angelegte Protest auf Hebräisch gegen die Besatzung wurde mit chauvinistischem Gejohle beantwortet, erinnert sich Moshé Machover, »heute erscheint es prophetisch, aber es bedurfte nur des gesunden Menschenverstandes, um vorauszusehen, was geschehen würde«. Kurz danach, auf einer Schiffsreise nach Marseille, kommt der Dichter und Maler Tzabar auf eine Idee, wie er »den Kampf gegen die Besatzung im Ausland fortsetzen « würde, und er beschliesst, in London eine satirische Zeitschrift herauszugeben. »Satire ist eine gute Waffe, mit der ich vertraut war. Sie könnte es mit allen Waffen aufnehmen, die die israelische Armee in ihrem Arsenal hat, einschliesslich ihrer Atombomben. « Die erste Nummer von Israel Imperial News erscheint 1968.

Ein jüdischer Garten angelegt von Itamar Gov, Hila Peleg, Eran Schaerf, München 2022, (Hanser), pag. 209



Zoals Shimon Tzabar schrijft:
“Unterdrückung bedeutet Terror und Gegenterror / Die Opfer des Terrors sind meist unschuldige Menschen / Das Festhalten an den besetzten Gebieten macht uns zu einer Nation von Mördern und Mordopfern / Lasst uns die besetzten Gebiete sofort vertassen!”
is momenteel helaas tegen dodemans oren gericht.En dat al 75 jaar lang in de geschiedenis van de staat Israel. Door de overmacht aan wapens en financiële middelen en gesteund door machtige bondgenoten die niets om de Palestijnen geven (of om de arabieren) behalve dan in plechtig beleden teksten voor de media en in verdragen die niet worden uitgevoerd, kan Israel gewoon zijn gang blijven gaan. Met de zegen van de ‘christenen voor Israel’ die aan de zegetocht van de joodse staat hun apocalyptische verwachtingen hebben gekoppeld alsof de Messias dan eerder zou terugkeren. Een gegeven dat bijbels gezien elke maar dan ook elke grondslag mist. (Zie ook de conclusies van een theoloog die nu pas de bijbel goed begint te lezen met betrekking tot de claim mbt de staat Israel vanuit de bijbel: https://www.nd.nl/geloof/geloof/1279702/deze-theoloog-ontdekte-verbijsterd-nergens-belooft-het-nieuwe)
In 1982 vonden de moorden plaats onder het goedkeurend oog van het Israelische leger in Sabra en Shattila. De dichteres Dahlia Ravikovitch schrijft hierover in een gedicht:

A BABY CAN’T BE KILLED TWICE

On the sewage puddles of Sabra and Shattila
there you transferred masses of human beings
worthy of respect
from the world of the living to the world of the dead.
Night after night.
First they shot
then they hung
and finally slaughtered with knives.
Terrified women rushed up
from over the dust hills:
“There they slaughter us
in Shatilla”
A narrow tail of the new moon hung
above the camps.
Our soldiers illuminated the place with flares
like daylight.
“Back to the camps, March!” the soldier commanded
the screaming women of Sabra and shatilla.
He had orders to follow,
And the children were already laid in the puddles of waste,
their mouths open,
at rest.
Noone will harm them.
A baby can’t be killed twice.
And the tail of the moon filled out
until it turned into a loaf of whole gold.
Our dear sweet soldiers,
asked nothing for themselves –
how strong was their hunger
to return home in peace.
 
