Pasen 2026

OS ROCHEDOS

Há rochedos que são estátuas misteriosas.
Nós vemo-los, além, nas serras arenosas,
Desenhados na tela em brasa do sol-pôr…
Ó frontes que enrugou e empederniu a dor!
Há rochedos que são perfis extraordinários.
Alguns, ao vir da lua, evocam os calvários.
Este, lembra dum Deus o mutilado torso;
Aquele, abre, de noite, uns olhos de remorso.
Outros, têm a atitude ideal de quem medita.
O rosto duns contrai uma expressão aflita
E neles transparece um gesto de loucura.
A sombra duns, à tarde, é sombra de ternura.
Outros, rezam, ao vento, as mágoas do luar…
Outros, dum alto cerro, olham o céu e o mar.

Teixeira de Pascoaes | Vida Etérea


DE ROTSEN

Er zijn rotsen die mysterieuze beelden zijn.
We zien ze daarachter, in de zanderige bergen,
getekend op het brandende doek van de ondergaande zon…
O, gefronste en verharde wenkbrauwen van pijn!
Er zijn rotsen met buitengewone profielen.
Sommige roepen bij maanopkomst de kruiswegen in herinnering.
Deze herinnert ons aan het verminkte torso van een god;
Die opent ’s nachts ogen van berouw.
Anderen hebben de ideale houding van iemand die mediteert.
Het gezicht van sommigen vertoont een gekwelde uitdrukking,
en in hen schittert een gebaar van waanzin.
De schaduw van sommigen is ’s middags een schaduw van tederheid.
Anderen bidden tot de wind, de smarten van het maanlicht…
Anderen staren vanaf een hoge heuvel naar de hemel en de zee.

Teixeira de Pascoaes | Etherisch Leven


Het wordt Pasen: al bijna 2000 jaar lang – elk jaar weer gevierd door christenen – aanhangers van de Weg. De weg van Jezus en later van zijn leerlingen. En meer dan 4000 jaar (waarschijnlijk) gevierd door de Joden, de herdenking van de uittocht uit de slavernij opgelegd door de machtige Farao; Egypte – slavenland – doodsland – waar het graf van een zogenaamd onsterfelijke / zoon van de goden – die sterfelijk blijkt en daarom – alle aandacht opeist. Een leven is niks waard in vergelijking met de blok stenen die moet dienen als laatste rustplaats.

Wat hebben we geleerd sinds die tijd? Niet zoveel. Slavernij lijkt dan wel te zijn afgeschaft, op papier is alles koek en ei, in werkelijkheid verrichten velen nog slavendienst: vluchtelingen vastgezet in ‘veilige landen’ opdat ze niet de overtocht wagen naar fort Europa of vesting USAbyss, kinderen kind van de rekening in tal van landen met kinderarbeid en uitbuiting, prostitutie, waaraan ook velen zich vergapen – overal waar internetverbindingen mogelijk zijn – nauwelijks ontdekt, nauwelijks gestraft, nauwelijks voorkomen.
Slavenwerk waar woonkosten en maaltijden worden ingehouden op karige lonen, waar mensen niet weg kunnen omdat hun paspoorten zijn ingenomen, in gevangenissen, kampen, concentratiekampen waar miljoenen Oeigoeren voor de glorie van de natie China moeten werken onder erbarmelijke omstandigheden en waar vrijheid een leugen is.
Slavenwerk waar soldaten naar het front worden gestuurd door de moordenaar in het Kremlin omdat een onrealistische droom wordt nagejaagd: kanonnenvoer, elke dag weer. En in hoeveel andere landen ook niet?
Slavenwerk van gevangenen in tal van landen in Afrika/Azië, in handen gevallen van de tegenpartij in Soedan, in Kongo, in welk land eigenlijk niet? Misschien wel minder dan 10? Autocraten geven niks om mensenlevens.


