4. God en leegte
Een tweede verkenning
Beim Betrachten der Leere ist immer noch Leere;
das Leere ist nicht mehr zu leeren.
Da es nichts mehr zu leeren gibt,
gibt es das Nichts auch nicht mehr.
Wenn es das Nichts nicht mehr gibt,
bleibt reine, ewige Stille.
Eine solche Stille, dass es nicht mehr stiller werden kann;
wie kann dann Begierde entstehen?
Wenn Begierde nicht entsteht,
dann ist wahre Ruhe.
Werden Dingen mit dieser ewigen Wahrheit begegnet,
erlangt das wahre, ewige Selbst.
Stets reagierend, stets zur Ruhe kommend,
bleibt man für immer klar und ruhig.
Qingjing Jing, Das Buch der Klarheit und Ruhe(1)

Het zijn de dichters die het verticale en het horizontale verbinden, die het transcendente aanraken in de immanentie, maar die ook het absoluut negatieve, de afgronden duiden in het mensenbestaan en de kloof die ons scheidt en die wij zelf veroorzaken als wij ons onmenselijk gedragen door het voeren van oorlogen, het verwoesten van mensen, het verwoesten van de aarde. In de mens komen eindigheid en oneindigheid bij elkaar. Eindigheid als feit, oneindigheid als belofte. De eindigheid kunnen we nog uitdrukken in feiten en in getallen. De oneindigheid (ook als ruimte en als tijd) ontsnapt aan onze drang om alles vast te leggen en het symbool voor het oneindige, de Lemniscaat: ∞, is visueel gezien eerder een omgrenzing van twee gebieden, ik noem het maar twee ‘weilanden’ die aan elkaar raken, of de uitdrukking van een beweging die in elkaar overgaat en nooit stopt. Beweging karakteriseert hier de omschrijving voor oneindigheid. De ruimte en ook de tijd wordt er niet echt in uitgedrukt. Als de mens volgens Heidegger ‘de herder is van het zijn’ dan heeft hij hier zijn weilanden waar hij ‘het zijn’ kan hoeden. Maar op dit weiland kan geen schaap of koe zich voeden, waarmee ik wil uitdrukken dat deze abstracties eigenlijk geen echte waarde hebben voor ons zelfverstaan omdat ze ons niet dichter bij onszelf brengen zodat wij zin kunnen ontlenen aan ons concrete zijn in deze wereld als deel van de wereld.
De Lemniscaat brengt ons ook niet dichter bij God, ondanks het feit dat Nikolaas van Kues (Cusanus) ‘zwoer’ bij de wiskunde en de wiskundige symbolen om de oneindigheid van God aan het licht te brengen. De grammatica van de wiskunde was voor hem een toegang tot het verkennen van de oneindige God, een taak die nooit zou kunnen lukken want God valt buiten elk voorstellingsvermogen. Nikolaas van Kues zag in God de overstijgende trap van al datgene wat wij zouden kunnen
kennen via onze rede (‘Vernunft’). “Bei Cusanus ist wie später bei Kant die Vernunft die höchste Stufe im Dreiklang Sinne – Verstand – Vernunft.”(2) Het voert te ver om deze denkweg in relatie tot God op deze plaats verder uit te diepen. Kitaro Nishida onderneemt een soortgelijke poging om via de weg van het bewustzijn en het kennen uit te komen bij God of bij het absolute niets dat alles en iedereen, elke vorm van zijn draagt en waarin alle tegenstellingen zijn opgeheven.(3)
Zijn we God tegengekomen in de eerste verkenning via de persoonlijke ervaring, de kabbalistische leegte, in de ontmoeting van de openbaring en in de prijsgave van zijn naam, een God die zal zijn wat hij zal zijn, toekomst, in deze tweede verkenning beginnen we opnieuw bij de leegte en bij varianten op deze leegte zoals deze bijvoorbeeld in het Daoisme ter sprake wordt gebracht.