DAHLIA RAVIKOVICH

Translated by Karen Alkalay-Gut



De schrijfster Tamar Berger beschrijft de handelingen van het Israelische leger – hoe ze in de bezette Palestijnse gebieden te werk gaan. Aan actualiteit heeft deze tekst niks ingeboet. Zeker niet als het leger met bulldozers de straten opentrekt zodat elke vorm van verkeer onmogelijk wordt, als wraakzuchtige kolonisten olijfgaarden vernielen, huizen in brand steken en onschuldigen vermoorden op de West-Bank terwijl ze weten dat ze daarvoor niet gestraft zullen worden. Tamar Berger schrijft:

Sie zählen auf: » Nichts ist den Augen und Händen der Plünderer entgangen: ein Teppich, ein Kühlschrank, ein Radiogerät, eine Schreibmaschine, eine Nähmaschine, sogar ein Klavier, ein Telefon und ein Tresor. Essgeschirr und Besteck aller Art und Sorte, und auch Dekorationsgegenstände, Schmuck, Uhren, Ringe, Bargeld und Geldscheine, Dokumente wurden, wo es ging, mitgenommen und konfisziert. Zum Leidwesen der Tausenden, die nach den Feindseligkeiten nachJaffa zurückkehren würden, blieben auch Lebensmittel, Bettwäsche, Damenkleider, andere Kleidungstücke und Stiefel nicht verschont. Textilien und Farben, Holz und Metall, Eisen und allerlei andere Güter wurden verladen und fortgebracht. Autos und Reifen wurden ebenfalls genommen unter dem Vorwand, sie dienten der Unterstützung für den jüdischen Kriegsaufwand. Schwere Möbel, die man nicht plündern konnte, wurden in Stücke gehauen. Fenster und Türen wurden beschädigt oder boshaft und ohne Erbarmen zerstört. Medikamente, Heilmittel und medizinisches Gerät wurden geraubt und konfisziert. Maschinen und Werkzeug, die dem Lebensunterhalt dienten, wurden zerlegt und weggenommen, damit wurde Handwerkern und Facharbeitern die Möglichkeit genommen, ihre Arbeit wieder aufzunehmen. Motoren und Pumpen wurden von den arabischen Zitrusplantagen geholt. Damit wurde die arabische Orangenindustrie eliminiert. Auch Haustiere, die sechs Wochen die Bevölkerung Jaffas hätten ernähren können, wurden von jüdische Einheiten konfisziert. Jüdische Soldaten, die beim Plündern gesichtet und festgenommen wurden, wurden freigelassen und plünderten weiter. Menschen wurden in den Strassen aufgehalten und beleidigt. Ihre Uhren, Münzen, Ringe, Bargeld und Ähnliches wurden konfisziert.” War denn unter diesen Dingen das Wohnzimmer der Hinnawis mit der Esszimmereinrichtung aus massiven deutschen Möbeln mit geschnitzten Holzstühlen, die sie für tausend israelische Pfund von einem jekkischen Arzt in Tel Aviv gekauft hatten? Das ganze bürgerliche Meublement, das zu den farbigen Mustern an den Wänden passte?

Tamar Berger

uit: Dionysus im Dizengof Center, 1998


Die hier beschriebene Plünderung führt nicht zuletzt dazu, dass es dem in Jaffa eingesetzten Militärgouverneur nicht gelingt, in der besetzten Stadt für Recht und Ordnung zu sorgen, und er im Gefühl der »Machtlosigkeit« zurücktritt. Tamar Berger (geb.1957 Tel Aviv-Jaffa) zitiert dieses Dokument aus dem israelischen Regierungsarchiv in Dionysus im Dizengof Center, einem Buch, dessen Titel auf den griechischen Gott des Weins ebenso anspielt wie auf den Weingarten von Adib Hinnawi, auf dem heute das Tel Aviver Einkaufszentrum gleichen Namens steht. “Um was geht es also in dieser Erzählung?«, fragt Berger, bevor sie auf die Familiengeschichte der Hinnawis aus Jaffa eingeht, auf die jüdischen Bewohner der auf dem Weingarten errichteten Barackensiedlung und auf die Flaneure in den inneren Strassen des Einkaufszentrum, das 1994 zum Ziel eines Selbstmordattentats wird. Es geht um einen Ort, der viele Orte enthält. Es geht um Multi-Temporalität als gegenwärtiges Prisma. Es ist, als würde Walter Benjamins Flaneur durch gebaute Umgebungen, durch Archive und literarische Werke streifen, auf jeweilige Zeitgenossen treffen, seinen Blick auf verschiedene Perspektiven verteilen, Stimmen aus verschiedenen Zeiten hören und protokollieren, wie gegenwärtige Politik klingen könnte, wenn allen Akteuren zugehört würde.