AS ALMAS

Vejo passar, na infinda solidão,
Vultos de almas, figuras de emoção;
Os poetas do silêncio que não cantam.
Os doidos que, de súbito, se espantam,
Os que gelam, ao ver o luar nascente.
Os que fitam a mesma estrela, eternamente;
Os perdidos da sorte.
Os que chamam, gritando, pela morte!
Os que andam, sem saber, pelos caminhos,
Os que de noite vão, sempre a falar, sozinhos;
Os que vivem casados com a dor
E a escondem, ciumentos;
Os trágicos do Amor,
Os que sentem astrais deslumbramentos.
Os que matam e cantam, por destino;
O salteador nocturno, o poeta que é divino.
Os tristes vagabundos.
Em perpétua e fantástica viagem…
Os que amam a paisagem
E têm nos olhos a amplidão dos mundos…
Vultos de almas, figuras de emoção,
Errantes, na infinita solidão.

Teixeira de Pascoaes | Vida Etérea


DE ZIELEN

Ik zie voorbijtrekken, in de eindeloze eenzaamheid,
Schaduwen van zielen, figuren van emotie;
De dichters van de stilte die niet zingen.
De gekken die plotseling schrikken,
Zij die verstijven bij het zien van de opkomende maan.
Zij die eeuwig naar dezelfde ster staren;
De verlorenen van het lot.
Zij die schreeuwend om de dood roepen!
Zij die onbewust over de paden lopen,
Zij die ’s nachts alleen op pad gaan, altijd pratend;
Zij die getrouwd zijn met pijn
En die het jaloers verbergen;
De tragische figuren van de Liefde,
Zij die astrale verblindingen ervaren.
Zij die doden en zingen, door het lot;
De nachtrover, de goddelijke dichter.
De droevige zwervers.
Op een eeuwige en fantastische reis…
Zij die van het landschap houden
En de uitgestrektheid van de werelden in hun ogen hebben…
Schaduwen van zielen, figuren van emotie,
Dwalend in oneindige eenzaamheid.

Teixeira de Pascoaes | Etherisch Leven


Bijna is het Pasen. Voor de christenen hoogtijdagen: Witte Donderdag – een laatste keer samen aan tafel: Jezus met zijn leerlingen – dan de nacht van angst en twijfel. De leerlingen vallen in slaap, teveel wijn gehad. Jezus in de tuin van verzoeking, en dan zijn arrestatie. Zijn voorgeleiding aan de bevelhebbers en machtigen in die tijd – zijn gang naar Golgotha om daar aan het hout te sterven. Een lot dat velen al hebben ondergaan en velen zullen ondergaan. De Romeinen waren niet bepaald zachtzinnig. Wij kunnen ons een dergelijke dood nauwelijks voorstellen, hoeveel films er ook over worden gemaakt. Tenslotte een koud en donker graf waar het mishandelde lichaam in wordt gelegd: gewikkeld in doeken in deze nieuwe kribbe. Maar nu geen maanlicht, geen zonlicht, geen licht: een steen sluit alles af en de nacht is zwarter dan het zwartste zwart. Einde verhaal, einde hoop, einde alle illusie en alle verwachting. Geen messias, geen verlosser uit de ellende, geen bevrijding van de Romeinen, geen nieuwe Mozes en geen nieuwe uittocht. Alles nog steeds hetzelfde, niks veranderd.

Het wordt avond en het wordt ochtend: een nieuwe dag. Verteld wordt, gefluisterd, nauwelijks geloofd, dat het graf niemand meer bevat. Vrouwen leggen getuigenis af, de mannen vinden het kletspraat. Pas later gaan ze overstag en zien met eigen ogen de doeken – maar geen lijk, geen corpus, geen lichaam. Dat is begin en hoogtepunt voor de mensen van de Weg: de dood is niet het einde – de dood heeft niet het laatste woord. Er is nog een kleine finale: de vaar-tocht – een wegnemen – naar de hemel en de fluistering van de geest die allen bezield achterlaat. Nu durven ze te spreken, ook over de mislukking van Pasen, het verraad aan hun heer, de wanhopige twijfel op die Goede Vrijdag toen de hemel zwart kleurde en het tempeldoek scheurde.

