Reflectie op pastoraat in de wereld

Internationale bijeenkomst Pastoraal werkers in Aken

Uitdagingen en ontwikkelingen in het beroep van pastoraal werker stonden centraal in de drie dagen van deze bijeenkomst waar rond de 80 mensen uit het pastorale veld aan deelnamen. Vanuit Nederland namen rond de 8 mensen deel. De grootste groep uit Duitsland kende een gevarieerde opbouw met ook veel jonge deelnemers. Het waren drie dagen van veel kennismakingsgesprekken en uitwisseling van ervaringen. Al snel bleek ook dat er in Duitsland waar meer dan 3000 mensen actief zijn als “PastoralreferentInnen” en als “PastoralassistentInnen” (dat is inclusief taalgebruik voor mannen en vrouwen) veel verscheidenheid was in het uitoefenen van het vak. Dat kwam ook in de thema’s naar voren die deze dagen aan de orde kwamen en waar verschillende werkgroepen mee aan de slag gingen. De eerste dag werd besteed aan het bezoek van 6 pastorale projecten afgesloten met een vesper in de Dom van Aken. Op de tweede dag kwam het thema leek zijn in de kerk aan de orde en de bevoegdheden van de leek als vakkracht en als vrijwilliger. Een ander thema was de reactie vanuit het werkveld op de verandering van het zoeken naar zin en de antwoorden die daarbij gegeven worden. Een derde thema was de ontwikkeling van taken in de kerken en de rollen die hierbij horen. Een vierde thema tenslotte besprak de spanning tussen de beleefde beroepsidentiteit en de visies van de bisschoppen hierop. De theoloog Martin Ostermann gaf impulsen om vanuit de documenten van Vaticanum Twee, namelijk Lumen Gentium en Gaudium et spes naar deze ontwikkelingen te kijken. Op de derde dag werden alle resultaten uit de werkgroepen bij elkaar gezet, gevolgd door een stuk theologische reflectie door Ostermann.

 

MJ Steig Vystup trap

afbeelding gebruikt in de ochtendviering: Magdalena Jetelová, Steig/Vystup 2005 (Krefeld)

