Avanti, avanti

DSCN9574

Uit het leven van Maria, de vlucht naar Egypte – pigment op papier 50×70 cm (2014)

Avanti Avanti

Onze huidige kardinaal van het bisdom Utrecht kan men niet betrappen op visionair inzicht of profetisch handelen. Zijn wijze van werken is eerder die van een boekhouder te noemen. Rekenen en berekenen. Financiële argumenten worden vaak ingezet om het handelen en de genomen besluiten te beargumenteren en te funderen. Zo was het tot nu tijdens zijn bisschopsambt te Groningen en later te Utrecht als mensen moesten worden ontslagen of als het seminarie daar moest worden gesloten. (Wat inmiddels weer teruggedraaid is).
Toch heeft hij een poging ondernomen om zijn visie op de toekomst te schetsen in het document: “Het geloof in Christus vieren en verbreiden in het derde decennium van de 21ste eeuw” Utrecht, Hoogfeest Christus, Koning van het heelal, 23 november 2014. De kardinaal stelt dat, ik citeer: “In de afgelopen tien tot vijftien jaar zijn de parochies in ons aartsbisdom overspoeld met beleidsnota’s, waarin vergaande plannen werden ontvouwd om te reorganiseren. Wat dat betreft hebben we als Kerk de overheid en het bedrijfsleven ver achter ons gelaten. Vanaf 2002 ontstonden samenwerkingsverbanden tussen de parochies in de vorm van parochieverbanden. Tussen 2007 en 2011 zijn de 326 toenmalige parochies gefuseerd tot 48 grote tot zeer grote parochies. Deze omvatten 3 tot wel 13 oorspronkelijke parochies. Binnen deze reorganisaties bleven de kerkgebouwen in het algemeen behouden.”
Dat hij geen profeet is weet hij zelf en hij geeft dat ook toe maar toch voelt hij de behoefte om de beminde gelovigen te waarschuwen voor de nabije toekomst. Hij schrijft, ik citeer: “Schertsenderwijs werp ik weleens de vraag op hoe ons aartsbisdom eruit zal zien in het jaar 2028, waarin ik volgens het kerkelijk recht wegens het bereiken van de 75-jarige leeftijd aan de paus mijn ontslag moet aanbieden. Een profeet ben ik niet. Maar ik hoef ook geen profeet te zijn om iets te kunnen zeggen over de Kerk en de parochie in het derde decennium van de 21 ste eeuw. Wel is een waarschuwing vooraf op haar plaats: het toekomstbeeld kan schokkend zijn voor wie gehecht is aan de oude kerkstructuren die in ons aartsbisdom voor een groot deel nog bestaan, maar in de komende jaren snel van het toneel zullen verdwijnen. We zijn hard op weg naar een aartsbisdom dat aan het einde van het derde decennium van deze eeuw minder dan de helft van het huidige aantal parochies zal tellen.”
Toen hij aan de paus dit verhaal vertelde dat heel veel kerken zullen moeten worden gesloten was deze wel geschokt maar hij zei ook “avanti”, dat vooruit, verdergaan betekent volgens de kardinaal. Niet omkijken in nostalgie, niet depressief worden maar de krachten bundelen, dat is het motto. Als we onze verantwoordelijkheid in deze niet nemen, zo de kardinaal, zijn we als een kerstboom zonder wortels waarvan de naalden na een paar weken op de grond liggen. Het is ook geen zaak om schuldigen aan te wijzen, bisschoppen bevoorbeeld die vasthouden aan de leer en liturgie van de kerk alsof daar de oorzaak zou liggen van de kerkverlating. Ook de priesters, diakens en pastoraal werkers zijn niet de zondebok. De oorzaak ligt vooral hierin, ik citeer: “Als gevolg van een cultuuromslag hebben jongeren in de tweede helft van de jaren zestig de Kerk massaal verlaten. In het verlengde hiervan hebben zij het christelijk geloof niet of nauwelijks aan hun kinderen doorgegeven.” Dus we zitten nu met de gebakken peren.
Maar toch gaat de kardinaal in mijn ogen wel heel erg snel in zijn analyse van de recente geschiedenis, alsof de invloed van conservatieve bisschoppen zoals Gijsen en Simonis er niet toe deed. Zij waren het, met goedkeuring van Rome, die niet alleen zogenaamde vrijdenkers maar ook heel veel geboren en getogen trouwe katholieken tegen zich in het harnas hebben gejaagd. Wat na Vaticanum Twee in Nederland begon als een hoopvolle beweging in de kerk van onderop, eindelijk zou er ruimte komen voor getrouwde priesters, misschien ook wel vrouwelijke ambtsdragers, eindelijk ruimte voor de leek in de liturgie, is met veel door Rome gesteund elan nooit van de grond gekomen. De restauratie werd ingezet met het voornaamste argument dat het kerngegeven van het kerkelijk leven de eucharistie is, en die kan alleen door de priester bediend worden. En de priester is en blijft een ongehuwde celibatair levende man. In de zeventiger jaren, toen ik pastoraal-theologie studeerde, was het al zichtbaar dat de eucharistie zou worden ingezet om het priesterambt te beschermen en vooral ook af te schermen tegen de zogenaamde “nieuwlichters” die op de theologische opleidingen mannen en vrouwen opleidden tot dezelfde priestertaken. Veel priesters die eerder werden opgeleid legden het op missionair, diaconaal en vooral intellectueel vlak (exegese, kennis van de geschiedenis, de kerkelijke leer, de dogmatiek) af tegen de nieuwe lichting van pastoraal werkers en werksters die een veel gedegener en meer op het pastoraat toegespitste opleiding hadden genoten. Sociologie en psychologie kwamen op de theologie-opleidingen voor pastoraal werkers in plaats van bv. hoe te leren voorgaan volgens de Romeinse ritus met alle oefeningen