Pasen poëzie? Droom of werkelijkheid? Geen dode keerde terug – geen stem ooit uit de hemel vernomen – geen wanhoopskreet uit de hel – geen teken van leven. Dat heet geloven: erop vertrouwen dat het waar is, dat het waar kan zijn, waar zou kunnen zijn. Bij God is niks onmogelijk. Maar waar is die afwezige God die alles maar dan ook alles in onze handen heeft gelegd? En als wij het zijn, de dichters van de realiteit, de sprookjesvertellers, de waarheidszoekers, de mensen tot grote en tot gruwelijke daden in staat, wat rust er dan niet op onze schouders? Waarom niet het verhaal waar LATEN WORDEN – het verhaal handen en voeten geven – elke dag weer, Pasen zonder einde, een slang die zichzelf in de staart bijt: dood – leven – dood – leven – dood en zo verder…

Misschien is de dichter de enige die dit wonderbaarlijke verhaal kan beleven en tegelijk waar kan laten worden in de taal. In het leven zelf zijn wij het die het leven kunnen doorgeven, die de dood kunnen weerstaan, die de mensenmoordenaars een halt kunnen toeroepen en dat niet alleen: ze verhinderen dat ze hun moorden kunnen voortzetten. Trap ze van hun tronen, jaag ze uit hun paleizen, ontzeg hun de toegang tot elk gebouw – tot elke vorm van macht – ontkracht ze, ont-macht ze, jaag ze de woestijn in, als een zondebok…opdat de nacht die ze verspreiden een einde vindt. Nieuw licht.


NOVA LUZ

Emana um fumo d’alma o crepitar do lume…
O incêndio duma flor dá a cinza do perfume.
E o corpo duma onda é um místico braseiro
Que exala, numa ânsia, o branco nevoeiro…
É o incêndio supremo e santo da Matéria,
Donde sai uma luz anímica e sidérea…
Tudo o que é material, como a rocha erma e calma.
Querendo e desejando, é luz, é sonho, é alma!
A alma é o exterior, o corpo o interior.
Onde termina um coração, começa o amor…
Por isso, cada corpo inânime e pesado
Duma auréola d’infinda luz está banhado.
E, assim, uma ansiedade ignota, uma quimera.
Pôs em volta da terra a lúcida atmosfera!…
A luz envolve a chama e a chama envolve a lenha…
Sensível musgo cobre uma insensível penha,
E sobre o musgo paira o aroma espiritual…
Mistério… Num aroma a pedra é imaterial!
E todavia são a mesma vida pura
O claro aroma, o verde musgo, a penha dura!…
A terra é a mãe da Alma, a terra deu à luz
O perfume da flor e a alma de Jesus!…
O lodo é a Piedade, é o Amor infinito.
É apenas comoção a rocha de granito…
No Poeta comovido há a loucura do vento;
A nuvem é um delírio, a água um sentimento…
A fonte que através dum areal se perde,
As suas margens vai vestindo de cor verde,
Lançando nessa terra estéril, ressequida,
Num beijo sempiterno, a semente da Vida.
Uma gota d’orvallio é sonho, é ansiedade,
Quer desça sobre o pó, quer suba à claridade…
Qualquer terra que a toque acorda deslumbrada,
E é uma erva, um perfume, uma alma enamorada!
E é gota d’água, ó astro espiritual, bendito,
Ampliada pela luz, abranges o infinito…
És o éter transcendente, o grande transmissor
Da voz dos mundos e do seu estranho amor!…

Todos os robles dão, ardendo, a mesma luz…
Um tronco sobre um lar é um Cristo numa cruz!
E é calor que agasalha e facho que alumia
O que é em Cristo amor, piedade, harmonia…
E tudo o que é no poeta emoção e delírio
É luz no sol, canto nas aves, cor no lírio!…
E tudo o que é em nós Bondade é num rochedo
Viçoso musgo e santa sombra no arvoredo!…
E, enquanto dou a um pobre um bocado de pão,
O sol enche de luz o saco da amplidão!
E, qual Samaritana, a nuvem religiosa
Dá de beber a toda a terra sequiosa…
Um murmúrio de fonte é um Sermão da Montanha
E a neblina da tarde uma ascensão estranha!…
E enquanto eu sou a morte, ó velho e frio inverno,
Perante o sol — Jesus, és um Lázaro eterno.
Um promontório é um Cristo altivo, triste e só,
E o mar divino um poço imenso de Jacob!…
E as verdes ervas são versículos sagrados
Que os ribeiros e o sol escrevem sobre os prados…
E uma pedra contém a história verdadeira
Do Génesis, da Luz e da Mulher primeira!…
Ainda hoje, o Dilúvio, o velho avô das fontes,
Anda na boca das florestas e dos montes!…
E a mais estéril terra ainda recorda e chora
O tempo em que beijou teus lábios d’oiro, aurora,
Pela primeira vez, ardente de paixão!
Ainda hoje impressiona a terra a sensação
Que seu corpo diluiu em mística ternura,
Ao conceber a primitiva criatura!
E nos olhos da terra ainda fulgura a imagem
De tudo o que ela viu, nessa grande viagem
Através da penumbra infinda do Mistério,
Até desabrochar num coração etéreo!
Há nos olhos da terra a imagem desse olhar
Que a saudade transforma, às vezes, em luar…

