Doch unverständig ist
Das Wünschen vor dem Schicksal.
Die Blindesten aber
Sind Göttersöhne. Denn es kennet der Mensch
Sein Haus und dem Tier ward, wo
Es bauen solle, doch jenen ist
Der Fehl, daß sie nicht wissen wohin
In die unerfahrne Seele gegeben.
Fragment uit Der Rhein Friedrich Hölderlin

Het lied van meditatie
Levende wezens zijn van oorsprong boeddha’s
als water en ijs.
Er is geen ijs zonder water,
geen boeddha’s zonder levende wezens.
Maar levende wezens weten niet hoe dichtbij het is,
en zoeken ver weg. Hoe droevig!
Het is als het sterven van de dorst
temidden van een fontein water;
of de zoon van een rijke man
die verloren ronddwaalt als een bedelaar.
Wij zijn gebonden aan samsara
omdat onwetendheid ons vasthoudt in duisternis.
Lopend in het donker,
wanneer zullen wij ontsnappen aan geboorte en dood?
De zen van het mahayana
is voorbij alle superlatieven.
Vrijgevigheid, voorschriften, alle andere deugden,
zingen, berouw, oefenen en alle goede werken
hebben hun oorsprong in zen.
Zit slechts één maal oprecht in meditatie,
en het wist lagen van slecht karma uit
.
Niet langer in de vallei van de hel,
is het zuivere land zo dichtbij.
Luister slechts één maal
naar deze leer,
prijs hem en verheug je erin,
en een grenzeloos geluk zal je ten deel vallen.
Maar beter nog, wijd jezelf volledig
aan het direkt verlichten van je eigen aard;
als de zelf-aard gelijk is aan geen-aard,
zul je vrij zijn van dit loze geklets.
Open de poort van oorzaak en gevolg
en loop rechtdoor, zonder te talmen.
Gebruik geen-vorm als vorm,
zwerf rond zonder je ergens te vestigen.
Gebruik geen-gedachte als gedachte,
zing en dans met Boeddha’s wet.
Open de uitgestrektheid van onbelemmerde kalmte,
koester je in de stralen van volmaakte wijsheid.
Op dit moment, wat zouden we moeten zoeken?
Nirwana is vlak voor onze ogen.
Deze plek is het lotusland,
dit lichaam is het lichaam van de Boeddha.
Hakuin (1686-1768)
Uit ‘Drie Zen Meesters’; John Stevens; vert. Robert Hartzema Uitgeverij Karnak; Amsterdam 1993

Het Boeddhisme kent een lange traditie in de omgang met het bewustzijn en de perceptie van de werkelijkheid zoals die aan ons verschijnt. Gebonden aan samsara, de kringloop van leven en dood, een leven vol lijden, begoocheling en illusie, is de mens ‘slachtoffer’ van zijn eigen perceptie en ‘kortzichtigheid’. De weg van de Boeddha, de leer (dharma) die voor iedereen kan gelden, biedt soelaas en uitzicht op een situatie van verlichting waarin de mens inzicht krijgt in zijn situatie. Dat is een weg van oefening en van toewijding in een dagelijkse praktijk in harmonie met de eigen natuur. Wat telt werkelijk en wat is illusie? Waaruit bestaan de ketens die jou als mens gevangen kunnen houden in een illusoire realiteit? Het Boeddhisme geeft daar uitgebreid antwoord op. Huang Po, een zen-monnik zegt bijvoorbeeld:
Onthoud alleen maar de volgende aanwijzingen.
Ten eerste: leer volkomen immuun te worden voor waarnemingen die van uiterlijke vormen afhangen, zodat je je lichaam vrijwaart van een ontvankelijk zijn voor uiterlijkheden.
Ten tweede: leer geen aandacht te schenken aan enig onderscheid dat ontstaat uit je waarnemingen, zodat je je lichaam vrijwaart van nutteloze scheiding tussen het ene verschijnsel en het andere.
Ten derde: zorg er goed voor dat je waarderingen als aantrekkelijk of vervelend vermijdt, zodat je je lichaam vrijwaart van ijdele belangen.
