Vrijmoedig durven spreken

Parrhêsia

Woorden doen ertoe. Maar vaak worden woorden ook te serieus genomen, wordt elke uiting breed in media uitgemeten, alsof het heil van de wereld op het spel staat, zoals we dagelijks kunnen meemaken met de blaaskaak uit het Witte Huis die denkt dat de wereld van hem is. Door al die aandacht en daardoor bevestiging denkt deze narcist dat hij belangrijk is en dat hij er toe doet. Maar hij staat al met een been in het graf. En hij wordt veel te weinig tegengesproken, op zijn nummer gezet en genegeerd. Hij is een uithangbord, een reclame-uiting van een club die hem aanstuurt en die dankbaar gebruik maakt van de chaos die hij veroorzaakt. Hoe meer chaos hoe beter, hoe sneller een autoritair regime orde op zaken kan stellen. Maar eerst moeten de spelbrekers, de critici, de vermeende vijanden buiten spel worden gezet want anders kan het eigen programma niet worden uitgevoerd. (Zie Project 2025, daar staat het allemaal zwart op wit: https://www.documentcloud.org/documents/24088042-project-2025s-mandate-for-leadership-the-conservative-promise/)

Wat is dat eigen programma? Het is een terugkeer naar de jaren vijftig van de vorige eeuw waarin vrouwen nauwelijks rechten hadden net als de zwarten en de hispanics Het is een wereld waarin de man de baas is en waarin hij en hij alleen de politieke en economische lijnen uitzet, onder het mom van democratische vrijheid en ethische superioriteit. De baas, die de ander hoogstens tolereert als deze braaf de aanwijzingen uitvoert en niet tegenstribbelt omdat hij/zij zelf ook iets in de melk te brokkelen wil hebben. Alles wat niet bij de eigen (blanke, gelovige, politieke, conservatieve) club hoort is per definitie verdacht en wordt als potentiële vijand beschouwd die als mogelijk gevaar beheerst moet worden. Daartoe dienen zich nu nieuwe en afschrikkende middelen aan.
Door de inzet van mogelijkheden om de burger op allerlei manieren te bewaken en te controleren en door de toepassing van Artificial Intelligence systemen die al deze data verzamelen, combineren en analyseren ontstaat een breed instrumentarium om macht uit te oefenen. Alles wat afwijkt is per definitie verdacht, elke stem (op sociale media en elders) die die zich kritisch uit tegenover het regime, of die getuigt van afwijkende opvattingen en leefpatronen wordt vastgelegd om later adequaat bestreden te worden. Iedereen die opkomt voor vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van sekse, vrijheid van dwang via economische, politieke, ideologische middelen om de burger en in het groot het (andere) land, (in de geopolitieke context van de wereld) te dwingen en te manipuleren, is een vijand en wordt als vijand vastgelegd. De AI-algoritmen kennen geen erbarmen, net zo min als de volledige autonome wapensystemen die nu worden ontwikkeld om de vijanden op het slachtveld te vermorzelen.

Dat is op dit moment de stand van zaken. Alle dictators, alle potentaten, als ze kapitaalkrachtig genoeg zijn en als ze genoeg vrienden hebben in de technologiewereld die daar voldoende brood in zien, zullen deze middelen inzetten om hun burgers te manipuleren en te controleren. Democratie is er slechts nog in naam. De uitkomst ligt van tevoren vast, digitaal is alles te programmeren en te manipuleren. Of ook die schijn wordt verworpen met het argument dat democratie in feite alleen maar een verzameling van hindernissen is. Hindernissen die voorkomen dat ‘rationele’ oplossingen, die door technocraten en politieke leiders voor problemen zijn bedacht, tot uitvoer kunnen komen. Vooral door de vertragingstactieken die tegenstanders dan inzetten via rechtspraak en media-aandacht en uiteindelijk politieke besluitvorming. Democratie werkt in un ogen dan alleen maar vertragend en teveel stemmen komen aan het woord. In het oude Griekenland kende men hetzelfde vraagstuk.