Ein jüdischer Garten angelegt von Itamar Gov, Hila Peleg, Eran Schaerf, München 2022, (Hanser), pag. 214-215



Geen vrede zal de staatsterrorist vinden – de soldaat – de politicus – die de opdracht tot moorden geeft. De vernietiging van baby’s en kinderen omdat ze mogelijk uit kunnen groeien tot soldaten die vechten tegen Israel. Om te voorkomen dat er een opstand uitbreekt die het voortbestaan van de staat Israel bedreigt. Maar welke garanties zijn er, hoeveel tegengeweld wordt er aangewakkerd bij zoveel onderdrukkend geweld? Niet direct misschien maar over 5, 10, 15, 20, 25, 30 jaar? Ook de middelen zullen dan zijn veranderd. En de mogelijkheden en de vormen van wraak. Kain en Abel in het meervoud en dat al eeuwen lang…. Dahlia Ravikovitch schreef dit gedicht al eerder:

On the Attitude toward Children in Times of War

He who destroys thirty babies
it is as if he’d destroyed three hundred babies,
and toddlers too,
or even eight-and-a-half year olds;
in a year, God willing, they’d be soldiers
in the Palestine Liberation Army.

Benighted children,
at their age
they don’t even have a real world view.
And their future is shrouded, too:
refugee shacks, unwashed faces,
sewage flowing in the streets,
infected eyes,
a negative outlook on life.
And thus began the flight from city to village,
from village to burrows in the hills.
As when a man did flee from a lion,
as when he did flee from a bear,
as when he did flee from a cannon,
from an airplane, from our own troops.

He who destroys thirty babies,
it is as if he’d destroyed one thousand and thirty,
or one thousand and seventy,
thousand upon thousand.
And for that alone shall he find
no peace.

Dahlia Ravikovitch

De schrijfster vertelt erbij dat dit een variatie is op een gedicht van Natan Zach dat op een sarcastische manier handelt over de vraag of er overdreven werd in het aantal kinderen dat vermoord werd in de Libanonoorlog in 1982.
De zinsnede He who destroys …babies komt uit de Babylonische Talmud, Sanhedrin 4:5: “ He who destroys a single human soul…., it is as if he had destroyed an entire world.”
De zinsnede As when a man did flee from a lion, as when he did flee from a bear,
slaat op Amos 5:19 over het gevaar van de apocalyptische verlangens.
De gedichten van Ravikovitch zitten vol verwijzingen naar de bijbel en de Talmud, de Joodse traditie waarin wijzen hun opvattingen hebben verwoord.
Maar de huidige Israelische regering is op alle fronten doof – en het beroep van de radicaal-rechtse regeringsdeelnemers en aanhangers op de bijbel om hun claims te staven stoelt nergens op en is een ‘vrome’ maar zeer gewelddadige fantasie die in niets afwijkt van het gedrag in het Kremlin of waar ter wereld ook waar oorlogen worden gevoerd om het land te vergroten ongeacht de kosten voor de zogenaamde vijand en de eigen bevolking. Kain en Abel herleven, revived, elke keer opnieuw.

John Hacking


Bron:

Ravikovitch, Dahlia, Hovering At A Low Altitude. The collected poetry of Dahlia Ravikovitch. Translated from the Hebrew by Chana Bloch and Chana Kronfeld, New York London, 2009, (W.W. Norton & Company)

Ein jüdischer Garten angelegt von Itamar Gov, Hila Peleg, Eran Schaerf, München 2022, (Hanser)