Ontaard geslacht

Ontaard geslacht

The poet asks:
Tell me the truth, oh, shoes,
Where disappeared the feet?
The feet of pumps so shoddy,
With buttondrops like dew —
Where is the little body?
Where is the woman, too?
All children’s shoes — but where
Are all the children’s feet?

(A Vogn Shikh – A Wagon of shoes uit 1942)

Abraham Sutzkever


De val van het Assad-regime in Syrië en de bevrijding van de gevangenen uit de Sednaya-gevangenis in Damascus, een gruwelijke plek waar duizenden en nog eens duizenden gevangen genomen burgers onder de meest vreselijke omstandigheden werden opgesloten, gemarteld en vaak gedood, maakt duidelijk hoe inhumaan mensen kunnen zijn. Terwijl de dictator zijn dagen doorbrengt in grote weelde in een reusachtig paleis kwijnen de gevangenen weg in bedompte overvolle cellen, overgeleverd aan psychopatische sadistische bewakers die voor God spelen. De verhalen die naar buiten kwamen zijn nauwelijks voor te stellen. Dat tart alle verbeelding.

Eens te meer blijkt weer eens dat als mensen in bepaalde situaties absolute macht krijgen, dat ze kunnen doen wat ze willen zonder straf te verwachten, ze ontaarden kunnen in vreselijke wezens. De vergelijking met een dier gaat mank want dieren handelen niet zo. Eerder is er sprake van duivels gedrag, rechtstreeks ontleend aan voorbeelden uit de hel. Menselijke duivels of beter duivels in menselijke gestalte – duivelse mensen…
Er schijnt geen maat te staan op de hoeveelheid wreedheden die in dergelijke omstandigheden kunnen worden gepleegd. De geschiedenis laat ons zien dat gruwelijk geweld, het afslachten van mensen – oud en jong, groot en klein, van alle tijden is. Wat vandaag de dag in Oekraïne, Gaza, Zuid Libanon, Soedan plaatsvindt is niet uniek, maar wel net zo walgelijk als in Syrië: de burgerbevolking wordt het slachtoffer van de gewelddadigheden en moedwillige vernieling van dorpen en steden, woonhuizen, ziekenhuizen, en wat in het vizier komt van de moordenaars.

In elke generatie en in elke tijd kun je spreken van een ontaard geslacht – ontaard in de zin dat elke vorm van menselijkheid tegenover de slachtoffers ontbreekt. Niet dat het altijd ‘totale’ onmensen zijn die dit doen, thuis zijn ze vaak ouder, liefhebbende partner, kind van hun eigen ouders, luisteren ze naar muziek en genieten ze van lekker eten, maar in functie zijn het koudbloedige moordenaars en beulen. Dat laten ook de lotgevallen zien van iemand als Rudolf Höss, voormalig kampcommandant van het vernietigingskamp Auschwitz. En velen anderen met hem.

De profeten in de bijbel en teksten in Psalmen maken er gewag van. In hun klacht over en aanklacht tegen het onrecht en het geweld spreken zij over de weg die de bozen afleggen en het gedrag van deze vervloekten die gaan over glibberige wegen…gladjanussen, volksverlakkers, profeten voor eigen gewin, huichelaars, hypocrieten, waarheid-verdraaiers, valse profeten, naar boven slijmen, naar beneden trappen, mensen met meerdere gezichten en niet uit een stuk.
In het jiddisch bestaat een woord voor deze gladheid, deze glibberigheid: Wachalaklakojss. Een paar bijbelse citaten laten zien wat dit begrip o.a. betekent in een vertaling uit de Naardense bijbel.


Wachalaklakojss וחלקלקית / וַחֲלַקְ לַקּת

Glibberige, gladde bodem

Psalm 35,6: וַחֲלַקְ לַקּת (u·chlqlquth) and·slick-spots
וַחֲלַקְלַקּ֑וֹת (wa-ḥă-laq-laq-qō-wṯ) and slippery

Dat ze worden als kaf voor het aanschijn van de wind, wanneer de engel van de Ene hen aanstoot;
6 worde hun weg duister en glibber,- wanneer de engel van de Ene hen achtervolgt!
7 Want om niets verborgen zij mij hun net en om niets groeven ze een beerput voor mijn ziel.
8 Overkome hem rampspoed nooit geweten en het vangnet dat hij verborg hemzelf, in rampspoed valle hij daarin!