De Franse filosoof Michel Foucault vestigt hier de aandacht op in zijn boek met de titel ‘De moed tot waarheid. Het bestuur van zichzelf en de anderen II’, een weergave van een serie interessante colleges gehouden in 1984 in Parijs. Het gaat o.a. over vrijuit (kunnen) spreken (een van de betekenissen van het Griekse parrhêsia ) ook tegenover degene die de ‘baas’over je is.
Foucault beschrijft het bewustzijnsproces in het oude Griekenland van de burgers/filosofen die altijd rekening houden met de uitwassen van een heerschappij ofwel door een heerser, monarch/vorst, (die als tiran kan optreden), ofwel door een groep van aristocraten ofwel door het ‘volk’ wat daar dan ook voor door moge gaan. Een tekst die ook op dit moment zeer actueel is, ook omdat niet alleen de waarheid in het geding is maar ook de persoonlijke vrijheid van elke burger. De waarheid is altijd het eerste kind van de rekening bij politieke manipulatie en machtsmisbruik, het tweede kind is de vrijheid van de onderdaan en uiteindelijk zijn welzijn want zijn leven kan op het spel komen te staan. Zeker als de machthebber uit is op zijn vernietiging. En die begint altijd met het mond-dood maken van de tegenstanders. Foucault zegt, ik citeer:

We moeten altijd in gedachten houden dat het personage van de Vorst, zijn persoonlijke en monarchale macht een of meer gevaren met zich meebrengt. Deze gevaren worden nooit vergeten, noch uitgevlakt. Achter dat alles is altijd – ook als het afgezwakt of wat vervaagd is – het beeld werkzaam van de tiran als degene die, in zijn persoonlijke macht, de waarheid niet accepteert en niet kan accepteren, omdat hij alleen doet en wil doen wat hem aanstaat. In zijn wil om alleen dat te doen wat hem aanstaat is hij bereid om slechts naar vleiers te luisteren, die hem inderdaad zeggen wat hem aanstaat. Ook als hij naar de waarheid zou willen luisteren, zou niemand hem haar durven zeggen. Dit schema, deze figuur, dit negatieve oordeel over de persoonlijke, monarchale en tirannieke macht is een constante in het Griekse denken.

Ik vermoed dat een (over)groot deel van de politici die de politieke leider ondersteunen van het kaliber ‘vleier’ zijn, zeker als de leider voortdurend dreigementen uit en mensen die het niet met hem eens zijn, belachelijk maakt. Het beste voorbeeld vinden we in de centra van de macht in Washington, Moskou en Peking, maar ook in tal van andere kleinere landen waar de politieke medezeggenschap, persvrijheid en de rechterlijke macht aanzienlijk zijn ingeperkt. Er zijn momenteel meer landen die onder een autocratisch bewind vallen dan onder een democratisch bestel, in de wereld. Dat zegt genoeg. En ook democratie en medezeggenschap in politieke partijen is niet vanzelfsprekend. Kijk maar naar de landen waar de politieke leider of het partijbestuur de dienst uitmaakt, inclusief de clubs in Nederland zoals Forum voor Demagogie of de Partij Voor Verdraaiing.
Hoe een tiran kan reageren, hoe de waarheid in het geding raakt en hoe de vleier stroop om de mond van de heerser smeert blijkt uit dit voorbeeld dat Foucault aanhaalt. Ik citeer:

Een van de meest kenmerkende formuleringen ervan vindt u bij iemand als Xenophon, al is het hier ten gunste van een niet-democratische (aristocratische of monarchale) macht. Ik verwijs u naar de tekst Hiëro, waarin het ook gaat om een soort paradoxaal spel. Simonides prijst er het leven van de tiran en richt deze lofprijzing tot Hiëro. Hiëro beantwoordt elke reden die Simonides aanvoert om het geluk en de zegen van de tiran te prijzen met een klacht. Hij beklaagt zich over het harde leven van een tiran. En pas in de laatste paragraaf zal Simonides de tiran de formule aanreiken volgens welke zijn persoonlijke en monarchale bestuur voor hem en voor de stad heilzaam kan zijn. De eerste paragrafen zijn in elk geval gewijd aan het spel waarin Simonides doet alsof hij de tiran of eerder het leven, het bestaan van een tiran bezingt en waarop Hiëro antwoordt door zich te beklagen. Zo is er een paragraaf precies aan de vleierij en de parrhêsia gewijd. Simonides prijst de tiran gelukkig en zegt hem: O, jullie tirannen, jullie zijn gezegend. ‘Want in wat het fijnste is om te horen, lofprijzingen, komen jullie nooit tekort. Iedereen om u heen zal alles van u prijzen, wat u ook zegt of doet. En wat het naarste is om te horen, scheldwoorden, daarvan blijven uw oren vrij.
Niemand spreekt kwaad van een dictator in diens bijzijn.” Waarop Hiëro antwoordt met zich te beklagen over zijn positie van tiran en te verklaren hoe moeilijk het is om tiran te zijn: ‘En wat voor plezier geeft zo’n gebrek aan kwaadsprekers wanneer je maar al te goed weet dat zulke zwijgers allerlei kwaads van de dictator denken? Wat voor plezier heb je van mensen die je prijzen, wanneer je mag aannemen dat hun lof enkel voortkomt uit vleierij?”
Deze voorstelling van de tirannie als bestuursvorm die onverenigbaar is met het waarheidspreken, de tirannie als uitverkoren land voor het zwijgen en de vleierij, is een gemeenplaats die in verschillende variaties veelvuldig voorkomt in heel de Griekse literatuur.

