En ze legde hem in een kribbe

DSCN9572

En ze legde hem in een kribbe

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude.
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. Lukas 2,6-7 uit de Statenvertaling

De dagen werden vervuld, dagen van zwangerschap, advent, en zij baarde haar eerst geboren zoon “nion proto-tokon”. Hij werd in doeken gewikkeld en neergelegd in de kribbe, de voederbak. Hieruit heeft de traditie afgeleid dat het een plek moet zijn voor dieren, een stal, een grot waar ze verbleven. De eerstgeboren zoon, de verlosser in spé, aangekondigd in de ontmoeting tussen Maria en de engel Gabriël, geboren in armoedige omstandigheden. Een eerst geboren zoon, waarschijnlijk waren er dan nog meerdere die zouden volgen. De evangelies spreken over broers die samen met hun moeder Jezus opzoeken als hij volwassen geworden is en predikt voor de menigte. Maar de kerkelijke traditie wil hier niets van weten want Maria als moeder van de Zoon van God dankt haar roem enkel en alleen aan de geboorte van de verlosser, de Messias. Andere kinderen zouden dat beeld alleen maar kunnen vertroebelen en misschien ook de (oorspronkelijke) maagdelijkheid van Maria “im Frage” stellen. Die maagdelijkheid is onlosmakelijk verbonden met de aankondiging van de geboorte door de engel Gabriël als hij Maria erop wijst dat ze zwanger zal worden ook al heeft ze geen man gekend, heeft niemand haar bezwangerd. Maar Gods kracht zal over haar komen en Maria stemt toe, zij stemt in met haar toekomst. “Uw wil geschiedde” klinkt het. Amen.

Er was geen plaats in de karavanserai, de herberg, de plek waar werd gegeten, de dieren werden uitgespannen en waar werd overnacht. Geen hotel zoals wij ons dat nu misschien voorstellen, maar een plek waar reizigers samenkomen om te rusten en verhalen uit te wisselen. Op zich geen teken van discriminatie dat er geen plek was. Vol is vol. En als het zo druk is dat iedereen op weg is kan dat snel gebeuren. Het werd dus een soort van stal waar ze onderdak vonden. Gelukkig maar. Franciscus heeft in de lijn van Jesaja dit gegeven opgepakt om ook de os en de ezel aanwezig te laten zijn bij deze blijde gebeurtenis van de geboorte. Want zo Jesaja, deze dieren kennen hun plaats en hebben weet van God. Dit in tegenstelling tot het volk van God dat achter de afgoden aanholt. Eigenlijk wordt er niet zoveel verteld in deze twee korte verzen. Maar de traditie, de eeuwenlange geschiedenis is er door geïnspireerd en velen denken nu te weten hoe het zit en vooral hoe het er heeft uitgezien. Schilders verbeelden een armoedige stal, met zuilen, afgebrokkeld, het Huis van David, als ruïne, een kind op de naakte grond, de goddelijke zoon rechtstreeks uit de hemel gevallen. En allen in aanbidding om dit goddelijk wezen. Maar hij lag gewoon in een kribbe, meer niet. Over aanbidding geen woord. Herders komen na te zijn gewaarschuwd voorbij, en ook nog sterrenwichelaars. Zij brengen ouders en kind hulde en aanbidden wat zich voor hun ogen toont in doeken gewikkeld. Zie hier de bron voor deze uitbeelding. Maar als je strikt genomen deze twee verzen leest wordt er met geen woord gerept over God, over een Zoon van God of over een Messias. Laten we ons daarom maar beperken tot wat we hier lezen anders komt de geboorte van een Zoon van God net zo uit de hemel vallen als het kindje op veel schilderijen.

Ze legde hem in een kribbe. Op het hooi, tussen het strooi. Zullen die dieren vreemd hebben opgekeken als er opeens zo’n wurmpje tussen hun eten ligt. In doeken gewikkeld. Velen hebben gewezen op het verband tussen deze doeken en de laatste doeken waarin het dode lichaam van Jezus werd gewikkeld toen hij dood en wel in het graf werd gelegd. Deze laatste doeken blijven achter als vrouwen het graf leeg aantreffen. Dus dat verband hoef ik niet meer te leggen. Blijft over het neerliggen in de kribbe tussen het hooi voor de beesten. Je snapt het al: Jezus is voedsel voor de mensheid. Jezus als geestelijk voedsel dat velen zal inspireren. Uit elk kind kan een heilige groeien of een moordenaar zei George Steiner al jaren geleden. Een mooie uitspraak. Uit dit kind zal, zo luidt de claim, de verlosser groeien voor de wereld. Dat is een hele pretentie en dat in een tijd dat de Romeinen het rijk hebben gepacificeerd. Niet met het woord, niet met het recht, niet met de economie maar allereerst met het zwaard. Dit kind zal het zwaard voorgoed afzweren. Het zal inzetten op het Woord, het doen van het Woord en het tot vervulling laten komen van het Woord van God. “Dabar” , in het Hebreeuws: dat zowel woord als daad betekent. Het Woord doet wat het zegt, zoals God in het begin van het boek Genesis de wereld schept door te spreken. In den beginne was het Woord… En op het einde zal het Woord zijn. Daartussen zitten wij ingeklemd, tussen geboorte en dood. Moge het daarom telkens een Woord zijn van leven dat ons draagt, dat duurt in ons leven en dat voedt. Zoals het hooi de os en de ezel voedt, zoals het kind in de kribbe ons gemoed kan voeden en teder maken onze wilde driften.

John Hacking
5 december 2014