Jeremia 23,12: כַּ חֲלַ קְ לַ קּת (k·chlqlquth) as·the·slick-spots
כַּחֲלַקְלַקּוֹת֙ (ka-ḥă-laq-laq-qō-wṯ) Like slippery [ways]

11 Want én profeet én priester zijn misdadig geworden,- zelfs in mijn eigen huis heb ik hun kwaad moeten vinden, is de tijding van de Ene.
12 Daarom wordt hun weg voor hen als een en al glibber in het stikdonker: 
voortgestoten zullen ze daarin vallen; ik zal kwaad over hen doen komen in het jaar dat ik hen bezoek, is de tijding van de Ene.

Gladde huichelachige rede

Dan 11,21; 34: בַּ חֲלַקְ לַקּת (b·chlqlquth) in·the·slick-dealings
בַּחֲלַקְלַקּֽוֹת׃ (ba-ḥă-laq-laq-qō-wṯ) by intrigue

21 op zijn plek zal er een opstaan die verachtelijk is, en aan wie ze de lichtglans van het koningschap niet hebben gegeven; hij zal komen in tevredenheid, maar het koningschap grijpen met gladde streken;
32 de boosdoeners tegen het verbond zal hij met gladdigheden tot afval bewegen; maar de gemeenschap van hen die de God ervan kennen, zij blijven sterk en blijven doende;
33 de begripsvollen van de gemeenschap brengen de velen tot verstaan,- 
maar kunnen struikelen door zwaard, vuurvlam, kerkering en plundering, 
dagen lang;
34 maar als ze struikelen worden ze met een weinig hulp al geholpen; velen zullen zich met gladdigheden bij hen aansluiten;


Veel uit hedendaagse politieke situaties en vooral ook het gedrag sommige politici past perfect in dit hier geschilderde bijbelse plaatje. Het gedraai en huichelachtige kwezelarij om aan de macht te komen en te blijven – geen middel blijft ongemoeid – getuigt van een aalgladde slangachtige instelling – zoals de slang in het paradijs – de draak die waakt op een berg goud en die niets maar dan ook niets wil afstaan van zijn gestolen schat. Niet alleen de dictator Assad, ook meneer Putin, Kim Young-un (van hetzelfde laken en pak), Erdogan en vele anderen laten zien wie ze zijn door het bouwen van reusachtige kastelen: ter ere van hun eigen glorie en aan zichzelf toegekend prestige… Ondertussen rotten de gevangenen weg en verliezen ze elke vorm van levenslust in de goelags en gevangenissen. In Noord Korea kun je het hele land een groot concentratiekamp noemen, in China is dat vooral voorbehouden aan de Oeigoeren en allen die kritisch zijn op het regime…
In feite onderscheidt niets hen van de misdadigers die in de Tweede Wereldoorlog hun handwerk uitvoerden in de concentratiekampen, getto’s en dorpen en steden waar massaal mensen werden vermoord. Met o.a. de Joden vooral als object van vervolging omdat ze jood waren.

Af en toe komen er berichten uit deze gruwelijke tijd uit de mond van mensen die niet alleen deze zwarte periode hebben beschreven en overleefd, maar die ook erin zijn geslaagd hun vertrouwen en geloof te behouden in een betere mens, geen on-mens.
Abraham Sutzkever, opgegroeid in het Oosten van Europa werd slachtoffer van de mensenjacht op Joden en ‘verdween’ gedwongen met zijn vrouw en moeder in een Getto in Vilnius waar ze nauwelijks konden overleven. Hij heeft hierover getuigenis afgelegd op het proces te Neurenberg in 1946 maar ook in zijn geschrift Wilner Getto 1941-1944 en zijn vele gedichten die tijdens en na deze periode ontstonden. Een ervan heet executie – vertaald uit het Jiddisch:

Execution

Digging a pit as one must, as they say.
I seek in the earth a solace today.

A thrust and a cut — and a worm gives a start:
It trembles below me, breaking my heart.

My spade cuts him through — and a miracle, see:
The worm divided — becomes two, becomes three.

I’m cutting again: they are four, they are five —
Was it I who created all of those lives?

Then the sun breaks through my darkest mood
And new hope makes me proud and firm:

If a worm will never succumb to the cut,
Can you say you are less than a worm?