Kan een tiran ooit de waarheid te weten komen met zoveel vleiers om zich heen, zoveel politieke adviseurs die de zaken mooier voorstellen dan ze zijn, die suggereren dat de behaalde resultaten groter zijn dan ze in werkelijkheid en in waarheid zijn?
In USAbyss doet de heerser dat allemaal zelf: alles in tienvoud overdrijven en alle lof zichzelf toezwaaien ook al is er geen snars van waar. De ene op de andere leugen stapelen en al kletspratend zijn publiek uren stilhouden want elke tegenstand, elk weerwoord roept alleen maar agressie op bij de grote leider. Want door God gered bij een aanslag en met een wraakmissie voorzien is hij van mening dat hij het allerbeste is wat het land is overkomen. De overweldigende meerderheid bij de verkiezingen heeft alleen maar versterkend gewerkt bij dit waanidee. De ‘messias’ himself – in feite een Satansknecht – want die spint garen bij al die chaos, al dat overheidsgeweld en al die verdeeldheid – weet van geen ophouden en vuurt een salvo van onbenullige en kwetsende leugens op zijn publiek af waarbij de kritische politieke leiders in eigen land en elders het moeten ontgelden. Dan kan hij zichzelf groot en machtig voelen, en vooral onbegrensd.
Foucault verwijst naar andere teksten uit de oudheid waarin de waarheid en het waarheid vinden op het spel staat in de politieke constellatie van die tijd, hij zegt, ik citeer:

Ik verwijs u naar de interessante passage in de Politica, waar Aristoteles zegt dat de tiran spionnen de stad instuurt, die hem moeten vertellen wat er werkelijk gebeurt en wat de burgers werkelijk denken.” Aristoteles’ commentaar luidt dat deze poging om de waarheid over de stad te weten te komen, voor de tirannen slechts tot precies het omgekeerde resultaat kan leiden van dat wat zij zoeken. Want wanneer de burgers weten dat zij bespioneerd worden door mensen die de waarheid van wat zij zeggen of denken aan de tiran zullen rapporteren, dan houden zij natuurlijk dat wat zij zeggen en denken geheim en kan de tiran de waarheid niet weten. Het idee dat het waarheidspreken in de tirannie even moeilijk plaatsheeft als in de democratie of de demagogie (de negatieve, ongunstige naam voor
de democratie), vindt u eveneens in de Politica (V, II, 1313b). Juist de vleierij, zegt Aristoteles, wordt in die twee bestuursvormen zeer hoog aangeslagen. In democratieën vervult de demagoog de rol van vleier, want hij is een soort ‘vleier van het volk’. In tirannieën spelen ‘degenen die nederige omgang met de tirannen hebben’ die rol van vleier. ‘I…] want dat is nu juist de taak van vleierij. […] Tirannen worden graag gevleid, terwijl iemand die een vrije geest heeft dat niet zou doen.