Ten vierde: voorkom dat je allerlei dingen overweegt in je geest, zodat je je lichaam vrijwaart van op oordelen gebaseerde kennis. (Uit: Huang Po, In eenheid zijn. Scholing in Zen-bewustzijn, Heemstede 1996 (Altamira), p. 186
Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. De basiservaring onder deze aanwijzingen is dat je waarnemen en je denken vrij moeten zijn van schema’s, vooropgezette meningen, oordelen, vooroordelen, herinneringen die als maatstaf gelden, kortom alles waardoor je onderscheid maakt en waarderingen toevoegt aan je perceptie en je denken. Een artikel uit de NRC op 25 december 2024 begint met de volgende koppen:
Onze perceptie van de buitenwereld is een illusie, ‘de beste gok van het brein van wat er aan de hand is’.
Bewustzijn Hoe nemen wij de wereld waar? Dat is giswerk van de hersenen. „Het brein is een voorspellingsmachine.”

Het is de aanhef voor de vrije weergave van een interview door Niki Korteweg met de Britse cognitiewetenschapper Anil Set, auteur van het boek Being You, A New Science of Consciousness (2021). Het gesprek gaat over onze waarneming en over de zekerheid die wij aan onze waarneming kunnen ontleden. Die zekerheid is er echter nauwelijks want volgens Anil Set nemen we eerder vanuit ons brein de wereld waar als een vorm van toetsing en voorspeling. Het brein voorspelt en toetst de waargenomen objecten aan datgene wat er reeds over bekend is en stelt zonodig die kennis bij. Het brein is dus een verzameling indrukken en ervaringen die constant wordt aangevuld, verbeterd, toegepast, (en wat al niet). Maar dat is een complex proces en de wijze waarop we dit in taal beschrijven schiet eigenlijk hopeloos tekort. We ontberen de nodige begrippen om hier echt vat op te krijgen. Het begrip bewustzijn is in die zin te vaag en te veelduidig. We weten eigenlijk niet precies wat bewustzijn is. Anil Set doet een poging om via een andere route licht te werpen op de werking van ons brein met inzet van de neurowetenschappen. In dit licht komt hij tot nieuwe conclusies zoals zichtbaar gemaakt in dit interview. Ik geef een deel hiervan weer om zijn opvattingen te laten zien. Wat is echt en hoe ervaren wij de dingen in de wereld, deze vraag is de insteek waarmee dit citaat begint:
Deze tafel, dit glas water, uw boek, die spullen zijn echt toch?
„Zeker, die dingen zijn echt. Maar wat we ervaren is een indirecte afspiegeling van wat er echt is in de wereld – de filosoof Immanuel Kant zei dat al. Dus die tafel is echt, maar de manier waarop we hem waarnemen, de kleur, de vorm, de stevigheid, is afhankelijk van ons brein. En ook dat gevoel dat dingen echt zijn, creëert het brein.
„Dit is hoe het lijkt voor ons: er is een reële wereld daarbuiten, met spullen en mensen, met allerlei eigenschappen. Onze zintuigen nemen die waar en dragen die informatie over aan het brein – informatie van lichtgolven, geluidsgolven, geur- en smaakmoleculen. Het glas water in de echte wereld wordt de perceptie van een glas water in het brein. Je neemt het waar, je wilt het en je pakt het. Dit is de ‘van buiten-naar-binnen’ visie. Het lijkt het alsof de wereld direct ons hoofd en onze bewuste ervaring instroomt.”
Maar dat is niet hoe het is?
„Het is veel meer ‘van-binnen-naar-buiten’. De zintuiglijke signalen worden niet zozeer gebruikt om deze ervaring te creëren, maar om voorspellingen te toetsen. Wat wij ervaren wordt bepaald door deze voorspellingen van het brein, niet door de zintuiglijke signalen. Het brein is een voorspellingsmachine.”
Waarom denkt u dat dit zo moet zijn?
