Pijn

IMG_5219

Grabeskirche St. Jozefkerk: Stolbergerstrasse 2 Aachen

Overweging zondag 22 november 2015 in de Studentenkerk te Nijmegen

Afgelopen maandag was ik in de Jozefkerk in Aken. Dat is een kerk die nu ingericht is als plek waar de mensen hun overledenen als ze zijn gecremeerd kunnen herdenken door de as daar in een steen te laten verwerken. De hele kerk staat vol met zuilen waarin stenen zijn geplaatst en waarop de namen staan. In het midden van de kerk stroomt water – aan de ene kant een fontijn,  aan de andere kant het doopvont. Elke week is er ook een viering Ik realiseerde mij dat als je viert in deze kerk, alle doden erbij zijn. Je bent nooit meer echt alleen in deze kerk, deze moderne begraafplaats.

IMG_5216

Een van de ramen in de kerk bevat een labyrint. En het motto van het jaarprogramma in het bisdom Aken rond de omgang met rouw en verdriet luidt: wegen door het labyrint van de rouw. Een labyrint, een doolhof, een tasten en zoeken naar wegen, naar een doorgang als je getroffen wordt door verdriet, veroorzaakt door de dood van een geliefde. Als we Jezus Sirach mogen geloven, de eerste tekst, is het niet zo moeilijk. Rouw, een, twee dagen, en vind dan troost voor je verdriet. Want blijven hangen erin tast je krachten aan en leidt tot de dood. De dood komt voor iedereen, hodie mihi, cras tibi, vandaag ik, morgen jij… zo luidt een bekende grafspreuk, ontleend aan Sirach die het iets anders zegt. Er zijn dominees die dit staande aan het graf van een overledene, zeggen tegen de omstanders die afscheid nemen. Dat klinkt hard in onze oren, hoe waar het ook is.

Maar Sirach weet ook dat de dood heel bitter kan zijn als je midden in het leven staat en dat de dood ook troostvol kan zijn als je leven een lange weg van lijden is. Dood, hoe goed is je vonnis. In die zin vind ik persoonlijk de dood troostvol als hij ook komt voor smeerlappen, voor moordenaars en dictators. Eindelijk opgeruimd. Maar toch blijf ik met een ietwat wrang gevoel zitten. Want waar is de pijn? Waar is de schrijnende snijdende pijn die je als het ware de adem afsnijdt, je van de zin in je leven lijkt te beroven als je een geliefde verliest? Daarom gaat het vandaag niet alleen over dood, rouw en verdriet, maar over pijn.

In het labyrint van de rouw, het verdriet, is de pijn het gevoel dat je leven bepaalt. Trouwens, is het wel een gevoel, of is het niet eerder een voortdurende ervaring  ervan, een alles bepalende ervaring die verder gaat dan voelen?  En wel zo dat je dof, afgestompt, lusteloos wordt anders ga je eraan kapot? Die pijn wordt naar mijn idee ook zichtbaar hier in de schilderijen die ons omgeven. Beelden met titels als way of the cross, stabat Mater… maar let eens niet op de titels en kijk eerst eens naar de werken zelf, laat ze op je inwerken. Het schilderij dat hier rechts van me hangt en dat ook op de liturgie staat is in mijn ogen een en al uitdrukking van pijn, een gekerfde wond in het eigen vlees. Je voelt als het ware het mes in je huid snijden. Zo snijdt God in ons mensenleven als hij de dood toestemming geeft om toe te slaan. Daarover spreekt Jezus Sirach niet direct en daarom doe ik het maar. In Parijs zullen heel velen dit nu momenteel aan den lijve ervaren, in Beiroet, Bagdad en overal waar onschuldigen worden vermoord, opgeblazen. Je dierbare wordt uit je leven weggerukt. Voorgoed. Ik heb een keer een moeder en haar dochtertje begraven, zij was politieagent, en beiden waren gedood door haar eigen man, en vader. De kerk zat vol, een kant schoolkinderen en familie, de andere kant politieagenten. Een collega van haar verwoordde het zo: een paard loopt door een weiland met paardenbloemen, sommigen worden vertrapt, anderen niet. Daar doet mij dit gebroken madeliefje, dit eerste schilderij van Sylvia aan denken dat ze maakte na het verlies van haar partner Ellen  en haar moeder die kort daarna overleed.