Deus disse à luz do sol o segredo da Vida.
Desvendemos a Luz amada e preferida!…
Vejamos a razão suprema da existência
E o que ela tem d’ amor, de espírito e de essência,
O que nela é real, eterno e inconfundível…
Que o nosso olhar penetre o mundo do invisível.
Os paramos do Sonho, a amplidão da Quimera,
Onde já se descobre etérea Primavera,
Nebulosa subtil composta dum perfume.
Dum éter, dum amor, duma luz que resume
A nova Criação que está para surgir
Do caos de Amanhã, do beijo do Porvir!…

O pó que a gente vê sobre os campos, disperso,
É um caos; nele sonha um místico Universo!
Apaga-se uma estrela e nela ressuscita
A sua frágil luz, numa luz infinita…
Se um homem fecha os roxos olhos, congelado,
D ‘olhos eternos ele fica constelado!
B duns ouvidos transformados em poeira,
Brota a audição completa, imensa e verdadeira…
B tudo o que termina e a cinza se reduz,
Vai acordar em alma e despertar em luz!
Um mundo auroreal, quimérico germina
Em cada areia, em cada gota cristalina…
E a nova Vida, numa onda a resplender,
Aflora à superfície ideal do novo ser.
Um novo Apolo vai tocar a nova Lira…
E na água que se bebe e no ar que se respira,
Nas nuvens onde dorme a clara luz dos céus,
Palpita um novo amor, murmura um novo Deus…

Teixeira de Pascoaes | Para a luz


NIEUW LICHT

Een rook van de ziel stijgt op uit het knetteren van het vuur…
De verbranding van een bloem geeft de as geur.
En het lichaam van een golf is een mystieke vuurpot
die met gretigheid de witte mist uitademt…
Het is het opperste en heilige vuur van de Materie,
waaruit een animistisch en siderisch licht voortkomt…
Alles wat materieel is, als een kale en kalme rots.
Willen en verlangen, is licht, is droom, is ziel!
De ziel is de buitenkant, het lichaam de binnenkant.
Waar een hart eindigt, begint de liefde…
Daarom wordt elk levenloos en zwaar lichaam
gebaad in een aura van eindeloos licht.

En zo ontstaat een onbekende angst, een hersenschim.
De heldere atmosfeer omhult de aarde!…
Licht omhult de vlam, en de vlam omhult het brandhout…
Gevoelig mos bedekt een ongevoelige rots,
En boven het mos zweeft de spirituele geur…
Mysterie… In een geur is de steen immaterieel!
En toch zijn ze hetzelfde pure leven
De heldere geur, het groene mos, de harde rots!…
De aarde is de moeder van de Ziel, de aarde baarde
De geur van de bloem en de ziel van Jezus!…
De modder is vroomheid, het is oneindige liefde.

De granieten rots is slechts emotie…
In de ontroerde dichter is de waanzin van de wind;
De wolk is een delirium, het water een gevoel…
De bron die zich verliest in een zandvlakte,
bekleedt zijn oevers met groen,
en werpt op deze kale, dorre aarde,
in een eeuwige kus, het zaad van het Leven.
Een dauwdruppel is een droom, is angst,
Of hij nu op het stof valt of opstijgt naar het licht…
Elke aarde die hem aanraakt, ontwaakt verblind,
En hij is een kruid, een parfum, een verliefde ziel!