Naast de gezelligheid, de bezichtiging van de Dom onder leiding van de Dompropst, de gezamenlijke vieringen ook tijdens de ochtend in de kapel van het bisschoppelijk instituut en de avonden met ludieke bijdragen uit een paar landen, was deze internationale bijeenkomst heel waardevol omdat het zowel een vorm van thuisgevoel opleverde als een blikverruiming mogelijk maakte. Thuis omdat je allemaal onder katholieken was en je dezelfde achtergrond deelde, dezelfde religieuze betrokkenheid kon ervaren. Allemaal leden van dezelfde club, zou je kunnen zeggen. Dezelfde nestgeur, ook al waren de locaties waar iedereen werkte heel verschillend. Maar ook een kijken over de grenzen omdat de buurlanden van Nederland inmiddels ook meer en meer gewend zijn geraakt aan de rol van pastoraal werker binnen de kerken. Liep Nederland nog in de 70 en 80-tiger jaren enigszins voorop, inmiddels zijn we links en rechts ingehaald, zo lijkt het. In sommige bisdommen krijgen pastoraal werkers veel ruimte, ook liturgisch, in anderen minder. De discussie is in Duitsland gaande en de werkvelden en de pastorale eenheden verschillen nog al onderling. Naast onvrede over de gang van zaken ook veel tevredenheid en nieuwe mogelijkheden. De jonge generatie staat daar veel heel anders in dan de doorgewinterde collega. Dat gold zelfs voor de optiek vanuit de Nederlandse situatie. Jongeren die nu zijn afgestudeerd leggen vaak heel andere prioriteiten en zijn meer gespitst op de spirituele inbedding van het geloof in hun leven dan op hun rol binnen de kerkelijke hiërarchie van ambten en taken. Ze zijn dan ook niet opgevoed en opgeleid met de verwachting dat leken eens de rol van priester zouden overnemen omdat het priestertekort wel erg snel opliep na Vaticanum Twee. Die positie heb ik persoonlijk mee gemaakt toen ik theologie ging studeren in 1976. Maar ook toen al bleek dat er vanuit Rome een tegenbeweging werd ingezet om de voortvarendheid van het pastorale beleid (gebaseerd op het Pastoraal Concilie) in Nederland de wind uit de zeilen te nemen en de rol van de priester te vergroten door de nadruk te leggen op de eucharistie. Vermoede verworvenheden van het concilie zoals meer nadruk op de leken als liturgisch voorganger in de kerk, de vrouw als priester (nog steeds een droom), afschaffing van het celibaat en democratisering van het besturen van de parochie (geen pastoor als voorzitter maar een leek) bleven uit. Vrucht van mijn eigen opleiding in Heerlen (Universiteit voor Theologie en Pastoraat) was het perspectief op het pastoraat dat daar werd ontwikkeld, namelijk kijken vanuit de noden en de behoeftes van de basis en dan reageren. Dus van beneden naar boven, en niet omgekeerd. Niet vanuit de leer kijken naar de praktijk maar vanuit de praktijk ruimte zoeken in de leer als de leer als te beklemmend wordt ervaren zoals op het gebied van intercommunie, communie en hertrouwen voor gescheiden mensen, gezamenlijke vieringen met protestantse christenen, aangepaste liturgie en meer afgestemd op wensen en verlangens van betrokkenen bij een overlijden, om maar enkele thema’s te noemen. En dan heb ik ethische kwesties als euthanasie en kerkelijke uitvaart, omgaan met abortus, seks voor het huwelijk en homoseksualiteit en inzegening van relaties nog niet genoemd. Veel zaken vinden feitelijk plaats en in de kerkelijke leer is er een wijze van benaderen te vinden, maar deze doet niet altijd recht aan de pastorale nood van de betrokkenen. Starten bij de pastorale nood en dan de ruimte opzoeken is een andere wijze van kijken dan starten bij de regels en bij de vraag of iets geoorloofd of niet geoorloofd is. In Aken bleek in ieder geval dat velen geneigd zijn om de pastorale nood tot uitgangspunt te maken van hun handelen en dat is in mijn ogen een goede zaak. Als je jaren meedraait in het kerkelijke bedrijf en de pastorale business kom je ervan zelf wel achter waar de schoen wringt en wat de vragen van de mensen met je doen. De theorie is leuk maar de praktijk vraagt een eigen houding die aansluit bij de noden. Zelf zat ik in de groep die de reacties van de vragen naar zin en zin-zoeken onderzocht. Wat volgt zijn vooral mijn overwegingen naar aanleiding van de aantekeningen die ik heb gemaakt tijdens de bijeenkomsten. Ze vallen zeker niet samen met de opmerkingen en uitkomsten van de gesprekken.

Vanzelfsprekendheden zoals die eeuwenlang door de kerk geleerd zijn op het terrein van geloven en zingeving hebben in deze werkelijkheid waarin alles maar dan ook bijna alles virtueel vertaald kan worden een nieuwe dimensie gekregen. Iedereen kan in principe zijn eigen waarheid bij elkaar sprokkelen. Dat zie je dan ook bij radicale gelovige groepen die op internet vinden wat van hun gading is. In onze werkgroep kwam het woord reis ter sprake, wij zijn samen op reis om zin te zoeken en we weten niet waar we uitkomen. Zeker niet tegen het licht van de bedreigingen die er in onze samenleving spelen op sociaal, economisch en milieugebied. Hoe kunnen we zin onderscheiden van onzin? Welke criteria hebben we in handen? Betekenis geven en vinden, betekenis toekennen is een dynamisch gegeven en niet iets dat eens en voorgoed vastligt. Als de kerk een soort van vuurtoren is die licht wil geven op de woeste zee zal ze toch met de tijd meemoeten. Dan is het licht niet voldoende maar moet ze ook signalen uitzenden die op een andere niveau kunnen worden opgevangen, digitaal bijvoorbeeld. Als het internet een soort van “Sinngrube” is, een graf vol met zin, een soort mijn, waaruit gedolven kan worden, komt het erop aan dat je niet alleen in je woorden en teksten aangeeft waar het omgaat maar vooral in je daden. Want elk verhaal is er maar een. Dat geldt in dit digitale tijdperk waarin het boek als voornaamste kennisbron heeft afgedaan zeker. Sinds het tijdperk van de Verlichting hebben de religies meer en meer aan geloofwaardigheid verloren en alle antwoorden van fanatieke religieuze en politieke stromingen (waaronder ik ook het fascisme en communisme reken) zijn in feite pogingen dit zinvacuüm te vullen met een alternatief. Maar hoe radicaler en hoe fanatieker, hoe meer tegendruk en hoe meer verzet van hen die deze richting niet op willen. Als de kerk meer en meer een herberg wordt voor reizigers, mensen die toevallig aankomen, (Andries Baart heeft dit beeld geponeerd van de herberg), dan betekent dit dat de houding tegenover deze passanten niet meer een houding kan zijn van aanspraak op de enige waarheid. Er zijn genoeg andere plekken waar je ook terecht kunt. Nodig is om de kwaliteit van kerk-zijn zichtbaar te maken in deze maatschappij. Dat kan vooral door op te treden in de maatschappij, zichtbaar te zijn, diaconaal in te grijpen waar de nood hoog is, dadendrang te tonen, en soepelheid van geest te laten zien. Humor en zelfrelativering kunnen belangrijke instrumenten zijn zonder dat je de kern van je verhaal verloochent. Als in onze samenleving een tekort dreigt aan de realisering van waarden omdat efficiëntie en functionaliteit de boventoon voeren waardoor het werken aan de totstandkoming van idealen/waarden op de achtergrond komt te staan (dat is een zaak voor thuis/privé zoals wordt beweerd) dan zal dat gevolgen hebben voor onze hele samenleving. Ook de politiek verliest daardoor haar bestaansrecht. Managers zullen dan veel beter in staat zijn de onderneming Nederland in goede banen te leiden. Maar als wij ons land beschouwen als een soort van onderneming hebben we het pleit al verloren en zitten we in verkeerd vaarwater. Pluraliteit en diversiteit bepalen nog steeds het politieke, het maatschappelijk sociale en het religieuze spectrum en dat niet onderkennen, doen alsof we een onderneming zijn met dezelfde doelen en wegen tot die doelen leidt vroeg of laat tot de ondergang van de natiestaat. De dictatuur van de middelen, de dictatuur van de have’s over de have’s not is dan niet ver meer. Dan gaat het niet alleen over materieel bezit maar vooral over kennis, toegang tot kennis en toegang tot mogelijkheden om kennis te beheersen en te sturen. Big data als goud van de toekomst en internetmaatschappijen als de grote bestuursorganen.