IMG_4976

Sylvia Grevel: Way of the cross I

Way of the cross, werken rond lijden en rond pijn hangen hier rechts. En links stabat mater, abstract, maar ook door de titel heel concreet. Er is géén houvast, géén hoopvolle gedachte, géén troost in het begin, waar je je aanvast kunt grijpen, er is alleen pijn, doffe pijn, een zware donkere deken op je leven, je bent letterlijk teneer gedrukt.  En achter mij de foto’s van Ellen, gemaakt toen ze wist dat haar leven spoedig voorbij zou zijn, bijna een objectief verslag van haar omgeving. De foto die mij echter het meest trof is die van een verdrietige Sylvia, daar aan de tafel, verder weg, maar ik zie, voel als het ware het verdriet dat ze uitstraalt. Ik vermoed dat velen onder ons weten waar ik over spreek als ik over pijn spreek. Pijn van het verlies, het afscheid nemen, de rouw, het verdriet.  In dit labyrint is de uitgang niet zichtbaar. Je weet de weg niet. Je zoekt, doolt. Je hoopt misschien dat er anderen zijn die je hand vast willen houden, die met je mee willen lopen, met je willen delen wat jij doormaakt, iets van die pijn wegnemen die je zo belast. En na lange, lange tijd zie je misschien een uitweg, een mogelijkheid om je leven weer een beetje op de rails te krijgen zodat de pijn niet meer zo schrijnend is. Zeker niet na een, twee dagen zoals Sirach meldt.

Dat is een illusie. Pijn veroorzaakt een wonde, en na lange tijd een litteken. De randen van die wonde blijf je misschien een leven lang voelen. Daar is geen kruid tegen gewassen, daar is geen geneesmiddel voor. Maar zoals ik al zei tijdens de herdenkingsviering met Allerzielen hier in de kerk, verdriet maakt je ervan bewust hoeveel je houdt, hoeveel je hield, van je dierbare. Pijn is daarvan het gruwelijke bewijs. Verdriet is de andere kant van de medaille die liefde heet, maar het is liefde, gestolde, vloeibare liefde. En Pijn gaat eraan vooraf en is er deel van. Als je het nooit hebt meegemaakt, nooit aan den lijve hebt ervaren, is het moeilijk voorstelbaar, moeilijk navoltrekbaar. Maar net zoals onze eigen dood eens zal komen, zal ook het afscheid van dierbaren aanbreken en dat zul je voelen, ervaren, merken wat het met je doet.

IMG_4978

Sylvia Grevel: Stabat Mater

“Ta parole est blessure qui nous ouvre le jour“: Je woord breekt ons open, zoveel licht doet ons pijn, vrij vertaald. Letterlijk: jouw woord is een wonde, jouw woord verwondt ons, opent voor ons de dag… zo zongen wij. Dat kan enkel omdat wij van vlees en bloed zijn, kwetsbaar, lichamelijk, sterfelijk. God snijdt in ons leven, God snijdt met liefde in ons, waardoor we ons kunnen laten raken door de liefde, smachten naar de liefde, sterven van pijn als onze geliefde wegvalt, weggesneden wordt uit ons leven.

