Vrijheid en lichaam

Onze vrijheid is lichamelijk

Vrij zijn is geen zaak van het hoofd alleen, bedacht door slimme filosofen. Geen idee alleen bij Plato, Hegel, Nietzsche of Kant;  of misschien een “idee fixe” omdat “echte vrijheid” misschien illusoir is; of alleen een wens of verlangen naar vrijheid. Nee de vrijheid is lichamelijk. Dat eerst en vooral. Natuurlijk, op de eerste plaats is het hoofd deel van het lichaam, en alles wat het hoofd produceert aan gedachten, beelden en opvattingen is eigenlijk dan ook lichamelijk of tenminste ontsproten aan iemand die lichaam is en een lichaam heeft. Maar dat is mijns inziens nog te weinig, te weinig concreet. Dat heeft nog te weinig te maken met de lichamelijke oorsprong en het wezen van de vrijheid. Alleen al het feit dat wij de vraag kunnen stellen of mensen alleen maar vrij zijn, vrij kunnen zijn en dieren bijvoorbeeld niet, geeft te denken. Als mensen alleen vrijheid kunnen ervaren en andere levende wezens niet, betekent dat het volgende: vrijheid is dan een categorie van de menselijke conditie,behorend tot het proprium van de menselijke existentie. Vrijheid is dan al heel specifiek, en de beleving ervan is onlosmakelijk hieraan verbonden. Vrijheid is dan bij uitstek menselijk, menselijke vrijheid. Is een hond vrij, een merel in de tuin, een beukenboom in het park, een rotsblok in de bergen? In zekere mate wel, afgemeten dan aan bijvoorbeeld bewegingsvrijheid, transformatievrijheid, vergankelijkheid (d.w.z. vrijheid om te vergaan), en mogelijke andere vormen van vrijheid die je nog kunt bedenken. Maar denkt een hond, voelt een plant, geeft een merel betekenis aan haar leven via significante gedachten, overwegingen? Ik vermoed van niet, hoewel zeker weten kan ik het niet. Misschien is er wel een vorm van ervaren die wij als mensen niet kennen omdat ze buiten ons blikveld valt, maar die als vorm van zijn net zo goed bestaansrecht heeft als andere  vormen van zijn. Alleen maar omdat wij als mensen haar niet kennen wil dat niet zeggen dat ze er dan ook niet is. Die mogelijkheid zou ik graag open willen houden want het leven is te wonderbaarlijk om maar meteen alles aan te passen aan de menselijke maat. Dat geldt mijns inziens ook voor het geheim van leven en dood, en de overgang tussen beiden.

Vrijheid noem ik eerst en vooral lichamelijk omdat wij haar ervaren aan ons lichaam en in ons lichaam. Vrijheid is niet het vrij zijn van gebondenheid, verplichtingen, afspraken,  condities, structuren. Die laatste horen gewoon bij ons leven, wij zouden niet zonder kunnen, wij zouden elk houvast verliezen, ook geestelijk. Het feit alleen al dat wij spreken met behulp van een taal laat zien dat wij de taalstructuren nodig hebben om ons te uiten. Zijn we daardoor minder vrij? Dat is maar net wat je nastreeft. Als je met taal alles, zoveel mogelijk en zo diep mogelijk, wilt uitdrukken (en dan is het maar de vraag of de ander je begrijpt – aangrijpen kan wat je naar voren brengt) dan zou het wel eens kunnen zijn dat je teleurgesteld wordt. Zo iets moet je eigenlijk ook niet willen want wat is dat:  je aller-diepste gevoel verwoorden? Je meest intieme wensen en gedachten? Stranden die niet altijd op het oppervlak van de ervaring – zoals de zee op het strand? Over blijft schuim, golven, water dat zich terugtrekt. Zo is ook onze taal, een heen en weer, stroming, golvend. Daar moeten we het mee doen. Maar welk een vermogen, welk een kracht, welk een “power” om dingen tot uitdrukking te brengen, om beweging te veroorzaken, om harten in rep en roer te zetten. In die zin is ook taal effect van het lichaam in combinatie met gedachten, retorica en scherpzinnigheid en wat al niet meer.

