In de stille uren


Nelle silenziose ore la tristezza
giunge matura quanto un fascio d’erba
piegato dopo il temporale.

In den stillen stunden die traurigkeit
reift wie ein bündel gras
gebogen im gewitter.

Roberta Dapunt


De oorlog woedt, mensen slachten elkaar af als beesten. Dichtbij maar meer nog veraf. Vanachter een toetsenbord of hoog in de lucht achter een bedieningspaneel waarmee de bommen worden gestuurd. De oorlog is mechanisch, de gevolgen van de slachtpartij slechts te zien op afstand. Pas als je door de straten loopt die geen straten meer zijn maar een opeenhoping van stenen en beton, van grote gaten en bergen puin, dan ga je misschien beseffen wat hier heeft plaatsgevonden en wat er dagelijks nog plaatsvindt.
Wie is er tegen bestand, wie houdt vol wat in hem leeft aan hoop en liefde? Dat de haat niet overneemt, de blinde woede niet gaat woekeren? Berusting is geen optie, verslagenheid ook niet hoewel de wanhoop misschien elke dag aan de deur klopt om binnengelaten te worden. Op een bepaald moment is het op, het is gedaan, het is voorbij. De beker met verlangens en verwachtingen is leeggeraakt. De bodem geeft niks meer bloot dan het eindeloze niets. De mens, Gods’ schepping? Een creatuur die dat dagelijks logenstraft?

Over blijft het verdriet, tranen, opeen geknepen lippen, een zwaar hart, een donker gemoed. Dagelijks voelbare pijn, het verlies in het eigen vlees gekerfd, de rouw die elk uur zwart kleurt, de dood zo alom aanwezig. Licht dat nauwelijks door kan breken omdat de wolken van vernietiging worden uitgestort over onschuldige mensen. Graven overvol, ontelbaar de lijken, de lichamen onder het puin.
De dood, de maaier, de zeis-zwaaier, is in zijn element. Wandelend over de aarde maakt hij mensen klein. Aan elke illusie, aan elke gedachte van eeuwigheid, maakt hij abrupt een einde. Politiek, economie, wetenschap, cultuur, leven begrenst hij. De dragers van dit alles, de mensen, weggevaagd. Maar stemt dit tot nadenken? Helpt dit in het relativeren en beperken van het streven naar meer, naar macht, naar rijkdom, naar verwoesting van de tegenstrevers?

De dood is een zegen als hij een einde maakt aan de oorlogshitsers, aan de overmoedigen die denken het eeuwige leven te hebben en die anderen beschouwen als afval, als uit te roeien mensen. Aan hen die president willen spelen, of politiek leider over de hoofden van onschuldigen en weerlozen. Die leven van de uitbuiting en slavernij van tallozen die zich niet kunnen verweren. De haat-zaaiers die uiteindelijk zullen branden in de hel hoe vaak ze ook roepen dat ze volgelingen zijn van de man uit Nazareth, hoe vaak ze ook hun bloed-bevlekte handen leggen op de bijbel om de ene na de andere valse eed te zweren. Hun straf zal niet mild zijn. Maar het helpt waarschijnlijk niets om dit te blijven verkondigen want de hardleersheid is harder dan het sterkste staal. Zoals de Heer het hart van de Farao verharde, zo onbarmhartig de huidige en vroegere dictatoren.

Een kleine troost blijft. Het woord behoudt zijn kracht, het woord blijft geven licht en warmte, het woord koestert, het woord roept herinneringen en gevoelens op, het woord verwoordt een uitweg, nieuwe gedachten en nieuwe ideeën. Zo de woorden van de dichter die tastend dit ervaren leven in beeld en taal als getuigenis zichtbaar maakt. Z’on dichter is Roberta Dapunt, levend in Italië, op de grens met Oostenrijk, daarom spreekt en schrijft ze in het Italiaans en Ladinisch, een taal uit dit gebied, verwant met het spreken in Tirol. Ze woont op een kleine boerderij. Vaak komen ze terug de drie koeien en het zwijn, de kat en de stal, het hooi op het veld en de alm in de bergen. Als het varken wordt geslacht is het daarna stil in de stal. Al deze ervaringen klinken door in haar gedichten. Ze laten me denken aan het leven van mijn oma dat ik als kind heb meegemaakt. Twee koeien in een donkere stal, kippen buiten op het erf, melken in het weiland, met een kleine kar en melkbussen er naar toe. Water uit slechts een kraan onder de trap, geen gootsteen maar een emmer, later pas toen het water via de waterpomp tegen de muur niet meer kon. Als kind is het allemaal doodnormaal. Pas veel later weet je nu hoe bijzonder dat was. De gedichten van Dapunt roepen die beelden weer op, hoewel zij zelf het niet makkelijk vindt om woorden te vinden, om de ervaren schoonheid uit te drukken, om de eenvoud in woorden te gieten zodat ook anderen dit kunnen ervaren. Een van haar gedichten heb ik proberen in het Nederlands te vertalen met hulp van twee vertaalprogramma’s en de Duitse vertaling: In de stille uren.