„Het kan bijna niet anders. Je brein probeert uit te vinden wat er gebeurt in je omgeving. Maar het zit opgesloten in een schedel, waar het donker is en stil. Er zijn alleen elektrische signalen, kleurloos, geluidloos, vol ruis. Op basis daarvan, en op eerdere ervaringen, moet het brein inschatten wat er gebeurt. Dat kan alleen door verwachtingen te toetsen aan nieuwe signalen die binnenkomen, en die bij te stellen als er fouten in de voorspelling zitten. Wat wij bewust ervaren is de beste gok van het brein van wat er aan de hand is.”
U noemt het een gecontroleerde hallucinatie, wat wij zien en ervaren?
„Het is geen perfecte omschrijving. Maar het benadrukt dat de ervaringen waarvan we intuïtief denken dat die intern gegenereerd worden, zoals hallucinaties of dromen, niet zo verschillen van normale perceptie. Dat zijn geen verschillende categorieën, het zijn punten op een continuüm. Je zou kunnen zeggen dat perceptie een gecontroleerde hallucinatie is, net zoals hallucinatie ongecontroleerde perceptie is. Bij een psychose en tijdens dromen is het verstoord.”
En het voert nog verder. Niet alleen de buitenwereld is een hallucinatie, ook ons gevoel van ‘zelf’!
„Klopt. In dat ‘hoe het lijkt’ perspectief beschouwen we het ‘zelf’ als dat wat het waarnemen doet, en bedenkt wat er moet gebeuren. En wat is dit gevoel van zelf? Het is mijn gedachtestroom, mijn perspectief, mijn vrije wil, emoties, mijn lijf, het is een bundel van verschillende dingen die we als één geheel ervaren.
„Maar dit is ook een ervaring. Als ik dit object hier”, Seth wijst naar zijn lichaam, „ervaar als mijn lichaam, dan is dat een waarneming. In experimenten kun je daarmee spelen, bijvoorbeeld met de rubberen-hand-illusie.”
Bij dat experiment ligt een rubberen hand op de plek van je eigen hand op tafel, en je eigen hand uit het zicht, achter een scherm. Als iemand jouw echte hand aait met een kwastje en tegelijkertijd die nephand op dezelfde manier, rijst al na tien seconden het gevoel dat de rubberen hand van jou is. Bij een klap met een hamer op die hand schreeuw je het uit van schrik.
„Zo kun je met ieder aspect van het gevoel van zelf spelen. En dan blijkt dat elk aspect een perceptie is, zelfs het gevoel van vrije wil. Het brein neemt een bepaalde handeling van het lichaam waar, concludeert dat die door iets binnenin werd veroorzaakt, en dan ervaren we het als: oh dit heb ik gedaan.”
Het brein maakt een verklarend verhaal. Maar wie of wat is aan het vertellen? Is dat ook een hallucinatie?
„Ja, ik denk van wel. Mijn ‘narratieve zelf’ omvat herinneringen, plannen voor de toekomst, dat innerlijke, vaak kritische stemmetje. Het strekt zich uit over de tijd, dat maakt mij dezelfde persoon door de tijd heen. Maar je hebt die ‘ik’ niet nodig, het is gewoon een gevoel dat intern wordt veroorzaakt. Het gevoel van op een bepaalde plek zijn en een eerstepersoonsperspectief te hebben.
„Dat kun je goed zien bij mensen met bepaalde psychiatrische of neurologische problemen, zoals dementie. Onderdelen van het zelf kunnen verdwijnen. Ik heb dat gemerkt bij mijn oude moeder, die een paar jaar geleden een delier kreeg. Ze was compleet verward, ze leek in niets nog op mijn moeder. Mensen kunnen meerdere persoonlijkheden hebben, ze kunnen hun geheugen verliezen, hun complete autobiografische identiteit, maar bijvoorbeeld nog wel weten dat hun lichaam van hen is.” (Einde citaat)

bis in den Tod
Kann aber ein Mensch auch
Im Gedächtnis doch das Beste behalten,
Und dann erlebt er das Höchste.
Nur hat ein jeder sein Maß.
Denn schwer ist zu tragen
Das Unglück, aber schwerer das Glück.