die daarbij hoorden. Gespreksvoering, drama, rollenspel, supervisie, intervisie en theologische reflectie op eigen denken en handelen in plaats van een mariologie uit 1912 of het neothomisme. In feite hebben de theologische opleidingen voor pastoraal werkers in die tijd de kloof bloot gelegd die er bestond tussen het ouderwetse seminarie en de moderne tijd. De seminaries die later werden gesticht door Gijsen en anderen zijn als het ware weer terug bij af als zij de ontwikkelingen van de moderne tijd niet in hun curriculum meenemen. En ik vermoed dat hier een groot probleem schuilt bij de nieuwe lichting jonge priesters. Bespreking op de opleiding van de eigen seksualiteit, de omgang met homoseksualiteit , een leven in onthouding en in het aangezicht van veel begeerten en verlangens, in onze maatschappij prominent aanwezig, lijkt vooral nog niet echt plaats te vinden, met alle gevolgen van dien. Dan heb ik het nog niet over de invulling van de pastorale taken die heel wat meer omvatten dan voorgaan in de liturgie.
Toch wil onze kardinaal deze priesters tot de vaandeldragers maken van de nieuwe ontwikkelingen in de kerk. Zij dragen enkel en alleen de eindverantwoordelijkheid want zij zijn pastoor. Voor de anderen is er gezien de krimp in de kerken geen plaats meer, en ook dit wordt beargumenteerd op basis van geld, ik citeer: “Door de vermindering van de beschikbare financiële middelen wordt het aantal betaalde medewerkers in de parochies rap minder. In 2010 heb ik besloten alleen nog onbezoldigde diakens te wijden en geen bezoldigde, omdat valt te voorzien dat in de niet meer zo verre toekomst de aartsbisschop van Utrecht, die immers een op het kerkelijk recht gebaseerde zorgplicht heeft ten opzichte van de in zijn bisdom geïncardineerde priesters en diakens, hun geen inkomen meer kan garanderen en daardoor jegens hen niet meer aan zijn zorgplicht kan voldoen. Over een tiental jaren zullen er nog slechts zeer weinig en aan het eind van het volgend decennium nauwelijks nog pastoraal werk(st)ers zijn.” Opvallend is dat dit toekomstplan dus voortbouwt op een besluit uit 2010. Wat toen gezaaid is, wordt nu geoogst als visie op de toekomst. “Avanti” is dus hier een voortzetten van een ingezette weg die pastoraal werkers en diakens uitsluit om een grotere rol te vervullen binnen het kerkelijke ambt.
In een drieslag voor de toekomst, namelijk: kerntaken – nabijheid – innovatief pastoraat wordt een beeld voor morgen ontworpen. Minder gelovigen, minder kerken, minder priesters, minder taken zou je zo zeggen, maar de schijn bedriegt. De eucharistie is en blijft naast de sacramenten het hart van de kerk. De priester de enige bedienaar. Onbezoldigde vrijwilligers en enthousiaste jongeren mogen de catechetische, missionaire en diaconale taken met veel vuur vervullen. En dan maar hopen dat het enthousiasme voor het Rijk van God laaiend blijft. Eigenlijk in dit visie-stuk niets nieuws onder de zon, alleen maar voortzetting van een neergaande lijn en roeien met de riemen die je hebt.
Avanti, avanti, stel ik me toch iets anders voor. Niet de gelovige staat in dit stuk centraal maar de priester en de overgebleven kerkgebouwen waar eucharistie kan worden gevierd. Stel nou eens dat we, als we echt zouden durven terugkijken naar het begin van de eerste kerkgemeenschappen, en we hiervan zouden willen leren, wat zou er dan moeten gebeuren om de toekomst wat prettiger voor te stellen en ook met wat meer perspectief? Deze eerste gemeenschappen waar de apostel Paulus over spreekt hebben geen vaste structuren zoals wij die nu kennen. Priesterfuncties waren er nog niet, mannen en vrouwen gingen voor in gebed en in het delen van het brood. De middeleeuwse discussie over het lichaam van Christus was nog ver weg en het lichaam van Christus was vooral de gemeenschap van gelovigen die bij elkaar kwamen om brood te breken en wijn te delen. Niet het brood zelf of de wijn, maar de gelovigen waren het lichaam. Dat vind ik een mooi en inspirerend beeld. Het zet de gelovige in zijn kracht als deel van dit lichaam. De priester als voorganger, presbyteros, gaat voor in gebed maar hoeft niet het alleenrecht te hebben. Want als hij er niet is kan er zeker niets plaatsvinden op het terrein van breken en delen en het ontvangen van sacramenten? Dus met andere woorden, een visiedocument dat bouwt op enkel de aanwezigheid van priesters op het sacramentele vlak is wel erg naïef en vertrouwt wel heel erg op de kwaliteiten van deze priesters, alsof het godsvolk geen andere krachten kent en geen andere kwaliteiten heeft. De eerste bisschop die het aandurft om de gelovigen op te roepen om ook op het sacramentele vlak verantwoordelijkheid te nemen zal, zo voorspel ik, zijn oren en ogen niet geloven, want het godsvolk zal dat met alle vreugde oppakken. Maar wie durft? Wie durft de gelovige in het middelpunt te plaatsen van de pastorale praktijk zonder de scheidslijnen te benadrukken die er nu liggen tussen ambtelijk priesterschap en leken? Wie durft op plekken die klein zijn, veraf liggen, de gelovigen zelf verantwoordelijk te maken voor hun gelovig leven inclusief het vieren? We zullen zien wat de toekomst brengen zal.

JohnHacking
13 december 2014 – dag voor de 3e zondag van de Advent – Gaudete!