nelle silenziose ore

Nelle silenziose ore la tristezza
giunge matura quanto un fascio d’erba
piegato dopo il temporale.
Faticoso è levar da terra
la dignità grondante del tempo sterile
e pesante non si alza se non col sole.

Ma ecco il sole è un capace inganno,
chiamerà un fruscio di falce.

Cosa rimane?
Iniziare il verso li dove è fiorente rosa?
Io non riesco, non mi è dato scrivere il bel canto,
mai potrò descrivere l’incomprensibile bellezza,
non so farlo.
Perché in questo scrivere è sempre cattivo tempo
e ciò che posso è un fascio d’erba piegato
che mi riporta ogni volta al freddo pensare,
mentre aspetta sul tavolo l’arido quaderno.

Ebbene, vengano la pioggia, il fulmine e la neve
ché in essi io mi colgo, afferrandomi in fiore.


In den stillen stunden

In den stillen stunden die traurigkeit
reift wie ein bündel gras
gebogen im gewitter.
Mühsam ist aufzurichten von der erde
die nass triefende würde der sterilen zeit
und schwer hebt sie sich nicht wenn nicht mit sonne.

Aber schau die sonne ist tüchtiger trug,
sie ruft aus das rauschen der sense.

Was bleibt über?
Den vers beginnen dort wo es rosen blüht?
Mir gelingt es nicht, den hohen ton schreiben ist mir nicht gegeben,
werde die unsagbare schönheit nie beschreiben können,
schaffe es nicht.
Weil in diesem schreiben ist immer schlecht wetter
und das was ich kann ist ein gebogen bündel gras
das mich jedesmal zurück zum kalten denken führt,
derweil am tisch wartet das dürre heft.

Nun gut, es komme der regen, der blitz und der schnee
dass ich in ihnen mich sammle, mich festzuhalten in blüte.

Uit: Dapunt, Roberta, dies mehr als Paradies, la terra più del paradiso, Bozen 2016 (Folio Verlag Wien), pag. 72-73


In de stille uren

In de stille uren rijpt het verdriet
als een bundel gras
gebogen na de storm.
Het is vermoeiend om van de grond op te richten
de druipende waardigheid van de steriele tijd
en zwaar verheft ze zich dan enkel met de zon.

Maar hier is de zon is een bekwaam bedrog,
roepende het ruizen van de zeis.

Wat blijft er over?
Het vers daar beginnen waar de roos bloeit?
Ik kan het niet, het is mij niet gegeven het mooie lied te schrijven,
Ik kan nooit de onbegrijpelijke schoonheid beschrijven,
Ik kan het niet.
Want in dit schrijven is het altijd slecht weer
en wat ik kan is een gebogen bundel gras
die me elke keer weer terugbrengt naar het koude denken,
terwijl op de tafel wacht het dorre schrift.

Nou, kome de regen, de bliksem en de sneeuw
dat ik daarin mezelf verzamel, mezelf vast te houden in bloei.



Een ander prachtig gedicht gaat over haar eigen dood. Net zoals andere dichters zoals Juan Ramón Jiménez, César Vallejo en Fernando Pessoa (en vele anderen), die het einde van hun leven beschreven hebben in verzen, schrijft Roberta Dapunt over haar stervenseinde dat een keer zal aanbreken in juni. Ook hiervan heb ik geprobeerd een Nederlandse vertaling te maken:

Ora che posso obbedire a me stessa,
affilo il desiderio di rifiutarmi.
Giacché è presenza inutile il mio nome
e come di periferia il mio corpo,
spoglio di ogni incanto e desiderio.