Fragment uit Der Rhein Fredrich Hölderlin
SELBSTBESTIMMUNG
Die letzten Neuntöter wetzen ihre Stimmen
Bodenlos muss ich immer weiter steigen
Die Stände in den englischen Futterhäusern
Sinken. Wind spielt mit Papier. Ich migriere
Zwischendrin. In den Ecken, an den blinden
Flecken meines Denkens, sitzen
Schimpfen ausgewachsene Makaken
Affen, Katzenkinder, Biberratten
Mein polyphones Schnattern ist das
Ein Blick und urwaldhafte Ruhe wird es
Diamantköpfig inhibiere ich
Den Trieb. Flachwurzlerin, die ich ja bin
Mara-Daria Cojocaru

Het ‘zelf’ van een mens en zijn ik-bewustzijn zijn volgens Anil Set constructies van het brein, het zijn percepties van een geheel van ervaring waarin denken, gevoel, bewustzijn van tijd en plaats samenkomen. Waarin ook het lichaam ervaren wordt en de verbinding met dit lichaam. Het lichaam als zelfplaats, autotopos. Dat zelf leert voortdurend en het beeld dat wij van onszelf hebben is constant aan aanpassing onderhevig, als daartoe de nodige openheid bestaat. Als het brein een voorspellend en toetsend orgaan is zou je kunnen stellen dat de mens eigenlijk voortdurend op zoek is naar bevestiging, naar zekerheid, naar vervulling van datgene wat hij eigenlijk al kent en weet. Nieuwe ervaringen kunnen daarom misschien niet worden toegelaten omdat ze te bedreigend zijn voor dat gevoel van vertrouwdheid en zekerheid, oude traumatische ervaringen worden afgeweerd omdat ze teveel pijn boven halen. Het hele mechanisme van het bedenken (of is het een ontdekken?) en de toepassing van complottheorieën kan er door worden verklaard: telkens worden stukjes bewijs verzameld om je complot-verhaal vollediger te maken en elke twijfel of elke vorm van kritiek wordt niet toegelaten.
In het Boeddhisme staat dit zelf op losse schroeven. Zij wisten al duizenden jaren geleden dingen over het zelf en de manifestatie van het zelf via een ‘ik-bewustzijn’ wat nu pas via de neurowetenschappen zichtbaar kan worden gemaakt rond de werking van het toetsende voorspellende brein. Huang Po stelt in §11:
Het dient leerlingen van de Weg duidelijk te zijn dat de vier elementen waaruit het lichaam is samengesteld geen ‘zelf vormen, dat het ‘zelf geen vastomlijnd bestaan leidt; en dat hieruit kan worden afgeleid dat het lichaam geen ‘zelf en geen bestaansvorm is. Verder vormen de vijf bestanddelen [skandha’s: vorm, gevoel, denken, wens, besef] waaruit de persoonlijkheid is samengesteld geen ‘zelf en geen bestaansvorm; daaruit kunnen we afleiden dat de (zogenaamde individuele) geest niet het ‘zelf en geen bestaansvorm is. De zes zintuigen [oog, oor, neus, tong, lijf en brein] die samen met de zes soorten waarneming en zes soorten voorwerpen van waarneming de zintuiglijke wereld vormen, dienen op eenzelfde manier begrepen te worden. Deze achttien zintuiglijke functies zijn afzonderlijk en gezamenlijk leeg. Er is enkel Bronbewustzijn, onbeperkt van omvang en van onvoorwaardelijke zuiverheid. (Uit: Huang Po, In eenheid zijn. Scholing in Zen-bewustzijn, Heemstede 1996 (Altamira), p. 63
In dit Boeddhistische denken is het onderscheid tussen een zelf in een lichaam dat een autotopos is en de wereld om ons heen opgeheven. De Boeddha is niet van ons afgescheiden, de Boeddha-natuur is binnen handbereik. We zien het alleen niet omdat we gekluisterd zijn aan ons verlangen, onze begeerte, ons beperkt perspectief op de werkelijkheid en onze beperkte perceptie ervan. Daarom lijden we en daarom blijven we gevangen in de kringloop van leven en dood.