May 22, 1942

Abraham Sutzkever


Mensen uit het getto werden om de zoveel tijd bijeengebracht door uitgevoerde selecties om verder in de bossen van Ponar vermoord te worden en in massagraven te worden gedumpt. Net zoals de joden, die in de eerste dagen van de bezetting van Kiev in 1941 werden vermoord en in een reusachtige massagraf begraven in Babi Yar. Meer dan 30.000 in een paar dagen…iets wat Heinrich Himmler, baas van de SS later een ‘ereblad’ noemde in de reeks van daden van deze moordenaars – vlak voordat definitief besloten werd tot massavernietiging deze keer niet meer door de kogel maar door het inzetten van gas en crematoria.
Sutzkever beschrijft indringend in zijn herinneringen aan die tijd hoe de nazi’s opereerden en hoe ze een perfect voorbeeld zijn van een ontaard geslacht. Dode mensen, opgestapeld, bevroren Joden, in een koude winter:

Frozen Jews

Did you ever see in fields of snow
Frozen Jews, in row upon row?

Breathless they lie, marbled and blue.
Of death in their bodies, no hint and no clue.

Somewhere their spirit is frozen and saved
Like a golden fish in a frozen wave.

Not speaking. Not silent. Just thinking bright.
The sun too lies frozen in snow at night.

On a rosy lip, in the freeze, still glows
A smile — will not move, not budge since it froze.

Near his mother, a baby starving, at rest.
How strange: she cannot give him her breast.

The fist of a naked old man in surprise:
He cannot release his force from the ice.

So far, I have tasted all kinds of death,
None will surprise me, will catch my breath.

But now, overcome in the mid-July heat
By a frost, like madness, right in the street:

They come toward me, blue bones in a row —
Frozen Jews over plains of snow.

My skin is covered with a marble veil.
My words slow down, my light that is frail.

My motions freeze, like the old man’s surprise,
Who cannot release his force from the ice.

Moscow, July 10, 1944

Abraham Sutzkever


Midden in de elende van het getto, de hongersnood, de smerige omstandigheden, de dwangarbeid, het smokkelen van kinderen naar een veilige plek (in de giertonnen), is Sutzkever zich bewust van zijn dichterschap en probeert hij via zijn geschreven woorden de moed te behouden – zelfs een theater werd in deze verschrikkelijke omstandigheden clandestien georganiseerd om de mensen die nog overbleven na de selecties moed te geven. Een van zijn gedichten getuigt hiervan, al is het aarzelend:

Am I the last poet left singing in Europe?
Am I making song now for corpses and crows?
I’m drowning in fire, in gunk, in the swamps,
Imprisoned by yellow patched hours as they close.

I bite at my hours with the teeth of a beast
By a mother’s tear strengthened. Through teardrops I see
The heart of a million rise forth from the bones
Of long-buried brothers in gallop toward me.

And I am that heart of a million, one chosen
To guard the songs they left behind as they fell,
And God, whose estates Man has put to the torch,
Goes hidden in me as the sun in a well.

Be open, my heart! Know that your hallowed hours
Shall bloom in posterity’s mind. Check their fear,
And lend all your strength unto their mighty will.
Become in your sorrow their herald, their seer. 

Make song from down under, make song from the swamps
As long as a mother’s tear lives, let the breeze 
Bear your voice to the ear of your bone-buried brethren
To the ghetto in flames, to your folk overseas.

Written in the Vilnius Ghetto, June 1943

Abraham Sutzkever

Translated by A.Z. Foreman


Ook in onze dagen – terwijl wij niet in het getto zitten, niet verzeild zijn geraakt in de slachtpartijen in de oorlogen die woeden, zijn we toch getuige op afstand en hebben we de mogelijkheid en het inzicht om ons niet te laten verleiden door de oorlogszuchtige goden die nu de hoofden van veel politici beïnvloeden, en, die een en al racistische taal uitslaan – die anderen tot zondebok maken voor de problemen die spelen. Zoals de leden van de partij voor verdraaiing (partij voor volksverraad – volksverlakkerij) en hun leider de leugendracula. De citaten uit Daniel 11 (zie boven) kun je zo toepassen op onze tijd.