Io morirò fulminata a giugno,
prima della pioggia, alla raccolta degli ultimi fasci.
Cadrò sul prato raso a festa
e coltiverò l’erba per essere falciata
a settembre un’ultima volta.

Non lascerò niente di cui sepellirmi.
Nessun lamento, nessuna tomba d’accudire.
Allora invecchieranno gli invemi
e sbocceranno i crochi anche dentro la greppia di questa stalla,
perché saro il fieno e come fieno saro ruminata,
lontana in conclusione dai rosari e dalle preghiere.

Mi unirò a un soffitto muto,
a un pavimento rivestito di letame.
E sarà mio dolcissimo ritorno
il silenzio che qui divora il tempo tra mattino e sera,
la veglia di un ramo d’ulivo,
riposto a ogni Pasqua
da mani ricolme di fede
che guarderò continuare.


Jetzt wo ich mir selbst zu gehorchen vermag,
mach ich messerscharf das verlangen mich zu verwerfen.
Denn unnützes dasein ist mein name
und wie im abseits mein körper,
geplündert aller zauber und alles verlangen.

Ich werde sterben in blitzen im juni,
vor dem regnen, heim ernten der letzten bündel.
Stürzen auf die festlich geschnittene wiese
und vermehren das gras gemäht zu werden
im september ein letztes mal.

Ich werde nichts lassen mich zu bestatten.
Keine klage, kein grab zu umsorgen.
Und so werden die winter überwintern
und knospen die krokusse sogar drinnen in der krippe dieses stalls,
denn ich werde das heu sein und wie heu wiedergekäut werden,
aus der weite enthalten in den rosenkränzen und den gebeten.

Ich werde eins werden mit einer stummen decke,
einem boden neu gekleidet in mist.
Und meine zarteste rückkehr wird sein
die stille die hier die zeit verzehrt zwischen morgen und abend,
das wachen eines olivenzweigs,
aufgehoben Ostern für Ostern
von händen randvoll mit vertrauen
denen ich zuschaue fortwähren

Uit: Dapunt, Roberta, dies mehr als Paradies, la terra più del paradiso, Bozen 2016 (Folio Verlag Wien), pag. 114-115


Nu ik mezelf kan gehoorzamen,
verscherp ik het verlangen om mezelf te weigeren.
Omdat mijn naam een ​​nutteloze aanwezigheid is
en hoe mijn lichaam zich aan de rand bevindt,
ontdaan van alle betovering en verlangen.

Ik zal in juni sterven door elektrocutie,
voor de regen, om de laatste bundels te verzamelen.
Ik val op het feestelijk gemaaide gazon
en ik zal gras laten groeien om te maaien
een laatste keer in september.

Ik laat niets achter om mezelf mee te begraven.
Geen rouw, geen graf om te verzorgen.
Dan zullen de winters oud worden
en zullen krokussen bloeien, zelfs in de kribbe van deze stal,
want ik zal hooi zijn, en als hooi zal ik herkauwd worden,
In de verte deel van rozenkransen en gebeden

Een-worden met een stil plafond,
met een vloer bedekt met mest.
En het zal mijn zoetste terugkeer zijn
de stilte die hier de tijd verslindt tussen ochtend en avond,
de wake van een olijftak,
met elke Pasen neergelegd
door handen vol geloof
waar ik verder naar zal kijken.



Dood en daarna een-worden, samenvallen met de wereld, de stal, de mest op de vloer, het plafond. Getuigen van de telkens terugkerende Pasen, in stilte die de beleving van de tijd geen eeuwigheid gunt, want telkens is alles weer voorbij. Cyclisch, dit leven, opgenomen in de natuur, de aarde waaruit alles is voortgekomen. Het gras en het hooi, als metafoor voor de voortdurende kringloop van het leven. Wat is de mens, wat zijn zijn ervaringen, welke belevenissen, die uiteindelijk de tijd zouden kunnen over-duren? Ook het leven van Dapunt is niet afgesloten van deze wereld, de oorlogen die woeden en het geweld dat plaatsvindt. Daarover gaat dit gedicht: Het kleed van Angelina.

il vestito di Angelina

Angelina corri a casa, c’è chi spara e c’è chi cade.
Corri, corri Angelina dal vestito che ha le f orme di chi nasce,
Angelina della vita, dai mille volti che ti passano davanti
e altrettante disperazioni.
Questo nome sono gli anni, religioni e guerre,
ora e sempre niente cambia e troppo muore.

