Geen offers maar liefde

Overweging 11 juni 2023 Studentenkerk Radboud Universiteit Nijmegen

Welkom

Genade en vrede zij met ons allen – mogen wij het uiteindelijke doel waarom wij op aarde zijn, niet uit ogen verliezen, en er naar proberen te blijven leven.

Beste mensen, ook hen die misschien vandaag voor het eerst zijn, welkom in deze viering. Vandaag gaat het over ons. Vandaag worden wij aangesproken, zijn we deel van het verhaal en gaat het over ons. In het evangelie eet Jezus met tollenaars en zondaars. Tot groot ongenoegen van de Farizeeën, de Schriftgeleerden uit die tijd. Nou zijn we of voelen we ons misschien geen tollenaar, of zondaar, toch gaat het over ons. Waarom?

Omdat het verhaal uiteindelijk gaat over een gemeenschapsmaaltijd voor God: de tafelgemeenschap vindt plaats met God in gemeenschap met God – dat is de kern van het verhaal hier. Een relatie met God voor allen die hiervoor openstaan.

Het Heil van God staat voor iedereen open, ieder die het zich wil laten schenken!

Daar draait het hier om. Ik neem aan dat u hiervoor open staat – of misschien open wilt gaan staan. Wat we ook hebben meegemaakt, hoe zwaar het leven ook op ons drukt, de profeet Jesaja zegt het zo:  “Treurenden leg Ik een lofzang op de lippen: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij – zegt de HEER –, Ik zal genezing brengen.” Met deze hoopvolle woorden in onze oren, zo mogen wij deze viering binnengaan. Laat ons eerst zingend inkeren, zingend bidden, als lied voorleggen aan God: Het Kyriëlied – Gij die het sprakeloze bidden hoort…Doe lichten over ons uw lieve Naam…

Overweging

Motto:

Want liefde wil ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.

Hosea 6,6

Het heil van God staat voor iedereen open, die het zich wil laten schenken! Voor iedereen. Horen wij ook bij die iedereen?

Als motto voor deze viering heb ik vandaag gekozen voor een spreuk uit Hosea, die ook terugkomt in onze evangelielezing: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.” Barmhartigheid of liefde wil God – geen offers. Geen geslachte beesten op de brandstapel, geen koeien, kalveren, stieren, ossen, duiven…Of in onze tijd: geen geldbedragen, of wat dan ook…want als dat het enige is wat je geeft blijf je veilig binnen je eigen mogelijkheden – sta je niet echt open. Je geeft wat geld en klaar. Geweten gesust, religieuze plicht misschien vervuld, einde oefening. Over tot de orde van de dag… Ik druk me hier wat zwart wit uit, maar zo wordt het wel duidelijk.

God dienen gaat eerst en vooral over het dienen van je medemens. Dat kan op vele manieren. Jezus laat telkens weer zien hoe dat kan. Hij ontmoet Mattëus, de tollenaar, hij die de pacht of de belastingen int voor een andere partij. Dat recht heeft hij gekocht en wordt er zelf niet slechter van. De naam Mattëus, een afkorting van Mattenai betekent geschenk van God.

In onze lezing worden de tollenaars op een lijn gesteld met de zondaars, de amartoolos, letterlijk de mensen die dwalen, die hun doel missen. Mensen die in gebreke blijven, die afdwalen, die zich vergissen, die hun doel missen door onwetendheid of door een denkfout. In het klassieke Grieks wordt het nergens in verband gebracht met zonde- dat vindt pas later plaats in vertalingen van het  Hebreeuws naar het Grieks. In het klassieke Grieks heeft het woord een beruchte, kwade, ironische klank – een dwalende, modern gezegd een ‘wappie’.

Ook de tollenaar zou je een dwalende kunnen noemen want hij heeft het verkeerde doel gekozen – namelijk de mammon als doel. Als een tollenaar Farizeeër / Schriftgeleerde werd moest hij zijn beroep opgeven en allen genoegdoening verschaffen die hij had benadeeld. Jezus is dus aan het goede adres als hij eet met tollenaars en zondaars. De Farizeeën die hier kritiek op hebben, hebben niet begrepen dat het hier niet  om een maaltijd alleen met en tussen mensen gaat. Deze tafelgemeenschap verbindt voor God en met God. Met deze maaltijd laat Jezus zien dat zij allen open staan voor het heil van God. Dat is gratis, dat is helemaal voor niets, als je je dat wilt laten schenken. En als je de openheid en de bereidheid hebt om je dat te laten schenken raak je langzaam aan vertrouwd met God en verandert je leven.