Er is echter ook hoop: stel dat de leider zich wel laat tegenspreken, stel dat hij openstaat voor kritiek, stel dat de raadgevers de ziel van de leider kunnen raken waardoor hij van mening verandert, of anders naar de werkelijkheid durft te kijken. In het Oude Griekenland had de democratie bij de filosofen als Plato e.a. geen goede papieren omdat in hun ogen teveel ‘domme’ stemmen -(vooral op eigenbelang gericht en niet op het heil van de staat) – het debat konden bepalen, (hoewel alleen de mannen van de gegoede burgerij spreek- en stemrecht hadden). En hoe maak je beleid en voer je wetten uit ten behoeve van allen, als zovelen hun zegje willen doen en overtuigd zijn van hun eigen gelijk en belang?
Natuurlijk kunnen we deze oudheid niet gelijkstellen aan onze tijd want onze vorm van democratie is toch een andere: niet rechtstreeks maar ‘getrapt’: anderen spreken namens ons en anderen vormen samen een club, een partij, die beweert onze belangen voor het voetlicht te brengen en te verdedigen in de gremia die daarvoor zijn ingericht. Deze anderen moeten dan ook ons (leden van en uit het ‘volk’) ervan zien te overtuigen dat onze belangen het beste in hun handen worden beschermd en gediend. En de vorm van onze overheid verschilt aanzienlijk, alleen het ambtenaren apparaat al, los van de scheiding der machten.
Foucault haalt voorbeelden aan van heersers die wel oprecht willen luisteren naar hun raadgevers en die de waarheid die ze ontdekken laten gelden. Hij zegt, ik citeer:

“Maar niettegenstaande de gevaren die het Griekse denken aan tirannieke besturen toekent, niettegenstaande het gevaar waarop het waarheidspreken in die bestuursvorm kan stuiten, kent men in die relatie tussen de Vorst en degene die de waarheid zegt, tussen de Vorst en zijn raadgevers, een plaats toe aan de parrèsiastische praktijk. En de relatie tussen de Vorst en zijn raadgever is voor de parrhêsia uiteindelijk een veel gunstiger plaats dan die tussen het volk en de redenaars.
Dat de soeverein ontvankelijk is voor de waarheid, dat er in de relatie met hem plaats is voor het waarheidspreken, wordt door een aantal auteurs erkend. In de Atheense Constitutie geeft Aristoteles er een heel goed voorbeeld van met Pisistratus, die weliswaar een tiran was, maar van wie Aristoteles een positief beeld schetst wanneer hij zegt dat hij Athene metriôs kai mallon politikôs ê tyrannikôs (gematigd en eerder republikeins en democratisch dan tiranniek) bestuurde. Voor dat eerder republikeinse en democratische dan tirannieke bestuur geeft hij een voorbeeld van parrhêsia. Wanneer Pisistratus door het land trekt, komt hij een boer tegen die aan het werk is. Hij vraagt hem waaraan hij werkt en wat hij van de situatie vind. De ander antwoordt hem: ik zou met plezier werken al ik niet verplicht was een tiende van mijn inkomsten aan Pisistratus af te staan. De boer had hem natuurlijk niet herkend, maar uit dit soort onopzettelijke parrhêsia trekt Pisistratus lering en hij stelt de boer vrij van belastingen.
Op dezelfde manier schetst Plato Cyrus, de vorst van de Perzen. Bijvoorbeeld in De wetten (boek III, 694c e.v.) laat hij in Cyrus een vorst zien die ontvankelijk is voor parrhêsia. Van het hof van Cyrus geeft hij de volgende beschrijving: de onderdanen deelden in de vrijheid, wat de soldaten moed gaf en tot vriendschap met de bevelhebbers leidde. En zoals de koning zonder afgunst hun het recht toekende om vrijuit te spreken (parrhêsia) en diegenen onderscheidde die in een of andere zaak raad konden geven, zo stelde ook iedereen die verstandig was en goede raad wist, zijn competentie en vermogens in dienst van allen. Dankzij de vrijheid, vriendschap en gemeenschapszin gedijde in korte tijd alles goed bij de Perzen. Een hof waar vrijheid van spreken heerst en de raadgevers parrhêsia kunnen gebruiken, is dus een factor voor de eenheid van de stadstaat en voor het welslagen van ondernemingen.”