Madri e madri e Angelina,
porta a casa questo ventre che non sa del suo confine,
perché li nell’utero il sentimento resta uguale. Uguale spina,
donne gravide a preparare la cena, a gremire i popoli
e Ie preghiere, perché tornino i figli, i loro padri.

Angelina corri a casa, corri,
corri Angelina delle nostre gravidanze.
Quanto odio a seppellire e quanto pianto,
in questo ascolto il tuo giardino devastato.
E mentre io qui ho solo un foglio a ripetere il tuo nome,
è recente sangue ed è pianto ancora nel tuo cuore


Angelinas Kleid

Angelina, lauf nach Hause, die einen schiessen, die anderen fallen.
Lauf, Iauf, Angelina in deinem Kleid mit der Form eines
Ungeborenen,
Angelina des Lebens, der tausend Gesichter, die an dir
vorüberziehen,
und ebenso vielen Verzweiflungen.
Es ist der Name der Jahre, Religionen und Kriege,
jetzt und allezeit ändert sich nichts und zu vieles stirbt.

Mütter und Mütter und Angelina,
bring diesen Bauch, der urn seine Grenze nicht weiss, nach Hause,
denn dort im Uterus bleibt das Gefühl dasselbe. Derselbe Stachel, schwangere Frauen, die das Abendbrot richten, die Völker
beleben
und die Gebete, auf dass die Söhne heimkehren, ihre Väter.

Angelina, lauf nach Hause, lauf,
lauf, Angelina unserer Schwangerschaften.
So viel Hass zu begraben und so viel Wehklagen,
in dem, was ich höre, dein verwüsteter Garten.
Und während mir hier nur ein Blatt bleibt, urn deinen Namen
zu wiederholen,
wird neuerlich Blut vergossen und ist weiterhin Wehklagen
in deinem Herzen.


Uit: Dapunt, Roberta, Synkope. Syncope, Übersetzungen von Alma Vallazza und Werner Menapace, Wien Bozen 2021, (Folio Verlag), pag. 92-93



Roberta Dapunt is opgegroeid in een gelovige katholieke omgeving. Ook haar gedichten leggen daar getuigenis van af. Haar zoeken en twijfelen, haar overgave, haar vertrouwen, haar staan in dit leven van gebed en van wandelen met God op haar eigen persoonlijke wijze. Ze verbindt bijbelse beelden en eigen doorleefde ervaringen met het heden van de wereld, het lijden, het leed van de mensen, het verdriet om het verlies van een dierbare en de rouw die plaatsvindt. In veel van haar gedichten komt dit aan het licht. Zo ook in: Verzen uit kracht van de Piëta(s).

versi in virtù della pietà

Stabat mater dolorosa
iuxta crucem lacrimosa
dum pendebat filius.

Perché a un figlio che muore per questo
non è dato risuscitare.
Sia dunque restituito alla madre che tace appassita,
alla madre che urla. Addolorata virtù dell’amore.
Sia questo figlio deposto nell’incavo tra ginocchio e seno,
solco scavato a vita. Che in questa valle,
letto di lago, cavità riempita a lacrime
succede ogni volta di nuovo un’attesa.
Poiché una madre non capisce la guerra, la madre
dei mondi e dei figli e di questo soldato
che uccide e non torna.


Verse aus der Kraft der Pietas

Stabat mater dolorosa
iuxta crucem lacrimosa
dum pendebat filius
.

Denn einem Sohn, der deswegen stirbt,
bleibt die Auferstehung versagt.