Zo maken we de weg vrij voor verdere gedachten en belichten we meteen een van de grote invloeden op het Zenboeddhisme zoals dat ook bij Dōgen en vele anderen (waaronder de Japanse filosofen Nishitani en Nishida) ter sprake komt in hun denken en overwegen.
[12]
Dormir es otra forma de pensar.
Pensar es otra forma de soñar.
Soñar es otra forma de no ser.
No ser es otra forma de existir.
La rueda gira y gira.
Los caminos se enrollan
alrededor de la rueda
y la rueda se los lleva
como empolvadas cintas.
La rueda gira y gira,
pero ya no hay camino.
(a Roger Meunier)
Roberto Juarroz(4)
[12]
Slapen is een andere vorm van denken.
Denken is een andere vorm van dromen.
Dromen is een andere vorm van niet zijn.
Niet zijn is een andere vorm van bestaan.
Het wiel draait en draait.
De wegen rollen zich op
rond het wiel
en het wiel neemt ze mee
als stoffige linten.
Het wiel draait en draait,
maar er is geen weg meer.
(voor Roger Meunier)
Vertaling: Mariolein Sabarte Belacortu
Dit is een deel uit mijn essay: God in de leegte. Het hele essay is te lezen (eventueel te koop) (en te downloaden) op:
Noten:
1 Qingjing Jing, Das Buch der Klarheit und Ruhe. Chinesisch/Deutsch. Kalligraphie, Übersetzung und Kommentar von Hsing-Chuen Schmuziger-Chen. Einleitung und deutsche Bearbeitung von Marc Schmuziger, Ditzingen 2021, (Reclam), p. 55
2 Vgl. Während der Verstand die vielfältigen Sinneseindrücke zusammenfasst, geht die Vernunfteinsicht in der Schau des Höheren noch über den Verstand hinaus. Die Einheit der Vernunft selbst als die einfachste Zusammenschau des Ganzen beschrieb er in Anlehnung an Raimundus Llullus als eine Triade aus (1) Erkennendem, (2) Erkanntem und (3) dem Vorgang des Erkennens. Der Intellekt übersteigt die Ratio insofern, als er aus dem, was in der Ratio diskursiv getrennt ist (intelligens, intelligibile, intelligere) eine Einheit bildet.[9] Diese Dreiheit von (1) Ungeteiltheit (indivisio), (2) Unterscheidung (discretio) und (3) Verbindung (conexio) verweist auf die Kategorienlehre bei Charles S. Peirce und die Prozessphilosophie bei Alfred North Whitehead, in dessen Kategorie des Elementaren (siehe Prozess und Realität). Die Einheit der Vernunft ist das Ineinanderfallen der Gegensätze (Coincidentia oppositorum). Wie der Verstand, so ist aber auch die Vernunft begrenzt. Das Wesen Gottes als Licht, das ihr entgegenkommt, bleibt ihr verschlossen. „Daher bewegt sich die Vernunft zu der Weisheit hin als zu ihrem eigentlichen Leben. Und süß ist es für jeden Geist, zum Ursprung des Lebens, wiewohl er unzugänglich ist, ständig aufzusteigen. […] Wie wenn jemand etwas liebt, weil es liebenswert ist, so freut er sich, dass in dem Liebenswerten unendliche und unausdrückbare Gründe für die Liebe zu finden sind.” (bron: geraadpleegd 20 januari 2022 Wikipedia: https://de.wikipedia.org/wiki/Vernunft#Europäisches_Mittelalter)
3 Vgl. The unity of opposites, hfst. drie in Kitarō Nishida, Intelligibility and the Philosophy of Nothingness. Three Philosophical Essays. Translated and introduced by Robert Schinzinger, Westport 1976, (Greenwood Press)
4 Roberto Juarroz, Vertikale poëzie, Ibid., pp. 138 – 139