Kortom parrhêsia, vrijmoedig spreken, is een instrument dat het belang van volk en staat, van burger en overheid ten goede kan komen, als aan alle voorwaarden wordt voldaan en men naar elkaar wil blijven luisteren en ook openstaat voor kritiek. Geen lange tenen dus, geen haatdragende campagnes, geen afrekeningen achteraf, en toegeven als je fout zit en de intentie hebt om de fouten te vermijden in de toekomst. Dat is heel wat en veel politici en veel heersers zijn daartoe NIET in staat. Dus in principe ongeschikt voor het ambt dat hen is gegeven. En dat komt niet rechtstreeks uit de hemel, niet van God, geen goddelijk recht, geen Droit Divin!

We hechten waarheid aan uitspraken, aan teksten dus, aan woorden. Zonder waarheid en waarheidsclaim wordt communicatie onzin, wordt zekerheid chaos, en houden we niks in handen, en hebben we alleen ons lijf, ons blote lichaam waar we niet uit kunnen stappen. Dan zijn we overgeleverd aan de willekeur van anderen die met hun lijf, hun lichaam anderen kwellen, vermoorden, of op andere manieren manipuleren (of hoogstens dulden). Zonder waarheid en kunnen bouwen op de waarheid van de woorden van anderen stort ook onze wereld in en als we meedoen in dit verspreiden van onwaarheid worden we uiteindelijk genekt door onze eigen uitspraken. We worden onthoofd, gemolesteerd door de onwaarheid die we verspreiden en houden niks in handen.

Maar het is nooit zwart-wit, altijd is er differentiatie, onderscheid, zijn er lagen, zijn er betekenislagen en zijn woorden niet vast te pinnen op één betekenislaag, op één waarheid. Dat heet hermeneutiek: de betekenissen zijn er in vele soorten, en in veel lagen, en dat naar boven halen is geen eenvoudige klus. Je hebt waarheden achter de woorden, onder de woorden, wars van alle woorden. Ook stapels lijken van vermoorde mensen spreken een waarheid. Je hebt symbolische taal, metaforische taal, fantasievolle taal, en ga zo maar door. Zoveel mensen, zoveel talen, zoveel betekenissen en dat bijna tot in het oneindige. Je bent en kunt nooit helemaal zeker zijn dat je de betekenissen en de waarheid daarvan kunt kennen en kunt bovenhalen uit een tekst, uit een gesprek, uit een uitspraak. Er is altijd een voorbehoud, een maar, een mogelijkheid om van perspectief te wisselen. En perspectiefwisseling brengt vaak andere waarheden aan het licht. En wat is de uitgangspositie, zeker in de politiek, in de religie, in de economie, in de kunst? Spreek je als machthebber, als onderdaan, spreek je als gezagsdrager of als eenvoudige gelovige, spreek je als een rijk iemand of als een armoedzaaier? Typisch, alsof armoede gezaaid kan worden door hen die niks hebben. Het zijn toch eerder de rijken die armoede veroorzaken door de ongelijkheid in de verdeling van bezit met hand en tand te verdedigen?

Religieuze waarheden, dat wil zeggen woorden en teksten die als religieuze waarheid worden ervaren en als zodanig worden beschouwd, zijn uiteindelijk ook altijd teksten die worden geïnterpreteerd. Hoeveel geschiedenis er ook aan vooraf is gegaan, het blijven teksten, woorden, geïnterpreteerde situaties en uitspraken van voorgangers, schrijvers van lang geleden. Je beroepen op de bijbel of een ander geschrift om je gedrag te rechtvaardigen is eigenlijk een zwaktebod want hoe weet je zo zeker dat je het gelijk aan je kant hebt? Hoeveel waarheid denk je in pacht te hebben om te kunnen beweren dat jij de teksten uit de bijbel begrijpt, kent en ook kunt toepassen?
Wat zien we in praktijk? Er wordt altijd een keuze gemaakt uit teksten die in het eigen straatje passen. Het beleid en de daden zijn een uitwerking daarvan. Waarom zijn veel evangelische christenen geobsedeerd door homoseksualiteit, door abortus, door euthanasie, terwijl alle drie fenomenen zo niet in de bijbel voorkomen? Waar komt die obsessie vandaan en waarom zie ik zo weinig echte daden van naastenliefde, zoals opkomen voor de vreemdeling, het verdedigen van de rechten van de vreemdeling, het behandelen van de vreemdeling die ook je naaste is? Het ondersteunen van ICE in de VS is hetzelfde als het ondersteunen van de nazi-knokploegen en bruinhemden in de Hitlertijd. Er is nauwelijks verschil want het gedachtengoed, “ik eerst-ik op nummer 1”, is hetzelfde. Het ondersteunen van een moorddadig regime in Israel, in Myanmar, in Soedan, in Syrië, in Rwanda, in Kongo, in Ethiopië, in Rusland, en dan noem ik maar een paar landen, laat zien dat humaniteit als ideaal en als waarde ver achter is gelaten en dat het recht van de sterkste regeert en zeker niet de waarheden uit de bijbel of de koran.