So sei er der Mutter zurückgegeben, die verwelkt ist und schweigt,
der Mutter, die schreit. Schmerzerfüllte Kraft der Liebe.
Sei dieser Sohn in die Mulde gelegt zwischen Knie und Brust,
eine auf Lebenszeit gegrabene Furche. Denn in diesem Tal,
Seebett, mit Tränen gefüllter Hohlraum,
erfolgt jedes Mal aufs Neue ein Warten.
Denn eine Mutter versteht den Krieg nicht, die Mutter
der Welten und der Söhne und dieses Soldaten,
der tötet und nicht zurückkehrt

Uit: Dapunt, Roberta, Synkope. Syncope, Übersetzungen von Alma Vallazza und Werner Menapace, Wien Bozen 2021, (Folio Verlag), pag. 94-95



Uit stof zijn wij en tot stof keren wij terug. Deze gedachte doortrekt het laatste gedicht van Dapunt dat ik hier wil voorstellen. Een somber, onheilspellend gedicht, met veel betekenislagen. Gaat het over een mens die anderen en zichzelf wil opblazen? Over een moordenaar? Over onszelf als we eenmaal dood zijn en uiteen vallen? De zinloosheid van een moordaanslag, het verspreiden van dood en verderf, ook in een oorlog wordt hier gruwelijk zichtbaar. Wat nauwelijks in woorden valt te beschrijven krijgt hier toch gestalte in een gedicht: De contouren van het stof.

il profilo della polvere

Cosi, sul cammino di un funerale
anche tu, stretto parente di molte lacrime
ti porti appresso un’adorazione mortale,
presto non ameremo che il cielo.

E ei farai esplodere e spaccare,
squarciare le carni, ei spargeremo alti
fino alle porte della separazione.
E saremo stormo di grembi aperti, voleremo,
un rovo di martiri, in un quadro feroce fioriremo.
E poi la notte, le ossa, il nostro orrore,
a suono di tamburo torneremo al suolo
in un paradiso color di cenere
che immaginavi il compenso, tu ingannato,
mostro, assassino, alzato in gloria e caduto.
Scoppio perverso, che avrai corretto con sangue
il profilo della polvere.


Die Kontur des Staubes

Und so trägst auch du, enger Verwandter zahlreicher Tränen,
auf dem Weg zu einem Begräbnis
eine todbringende Anbetung an deinem Körper,
bald werden wir nur mehr den Himmel heben.

Und du wirst uns in die Luft jagen und zerfetzen,
in Stücke reissen, wir werden uns hoch oben verstreuen
bis an die Tore der Trennung.
Und wir werden ein Schwarm geöffneter Schösse sein,
werden fliegen,
ein Dornenstrauch von Märtyrern, in einem grausamen Bild
werden wir blühen.
Und dann des Nachts, die Knochen, unser Grauen,
als Trommelwirbel werden wir auf die Erde zurückfallen
in ein aschfarbenes Paradies,
so hast du dir die Belohnung ausgemalt, Betrogener du,
Scheusal, Mörder, hochgerühmt und gefallen.
Abartiger Knall, mit Blut wirst du die Kontur des Staubes
geändert haben.

Uit: Dapunt, Roberta, Synkope. Syncope, Übersetzungen von Alma Vallazza und Werner Menapace, Wien Bozen 2021, (Folio Verlag), pag. 96-97



Het loont de moeite om alle gedichten van Roberta Dapunt te lezen. Vier bundels zijn in het Duits vertaald tot nu toe. Door haar eenvoudig leven en de wijze waarop zij daar in haar gedichten getuigenis van aflegt maakt zij een werkelijkheid zichtbaar die ook troostend kan zijn. Omdat al het streven naar roem, elke ambitie, elk verlangen naar bezit, elke vorm van buitenkant ontbreken. Dat is wat we als mensen nodig hebben, lijkt me. De eenvoud van het bestaan, het genieten van de bloemen om ons heen, de nacht, de zon, het veld, het landschap. De gang van de seizoenen, de sneeuw in de winter, de koude en de regen, de kiemende bloemen in de lente en de uitbundige vreugde in de zomer en herfst. Oorlogen zijn totaal overbodig. Niemand is er ooit echt beter van geworden. De prijs die moet worden betaald is absurd. Een vloek in de ogen van God en de mensen van goede wil. Bedaar het innerlijke geweld, koester niet de woede, volg niet de haat. Het is een weg ten dode die al het leven verwoest. Een leven wordt zo een zinloos leven, van nul en generlei waarde.

John Hacking
30 oktober 2024