Zijn wij zondaren, dwalen we, richten we onze aandacht teveel op de verkeerde doelen in ons leven? Ik kan die vraag niet beantwoorden voor u, maar feit is wel dat de armoede in Nederland en in de wereld, voor een groot deel een kunstmatig in stand gehouden situatie is.  Als we met z’n allen zouden besluiten om de welvaart eerlijker te verdelen, de hebzucht en de uitbuitingspraktijken aan te pakken en te beperken, de absurde verschillen in inkomen te nivelleren, dan zouden we heel veel aan de armoede kunnen doen: iedereen bijvoorbeeld een gegarandeerd basisinkomen flink boven de armoedegrens…Dat is niet alleen kwestie van politiek en politieke keuzes. Het is ook een kwestie op het terrein van humaniteit, menselijkheid, hoe we met elkaar willen omgaan en hoe we elkaar willen zien. Hetzelfde geldt in nog sterkere mate voor de vluchtelingen in ons midden – in ons gedrag wordt zichtbaar wat we van de bijbelse God hebben opgestoken en wat we als ongemakkelijk liever links laten liggen.

Als ik de haatzaaiende populistische praatjes hoor van sommige partijleiders kan ik alleen maar denken aan bekrompen kortzichtig egoïsme – ik kan er niks anders van maken. Ik eerst, wij eerst, ik alleen, wij alleen. Dat is het begin van de hel op aarde. Die is dan nu al aangebroken.

Het heil van God staat voor iedereen open, die het zich wil laten schenken!

Stel dat we af en toe dwalen, dat we soms de verkeerde doelen stellen. Dat we misschien door schade en schande erachter komen dat we niet op de goede weg zitten, of dat we teleurgesteld in het leven, verbitterd zijn geraakt. Of dat er zoveel lijden in ons leven komt, zoveel pijn en verdriet dat we geen horizon meer zien, geen toekomst meer, geen einde aan onze pijn. Hoe kun je dan open gaan staan voor God – hoe zijn genade, zijn heil ontvangen? Misschien door een klein stapje opzij te doen: even naast de weg gaan staan. De weg die je naar de verkeerde doelen leidt, niet blindelings volgen / doorgaan. Een pas op de plaats. Halt houden, inhouden, en jezelf afvragen waar je mee bezig bent en wat het je uiteindelijk oplevert.

Daarom heb ik jaren geleden in de tuin van de Studentenkerk een graf gegraven. Een plek om te mediteren vanuit het graf, over je leven, over je doelen, over de zin ervan en over de prijs die je bereid bent om te betalen. Een memento mori moment. Het is een uitnodiging, het hoeft niet, maar het is een kans om stil te staan en te reflecteren over je doelen, over wie je bent en wie je wilt zijn. In principe zijn we allemaal Mattëus, Mattenai, geschenk van God. Wij zijn allemaal niet de oorsprong van ons leven, van ons bestaan. We hebben het gekregen en moeten er het beste van zien te maken.  Ik vermoed dat het heil van God op heel veel plekken te vinden is. We hoeven niet ver te zoeken: dichtbij, dicht bij de mens waarvoor wij  naaste willen zijn, kunnen zijn, en letterlijk ook zijn. Thuis en op je werk. Overal waar je anderen ontmoet, overal waar je verkeert met mensen. Daarom wens ik ons veel openheid, veel ruimte, veel plek in ons leven om heil, om genade, om liefde te ontvangen en door te geven.

John Hacking

Gelezen:

Jesaja 57,14-21

Troost voor de treurenden

Toen werd er gezegd: ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok.’ Dit zegt Hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal Ik tronen met hen die gebroken zijn en nederig van geest, opdat de nederige geest herleeft, opdat het verbrijzelde hart tot leven komt. Want niet eindeloos blijf Ik twisten, niet eeuwig duurt mijn toorn. Anders zou hun geest voor Mij bezwijken, de levensadem die Ik hun gegeven heb.

Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, Ik heb hen geslagen en me in mijn woede verborgen. Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen. Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal Ik hen genezen, hen leiden en hun vertroosting schenken. Treurenden leg Ik een lofzang op de lippen: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij – zegt de HEER –, Ik zal genezing brengen.

Maar de goddelozen blijven onrustig als de zee, die nooit rust kent; haar golven woelen vuil en modder op. Goddelozen zullen geen vrede kennen – zegt mijn God.

Mateüs 9,9-13

Toen Jezus van daar verderging, zag Hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Hij stond op en volgde Hem. Toen Hij in zijn huis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met Hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’