En hij is een waterdruppel, o gezegende geestelijke ster,
Versterkt door het licht, omvat u het oneindige…
U bent de transcendente ether, de grote zender
Van de stem der werelden en hun vreemde liefde!…

Alle brandende eiken geven hetzelfde licht…
Een boomstam op een haard is een Christus aan het kruis!
En het is warmte die beschutting biedt en een fakkel die verlicht
Wat in Christus is: liefde, vroomheid, harmonie…
En alles wat in de dichter is: emotie en extase
Is licht in de zon, zang in de vogels, kleur in de lelie!…
En alles wat in ons is: goedheid is in een rots
Maagdelijk mos en heilige schaduw in het bos!…
En terwijl ik een arme man een stukje brood geef,
vult de zon de uitgestrektheid met licht!
En, zoals de Samaritaanse vrouw, geeft de religieuze wolk
te drinken aan de hele dorstige aarde…
Een gemurmel van een bron is een Bergrede
En de middagmist een vreemde hemelvaart!…
En terwijl ik de dood ben, o oude en koude winter,
voor de zon – Jezus, jij bent een eeuwige Lazarus.
Een landtong is een trotse, droevige en eenzame Christus,
En de goddelijke zee een immense bron van Jakob!…
En de groene kruiden zijn heilige verzen
die de stromen en de zon op de weiden schrijven…
En een steen bevat het ware verhaal
van Genesis, van het Licht en van de eerste Vrouw!…
Zelfs vandaag de dag wandelt de zondvloed, de oude voorvader van de bronnen,
in de monden van de bossen en heuvels!…
En de meest onvruchtbare aarde herinnert zich nog steeds en huilt
om de tijd dat zij jouw gouden lippen kuste, de dageraad,
voor de eerste keer, brandend van passie!
Zelfs vandaag de dag is de aarde onder de indruk van het gevoel
dat jouw lichaam oploste in mystieke tederheid,
bij de conceptie van het oerwezen!
En in de ogen van de aarde schittert nog steeds het beeld
van alles wat zij zag, op die grote reis
door de eindeloze schemering van het Mysterie,
totdat het ontluikte in een etherisch hart!
In de ogen van de aarde ligt het beeld van die blik
Die verlangens soms transformeren in maanlicht…

God sprak tot het zonlicht het geheim van het Leven.
Laten we het geliefde en bevoorrechte Licht onthullen!…
Laten we de allerhoogste bestaansreden zien
En wat het inhoudt aan liefde, geest en essentie,
Wat erin werkelijk, eeuwig en onmiskenbaar is…
Moge onze blik doordringen in de wereld van het onzichtbare.
De hoogten van de Droom, de uitgestrektheid van de Chimera,
Waar een etherische Bron reeds ontdekt is,
Een subtiele nevel samengesteld uit een parfum.
Van ether, van liefde, van een licht dat samenvat
De nieuwe Schepping die op het punt staat te ontstaan
Uit de chaos van Morgen, uit de kus van de Toekomst!…

Het stof dat we verspreid over de velden zien liggen,
Is chaos; daarin droomt een mystiek Universum!
Een ster vervaagt en daarin wordt ze herboren
Haar fragiele licht, in een oneindig licht…
Als een man zijn paarse, bevroren ogen sluit,
D ‘eeuwige ogen’ wordt hij een sterrenbeeld!
Uit oren die tot stof zijn vergaan,
ontspruit een compleet, immens en waarachtig gehoor…
Alles wat eindigt en tot as wordt gereduceerd,
zal ontwaken in ziel en ontwaken in licht!
Een dageraad-werkelijke, chimere wereld ontkiemt
In elk zandkorreltje, in elke kristalheldere druppel…
En het nieuwe Leven, in een schitterende golf,
ontstaat op het ideale oppervlak van het nieuwe wezen.
Een nieuwe Apollo zal de nieuwe lier bespelen…
En in het water dat gedronken wordt en in de lucht die ingeademd wordt,
in de wolken waar het heldere licht van de hemel slaapt,
klopt een nieuwe liefde, fluistert een nieuwe God…

Teixeira de Pascoaes | Voor het Licht


John Hacking
2 april 2026 – wachtend op een vredige Pasen…
een einde aan de dood…
die overal gretig woedt …
Voortgekomen uit mensenhand…

Dank je wel voor je reactie - Thanks a lot for reacting