Een kleine selectie uit Daniël 11, 21-35:

21 In zijn plaats staat een verachtelijk man op, aan wie geen koninklijke waardigheid is verleend. Hij komt uit het niets en weet het koningschap door sluwheid בַּ חֲלַקְ לַקּת te verwerven. (…) 23 Wie zich met hem verbindt, wordt door hem bedrogen. Zo werkt hij zich omhoog en wordt hij machtig, al heeft hij maar weinig aanhangers. 24 Onverhoeds komt hij in de vruchtbaarste delen van de provincie en doet wat geen van zijn voorouders ooit heeft gedaan: roofgoed, buit en rijkdom strooit hij voor zijn aanhangers uit. (…) 32 Degenen die zich niet houden aan het verbond, verleidt hij op listige בַּ חֲלַקְ לַקּת wijze tot afvalligheid, maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. 33 De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht, maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. 34 Tijdens hun onderdrukking krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen בַּ חֲלַקְ לַקּת bij hen aansluiten. 35 Maar ook sommige van de verlichten komen ten val, opdat zij gelouterd, gereinigd en gezuiverd worden tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.

Sutzkever heeft een mooi gedicht geschreven om ons eraan te herinneren dat wij mensen zijn en geen wolven:

Memory of a Meeting with a Wolf

Memory of a meeting with a wolf: He is out of his mind
to be wandering alone in this enveloping blizzard at night,
when the snow is higher than the fir trees around us,
thus were my thoughts as we became acquainted.

A red crown. His claws flayed night into pieces. His countenance 
was wrathful. With sparks for a smile. Made way for me to pass.
I repaid him the same gesture without hesitation, but he
had already seen magnanimous men such as me. 

His tongue sizzled with the milk of snow. The sparks
of his teeth flickered, with a lift of the head he read my ancient thoughts. 
There remained only a moment’s splinter, only a splinter
and we were both suspended face-to-face on the same shiver.

And as we remained, sprinkled with snow, suspended face-to-face, 
I was finally able to see his thoughts and I read them with haste: 
Human-being, you have forgotten: beast am I, and man are you, 
now is not the time for Isaiah’s prophecy to come true. 

Abraham Sutzkever

Vertaling Maia Evrona


We zijn niet machteloos tegenover al dat geweld. We hoeven ons niet dom te gedragen en niet onderdanig te zijn tegenover de machthebbers die de situatie uitbuiten om er zelf beter van te worden. We hoeven de gladjanussen met hun mooie praatjes niet te geloven want ze prediken enkel voor eigen beurs.
De allerrijksten op deze aarde: wat doen zij voor de mensheid? Wat doen ze voor het behoud van de aarde? Welk bewijs leveren de rijke eigenaars en aandeelhouders van de grote bedrijven en banken om welvaart en welzijn te behouden voor allen – vooral voor hen die niet veel hebben en die afhankelijk zijn? Horen zij tot het ontaarde geslacht omdat ze geen vinger uitsteken en niets van hun vele bezit delen? Meritocratie – rijk door verdienste? Vergeet het maar. Geen enkele verdienste maakt jou tot multimiljonair. Ik noem het eerder diefstal met slinkse middelen waaronder het omkopen van corrupte politici en andere spelers met macht die over de politiek gaan en de uitvoering daarvan.
De verkiezingen in de VS met een blaaskaak (Grossmaul) als president zijn gekocht – het groot kapitaal maakt de dienst uit. Met democratie heeft dat niets te maken, wel met domheid van aanhangers die zich laten paaien uit een verlangen naar meer en beter, alsof de buitenkant gelukkig maakt…alsof racisme de oplossing is – de religie van de blanke protestantse Ku Klux Clan als norm en als handelingsmodel. Wat een frustratie en wat een onmenselijkheid, een (nieuw) ontaard geslacht in aantocht…


Abraham Sutzkever vraagt zich af wat uiteindelijk overblijft. Wat na al dit geweld, al deze blindheid, al deze wreedheid en oorlogen? Een gedicht in het Jiddisch in een paar vertalingen want het is niet eenvoudig om de juiste woorden te kiezen in een taal die nauwelijks nog gesproken wordt omdat de voormalige sprekers ervan grotendeels zijn uitgemoord.


Poem from a Diary (1974)

Who will last?
And what will last?
A breeze,
a blindman’s blindness when he’s passed,
sea-sign,
strand of foam,
a cloud caught up onuite its way home.

Who will last?
And what will last?
A single sound,
creation-grassed,
greening and unbound.
A fiddle rose stands tall.
Seven grasses of the grasses
will understand it all.

More than all the stars
North-strewn down to here,
a star will last
that falls into nothing but a tear.
In its jug a drop of wine stands true.
Who will last?
God will last.
Not enough for you?