Trouwens als de woorden, als de teksten, als de geschriften zo’n heilige status hebben gekregen, wie ben jij dan (en zeker zonder grondige kritische studie) om ze zwart-wit over te nemen en zogenaamd in naam van God toe te passen? Op welke schriften beriep Abraham zich, of Mozes? Op géén, want die waren er niet voor hen zoals nu de bijbel er is voor ons. Mozes ontvangt de tien geboden, in steen gebeiteld. Een richtsnoer, maar de uitwerking vroeg veel denkwerk en veel overleg met de oudsten en wijzen van het volk. Dus een massa aan geboden was het resultaat. En zelfs vele herschrijvingen, vele nieuwe interpretaties. Ware dit niet zo, dan was een boek zoals bijvoorbeeld Deuteronomium (Tweede Wet) niet ontstaan. En ook het hele Nieuwe Testament zou er niet geweest zijn ondanks het optreden van Jezus. Achteraf, vaak honderden jaren daarna, werden zaken op schrift gezet, om ervan te leren, om na te volgen, om te interpreteren, en de bijbel, de verzameling boeken, zoals we die nu kennen, is door vele handen en hoofden gegaan. Becommentarieerd, bekritiseerd, aangepast, veranderd en toegepast op concrete situaties en aangepast aan praktische problemen in die tijd. Idem de koran. Alleen al de vele gevonden varianten in tekst en uitwerking laten dit zien, voor zowel bijbel als koran. Wat is het nou? Welk woord is dan wel waar en welk niet, als er meerdere mogelijkheden zijn in een tekst?

Je ergens op beroepen, op waarheid bijvoorbeeld van een woord van God, het zegt meer over jou dan over het woord van God. Het zegt vooral dat jij je eigen onzekerheid maskeert, verbergt, niet waar wil hebben, en het woord van God als schild, als wapen wilt inzetten. Je hoeft je nergens op te beroepen, handel maar in de geest van het woord van God, en doe er het zwijgen toe. Gebedsgenezing verkopen voor veel geld en volgelingen een worst voorhouden als ze maar betalen (frontrunners) is gewoon oplichterij, hoeveel bijbelcitaten er ook bij worden gehaald om het vuur van de volgelingen op te stoken. Ik noem dat crimineel gedrag. Valse profeten en een gevaar voor de waarheid van de religie die zo wordt misbruikt.

Vrijmoedig spreken, parrhêsia, moet niks hebben van vleierij, van godsdienstige kwezelarij en volksverlakkerij om er zelf financieel beter van te worden. Elke ‘profeet’, elke voorganger die in een publiek optreden (en via internet en sociale media) geld vraagt voor het verspreiden van ‘het woord van God’, die zich laat betalen voor zijn diensten in ‘naam van God’, en die weigert om dat niet belangeloos te doen, is een oplichter en valse profeet. Een wolf in schaapskleren, een belediging voor de wolf want die is tenminste eerlijk en draait er niet om heen als hij zijn gezicht laat zien.
Parrhêsia kan gevaarlijk zijn, het kan je de kop kosten, je leven kun je verliezen. Maar wat is beter, een leven in slavernij, leven onder knoet van de leugen(s), onder zelfbedrog en vleierij, of een leven in vrijheid zonder zekerheden, zonder vaststaande waarheden, maar wel met een hoopvol hart dat vol is van menselijkheid in woord en daad?

John Hacking
23 januari 2026

Bron:
Foucault, Michel, De moed tot waarheid. Het bestuur van zichzelf en de anderen II, Amsterdam 2011 (Boom), Pag. 81-86


Dank je wel voor je reactie - Thanks a lot for reacting