Sekularisering wil eigenlijk zeggen dat er meerdere opties zijn in onze maatschappij en de kerken kunnen laten zien hoe zij hierin staan en wat zij van de toekomst verwachten en waar zwaartepunten liggen. Een discussie over waarden, maar veelmeer nog een voortgaan, voorgaan in het realiseren van die waarden. Gaat het over gastvrijheid, laat het zien, gaat het over menselijkheid, maak het zelf waar. Zet eerste stappen, neem initiatief en laat je niet afschrikken door de omvang van de problemen. De wereld redden is niet de inzet, dat soort van messianisme is bij voorbaat gedoemd te mislukken. De kerk beschouwen als een soort van wereld die gekleurd wordt door heiligheid ten opzichte van de wereld waarin ze existeert is ook een illusie want de kerk maakt net zo goed deel uit van deze wereld met goede en met slechte kanten. Het moet in de wereld gebeuren, niet ernaast of erboven. Martin Ostermann schilderde in het kort de thema’s waar de uitdaging ligt voor de christenen: een ethos van liefde is nodig op het terrein van het gezin, de omgang met seksualiteit vanuit de kerk, omgang met vluchtelingen, armoede en andere maatschappelijke problemen. Dat is dus ook een kwestie van houding en van voorleven. Een tweede terrein is het gebied van de persoonlijkheid. Hierbij kun je denken aan thema’s als autonomie, wilsvrijheid, individualiteit en zelfrealisatie. Een derde gebied is het terrein van de spiritualiteit: hoe maakt de kerk haar liefdesopdracht waar of is het slechts een soort van vereniging waar het weliswaar goed toeven is, maar die zich in niets onderscheidt van een voetbalclub. Wat betekent katholiek nog in dit licht en wie hoort er wel en niet bij? Het laatste terrein is dat van de transcendentie. Onze aardse samenleving kent grenzen maar moeten wij het hierbij laten of is er nog een veel omvattender zinsverband? En wat betekent dat dan? De vraag naar God en naar zijn scheppingswerkelijkheid en toekomst is hier urgent. Of hiermee alle uitdagingen zijn beschreven laat ik even in het midden maar hier ligt zeker een breed en zwaar terrein, een flinke koek, om je tanden in te zetten, ook in de pastorale werkvelden. Het is een oproep om uit de defensieve houding te treden en jezelf te laten zien in de wereld, als een lamp die schijnt. Niet onder de korenmaat maar erboven. Werk genoeg dus aan de winkel.

 

John Hacking

26 november 2015