Translated by Michael Steinlauf (2009)

http://www.yiddishpoetry.org/postwar/Lid fun togbukh 1974.pdf


What Will Stay Behind

Who will stay behind, and what? A wind.
Blindness from the blind man disappearing.
A token of the sea: a strand of foam.
A cloud stuck in a tree.

Who will stay behind, and what? A single sound
as genesis regrasses its creation.
Like the violin rose that honors just itself.
Seven grasses of that grass do understand.

More than all the stars hence and northward,
that star will stay that sinks into a tear.
Forever in its jug, a drop of  wine remains.
What will be left here? God. Not enough for you?

ABRAHAM SUTZKEVER

Vertaling: Zackary Sholem Berger

https://www.poetryfoundation.org/poets/abraham-sutzkever#tab-poems



WHO WILL REMAIN, WHAT WILL REMAIN?

Who will remain, what will remain? A wind will remain behind,
there will remain the blindness of the disappearing blind.
There will remain a string of foam: a sign of the sea,
there will remain a puff of cloud hooked upon a tree.

Who will remain, what will remain? A syllable will remain behind,
primeval, to cultivate its creation again in time.
There will remain a fiddlerose in honor of itself alone,
to be understood by seven blades of all grass that grows.

More than all the stars there are from north to here,
there will remain the star that falls in a true tear.
A drop of wine will always remain in a pitcher too.
Who will remain? God will remain, isn’t that enough for you?

Abraham Sutzkever


Liederen uit mijn dagboek: 1974

Wie zal blijven, wat zal blijven? Blijven zullen winden,
blijven zal de blindheid van een blinde.
Blijven zal het handschrift van de zee -een regel schuim slechts,
Blijven zal een wolkje, dat zich in een boomtop heeft gehecht.

Wie zal blijven, wat zal blijven? Eén lettergreep volstaat
om weer te groenen als het gras van den beginne.
Blijven zal een fiedelroos om haar zelfs wille
en zeven van het gras zullen haar verstaan.
Meer dan alle sterren de hemelpolen
Blijft de ster die in een traan wil wonen.
Ook een druppel wijn zal blijven kleven in een kroes.
Wie zal blijven? God zal blijven. Is dat niet genoeg?

Abraham Sutzkever


En de mensen die stierven, die verloren gingen in al dat geweld? Is de dood dan het definitieve einde. Sutzkever heeft het zich heel vaak afgevraagd. Zijn leven is een getuigenis van zijn veerkracht, zijn geloof en zijn moed om verder te gaan. Daarom als slot dit laatste gedicht over de doden en over de levenden die ook de dood zullen smaken:

SONORE VIOLONCELLEN

Nee, wij zijn niet aan het einde,
ons begin is nog innig-dichtbij,
wij zetten onze voettocht naar elkander
voort, en de nieuwe horizon is vrij.

Wij zullen vast elkander weer ontmoeten
in een spiegel: daarachter in het gras
zullen sonore cellotonen sproeien
en de spiegel zal niet zijn van glas.

Niet van glas maar van een weefsel
vertrouwd en onvervreemdbaar waar:
daarachter ligt een nieuw beleven
en de dood zal hangen aan een haar,

Is het dan mogelijk dat wij ons vergissen
dat ons mooiste uur toevallig was?
Zal een blinde worm dat uur wegknagen,
blijven er slechts scherven in het gras?

Nee, wij zullen vast elkander weer ontmoeten
als voorbestemde klanken in een rijm.
Sonore cellotonen zullen sproeien
over witte wouden van oneindigheid.

Abraham Sutzkever


John Hacking
13 december 2024


Bronnen:

Bernstein, Ignaz, Jüdische Sprichwörter und Redensarten gesammelt und erklärt von Ignaz Bernstein unter Mitwirkung von B.W. Segel, Wiesbaden 1988, (Fourier Verlag)

https://biblehub.com/

Sutzkever, Abraham, Gesänge vom Meer des Todes, Zürich 2009, (Ammann Verlag)

Sutzkever, Abraham, Geh über Wörter wie über ein Mienenfeld. Lyrik und Prosa, Einleitung von Heather Valencia. Auswahl, Übersetzung und Anmerkungen von Peter Comans, Frankfurt/New York 2009 (Campus Verlag)

Sutzkever, Abraham, Wilner Getto 1941-1944, Zürich 2009, (Ammann Verlag)

Sprakeloos water. Spiegel van de moderne jiddische poëzie. Samengesteld en vertaald uit het jiddisch door Willy Bril, Amsterdam 2007 (Meulenhoff)