Op de spirituele kalender kwam ik op de voorkant het volgende citaat tegen – dat als inspiratiebron diende voor dit stukje:  woensdag 16 december 2009: “We hoeven ons niet gevangen te voelen in de wereld die we aantreffen in elk moment, als we eenmaal beseffen hoezeer die wordt vormgegeven door onze eigen ervaringen.  SHARON SALZBERG (Een hart zo groot als de wereld. Leven met aandacht, wijsheid en mededogen, 1999)”. En op de achterkant stond:

“Ga even rustig zitten en haal een aantal keer diep adem. Voel het contact tussen je lichaam en de stoel, of waar je ook zit of ligt. Richt je aandacht op je voeten en ga dan zo langzaam naar boven totdat je bij je gezicht bent aangekomen. Laat alle spanning in de grond verdwijnen. Voel hoe de adem je neus en longen binnenkomt, hoe je borstkas en buik zich uitzetten. Blijf daar even bij. Richt je nu op je emoties: wat voel je? Wat gaat er in je om? Neem voor dit alles even de tijd en lees dan door als je zin hebt.

Alleen al door deze oefening te doen, merk je dat je ervaring van het ene op het andere moment totaal kan veranderen. Je bent waarschijnlijk even losgekomen van de gedachtestroom waarin je zat. Een moment van vrijheid. Je kunt altijd voor deze vrijheid kiezen. “

Ademhalen, ontspanning, een klein beetje afleiding, of je aandacht verleggen doet je ontdekken dat er alternatieven zijn, dat je gedachtestroom uitgezet kan worden, dat je lichamelijk kunt ervaren dat het anders kan, meer ontspannen, meer bij jezelf, meer in harmonie met jezelf. Dat is vrijheid, dit ontdekken, dit ervaren, dit weten en er naar handelen. Als onze werkelijkheid vooral een product is van onze ervaringen, gekoppeld aan onze opvattingen en meningen, dan kan die werkelijkheid misschien wel zonder veel moeite worden aangepast, ingeruild, veranderd voor een realiteit met meer ruimte, meer geestelijke vrijheid en meer lichamelijke vrijheid. Als je bijvoorbeeld denkt dat je lichaam niet deugt omdat het niet beantwoord aan bepaalde standaarden die je jezelf voorhoudt, ben je een leven lang ongelukkig als je jouw lichaam niet kunt aanpassen aan die standaard. Pas als je die standaard durft los te laten, pas als je accepteert dat je het ermee moet doen, en waarom niet goedschiks, in plaats van kwaadschiks, waarom niet van harte in plaats van met tegenzin, met weerzin, dan verandert er pas iets, ervaar je vrijheid. Je hebt, bent alleen maar jezelf; iets anders heb, ben je niet. Zelfacceptatie, acceptatie van je gegeven omstandigheden qua lichaamsbouw, gezondheid, gesteldheid qua karakter en kwaliteiten die je meedraagt of die ontbreken, daar begint het mee, en dat is ook de eerste stap op de weg van de vrijheid. Vrijheid begint bij en in het lichaam. Vrijheid, de vrijheid is lichamelijk: het is de waarneming van jezelf in het omringende landschap, de omringende context, de omgeving waarin je leeft en met mensen waarmee je jouw leven gestalte geeft. Alle andere gedachten, politieke vrijheid bijvoorbeeld, keuzevrijheid bijvoorbeeld en noem maar op, komen allen daarna. Het begint met de ervaring van je lichamelijke gesteldheid, de bewustwording van je eigen lichaam en daarmee van je eigen zijn, staan in deze wereld. Kijk om je heen, dan ontdek je wie je bent, waar je vandaan komt en waar je heen wilt. Maar het kan alleen maar met dit lichaam, dit menselijk voertuig voor je vrijheid. En als je eenmaal sterft, dan sterft met je lichaam ook je vrijheid. Maar misschien heeft de geest wel wegen en middelen bedacht om zich dan op een andere wijze te uiten, te manifesteren. Wie weet.

 

John Hacking