NACHTRAG
Du sagst, wir sind auch nur Tiere, gross und traurig
Du wählst die Leute, die dich überleben, als
Wäre das ein Privileg. Wir werden
Weiter durch die Landschaft grasen. Wo
Wir weilen, weinen, wir verwundet zweifeln
Nährt das Salz aus unseren Augen die Wüste
Die wir hinterlassen. Populiert doch schon
Der Himmel erwölkt sich schwerlich alle Tage
In jeder Richtung ein Szenario in anderer Farbe
Dort modert der Algenteppich. Hier sperrt
Das durchtrenste Maul vom Bukephalos1
Am Horizont. Der Name reiBt sich los und das
Tier spürt den Schmerz. Vier Reiter simulieren
Schmetterlinge. Gemüt: stabile Strophenlage
Hinter uns: Anästhesie. Wir lernen atmen
Wo niemand atmet. 2 Somnambule Stenographie
Ein Anschlag pro Sekunde. Kampfgedanken
Biopsie. Unsere Bäuche schleifen zu Boden
Die Haut ist rau. Wir lecken den Wolken den
Wattigen Busen, neiden den Tieren die wollige
Kugel und immer wieder: diese Leidensfähigkeit
1 Du erinnerst dich: Den mochtest du so gern
2 Das ist im windgeborenen Schnee
Mara-Daria Cojocaru
Maar wat betekent het nou als wij met ons brein de wereld zodanig waarnemen dat wij voortdurend aan het toetsen en voorspellen zijn? Anil Set spreekt over een gecontroleerde hallucinatie – een onnauwkeurig begrip dat eigenlijk de lading niet dekt – met betrekking tot onze perceptie en ons zelfbeeld en zelfverstaan. De tijdschaal waarin dit plaatsvindt valt buiten onze waarneming – daarvoor gaat het te snel en te vanzelfsprekend. We hebben er geen controle over. Maar als wij ons bewust zijn van dit veronderstelde proces kunnen we ervan leren. Namelijk dat al onze opvattingen en al onze oordelen, al onze perspectieven en percepties ontzettend relatief zijn en zeer beperkt, contextgebonden, lichaamsgebonden, geheugen-gebonden en zo vermoed ik ook genetisch gebonden. Als onze cellen al een soort van geheugen hebben, bestaat er volgens mij ook een vorm van genetisch geheugen en misschien ook wel voor delen van ervaringen uit het verleden van onze voorouders. Waarom ook niet als het brein in staat is zoveel op te slaan. Iets wat ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat. Het aantal verbindingen in onze hersenen is groter dan het aantal sterren in ons universum.
Het zelf en de ervaring van ons zelf is dus een hypothetisch gebeuren. Wij zijn een hypothese in wording en wij zijn nooit af. Voor de opvattingen over waarheid heeft dit grote consequenties: we zullen ‘de waarheid’ nooit bezitten, in welke vorm dan ook. Zelfs ‘kleine’ waarheden zijn hoogstens waargenomen gissingen die ons een beetje een gevoel van zekerheid kunnen geven maar op de keper beschouwd is dat ook een illusie. Onze taal is als een slang die zichzelf in de staart bijt: we hebben enkel onze taal om onze ervaringen en onze perceptie uit te drukken en alles wat daarbuiten gaat kunnen we niet benoemen en is dus ook onkenbaar. In die zin zitten we onherroepelijk vast aan ons lichaam en ons brein. Ook in andere plaatsen (de Foucaultse heterotopiën) is de autotopie, het lichaam als zelfplaats, begin en einde van het verhaal, onderworpen aan samsara, aan leven en dood, telkens weer.

GEGEN DIE ANGST. INS ZIEL
Hier kommen meine Show
Dämonen, hoch gezüchtet
Endlich
Meine eigenen Kampfrichter
Geben
Das Herz geschlagen
Wie es dünn wird
Wie es an ihm raspelt
Wie die Ratten, agoutifarben
Im Schlehendorn, ganz oben
Wo eigentlich
Die Stare wohnen
Natürlich habe ich nichts
Gegen die Ratten
Natürlich habe ich nichts
Gegen die Angst
Mara-Daria Cojocaru
John Hacking
3 januari 2025
Bron:
Mara-Daria Cojocaru, Anstelle einer Unterwerfung. Gedichte, Frankfurt am Main 2016 (Schöffling & Co)