Misschien is dat wel het geheim van ons geloven: liefde draagt ons en doodt ons.  Liefde sterk als de dood. Daarom heeft de dood niet het laatste woord en brengt de pijn de liefde op een gruwelijke wijze aan het licht. Maar hoeveel pijn dit ook doet, hoelang het ook zal duren, deze ervaring, misschien worden we wel verlost, bevrijd als we erin slagen deze pijn als liefde te ervaren, als toewijding, als liefde van God – en dat is misschien wat leven en sterven van Jezus ons heeft laten zien: zijn weg van het kruis is een vorm van liefde. Zijn dood heeft niet het laatste woord. Slechts zij die hier doorheen zullen gaan, zullen weten of deze woorden waar zijn. Of deze woorden ook onze nieuwe geboorte inhouden:  “Ta parole est naissance, com’on sort de prison”: je woord is geboorte, en zo worden we vrij, bevrijd uit onze gevangenis, vrij van het aardse lijden. Tot het zover is kunnen wij slechts lichten ontsteken in onze duisternis.  Licht dat nooit meer dooft, vuur dat onze liefde als levenden brandend houdt. Daarom wens ik ons veel troost toe, veel liefde, veel licht als wij  elkaar opvangen en proberen te steunen als de pijn soms onverdraaglijk wordt. Er is een weg uit het labyrint, er is een weg om te gaan, samen met elkaar. Amen.

John Hacking

Teksten Jezus Sirach

 

 

Gelezen-  Sirach 38,16-23

De nieuwe Bijbelvertaling

Mijn kind, stort tranen over een dode,

lijd bitter om hem en hef een klaagzang aan.

Begraaf hem op gepaste wijze

en verwaarloos zijn graf niet.

Stort bittere tranen, weeklaag hevig,

rouw zoals past bij zijn waardigheid.

Rouw één dag, rouw er twee, om opspraak te voorkomen,

en vind dan troost voor je verdriet.

Want verdriet tast je krachten aan

en leidt tot de dood.

In ellende duurt het verdriet voort,

een leven in armoede is een vloek voor het hart.

Geef je niet over aan verdriet,

zet het van je af, weet dat het tot de dood leidt.

Bedenk dat er geen weg terug is,

je helpt de dode niet en je doet jezelf kwaad.

Bedenk dat zijn lot ook het jouwe zal zijn,

gisteren ik, vandaag jij.

Als de dode rust, laat dan ook zijn nagedachtenis rusten,

wees getroost nu hij is heengegaan.

 

Gelezen- Sirach 41,1-4

De nieuwe Bijbelvertaling

Dood, hoe bitter is de gedachte aan jou

voor een mens die vreedzaam leeft te midden van zijn bezittingen,

die geen zorgen heeft, in alles voorspoed kent

en nog volop van het leven kan genieten.

Dood, hoe goed is je vonnis

voor een mens die gebrek lijdt en wiens kracht afneemt,

voor een hoogbejaarde die zich over alles zorgen maakt,

opstandig is en geen geduld meer heeft.

Vrees het vonnis van de dood niet,

denk aan wie je voorgingen en aan wie je zullen volgen.

Het is het vonnis van de Heer over alles wat leeft,

waarom zou je verwerpen wat de Allerhoogste welgevallig is?

Of je nu tien, twintig of duizend jaar geleefd hebt,

in het dodenrijk kun je niet klagen over de duur van je leven

 

Lied:  Comme un souffle fragile  (G. de Courreges)

Comme un souffle fragile

ta parole se donne

comme un vase d’ argile

ton amour nous façonne.

 

Als een breekbare adem

geeft je woord zich

als een vaas van klei

vormt je liefde ons.

 

Ta parole est murmure

comme un secret d’ amour.

Ta parole est blessure

qui nous ouvre le jour.

 

Je woord is gefluister

als een liefdesgeheim.

Je woord is verwonding

die het daglicht voor ons ontsluit.

 

Ta parole est naissance

Comme on sort de prison

Ta parole est semence

qui promet la moisson.

 

Je woord is geboorte

zoals iemand zijn gevangenis verlaat.

Je woord is zaad

die de oogsttijd belooft.

 

Ta parole est partage

comme on coupe du pain.

Ta parole est passage

qui nous dit un chemin

 

Je woord is verdeling

als een snee van het brood.

Je woord is doortocht

die ons een weg wijst.